Waarheid wordt door het verschil aangestuurd




In de Vrijmetselarij wordt altijd geroepen dat wij de WAARHEID zoeken.
Ook de Franse filosofen zoeken naar de waarheid.
Het zoeken naar waarheid (en hetgeen er dan wordt gevonden) door Franse filosofen heeft een traditie van grote helderheid en van uitdagende diepgang.
Dit in tegenstelling met de meeste van onze bouwstukken
De Nijmeegse professor Assoun spreekt t.a.v. de Franse filosofie van een 'legering van intellectuele helderheid en subtiele scherpzinnigheid.'
De Franse filosofie maakte naam, omdat zij sterk is betrokken op de literatuur en de beoefenaren graag en veel polemiseren. Dientengevolge dringt hun inzicht diep door in de samenleving, die zij tevens in het denkproces betrekken.
Men zal zich herinneren hoe Sartre in het midden van deze eeuw scoorde als existentialistisch auteur. Inzet van het Franse nadenken is bewustmaking van door de modellen vermoede "crisisverschijnselen" die 'de' menselijke beschaving aantasten.
Zij proberen deze te analyseren en vallen op door daar non conformistisch mee te werk te gaan.

Opvattingen uit de psychoanalyse en Merleau Ponty's fenomenologie vernieuwden tussen 1930 en 1950 het filosofisch denken zo ongeveer driekwart slag in het rond.
De Cartesiaanse mensmiddelpuntigheid (coyito) werd voorbij gevaren door analyses, die het subject mens weliswaar in het oog hielden. maar zijn cogito - ik denk -origineel evalueerden in een bewies van de betrekkelijkheid en gespletenheid van s'mensen positie. Descartes eeuwige rust moeten zij ernstig hebben verstoord.
De aantrekkingspunten ratio en ervaring houden de slinger tussen empiristen en subjectivisten gaande. Bij de laatsten blijkt echter meer- ratio te schuilen dan men oppervlakkig denkt.

UITSTRALING
Een uitstralend element is de 'epistemologie`. wat staat voor de bestudering van ondermeer 'de bron van de kennis' ( literatuur e.d.). de relatie tussen zekerheid en kennis en de benadeling van het verschijnsel, dat de concepties van de kennis zich voortdurend wijzigen Sommigen pakten de kennistheorie aan als systeembouwers. terwijl anderen zich lieten boeien door het wonder dat kennis eigenlijk een netwerk blijkt te zijn, dat sterkte ontleent aan de in elkaar- schakelende onderdelen van de totale kennis.
Zo bezig zijde schonk men de menswetenschappen - bijv. sociologie, etnologie, antropologie, economie, politieke theorie, taalwetenschap, etc.- als het ware een bijzondere toeleverende taak in het filosofische denken.
Een halve eeuw geleden, bij de omslag van het optimisme van de jaren '60 is er Paul Ricocur, die de herbezinning begint op de teksten van Marx, Nietzsche en Freud. Hij noemt deze studie de kritiek van het valse bewustzijn'.
Hij maakt waar dat het hem niet is begonnen om ideologische doeleinden', maar om een onthullende doorbraak:
Marx legde slechts bloot dat materialistische drijfveren 's mensen bewustzijn bepalen,
Nietzsche wierp schril licht op de machtshonger in het bewustzijn en
Freud tilde het hele verwarde bewustzijn op en onthulde het onderbewustzijn als onbetrouwbare medespeler.
Dergelijke invloeden vertekenen de waarheid die de mens tracht voort te brengen. 's Mensen échte bedoeling is daarom moeilