De Maconnieke Encyclopedie zoekt

Een ogenblik !

WAARHEID.
Ridder der-
WATERLOO DE, OR.°.B.F
WAARHEIDSVRIENDEN
WAARMERK
WACHTHEBBENDE BROEDER
WAGENINGEN, O.°.N.F.
WAL
WALES
Frederik, Lodewijk,Prins van-
George, August, Frederik, Prins van -
Eduard Albert Prins van-

WALES
WALLIS
WANDELLOGE
WAPEN
WAPEN-degen
WARD
WARGNY
WARSCHAU
WASHINGTON
WASKAARSEN
WASSENAER
WATERLOO DE, OR.°.B.F.
WATERPAS
WEB
WEDEKIND
WEDUWE
WEGSCHEIDER
WEILER
WEIMAR
WEISHAUPT
WELDADIGHEID
WELLDONE
WERELDWIJZEN
WERKPLAATS
WERKZAAMHEDEN
WESTEN
West-Indië
Het
Ridder van het-
WESTMINSTER
WET. WETBOEK
WETENSCHAPPELIJKE GRADEN
WETENSCHAPPEN
WHARTON
WIELAND
WIJSGERIG
PERZIESE RlTUS
SCHOTS- RITUAAL
WIJSGERIGE GRADEN
WIJSHEID
WIJSHEID
Wijsheid (Orde der-) Wijsheid Bouwstuk: Wijsheid

WILLEM

III, Prins van Oranje

Willem II.

Willem I

Willem Frederik Karel

Willem (Wilhelm I)














WIND
WINKELHAAK
WINKELLOGE
WINKLER
WIT
WITSEN GIJSBEEK
WITTE KEURSTEEN DE
WOORD
WREN
WURTEMBERG
WYKCHAM
WYVILL
 

W.°.

W.°.
W.
W.-.
Waarde.......W.°.
Waterpas.Wp.°.
Weduwe.....Wed.°.
Werkplaats..Wpl.°./Wpll.°.
Westen......W.°.
Wieroker....Wier.°.
Winkelhaak.W.°.
woord..°./ww.°.
Wijsheid.....W.°.

  Waarheid.
Ridderder.-.
De VV.°. MM.°. scharen zich rondom het altaar van de W.°.. Welke is de waarheid hier bedoeld? -Wanneer men waant, dat de VV.°. MM.°. menen de waarheid te bezitten, vergist men zich. Wij hebben het bekende woord van de Br.°. Lessing begrepen. De waarheid is het gesluierde beeld te Sais; niemand licht, ongestraft, die sluier op. Bovendien, men moet,meer dan gewoonlijk geschiedt,onderscheid maken tussen waarheid en werkelijkheid. Waarheid is allereerst een zedelijk (ethisch ) begrip Ze is dan: die toestand, waarin voldaan wordt aan de hogere behoeften van de mens, waarin overeenstemming is tussen zijn willen en kunnen, zijn aanleg en adspiraties en zijn werkelijkheid. In zoverre is de Vrijmetselarij -naar haar innerlijk wezen beschouwd -- de absolute waarheid. Maar, gelijk wij altijd blijven streven naar het waarachtig Vrijmetselaar-zijn, zo is de waarheid zelf ons altijd het ideaal dat op verre, oneindig verre afstand blijft staan, maar dat we toch iedere dag een wankele schrede kunnen naderen.



Ridder der-
In de Rite de Memphis (z.d.) en ook in andere Hoge Graden zijn meerdere graden die met deze of een dergelijke naam worden aangeduid. In eerstgenoemde ritus is de 38 gr.°. Verhevene en uitwerkoren Ridder van de waarheid; 39 gr.°. Ridder philalceth, 62 gr.°. Ridder des tempels en van de waarheid; 65 gr.°. Vorst van de waarheid. 




Waterloo de, Or.°.B.F.
-R.°.L.°.1285 Le Point, Chauss‚e de Louvain 62 -R.°.L.°.1405 Lumiere, idem  




Waarheidsvrienden(Amis de la vérité) z. Philaleten. 



Waarmerk, Men verstaat daaronder oorspronkelijk ieder zichtbaar teken waardoor zich enig voorwerp duidelijk van een ander onderscheidt
Deze tekens werden gebruikt, om gelijkgezinde en gelijkgerechtigde deelgenoten opmerkzaam te maken op de band die allen samenbindt.
In oude kerkgebouwen, en in 't algemeen in oude bouwwerken, vindt men zulke waarmerken die of de oorsprong ervan moeten aanwijzen, of ook wel een symbolische betekenis hebben. - De rondreizende leden van de gilden moesten vroeger allereerst bewijzen de tekens te kennen. Vandaar dat iets dergelijks nog gevraagd wordt, van iedereen die een L.°. wil bezoeken. 



Wachthebbende Broeder, of Dekker (D. Ziegeldecker. Fr. Couvreur of Tuileur. Eng. Tyler of Tiler) is die Br.°. die moet toezien dat niemand in de L.°. komt, die zich niet als Vrijmetselaar heeft doen kennen. Dit gebruik is uit de oudbeid afkomstig. Reeds daar vernemen we het: "exaç; exaç ecre szésznhoi" en het "procul, proculesteprofani d.w.z. "blijft verre,blijft verre oningewijden", gelijk er ook deurwachters waren bij de kerken van de oude Christenen. De Dekker is dus "eigenlijk een schildwacht (guard or centinel) die bij de Logedeur geplaatst wordt, om een teken te geven wanneer iemand wenst binnen te komen opdat de Opz.°. kan naar buiten gaan om die te onderzoeken. Deze is altijd een van de Broeders". "Hij is een schildwacht bij de Logedeur om het teken te geven, wanneer iemand wenst te.worden toegelaten die door de Opz.°. moet worden onderzocht". In de beide oudste catechismussen wordt gevraagd:
.-."Door wie wordt de gesloten deur van de Loge gedekt?" en geantwoord: "door een man met een uitgetrokken zwaard die men dekker noemt."
- "Wat heeft hij daar te verrichten ?"-"Allen die de Vrijmij.°. beluisteren verre houden, en daarvoor zorgen dat de kandidaten behoorlijk voorbereid worden.- Daaruit blijkt, dat in Engeland meerdere functiës door de dekker werden waargenomen: hij moest de Logedeur bewaken en zorgen dat geen onbekende binnenkwam, maar ook de kandidaat voorbereiden. Dat laatste is enigzins vreemd daar de Dekker, in Engeland, ook de eerste van de dienende BBr.°. was en - gelijk daar nog soms voorkomt - voor zijn diensten een tegemoetkoming ontving. Ondanks dat alles wordt de D.°. toch ook daar tot de Officc.°.. gerekend en volgens Browne's Masterkey" met de volgende woorden geïnstalleerd: "Ik geef u hier het kleinood van de verdediging dat gij met bedaard overleg (diseretion) moet gebruiken tegen iederen niet geschikte persoon die in de Loge zou willen binnendringen, om onze harmonie te storen." Aan dit ambt wordt in Engeland en ook elders grote waarde gehecht; zo lezen we in Browne (t.a.p.) vraag. 148: "Waarom zijn de vergaderingen zo hoog, zo diep en zo geheim? - "Om des te beter hen te beschouwen die opklimmen of afdalen opdat, wanneer een vreemde mocht nader komen, de Dekker de Meester daarvan bijtijds bericht kan geven, en deze dan de Loge kan sluiten, de kleinodiën van de Broeders doen wegnemen en zo kan verhoeden dat hun harmonie gestoord wordt." - Buiten de Dekker, wiens werkzaambeden in het Engelse constitutie-boek (1841 ) nauwkeurig omschreven worden, moest iedere L.°. onder haar werkelijke beambten nog een wachter hebben, buiten de Loge (innergard), die zijn plaats beeft in het Noorden en de jongste Leerl.°. is. In Duitsland wordt daarvoor de jongste Mr.°. gebruikt, terwijl de eerste van de Dienende BBr.°. buiten de deur wacht houdt. In Nederland is de Dekker een van de officc.°.; hij houdt de wacht binnen de T.°., terwijl daarbuiten zelden of ooit de wacht wordt waargenomen. In Engeland heeft men nog een Gr.°. Dekker (Grand tyler) aangaande wie in 1841 het volgende bepaald werd:
1. De Gr.°. D.°. moet door de Gr.°. Mr.°. benoemd worden. Hij moet Mr.°. V.°. M.°. zijn en blijft zijn ambt waarnemen zolang als 't hem goeddunkt.
2. De Gr.°. D.°. moet de uitnodigingsbrieven van de Gr.°. Secretaris in ontvangst nemen en zorgvuldig afleveren. Hij moet voor de inrichting van alle samenkomsten zorgen en toezien, dat niemand wordt toegelaten die daartoe niet eigenlijk gerechtigd is.
3. Wanneer een Gr.°. D.°. , zonder daartoe bekomen verlof van de Gr.°. Mr.°. of diens Gedeput.°., een maç.°. begrafenis of een anderen openbaren optocht bewaakt, of zijn diensten bewijst aan een vergadering of z.g. Loge van Vrijmetselaren die niet regelmatig is geconstitueerd en het gezag van de Gr.°. Mr.°. niet erkent of zich niet onderwerpt aan de wet van het Opperbestuur, dan zal hij onwaardig verklaard worden ooit weer in de L.°. het ambt van Dekker of buiten wachter waartenemen, en van de weldaad van de Charity (algemene armenkas) buitengesloten worden. 



Wageningen, O.°.N.F,
-A.°.L.°.74 Ramses, Niemeyerstraat 4, 0317/414355  



Wal, (Baron Guillaume, Eugene, Joseph de-) geb. te Athaine 1736, gaf in 1785 uit een "Histoire de l'Ordre teutonique" en later "Recherches sur l'ancienne constitution de l'Ordre teutonique" in 10 delen, dat de hoofdbron is voor de geschiedenis van de Duitse orde. 



Wales,


Frederik, Lodewijk,Prins van-
,
WALES
Frederik, Lodewijk,Prins van-
George, August, Frederik, Prins van -
Eduard Albert Prins van-

WALES, EDWARD ALBERT,
LENNHOFF
WALES-E
MACKEY
WALES, PRINCES OF.
zoon van koning George 111 van Groot-Brittanië, geb. 21 Jan. 1707 overl. 13 Maart 1751, werd in een daartoe opzettelijk ingerichte Loge in het paleis Kew bij Richmond, door de vroegere Gr.°. Mr.°. Desaguliers op de gewone wijze gerecipieerd, en op dezelfde dag in de drie Grr.°. aangenomen. Deze Reç.°. gaf natuurlijk aan de Brsch.°. groot aanzien.
George, August, Frederik, Prins van -, als koning van Groot-Brittannië


George IV, geb. 12 Aug. 1762, overl. 26 Juni 1830, werd op 6 Febr. 1787 door de Hertog van Cumberland tot V.°. M.°. aangenomen en op 34 Mei 1790 tot Gr.°. Mr.°. van de Gr.°. L.°. benoemd; ook de Gr.°. L.°. van Schotland verkoos hem in 1806 tot haar Gr.°. Mr.°.. Als koning werd Gr.°. Patroon van de O.°..


Eduard Albert Prins van
-z. Enge1and en Vorsten. 



WALES, Scotland and Ireland are of great importance in the rise, development and history of Emblematic Freemasonry; but the Principality of Wales does not seem to have contributed in any conspicuous sense to the life of the Order. The fact is strange, because_as we have seen_the land of Taliesin is thrice hallowed and haunted as a place of the Mysteries, while the study of its folklore, not to speak of Druidic remains, opens a wide world of creative mystic thought. The shapes of imagination are there, bodied forth in living forms. Taliesin was a lover of the Mysteries, and no one more than he was born a citizen of the sacred Isle of Apples. It may be that those who were nourished on lore like his, as on echoes from the Enchanted City of Hud, may have found our pictured moralities, in a tongue of the eighteenth century, a little like Dead Sea fruit. This is not to say that the story of Masonic Brotherhood in Wales is a thing negligible. The Order took root therein very early in the GRAND LODGE period; but one hears nothing of indigenous Lodges belonging to the operative age in the twilight sleep of the subject, before 17I7. There is no MOTHER KILWINNING, full of omens and of signs; there is nothing corresponding to the OLD LODGE at York; there are no early PRINCE MASONS, as in Ireland, KEEPERS OF THE ROYAL SECRET, or ENCAMPMENTS OF KNIGHTS TEMPLAR, far in the uncertain past of these Christian Rites. On the other hand, we have rumours of Lodges at Chester and Congleton in I724 and an English Grand Master constituted two PROVINCIAL GRAND LODGES, for North and South Wales respectively, in I727. There is nothing earlier of the kind than these memorable foundations. At this date the Principality is divided into four Grand Provinces, having a considerable number of ordinary Lodges under their obedience.  



Wallis, (Zwitsers kanton). In dit, uitsluitend ultramontaansch,bergland bestaan sedert geruime tijd verspreide Vrijmetselaren, die meest tot de L.°. te Bex, aan de grenzen van het kanton, behoren. In de hoofdstad Sitten wilden de Bbr.°. reeds in 1815 een maç.°. soc.°. oprichten, wat de Gr.°. L.°. Alpina trouwens niet goedkeurde. Op 20 Sept. 1878 werd evenwel te St. Maurice een bijeenkomst van Broeders gehouden, die het voormalige gezelschap "Les Amis du Valais", dat in 1870 was opgeheven, weer in 't leven wilden terugroepen. Met algemene stemmen werd daartoe besloten  



Wandelloge, Onder deze naam verstaat men twee soorten van LL.°.
1. Zulke Loges (vooral in Duitsland) die, naar een bepaald vastgesteld plan, dan weer in deze, dan weer in gene stad bijeen komen; die Loges, van wie leden in twee naburige steden wonen en overeenkwamen beurtelings ;in een van beide of ook in meerdere te vergaderen. Vroeger kwam dit meer voor; zoals ook in vroeger jaren met de L.°. "Deugd en IJver" in 't 0.°. Harlingen, die soms ook te Franeker bijeenkwam, maar later is dit in onbruik geraakt.
2. In vroegeren tijd was het veelal gebruik dat enige naburige Loges, eens of meermalen in een jaar, op een bepaalde plaats bij elkaar kwamen. In Duitsland komt dit nog veel voor, en heeft dit voordeel, dat de BBr.°. elkaar persoonlijk beter leren kennen en dat zij nu ook bekend worden met elkanders arb.  



Wapen, In de Middeleeuwen had ieder gilde een wapen, dat gewoonlijk in betrekking gebracht werd met de Schutspatroon ervan. Zo kreeg de Engelse Gr.°. L.°. van de oude bouwcorporatie haar wapen; dat, met een kleine wijziging, nog in gebruik is. Evenzo namen andere hoge Maç.°. lichamen een wapen dat veelal betrekking had op de stad of het land waar ze gevestigd waren, of op de naam van de Loge zelf. Die wapens gaven meest symbolische voorstellingen.
Toen de Hoge Graden ontstonden, werden zon, maan en sterren vaak in 't wapen gebracht; van adellijke wapens was alleen sprake bij de Strikte Observantie (z.d.); want veelal werd het ridderlijk wapen van de voorzitter (Commendator domus) het Loge wapen.- In later tijd is men gelukkig eenvoudiger geworden, en zoekt men de naam van de Loge in het wapen te symboliseeren. Dat hier soms wonderlijke dingen voorkomen, bewijst het voorbeeld door Lenning (III 449b.) aangehaald, dat het zegel van de O.°. in Bohemen bestaat uit het "membrum virile erectum" tussen een paar maç.°. insignis.-In Nederland zijn de wapens meestal symbolise voorstelling van de naam van de Werkpl.°., of van het O.°. waarin ze gevestigd zijn. 



Wapen
, (degen enz.). z. Zwaard. 



Ward
LENNHOFF
(John-) later Lord Viscount Dudley en Ward, Baron van Birmingham, een man die met recht beroemd is geworden door zijn maç.°. kennis en onvermoeide ijver en wiens naam telkens nog met dankbaarheid wordt genoemd, wanneer er sprake is van enige waarachtig maç.°. daad. Het eerst wordt van hem melding gemaakt op 7 Juni 1733 toen hij 2e Opz.°. was, op 17April 1735 werd hij Ged.°. Gr.°. Mr.°. , welk ambt hij bekleedde tot 7 Mei 1739. Daar de Gr.°. Mr.°. Weymouth zich weinig om de Brsch.°. bekommerde, was hij het die alles leidde en bestuurde. Hoewel niet altijd met het gewenste succes, was hij altijd onvermoeid bezig aan het wegnemen van veel dat toen ter tijd de Engelse Vrijmij.°. nog ontsierde. Op 27 April 1742 werd hij tot Gr.°. Mr.°. benoemd, welk ambt hij twee jaren bebekledde. Onder zijn bestuur werden twee van de Londense Loges van de Logelijst geschrapt, omdat ze niet gehoorzaamden aan het wettelijk bevel om zich in de Gr.°. L.°. te doen vertegenwoordigen. Over de wijze waarop Ward zijn plicht opvatte, zegt J. Scott het volgende:
"W.-verloor geen ogenblik om de krachtigste middelen aantegeven- de tegen alle ongerechtigheden in de Broederschap. Hij beval de beambten de grootste nauwgezetheid aan, in hunne respectieve betrekkingen, en gaf zelf in alles een edel voorbeeld. Hij gaf aan de Loges, wier ledental langzamerhand zeer verminderde, de raad zich met andere werkplaatsen die in dezelfde omstandigheden verkeerden te verenigen.. Hij ondersteunde en bemoedigde de zwakken, bezielde de sterken met nieuwe moed, vermaande en bestrafte de schuldigen waar het nodig was op zulk een wijze, dat de harmonie tussen de BBr.°. nooit zo sterk was als juist in zijn tijd."  



Wargny, (de-) was met Zletton hoofd- redacteur van de "Annales chronologifueslit- te'raires et histori!~ues de la Maco>unerie des Pays-Basy, welke annalen volledige acte-stukken zijn over Nederlandse, Franse, Engelse en Italiaanse Vrijmetselari. 



Warschau

, z. Polen. 




WASHINGTON
WASHINGTON, George
WASHINGTON MEMORIAL.
WASHINGTON, A MARK MASON.
WASHINGTON, BUNDESHAUPTSTADT
WASHINGTON, BUNDESSTAAT
WASHINGTON AT CHARLES TOWN.
WASHINGTON.
WASHINGTON, CONGRESS OF.
WASHINGTON, GEORGE.
WASHINGTON, GEORGE,
WASHINGTON DEGREE,
WASHINGTON NATIONAL MASONIC MEMORIAL,


Washington
(George-), de beroemde eerste President van de Verenigde Staten van Noord-Amerika en grondlegger van de onafhankelijkheid van de grote republiek, geb. 23 Februari 1732, overl. 14 Dec. 1799 in Virginië werd op 4 Nov. 1752 in de O.°. Opgenomen en in het volgend jaar tot Mr.°. bevorderd. Hij was de eerste Reg.°. Mr.°. van de "Washington Alexandria lodge No. 22 te Alexandria, die hij ook tijdens de oorlog bezocht en welke op 16 Dec.1799 een Rouwl.°. ter zijner nagedachtenis hield. De overlevering, volgens welke hij Gr.°. Mr.°. aller Amerikaanse Loges zou geweest zijn, is gebleken op een misverstand te berusten.  



Waskaarsen, In iedere L.°. zijn, wanneer ze geopend is, drie lichten ontstoken die het symb.°. zijn van het hogere licht waarin elke maç.°. arbeid wordt volbracht. Die lichten behoren eigenlijk waskaarsen te zijn, maar in enkele Loges gebruikt men daarvoor ook wel gas licht.  



Wassenaer, Dit aanzienlijk Nederlands geslacht wordt, in de geschiedenis van de Nederlandse broederschap, meermalen genoemd. (Z. o. a. Charter van Keulen. ) 



Waterpas, (Le niveau. The level) is een van de meest beduidende kleinodiën van de Vrijmij.°. en is oorspronkelijk het symb.°. van de absolute gelijkheid van alle Bbr.°. 



Web
WEBB-PRESTON WORK.
MACKEY.
LENNHOFF
(John) een Engels bouwmeester, een van de beste leerlingen en tevens schoonzoon van Inigo Jones (z.d.), was ook de bouwmeester van het paleis te Greenwich, dat later een hospitaal werd voor zeelieden. Anderson maakt, in de onderscheidene uitgaven van het constitutieboek, van hem melding als van Gr.°. Opz.°. van de Engelse Gr.°. L.°.  



Wedekind
LENNHOFF
MACKEY
, (George, Christian, Gottlieb, Vrijheer van-) lijfarts van de Groot-hertog van Hessen-Darmstadt, Lodewijk Hij werd geboren te Gottingen, waar zijn vader Hoogleraar was, op 8 Januari 1761, en werd reeds in 1780 tot Doctor bevorderd. Reeds vroegtijdig werd hij bekend door het uitgeven van vele wetenschappelijke werken.
Zijn leven was veel bewogen; hij bekleedde onderscheidende waardigheden, was aan meer dan een Universiteit Hoogleraar, en werd eindelijk lijfarts van de Groothertog.
-Hij werd in de L.°. "Maximilian zu den drei Liliën" te Keulen in de O.°. opgenomen (1785). Tijdens zijn verblf te Mainz beschuldigde men hem, dat hij een aanhanger was van de Illuminaten, hoewel hij zich daar aan allen maç.°. arbeid onttrok. Later keerde hij echter met verdubbelde liefde tot de L.°. terug, beklede daarin de hoogste ambten en trad ook als maç.°. schrijver op.
Het is niet onbelangrijk zijn denkbeelden over Vrijmij.°. te leren kennen, al zijn ze de onze niet in alle opzichten, toch mag hij tot de leermeesters en voorgangers genoemd worden. Daartoe ontlenen wij het volgende aan zijn "Baustucken"in 1820 uitgegeven. "Wie in de O.°. van VV.°. MM.°. ook censuur wenst; moet eerst bewijzen dat misbruik van de vrijheid van drukpers ooit enig nadeel berokkend heeft aan de Vrijmij.°. en aan de Broederschap. De schrijver van Sarsena (z.d.) heeft zeker zeer onplichtmatig gehandeld, maar het zou niet moeilijk te bewijzen zijn dat hij ook, zonder het te willen, veel nut heeft gesticht En wanneer het ook te bewijzen ware, dat in de Vrijmij.°. de absolute drukpersvrijheid enig nadeel gedaan heeft, dan zou de censuur toch nog veel meer kwaad doen. Wat zou er van ons zijn geworden, wanneer wij niet in het genot waren van publiciteit? van de hoogste Loge te Londen zij dank, dat wij ons daarin mogen verheugen; maar nog grooter dank aan de vooruitgang van de wetenschap die, ook in de Vrijmij.°., tegen elke onderdrukking van de vrijheid strijdt. De onenigheid en twisten in de Broederschap die, blijkens de ervaring, 't gevolg zijn van de heerschappij van de hartstochten of van zeker misverstand, zouden in al hun nietigheid openbaar zijn geworden, wanneer ze voor de rechtbank van de openbare mening gebracht waren. Het Opperbestuur is werkelijk al te bezorgd, wanneer het meent dat de drukpersvrijheid de bron zou zijn van onenigheid onder de Br.°.. Het ligt in de aard van de zaak, dat elk twistpunt zijn nadelige zijde verliest, zodra het kalm wordt beschouwd en aan het oordeel van het nuchtere publiek wordt onderworpen. Maar dit geschiedt het beste, wanneer alles beschenen wordt door de fakkel van de openbaarheid". Na deze algemene opmerkingen, waarmede hij zijn openlijk optreden als maç.°. schrijver, ook voor het publiek, rechtvaardigt, gaat hij voort zijn denkbeelden te ontwikkelen over het wezen van de Vrijmij.°.. We ontlenen daaraan het volgende: "Het zedelijke einddoel van de Vrijmij.°., die zich niet meer bezig houdt met het oprichten van werkelijke gebouwen, bestaat in de kunst zich zelf en anderen te veredelen en werkzaam te zijn voor de volmaking van de mensheid. Onze Bond is een aangename vriendschaps bond, die het beeld oplevert van de ideale toestand van de mensheid. Onze symbolen en gebruiken moeten ons leren nadenken over onze verhouding tot ons zelf, de mensheid, het universum en onze Schepper en ons dwingen tot welwillendheid en vriendschap, opdat wij, het levensdoel van de mensheid en van de mens erkennende, binnen en buiten de Bond, in reine liefde voor elkaar leven en werken zullen.
-Daarom roept de Vrijmij.°. ons telkens zeer ernstig op onze plichten als staatsburger en als leden van iedere andere profane vereniging, nauwgezet te vervullen, omdat anders de menselijke samenleving niet kan bestaan en er niet voor de mensheid kan gewerkt worden.
Nu is iedere directe inmenging, in het werken van die prof.°. verenigingen, gevaarlijk voor onze eendracht, en verwijdert ons van het eigenlijk doel van onze instelling: de leemten aantevullen, die in alle denkbare menselijke verenigingen bestaan.
Over de vervulling van het zedelijk doel van de Vrijmij.°. bestaat geen leerboek, en kan er geen bestaan; want elke, ook de beste leermethode, zou tot sectewezen brengen en aanleiding geven tot verkeerde opvattingen. Ieder V.°.M.°. moet, voor zich zelf, zijn eigen leerstelsel opbouwen. De symbolen en gebruiken kunnen hem de weg wijzen, waarover en in welke volgorde hij kan nadenken.
De Vrijmij.°. mag slechts in haar symbolise taal, enige wenken geven, dan zal ze voor ieder tijdperk van kracht blijven en laat dan ruimte voor de meest beperkte ontwikkeling.
De Vrijmij.°. blijft zo onveranderlijk dezelfde, maar de VV.°. MM.°. moeten rusteloos voorwaarts gaan, opdat ze niet door de Genius van de tijd zullen overvleugeld worden. De individuele Vrijmetselaars moeten telkens er naar streven, telkens volmaakter leerbegrippen aan de wereld te geven, telkens helderder licht om zich heen te verbreiden. "
_ .Met één woord: "de Vrijmij.°. moet verlichting bevorderen, moet zich zelf ook als iets bepaald gegevens beschouwen."
-Gaarne veroorloofden we ons nog meer aanhalingen, maar we moeten ons beperken. Het aangevoerde kan althans enig denkbeeld geven van het werken en streven van een man, die onder de wetenschappelijke Vrijmetselaars zeker een eerste plaats innemen.
-Wedekind overleed den 28 October 1831, nadat hij kort te voren zijn 50 jarig jubil‚ als doctor had gevierd. 



Weduwe (Kinderen der-) volgens een Frans Rituaal is dit de symbolise naam voor de Vrijmetselaren. In het Rituaal over de Tempelridders wordtgezegd. "Als trouwe aanhangers van de koninklijke familie (na de dood van Karel I van Engeland) noemden zich (de Maçons) kinderen van de weduwe." Ook in het systeem van Clermont (z.d.) wordt gezegd "Wij zijn kinderen van de weduwe. Omdat de O.°. geen zichtbaar hoofd en geen Grootmeester meer te Jerusalem heeft, is ze werkelijk een weduwe en zijn wij van deze weduwe de kinderen."
Volgens anderen, staat deze benaming in verband met de legende van Hiram Abif, wiens volgelingen als `t ware de kinderen zijn van zijn weduwe.  



Wegscheider, (Julius Augustus-) Geb. 17 Sept. 1771 te Kublingen in het Hertogdom Brunswijk, overleden 20 Jan. 1849, hoogleraar van de Godgeleerdheid te Halle. Als voornaamste woordvoerder van het oude theologische rationalisme, heeft hij een blijvende plaats veroverd in de geschiedenis van de theologische wetenschap. Hij werd op 23 Febr. 1795 als Maçon aangenomen, en later erelid van alle tot de Gr.°. L.°. van Hamburg behorende Loges.  



Weiler
WEILER, GEORG AUGUST, FREIHERR
(Georg, August, Baron von-) geb. in 1726, een zeer ontwikkeld man. Hij trad vroegtijdig in militaire dienst, nam deel aan de zevenjarigen oorlog, maar verliet later de dienst en leefde beurtelings te Wenen en te Dresden, terwijl hij bovendien veel op reis was. De verbreiding van het Tempelheren-systeem van Hund (z.d.) schijnt zijn levensdoel te zijn geweest. 



Weimar
WEIMAR,
(Hoofdplaats van het Gr.Hertogdom Saksen-Weimar). Hoewel we ons tot regel gesteld hebben, geene buitenlandse stad afzonderlijk te vermelden daar dit werk dan zeker de gestelde grenzen verre zou overschrijden, maken we met Weimar, rijk aan zovele herinneringen, een uitzondering. Reeds in 1767 werd hier een St.Jans-L.°., genaamd: "I'Amitie" gesticht; maar toch in 1742 was er reeds sprake van maç.°. bijeenkomsten. Opmerkelijk is het te vernemen, hoe Hertog Ernst August, hoewel geen V.°. M.°. , zich in dit jaar reeds over de Brsch.°. uitliet. Hij zei eens in een officieële toespraak: "Tot zulke genootschappen die door de liefde zijn verbonden, moet in de eerste plaats genoemd worden een zeker zeer aanzienlijk gezelschap dat door geheel Europa met onderscheiding wordt behandeld. Wat dit in grote achting staande gezelschap eigenlijk bedoelt is aan niemand, behalve aan de leden er van, bekend en de algemeene stilzwijgendheid van de Broeders over dit punt, is vast algemeen bewonderd geworden. Wij van onze kant houden het daarvoor, dat God in de moeielijke dagen die wij beleven ook mogelijk door dit genootschap iets geheel bijzonders wil tot stand brengen, wat op verbazende wijze,gedurende enigen tijd nog een geheim moet blijven, totdat God en de tijd het zullen openbaren. Wij hopen daarom, dat deze zeer beroemde broederschap Gods eer zal bedoelen en een de mensen heilzame strekking zal hebben." Weldra werd de L.°. "Amelia" opgericht op de geboortedag van de Hertogin, die aan de werkpl.°. ook gaarne haren naam gaf; onder hare leden vinden we de uitnemendste mannen, b. v. Musaeus, (gerecipieerd l776), Bertuch (geb. 30 Dec. 1776), Bode en anderen; op 23 Juni 1780 werd Goethe hier gerecipieerd.  



Weishaupt
LENNHOFF
MACKEY
(Adam -) geb. 6 Febr. 1748 te Ingolstadt, overl. 18 Nov. 1830 In 1755 werd hij Hoogleraar in het Kerkelijk recht te Ingolatadt. Tot dusver werd deze leerstoel uitsluitend door geestelijken bezet, en deze konden het niet best verdragen dat W. door zijn boeiende en bezielde voordracht zoveel jongelui aan zich wist te binden. Om na de machinatiës van de geestelijkheid tegen te werken, besloot W. zijn toevlucht te nemen tot een, in zekeren zin, homeopatisch middel, namelijk tot het stichten van de op Jesu‹tise wijze ingerichte Orde van de "Perfectionisten", waaruit zich de Illuminaten orde (z.d.) ontwikkelde. De grond idée van deze vereniging was, volgens Weishaupt's eigen woorden, de volgende: "zelfdenkende mens en uit alle werelddeelen, van alle standen, van alle godsdiensten, met eerbiediging van hun vrijheid van denken, ondanks alle verschil van mening en levensbeschouwing, door een zeker hoger belang voor goed met elkaar te verbinden; hen daarvoor te winnen, hen voor dat denkbeeld met zoveel ijver te bezielen, dat zij, zowel ver van elkander verwijderd als in elkanders nabijheid, allen hetzelfde zullen verlangen en uit eigen aandrang, uit waarachtige overtuiging, vanzelf zullen doen, met geen openlijke dwang, zolang er een wereld bestond en zolang er mensen leefden, heeft kunnen uitwerken."
Het doel was goed, maar W. koos zeer zeker verkeerde middelen, en de tegenwerkingen van de vervolging bleef niet uit. Ook Weishaupt moest dit ondervinden- hij was uit zijn betrekking ontzet en vertrok naar Glotha, waar Hertog Ernst II hem in bescherming nam. Hier leefde hij van een klein pensioen, dat hem was toegelegd; en hield hij zich onverdeeld met wijsgerige studiës bezig. Maar nu vooral ontwikkelde zich zijn lust voor het geheimzinnige en bovennatuurlijke meer en meer.
Toch verdiende hij de bewondering van velen die hem dienden. Heeft hij vaak gedwaald, men vergeet niet, dat hij zich uit de banden van een fanatiek Catholicisme heeft moeten losmaken en zijn ontwikkeling alleen te danken heeft gehad aan eigen studie en nadenken. Zijn hoofdgebrek was: gemis van mensen- en wereldkennis. Hij verkondigde voortreffelijke theorieën, maar die in de praktijk veelal onuitvoerbaar waren. Hij was overigens een van de uitnemendste mannen van zijn tijd, een van de eerste onder de BBr.°. die zich, met werkelijk verheven moed, uit de handen van de geestelijkheid heeft losgerukt.  



Weldadigheid, Dat de Bond van VV.°. MM.. deze deugd allereerst beoefent, behoeft niet gezegd te worden; zelfs is het niet zeldzaam dat de buitenwereld meent dat deze, in de grond, niet anders is dan een groot philantropisch instituut. Men bedriegt zich hierin, en het is nodig dat met nadruk te zeggen. De maç.°.. weldadigheid kent natuurlijk geen grenzen, maar strekt zich tot allen uit; toch is deze een andere dan die van de buitenwereld, moet alhans een andere zijn. Gewone armen- zorg ligt niet op het terrein van de 0.°.; deze wordt door tal van prof.°. verenigingen op uitstekende wijze uitgeoefend. De maç.°.. weldadigheid moet altijd een zedelijk en geestelijk karakter hebben; dat wil zeggen: moet het zedelijk of geestelijk welzijn kunnen bevorderen. Derhalve, geen aalmoezen geven, maar wegen openen van nieuwe ontwikkeling, maar behouden en redden, maar behoeden voor zedelijke achteruitgang. Dat dit nog te veel over 't hoofd wordt gezien, behoeft niet gezegd te worden; en de Bond kon zeker veel meer doen dan hij doet, wanneer deze beginselen meer gewaardeerd werden.-Dat de Vrijmij.°. ondertussen veel, zeer veel op dit gebied heeft gedaan kan niet worden ontkend. Bijkans iedere Loge, ook de kleinste, heeft zich op dit gebied min of meer verdienstelijk gemaakt. Maar ook op groter schaal heeft de 0.°. veel gewerkt, vooral in de tweede helft van de voorgaande en het begin van deze eeuw zijn door haar grootse stichtingen in het leven geroepen, we herinneren voor Nederland alleen aan het blinden- Instituut te Amsterdam, de Louisa-Stichting, de Alexander- Stichting te Bennekom enz. -Een dwaling is het nog te menen, dat de BBr.°. alleen of hoofdzakelijk e1kaar willen helpen en bevoordelen. Natuurlijk doet men allereerst wel aan de zijnen, maar zo enghartig zijn de VV.°. MM.°. niet. Waar werkelijk goed, gesteund kan worden, treedtde 0.°. gaarne op, binnen de Get.°.. R.°. en ook daar buiten. 



Welldone,
Graaf van Welldone A.°.L.°. O.°.Utrecht. Charter nr 94 d.d. Dec. 1916 afgesch. Jan.1919  



Wereldwijzen, (De onbekende-)
Omstreeks 1780 bestond er in Frankrijk en Duitsland,onder deze naam een vereniging van bedriegers die op de dwaze trek naar Alchemie speculeerden en daarin, tegen enorme betaling, zogenaamd onderwijs gaven.
Wie nu tot die vereniging toetrad, moest bovendien een bespottelijk hoge contributie offeren. De aangenomene ontving, voor veel geld, een blauwe kaart. Op de ene zijde daarvan stond:"Sub ratificatione Venerandi (17) Superior. Testera Receptionis in Imum Gradum Ordinis Philosophorum Incognitorum, Fratrum Systematis antiquoris.  A. 407 7/8 J. Gordianus   Frater Inspector Circuli II.  
Op den anderen kant: Praevia sancta promissione religiosae adimpletionis Articuli fundamentatis I et 11 et rite adimpleto Articulo III.  



Werkplaats, (Atelier) is de algemene naam voor de plaats waar de rituele arbeid van de VV.°. MM.°. verricht wordt. 



Werkzaamheden,
Buitengewone, zijn rouw-, gelegenheids-, en andere Feest Loges
Huishoudelijke, zijn die welke de belangen van de Loge betreffen.
tafel, zijn die van het banket of de tafel Loge  
VAN VERPLICHTING, zijn de vastgestelde dagen, waarop de Loges haar arbeid behoren te verrichten



Westen, In onderscheidene Franse Oppergraden komt deze benaming voor, in verband met het parallelle Oosten; en treft men de Ridders van het Oosten en Westen aan (z.d). 



West Indië (Nederlands-). Spoedig na de oprichting van het Nederlands Gr.°. O.°. , vindt men ook in West-Indië sporen van de Vrijmij.°. In de zitting van de Gr.°. L.°. van 18 December 1757 werd Br.°. Hendrik Rietveld aangesteld tot Prov.°. Gr.°. Mr.°. voor de eilanden Curacao en St'Thomas en een constitutiebrief verleend voor de Loge "de Vriendschap " op eerstgenoemd eiland. Maar reeds in 1747 was te St'Eustatius een Loge opgericht onder de naam "Free and accepted Masons", verder een tweede (1751) onder de naam "St. Pieter" en spoedig daarna (l758) een derde "St. Jan Evangelist" of "Les Parfaits Masons" genaamd. Daaruit volgt, dat, reeds voor de oprichting van de Nederlandse Gr.°. L.°. vele VV.°. MM.°. in W. I. gevonden werden. In Juni 1851 werd Br.°. Frans van van de Goes, Kapit.t/z. aangesteld tot buitenlands Ged.°. Gr.°. Mr.°. voor die plaatsen, waar zich geen Prov.°.°. Gr.°. Mr.°. bevond.- Weldra werden ook werkplaatsen opgericht op het vasteland van onze West-Indische bezittingen. Te Paramaribo werdden 17 November 1761 de L.°.,"Concordia" geopend, die bleef werken tot 19 Augustus 1770 toen ze, door gebrek aan genoegzame deelneming, gesloten werd; in 1773 werd ze echter weer heropend In de eerste jaren van deze eeuw brachten de politieke verwikkelingen ook grote verandering in de toestand van de Vrijmij.°. in West Indië. Aan Nederland bleef slechts een klein deel van de oude kolonie, en het schijnt dat ons Opperbest.°. zich toen weinig om de West- Indische Loges bekommerde. Nadat de vereniging van het Gr.°. O.°. van de Noordelijke Provinciën met dat van de Zuidelijke had plaats gehad, werden de West-Indische Loges, zonder dat men ze had geraadpleegd eenroudig gevoegd bij de Belgische Gr.°. L.°. van Bestuur (z.Nederland). Deze bekommerden zich echter weinig daarom, en zonden haar brieven en stukken eenvoudig aan het Gr.°.O.°. der Nederlanden te 's Gravenhage. Na de scheiding van België kwam er verandering in deze vreemde toestand, en schijnt men zich hier de belangen van de West-lndische Broeders meer te hebben aangetrokken.-De L.°. "Concordia" was het die de maç.°. belangen het meest behartigde. Ze stelde de Br.°. J. Jabot tot haar gevolmachtigde aan,die dan ook aandrong op een afdoende regeling van de betrekkingen van de West-lndische Loges met het Nederlands Gr.°. O.°., en de Voorz.°. M.°. van de Concordia, Br.°. Diepering, deed niet minder het zijne.Om nu alles tot een goed einde te brengen, benoemde de Gr.°. Mr.°. Nat.°. een Gedep.°. Gr.°. Mr.°. voor West-Indië en wel Br.°. Julius Constantijn Rijk, Schout bij Nacht en benoemd gouverneur. Hij keerde echter spoedig naar het Moederland terug en kon weinig doen. Nu werd in zijn plaats benoemd Br.. Philip de Kanter, procureur-generaal bij het Hoge Gerechtshof te Paramaribo, en in 1844 werd eindelijk aan de West-lndische LL.°. het recht gegeven zich op het Nederl.°. Gr.°.O.°. te doen vertegenwoordigen. Intussen waren zeer vele van de bovengenoemde Loges reeds vervallen, maar Br.°. de Kanter vatte zijn taak zeer ernstig op; de dood maakte op 14 Juni 1852 een einde aan zijn veelomvattenden arbeid. Br.°. Lisma volgde hem op als Ged.°. Gr.°..Mr.°. en deze werd weer in 1856 door Br.°. C. van Schaick vervangen Deze keerde in '86 naar het Moederland terug en Br.°. Gerardus Duyckerinck werd in zijn plaats tot Ged.°. Gr.°. Mr.°. gekozen, terwijl Br.°. Pieter Isaac Beaujon Ged.°. Gr.°. Mr.°. werd voor Curaçao
West-Indië, (Alle eilanden tussen Noord- en Zuid-Amerika). Hier bestaan behalve de in het vorig artikel genoemde Nederlandse Loges:
I Het Gr.°. O.°. van Ha‹ti (Republiek Ha‹ti, in 'tWesten van het eiland van die naam. II.Het Gr.°. O.°. van San Domingo (Oostelijk deel van Haïti).
III. De drie Gr.°. LL.°. van het Spaanse eiland Cuba.
IV. Onder de Gr.°. L.°. van Engeland drie Districts. Loges.
V. Onder de Gr.°. L.°. van Ierland 3 Loges.
Vl . Onder de Gr.°. L.°. van Schotland 5 Prov..°.Gr.°. LL.°..
Vll Onder Frans Opperbestuur 3 Loges op Guadeloupe, I op Martinique, 1 op St. Thomas, 2 op Ha‹ti en 1 op Portorico en
VIII. Onder de Gr.°. L.°. van Zweden een L.°. op het eil. St. Barthlemy.  
Het .-., Die hemelstreek in welke de zon dagelijks haar loop eindigt. In een Loge is zij de zijde tegenover de plaats van de achtbare Meester; de plaats waar de beide Opzieners gezeten zijn als zij naar het nieuw Engels stelsel arbeiden, of waar alleen de eerste zijn plaats heeft, als zij naar het oud-Engels stelsel'-werken. 
Ridder van het. -., De 47e. graad van het Mitzra‹mietiesch systeem, te Parijs. 



Westminster, (Abdij van-) is een van de heerlijkste monumenten van de Gothische bouwkunst, en tegenwoordig als het Panth‚on van beroemde Engelsen In de tweede uitgave van Andersons Constitutieboek wordt verhaald, dat Peter de Rupibus, Bisschop van Winchester, die onder Richard I Grootmeester van de Vrijmetselaren (Free-masons) was, de eerste steen voor deze abdij heeft gelegd, waarvan het eerst gebouwde gedeelte Salomo's hal werd genoemd. Onder Eduard I, in 1285 werd het bouwfeest van de abdij gevierd; maar ze brandde in 1299 af en de bouw werd toen hervat door de abt Simon Langham; eerst in 1700 werden de torens geheel voltooid.  



Wet. Wetboek, De oorsprong van de Maç.°. wetgeving moet gezocht worden in de oude oorkonden van de middeleeuwse bouwcorporatiën; en hoewel die verouderd mogen zijn, toch gelden de morele grondslagen van die oude wetgeving heden nog voor de Broederschap van de VV.°. MM.°.. Deze oude oorkonden van Engeland en Duitsland vormen een geheel. Ze behelzen natuurlijk hoofdzakelijk allereerst allerlei bepalingen omtrent de gilden, de gedragingen van de broeders, de besturen van de Bonden enz. Toch liggen daarin evenzeer de algemene beginselen van godsdienst en moraal, die zo ruim en mild zijn,dat zich daaruit de Maç.°. leer gelijdelijk kon en moest ontwikkelen. De weinige, toen nog bekende, oorkonden werden in 1717, bij de wijziging, die de Brsch.°. toen onderging, in het Engelse constitntieboek (z.d.) opgenomen en ook werden ze, enigszins gewijzigd, afzonderlijk af gedrukt. En sedert die tijd werden, voor en na, nog onbekende handschriften gevonden, de laatste door Cooke in 1861 die, uit een handschrift op het Britse Museum bewaard, een gildewet mee deelde. Het hoofdmoment van al die verordeningen lag in de regeling van de verhouding van de Broeders onderling; maar in het constitutieboek van 1723 trad de verhouding van de afzonderlijke Loges tegen over de Gr.°. L.°. meer op de voorgrond en werd ook de betrekking waarin men meende te staan tot Kerk en Staat nader geformuleerd. Het beginsel van de algemeenheid van de Bond kwam meer en meer tot zijn recht, en de mens trad in de plaats van de praktise bouwkundige. En hier vinden we begin en grondslag van elke latere Maç.°. wetgeving. Nu zijn de wetboeken van alle Mac.°. Lichamen op die grondslag gebaseerd: in alle wordt de meest onbeperkte godsdienstvrijheid gepredikt, het grote beginsel van de humaniteit afgekondigd. Alleen in enkele Duitse Gr.°. LL.°. nog niet, daar deze nog op zogenaamd christelijken grondslag staan en de niet christenen buiten sluiten; maar aan dit on-Maç.°. handelen zal, verwachten we, meer en meereen einde komen. Hebben nu alle Grote Maç.°. Lichamen hun wetboeken, bovendien hebben de afzonderlijke Loges nog hun huishoudelijke wetten en reglementen. 



Wetenschappen , (zeven) of zeven kunsten, worden in de zogenaamde Yorker oorkonde (z.d.) genoemd die door Euclides zouden zijn onderwezen en genoemd werden: grammatica, rhetorica, logica, arithmetica, geometria, muziek en astronomie. Een oud bouwkundige moest die zeven wetenschappen kennen, en bovendien nog andere. Geometrie was en bleef de hoofd zaak. De oude catechismus, de zogenaamde tweede kunst-oorkonde, geeft als reden aan waarom zeven een Loge uit- maken, omdat er zeven vrije wetenschappen zijn (Because there are seven liberal sciences) e. geeft op de volgende wijze aan, welk nut deze aanbrengen:
"grammatica leert mij de taal waarin ik onderwijs ontvang, spreken en schrijven volgens de eerste, tweede en derde samenvoeging (aceording to the first, second and third concord).
De rhetorira leert mij de kunst over iederonderwerp te spreken.
De logica leert de knnst het verstand goed te gebruiken, om daardoor de waarheid van de dwaling te onderscheiden.
De arithmetica leert de eigenschappen van de getallen.
Geometrie leert de kunst van meten.
Muziek leert de eigenschappen van de tonen en klanken.
Astronomie leert de eigenschappen van de hemellichamcn -
Men ziet het, dat de oude bonwcorporaties werkelijk uit de meest ontwikkelden bestonden. Deze dingen zijn ook voorbij gegaan; dwaas is het, wat sommigen werkelijk nog zouden wensen, van den V.°. M.°. heden ten dage nog althans enige kennis te vragen van al deze wetenschappen. Hoe zou dit, bij de ontwikkeling van deze dagen, mogelijk zijn. Bovendien, de Bond is geen wetenschappelijk instituut. Maar even overdreven is de bewering van anderen, dat op de ontwikkeling van de kandidnat in 't geheel niet gelet behoeft te worden en dat 't voldoende is wanneer deze maar niet onzedelijk is. Zeker: zedelijk leven zij en blijve de eerste eis, maar wij zouden ook dit vragen willen: of de kand.°. voldoende algemeen is ontwikkeld, om de grote levensvragen, althans in hun betekenis, te kunnen waarderen en dus genoeg belangstelling heeft in dat alles wat, in ieder tijdperk hoofd en hart beweegt, om zich , alsVrijmetselaar, meer en rneer te kunnen ontwikkelen. 



Wetenschappelijke graden, zijn verenigingen van meer ontwikkelde Bbr.°.; men noemt ze in Duitsland een Engbund, die zich ten doel stellen de Maç.°. wetenschap te beoefenen. Ze zijn voor 't eerst door Fessler (z.d.) in 't leven geroepen, en te Hamburg b.v. geldt de Engbund als werkelijk adviserend college, bij vraagstukken van meer wetenschappelijke, historische of rituele aard. Wij zonden het wenselijk achten, wanneer ook hier te lande zo een officieel erkende, Engbund werd in 't ieven geroepen. 



Wharton
LENNHOFF
MACKEY
(Philip Warton Hertog van-) werd in 24 Juni 1722 door enige maçons op onregelmatige wijze, tot Gr.°. Mr.°..van de Engelse Gr.°. L.°. verkozen, maar nadat hij beloofd had zich aan de wettelijke bepalingen te zullen onderwerpen, op 17 Jan. 1723 als rechtmatig Gr.°. Mr.°. geproclameerd- hij beklede dit ambt slechts enige maanden (zie over dit voorval het art. " Verordeningen"). Wharton was een zeer excentriek man, die alles deed om de volksgunst te winnen en daardoor, ook in het parlement, een vreemde rol speelde.... Hij zocht steun juist bij hen die aan 't Hof niet welkom waren. Zo drong hij zich in de City binnen, wist het burgerrecht machtig te worden en werd lid van het kaarsenmaker gilde, in welke hoedanigheid hij bij alle mogelijke gelegenheden optrad, en dan van zijn stemrecht als zodanig gebruik maakte. Mlaar, daar hij niet overal tegelijk kon zijn, greep hij ook naar de pen om des te meer invloed te kunnen uitoefeningen en gaf hj een Weekblad uit " The true Briton" waarvan wekelijks duizende exenaplaren gratis verspreid werden. Maar zijn finantiën permitteerden al die uitgaven niet. Hij trok zich later naar Spanje terug, werd daar katholiek, en overleed reeds op 32 jarige leeftijd (31 Mei 1730). 



Wieland, (Christoph Martin)
WIELAND, CHRISTOPH MARTIN
een der beste Duitse dichters. Hij werd geboren op 5 Sept. 1733 te Oberholzheim bij Biberach was in 1769 hoogleraar in de wijsbegrerte te Erfurt en in 1722P gouverneur van de prins van Weimar. In deze stad overleed hij op 20 Januari 1813. Als auteur bewoog hij zich eerst in de richting van Klopstock, en was toen de aanhanger van de gevoelsdweeperij. Maar de ijverige beoefening van de Griekse en Franse letterkunde bracht van lieverlede verandering in zijn levensbeschouwing,en daardoor kon hij de auteur worden van het romantisch heldendicht "Oberon" (1780). In het eerst voelde hij zich geenszins tot de orde van de VV.°. M.°. aangetrokken, gelijk hij in de "Deutse Mercur" van 1786 ronduit verklaart. Hij dweepte met de id‚e van de Vrijmij.°., maar hij had te veel Vrijmetselaren leren kennen die hem alle illusie benamen Toch zou dit veranderen- Langzamerhand leerde hij de Bond kennen en op hoge ouderdom, hij was reeds 75 jaar, besloot hij nog zich te laten recipieeren. Op drie achtereenvolgende dagen, I-3 April 1809, werd hij in de drie Grr.°. aangenomen. Goethe heeft in zijn rede ter nagedachtenis van Wieland, daarvan het volgende gezegd: "Hoe zeer zijn blik ook altijd gericht was op het aardse, op de wetenschap, op datgene wat praktis nuttig is, kon hij toch, als een voortreffelijk begaafd man, het buitenwereldlijke, het bovenzinnelijke, geenszins ontberen. Terwijl hij alles scheen weg te doen wat buiten de grenzen van de algemene kennis ligt, buiten de kring van t geen door ervaring gekend kan worden, deed hij toch een poging om de zeer scherp getrokken grenslijn wel niet te overschrijden, neen maar dan er toch als over heen te zien, om dan ook, op zijn wijze, die wereld optebouvven, waarvan de ons aangeboren zielegaven ons geen kennis geven kunnen. Een innerlijke neiging dreef hem naar onze broederschap heen. Reeds als jongeling bekend geworden met datgene wat ons over de mysteriën der oude historie is overgeleverd, ontvlood hij overal, geheel overeenkomstig zijn aard alle geheimzinnigheden, maar erkende toch dat onder die zinnelijke en vreemde vormen mogelijk het best verhevene denkbeelden onder de minder ontwikkelden van de oude dag konden verbreid worden; en dan geloofde hij ook, dat door onze symbolen en vormen, machtige, lichtende denkbeelden konden verkondgd worden, het geloof aan een over alles heersende God en de hoop op een voortduren van ons bestaan kon gewekt worden, vrij van de valsche schrikbeelden van een droef bijgeloof, maar vrij ook van de even valse eisen van de ruwe zinnelijkheid. Na, als grijsaard door zovele trouwe vrienden en tijdgenooten als ware t alleen op aarde te zijn achtergelaten, zich in menig opzicht eenzaam gevoelend, kwam hij vertrouwend tot onze mij zo dierbare Bond." - En toen Wieland eenmaal V.°. M.°. was gevorden, toog hij nog aan de arbeid. Op 24 Oct. 1809 leverde hij zijn eerste bouwst.°., waarin hij in de aanvang zegt: "Ik zou de vermetelheid niet hebben gehad zo kort nadat ik de eer had in die prijzenswaardige broederschap van de Vrijmetselaren te zijn ingewijd, in deze geheiligde tempel van de mysterien, en van de deugd openlijk op te treden, wanneer ik niet eenerzijds door onze voorzittenden Meester daartoe was uitgenodigd en van de andere kant niet, naar het oordeel van verdienstelijke leden van onze Brsch.°. wat het mij aan veeljarige ondervinding ontbreekt, enigermate kon vergoeden doordat ik reeds een lange reeks van jaren zonder een Maç.°. ambt te bekleden,toch wezenlijk, naar mijn vermogen, heb gearbeid aan de bouw welks spits zich in het oneindige verbergt en waartoe de grote Bouwmeester van de werelden ons allen geroepen heeft." Zijn 80e verjaardag werd door de Loge plechtig gevierd, en ter herinnering daarvan werd een medaille geslagen. Aan de een zijde daarvan staat Wielands welgelijkend beeld, aan de andere kant een sphinx die de mystieke driehoek in de klauw houdt. De dichter zelf kreeg een exemplaar in goud. Toen hij overleden was, werd hij door BBr.°. grafwaarts gedragen. Bij de Rouwl.°. , ter zijner nagedachtenis gehouden, hield Goethe de lijkrede. Ere van de Brsch.°. die zulke mannen onder haar ijverige leden telde!  



WIJSGERIG
.-.PERZIESE RlTUS Zie RITUS (FILOZOFIESCH PERZIESE)
.-.SCHOTS- RITUAAL, Zie rituaal Schots wijsgerig  



WIJSGERIGE GRADEN, Zo wordt de tweede klasse der graden in het Mitzraïmietiesch stelsel (van 54 tot en met 66) genoemd. De zelfde naam wijsgerige wordt ook door de verschillende, hermetiesche, - mystieke en andere stelsels aan hun oppergraden gegeven.  



WIJSHEID De benaming van de eerste pilaar van een Loge. " In de Orde van Heredom heet de achtbare Meester wijsheid.' 



Willem ,


III, Prins van Oranje, Stadhouder van de verenigde Nederlanden, later Koning van Engeland, geb. 1652, overleden 8 Maart 1702. Met de naam van deze uitnemenden vorst zijn allerlei verhalen verbonden, die echter met de geschiedenis van de Vrijmij.°. weinig of niets temaken hebben. Intussen deelt het Constitutieboek (z.d.) in de uitgave van 1721 het volgende mee over de tijd van Willem III dat zeker geloofwaardig is, daar het door de geschiedenis van de bouwkunst wordt bevestigd. "Na de omwenteling in 1688 liet Koning Willem die, hoe krijgshaftig hij ook was, veel smaak voor de bouwkunst had, de beide hospitalen te Greenwich en Chelsea voltooien, bouwde hij het schoonste gedeelte van het koninklijkpaleis te Hamptoncourt, het onvergetelijk paleis van het Loo in Holland enz. En het schitterende voorbeeld van deze glorierijke koning (die door velen voor een Vrijmetselaar werd gehouden) oefende invloed uit op de hoge adel, de voornamen, de rijken en geleerden, gelijk reeds blijkt uit het groot aantal prachtige gebouwen die onder zijne regering in het koningrijk opgericht werden'.
- In de tweede uitgave van 1738 leest men het volgende: "Na de aftocht van koning Jacobus werd de kroon door het parlement toegekend aan zijn beide dochters Maria, prinses van Oranje en Anna, prinses van Denemarken en hare wettige erfgenamen, en daarna aan de prins van Oranje, want zijn moeder Maria Stuart was de eerste zuster van koning Jacobus, dus zou Willem van Oranje levenslang regeren. Tengevolge daarvan, werden op 13 Februari 1689 Prins Willem IlI, in zijn 38e, en zijn gemalin Maria in haar 26e levensjaar, tot koning en koningin van Engeland uitgeroepen, wat spoedig ook in Schotland geschiedde.
Koningin Maria stierf te Kensington op 28 Dec. 1694 zonder erfgenamen. De bijzondere Loges waren niet zeer vele en meestal toevallig in de zuidelijke provinciën, uitgezonderd in of bij de plaatsen waar grote bouwwerken uitgevoerd werden. Zo riep de heer Robert Clayton in het jaar 1693 een toevallige Loge van zijn Broeders Meesters bijeen, om in het St. Thomas Hospitaal te Southwerk te vergaderen, en de opzieners te onderrichten over het beste plan tot wederopbouw van ons hospitaal, volgens welk plan het nog heden bestaat en in goeden staat is gebleven. Niet ver daarvan verwijderd is, nog lang daarna, een voortdurende Loge gehouden.-Behalve deze en de oude Loge van St. Paul, was er een andere te Piccadilly tegenover de St. Jakobskerk- een, nabij de abdij van Westminster, een andere, nabij Covent Garden; een te Holborn- een op Towerhill en nog enige andere die op wettige wijze bijeenkwamen. De koning werd in het geheim tot Vrijmetselaar aangenomen, waarna hij de verkiezing van de Groot- meester goedkeurde en diens diensten gebruikte bij de opbouw, in Angustijnse stijl, van de hoofdkerk van St. Paul en het grote nieuwe gedeelte van Hamptoncourt. Dit is het sierlijkste koninklijke slot uit Engeland, dat naar een oud plan van Inigo Jones gebouwd werd. Gedurende de bouw werd hier een aanzienlijke Loge gehouden. Koning Willem had ook zijn klein paleis te Kensington en richtte het Chelsea-hospitsal geheel volkomen in. In 1695 bestemde hij het nieuwe, schone paleis te Greenwich (dat door koning Karel II begonnen was) tot een hospitaal voor oude zeelieden en liet dit naar het oude plan van Inigo Jones voltooien. Toen in dat genoemde jaar onze edele broeder Karel Lennay, Hertog van Richmond en Lennox, Meester van een Loge te Chichester, naar de jaarlijkse vergadering en op het feest te Londen kwam, werd hij als Gr.°. Mr.°. gekozen en.door de koning in die waardigheid bevestigd. Zijn Ged.°. Gr.°. Mr.°. was Christoffel Wren die Eduard Strong, de oude en de jongere, tot Gr.°. Opzz.°. benoemde. Onder Willem's regering werd de bouwkunst zeer verbeterd, en de koning bewees zijn goede smaak door de uitvoering van zijn sierlijk paleis op het Loo in Holland." In hoeverre dit bericht historisch is weten we niet. Het is niet.waarschijnlijk, dat Willem III zich, in die moeilijke dagen, bij de verenigingen van de bouwlieden zal hebben aangesloten. Maar dit blijkt uit deze mededeling wel: de bouwlieden hadden toen reeds in beginsel de Broederschap gelijk ze heden bestaat onder elkander, en ze genoten zeker de hoge bescherming des konings.


Willem II., Koning van Nederland (z.Nederland.)


Willem I, Koning van Pruisen (z.Pruisen.)


Willem Frederik Karel , Prins van de Nederlanden (z. Frederik en Nederland,)


Willem (Wilhelm I), Duits Keizer en koning van Pruisen, geb. 22 Maart 1757. Hoewel we onder Duitsland van hem hebben melding gemaakt, geloven we dat het niet onbelangrijk is hier nog iets van hem te zeggen, omdat hij een van die mannen van betekenis is, die voor een goed deel de geschiedenis beheersen van 't laatste gedeelte van de XIXde eeuw. Zijn politiek leven laten we hier natuurlijk buiten bespreking. Om hem als V.°. M.°. te kennen. hebben we tebeschikken over het belangrijk werkje van Fitzner: "Kaizer Wilhelm I als Freimaurer in wort and That" (Breslau 1875).- Reeds toen had hij, als kroonprins, grote voorliefde voor de Vrijmij.°. geopenbaard en verlangde hij in de Bond te worden opgenomen; de Grootmeesters van de onderscheidene Duitse Gr.°. LL.°. wilden gaarne aan dit verlangen voldoen. De koning gaf dadelijk zijn toestemming, dat zijn zoon in nauwe verbindtenis trad met de Vrijmetselaren, maar wenste dat hij niet tot een bijzondere Loge zou behoren, maar tot alle Loges in de Pruisische Staten, zonder onderscheid van systeem of ritus, omdat later het protectoraat over alle op zich te nemen. In een vergadering van de Groot- meesters van 18 Mei 1840 werd besloten aan die wens te voldoen, en twee dagen later had de plechtige receptie plaats in het gebouw van de Groote Landsloge van Duitsland, waarbij de drie Gr.°. Mrr.°. de Tr.°. bezetten. Na de Rec.°. werd de prins tot protector van de Vrijmetselaars-Loges in de Pruisische staten benoemd. -De kroonprins was geen V.°. M.°. in naam, maar in werkelijkheid, hij nam ijverig aan de maç.°. arb.°. deel en verdedigde de Vrijmij.°. vooral krachtig tegen de aanvallen van de klerikalen, die ook aan tHof telkens meer invloed kregen. Herhaaldelijk sprak hij het uit, dat hij alleen daarom de Loge bezocht, om daardoor aan de buitenwereld te tonen, "welke liefde en achting ik voor de Vrijmij.°. heb." Tot ons leedwezen moeten we hier echter mededelen, dat de Kroonprins telkens ook liet uitkomen dat de Vrijmij.°. voor hem een specifiek christelijk instituut was in de meer kerkelijke, althans exelusieve zin van dit woord. Ook als keizer bleef en blijft deze Vorst altijd van de Vrijmij.°. getrouw en verdedigt hij haar tegen de klerikale aanvallen.  



Wind, De wind blaast voor de V.°. M.°. allegorisch van het Oosten naar het Westen. In het bekende werkje ,,Jachim and Boaz " (Londen 1773) luidt vraag l06 van de Leerlingcatechismus:
Hoe waait eens vrijmetselaars wind?
Geantwoord wordt: altijd van het oosten naar het westen (due East and West) en in Brown's "Masterkey" heet het:
"Hoe blaast de wind in de Vrijmetselarij? Altijd van het Oosten naar het Westen. -
Waartoe ? Om de Metselaars tot en van de arbeid te roepen.-
Wat beteekent dit verder ? Dit heeft verder betrekking op die wonderbaren wind die de gelukkige verlossing der kinderen Israels uit hun Egyptische gevangenschap en de nederlaag van Pharao en geheel zijn leger hielp bewerken.
-Dit alles vindt men ondertussen alleen in Engeland, en is verklaarbaar daar de wind voor een zeevarend volk altijd van meer betekenis is dan voor een volk op t vaste land.(?)
Toch wordt in sommige oude Duitse Ritualen en Catechismussen ook van de wind op allegorische wijze gesproken. Men heeft daarin ook de toespeling gezocht op de menselijke lotgevallen. Nottelbladt heeft in zijn "Istructions Vortrage" (1836) gevraagd:
"Hoe blaast de wind van de V.°. M.°.?" en meent dat deze vraag tot die behoort welke wel degelijk gedaan moeten worden omdat het antwoord daarop bewijst of men de geest van de Vrijmij.°. kent en begrijpt "(!!)
Verder geeft hij een historis en een symbolische verklaring van dit alles, die we laten voor wat ze is, maar hiert toch ,volledigheidshalve, mededelen."Onze Bond," -zo fantaseert hij-"werd in het Oosten gesticht, daar was zijn wieg en bakermat, en in zekere zin lag ook daar het doel van zijn arbeid. Maar toen de wil van het Noodlot hem naar het Westen verbande toen ketenen en banden de trouwste broeders omvingen, toen ze kampten voor waarheid, onschuld en recht en daarvoor de marteldood ondergingen, toen werd de oude woonplaats voor hen gesloten en 't erfdeel van de vijanden."-"Het antwoord "van het Oosten naar het Westen " doelt dus op deze tijd van vervolging en verhuizing, en wijst ons tevens het eeuwig durend lot van de Broeders aan. Wanneer nu de neophyt dit antwoord geeft., dan bewijst dit, dat hij de strijd van de Broeders wil medestrijden. Maar die vraag heeft ook een mystieke zin. Het licht uit het Oosten, de ademtocht, het woord des Meesters dringt door tot de nacht der graven en roept tot het nieuwe leven. Dit is de belofte door den Heer gegeven dat zij die in hem leven niet sterven zullen. Van het Oosten is dit uitgegaan, daar waar de Meester en zijn jongeren leefden; in het Westen, in de duisternis van het graf, zal dit geopenbaard worden, want het woord des Heeren is een licht voorallen die het geloovig zoeken, en de adem zijns monds dringt door tot de diepte van de aarde en wekt ten leven. Gelukkig dat die kunstelarijen elders niet gevonden worden.  



Winkelhaak,
SYMBOL
(I'Équerre, the square, Winkelmass) is in de bouwkunst het werktuig waarmee een rechte hoek wordt afgemeten. In de Vrijmij.°. heeft dit een treffende symbolische betekenis. 



Winkelloge
LENNHOFF
WINKELMAUREREI, WINKELLOGE
, (Clandestine Lodge. Loge irr‚guliere) is de ook in Nederland vaak gebruikte benaming voor een Loge, die niet door een wettig erkend Opperbestuur geconstitueerd of erkend is. 



Winkler
LENNHOFF
(Carl, Gottfried Theodor-) in de letterkundige wereld meer bekend onder de naam Theodor Hell, werd op 9 Febr. 1775 te Wahlenburg in Saksen geboren en overleed 24 Sept. 1856. Hij isde dichter van een uitnemend gedicht in zes zangen getiteld : "Des Maurers Leben" (1818). In 1841 werd hij Gr.°. Mr.°. te Leipzig en bleef dit tot zijn dood.  



Wit
WIT, GENANNT VON DÖRRING, FERDINAND JOHANNES,
SYMBOL
, de kleur van de onschuld en van de reinheid, komt in de Vrijmij.°. vaak in een symbolise betekenis voor. Ook bij de Pythagoracën was de witte kleding in gebruik.  



Witsen Gijsbeek, de bekende Nederlandse historieschrijver, gaf in 1835 een soort van rituaal uit onder de titel: "Het geheim van de Vrije Metselary opengelegt." 



Witte Keursteen, De Witte Keursteen (De) zie Stgr.°. Amsterdam O.°.  



Woord, Iedere graad van de Vrijmij.°. heeft zijn bepaald geheim woord, waaraan men onderkennen kan of iemand in die graad is opgenomen. Die woorden hebben alle een werkelijk schone, allegorise betekenis. 



Wren
LENNHOFF
MACKEY
WREN, SIR CHRISTOPHER.
WREN'S MANUSCRIPT.
WREN Engelse page
WREN, Christopher
(Sir Christoffel-)
Dr. in de Rechts- geleerdheid, Opperopzichter van de koninklijke gebouwen, voorzitter van het keizerlijk genootschap van de Wetenschappen te Londen, werd op 20 Oct. 1662 te East Knoyle in Wiltshire geboren, en overleed 25 Feb.1723.
-Hij was de zoon van een predikant, en werd een van de uitnemendste bonwmeesters van Engeland, die reeds op zijn dertiende jaar onderscheidene nieuwe astronomische en pneumatische werktuigen uitvond.
Toen de St. Pieterskerk te Rome voltooid werd, greep een machtig verlangen hem aan, zich aan de bouwkunst te wijden, terwijl hij vroeger leraar in de sterrekunde te Oxford was. Met ijver legde hij zich op het nieuwe vak toe, en ging daarvoor allereerst naar Frankrijk waar bij zich aan architectonische studies wijdde. De toenmalige Franse stijl had echter geen invloed op zijn richting, daar hij alleen dat aannam wat hem voorkwam klassiek te zijn. Hij keurde de Franse overlading af en zocht zijn voorbeelden weer in ltalië of veeleer in de werken van Vitruvius en de zogenaamde klassieke school van de XVIe eeuw (wat het constitutieboek de Augustijnse stijl noemt.)
Nagler (Kunstler lexicon XXII. 110 enz.) schrijft aangaande Wrens verhouding tot de Vrijmij.°. o.a. het volgende.
"De zin voor ware architectonische schoonheid was in zijn dagen nog niet krachtig gewekt, en vandaar dat zijn in antieken stijl opgerichte gebouwen nog de stempel dragen van het verval van de Romeinse architectuur. Ook waren de wetten van de, zogenaamde, gothische stijl niet volkomen bekend. Hij was de eerste die de oud- germaanse architectuur de Saraceensche noemde, daar hij de oorsprong daarvan in het Oosten zocht, en wel na de val van het Griekse keizerrijk. Ook was Wren een van die kunstenaars die de gothische bouwtrant beschouwden als het uitsluitend eigendom van de vrijmetselaren tot welke hij sedert een lange reeks van jaren behoorde, en aan wier hoofd hij eindelijk als grootmeester stond. Zijn tijdgenoten gaven hem de lof de eerste architect van Engeland te zijn. Wren was evenzeer een geleerd kunstenaar als een van de edelste karakters. Hij heeft nooit iets uitgegeven; eerst na zijn dood werden zijn tekeningen en papieren verzameld."
Dat de gothise bouwstijl het eigendom der VV.°. MM.°. was, is een dwaling (z.Geschiedenis); de herleving van de Romeinse bouwkunde was veeleer het ideaal van de broederschap. Volgens de tweede uitgave van het constitutieboek, was Wren Grootmeester van de bouwlieden tot 1695 toen de Hertog van Richmond hem opvolgde. In 1698 weer gekozen, werd hij echter in 1716 beleefd bedankt "wegens zijn niets- doen." "Koning Willem,
-zo verhaalt namelijk het constitutieboek,-"werd in het geheim V.°. M.°. gemaakt, waarop hij de verkiezing van de Grootmeester Wren goedkeurde en die gebruikte bij de verdere opbouw van St. Pauls hoofdkerk en van het grootste gedeelte van Hamptoncourt in de Angustijnse stijl.
Dit is het sierlijkste koninklijke slot in Engeland dat, volgens een oud plan van Inigo Jones, gebouwd werd. (gedurende de bouw werd hier een voorname Loge gehouden. Koning Willem bouwde ook zijn klein paleis te Kensington".... "Wren was toen Ged.°. Gr.°. Mr.°., en werd in 1698 weer tot Gr.°. M.°. verkozen.°.°. Intussen waren de Loges in de zuidelijke delen van het Ri.jk, deels door de onachtzaamheid van de Meesters en Opzieners, deels omdat zij geen edele Grootmeester te Londen hadden, in verval geraakt en de vergaderingen werden niet op behoorlijke wijze gehouden.
Grootmeester Wren, die in 1673 het plan had ontworpen voor de St. Pauluskerk te Londen, en als werk-meester dezen bouw, van de fundamenten af aan, had bestuurd, voltooide ook deze prachtige hoofdkerk, die na de St. Pieterskerk te Rome de schoonste en grootste tempel in de Augustijnse bouwstijl is. Hij vierde het bouwfeest in Juli 1708 toen het kruis op de spits van de koepel gesteld werd. Enige jaren later bekommerde Wren zich weinig meer om het ambt van Groot- meester, en toch gingen andere Loges bij de H. Pauluskerk en enige andere voort hun vergaderingen te houden, totdat koningin Anna op 1 Aug. 1714 zonder erfgenamen te Kensington overleed. Koning George hield op 20 Sept. 1714 zijn plechtige intocht in Londen, en toen het oproer van 1716 gestild was, vonden de weinige Loges te Londen, omdat Wren zich niet meer om haar bekommerde,het dienstig, zich onder een Groot-meester, middelpunt van de vereniging en de eendracht te verbinden.Het is niet goed uittemaken, in hoeverre dit bericbt volle vertrouwen verdient en toch zou het, in 't belang van de geschiedenis van de Broederschap, wenselijk zijn hier het nodige licht te kunnen ontsteken. Volgens Keller (FreimaurerZittung 1864. S. 24t) zou Wren eerst in lateren tijd tot de broederschap zijn toegetreden; bovendien zou hij er de man niet voor geweest zijn, om zich aan 't hoofd van de Vrijmetselaren te plaatsen daar hij "geheel en uitsluitend voor zijn vak leefde en stil en bescheiden was, zo zelfs dat hij de kracht niet had om zich beslist te verzetten tegen hen die zijn bouwplannen tegenwerkten."
Zeker is het intussen, dat Wren meermalen de oude Loge van St. Paul, de s.g. "Lodge of antiqnity" heeft bezocht om met de daar vergaderende kunstbroeders in nauwere verbinding te komen. Voor een volledige levensbeschrijving van Wren verwijzen wij naar het werk van James Elmes "Memoirs of the life and works of Sir Christoper Wren". - Wij zijn er van overtuigd,dat een nieuw onderzoek naar Wren's verhouding tot de Vrijmij.°. nog een nieuw licht zal werpen over de geschiedenis der Orde. Ook hier heeft de kritiek, b.v. van Lenning, wel eens de gestelde grenzen overschreden en moet altijd nog waarde gehecht worden aan het oordeel b.v. van Lessing, die in Wren wel degelijk de man heeft gezien die er het krachtigst toe heeft bijgedragen om aan de Broederschap haar tegenwoordigen vorm te geven. 



Wurtemberg
LENNHOFF
WÜRTTEMBERG, HERRSCHERHAUS.
, (Koningrijk). Reeds in de vorige eeuw was de Vrijmij.°. hier te lande ingevoerd en wel gedurende de bloeitijd der Strikte Observantie (z.s.), maar reeds in 1784 moest ze de arbeid staken.
Eerst in 1835 werden weer hier en daar enige Loges geopend en wel op het voorbeeld van de L.°. Wilhelm zur aufgehende Sonne" te Stuttgart. Thans bestaan hier 6 Loges waarvan 4 onder de Gr.°. L.°. van Hamburg en 2 onder de Gr.°. L.°.,,Zur Sonne" te Bayreuth; de eerste te Stuttgart, Hall, Heilbron en Ulm, de laatste te Stuttgart en te Ludwigsburg.  



Wykcham
WYKEHAM, WILLIAM OF.
, (of Wickham) bisschop van Winchester, geb. 1312 overl. 1404, wordt in de tweede uitgave van het constitutieboek vermeld als een van de bouwlieden, in dienst van koning Eduard II1 van Engeland. Hij zou 400 Vrijmetselaren (Freemasons) onder zich gehad hebben. Ook Macaulay verhaalt, dat hij een zeer rechtvaardig kerkvoogd was, die ettelijke geestelyke gebouwen ontwierp en hielp oprichten. (Vrgl. Nagler Kunstlerlexicon XXll 751). 



Wijsheid
WIJSHEID
, In de zinnebeeldige taal van de VV.°. MM.°. is de Wijsheid de eerste zuil van de L.°. en dus van ieder bouwwerk. De leiding van het bouwwerk was aan de W.°. toevertrouwd. Het doel van de wijsheid is de waarheid tot het licht, daarom is de wysheid in de L.°. de draagster van de zon. Het beboeft niet te worden gezegd: wijsheid is gans iets anders dan wetenschap. De laatste wordt verkregen op de weg van het denken en onderzoeken, de eerste door levenservaring; daarom is haar bron voor de V.°. M.°. gelegen in zelfkennis, zelfbeheersing en zelfveredeling. In het bekende werk Gera 1861 wordt het volgende gezegd dat we hier vertalen: "Zonder wijsheid is het waarachtig geluk ondenkbaar; maar ze is de beste leermeesteres van waarachtige deugd, zonder haar is deze zelfs een onding. Ze geeft aan de volken van de aarde de rechtmatige wetten; ze leert de waarheid onderscheiden van de dwaling; zij is het behoedmiddel tegen alle bijgeloof, Zij bevordert de gewetensvrijheid; zij behoedt voor loszinnigheid en bandeloosheid; Zij maakt ons met ons zelf, de mens en en de wereld bekend; zij doet ons gemakkelijker doordringen in de natuur van de dingen en brengt ons zo, met elke schrede, de Bouwmeester van de wereld nader. Zij is het verder die al onze begrippen regelt, onze rechten beperkt, en aan onze harts- tochten de edelste richting geeft. Met haar hulp leren wij onze krachten kennen, waarderen en behoorlijk gebruiken, verzekeren wij onze ondernemingen en stalen wij onze moed voor eige en vreemd welzijn" En wil men nog iets anders, dan herinneren wij aan t volgende ook door een van de beste Maç.°. gezegd: "de wijsheid is ons een levend wijsheid, geput uit levenservaringen, door het warm gevoel van ons hart, ingedronken in de stormen des levens en in de zonnige dagen van de vreugde. Maar wijsheid, uit levenservaring geboren, is ook een wijsheid die het leven regelt en bestuurt. Wij komen niet bijeen om de uren in ledige dromerijen doortebrengen; neen, wij willen kracht en moed vergaderen voor de levensstrijd; wij wlllen elkaar aanvuren tot een ernstig streven, opdat de ellende van de geestelijk en lichamelijk kranke mensheid steeds vermindere en het aantal van hen die door de liefde gelukkig worden, steeds groter worde. De wijsheid van de V.°. M.°. ontwerpt voor de individn en voor de gehele mensheid het reine beeld van dat echte leven waarin men de oneindige eert, de broeders bemint, niet met het woord maar met de daad. Daarom gaat ze altijd hand aan hand met de kracht. Wees ons dan gegroet, heilig hoofd van de vrijheid, altijd begeleid door de kracht. Gij wilt slechts in zoverre wijs zijn als ge waarzijt;gij wilt slechts waarheid zijn, voor zoverre gij werkelijkheid kunt worden. Gij leert de mensen niet, grote dingen te weten maar grote dingen te doen. Licht en warmte straalt geuit."



Wijsheid (Orde der-) Zij werd op 11 September 1759 door de BBr.°. v. Exter, C. B. Meyer en Beets gesticht, en bestond een paar jaren te Berlijn. Nadere bijzonderheden zijn ons niet bekend. Het Rituaal vindt men in Schroders "Geschichte", I. Beil. 8. S. 220 v.v.



Wijsheid Bouwstuk:
Wat is wijsheid,wijs zijn?
Volgens mij is wijsheid het best te omschrijven als een bewuste, door studie en ervaring verkregen inzicht- en kennis van de mensheid en zijn leefomgeving.
Hierbij behoort dan onlosmakelijk het door deze kennis en dit inzicht getoetst handelen.
Deze wijsheid kan dan per def. niet dogmatisch zijn.
Niet op geloofsgebied en niet op maatschappelijk gebied, immers ervaring in dit leven gaat steeds door en studie van nieuwe en vernieuwende gedachten en kennis ook.
Echter : Salomo vroeg zijn GOD om wijsheid om zijn volk te dienen. Hij kreeg wijsheid en als beloning voor deze bescheidenheid daarbij eer, macht, rijkdom en ouderdom.
Dezelfde Salomo echter, ging, met zijn wijsheid en al , op den duur toch in de fout. Zijn God bestrafte hem, ondanks goddelijk begrip en genade, met gestrengheid.
Aangezien wij geen Salomo zijn, noch over goddelijke vermogens kan beschikken, zullen wij moeten berusten in het idee dat wij altijd naar wijsheid zullen moeten blijven streven zonder het doel te kunnen bereiken. 



Wyvill, (Sir Marmadake, Baronet) werd 3 Juni I747 tot Grootm.°. van Ierland benoemd, en op 24 Juni geïnstalleerd. In het Iersche constitutieboek wordt aangaande de tijd waarin Wyvill Gr.°.Mr.°. was het volgende gezegd: "Men mag met volle recht zeggen, dat de Vrijmij.°. in deze drie laatste jaren tot de hoogste volkomenheid is gebracht, die zij in Ierland ooit bereikt heeft, gelijk men aan vele oude Bbr.°. bemerkt, die nooit meer in een Logekwamen, maar nu weer met de Broeds eendrachtig samen zijn.
Nieuwe Loges vormen zich uit de zodanige die te talrijk zijn geworden, en vele waardige Broeders in onderscheidene delen van het koningrijk wenden zich tot de Gr.°. Mr.°. om verlof tot hun verenigingen teverkrijgen.W. gaf ook de stoot tot de oprichting van een nieuwe soort van Loge, een Groot-meester-Loge, bestaande uit de leden van het Opperbestuur en enige der meest talentvolleBroeders ". Over het leven van Wyvill is verder niets bekend.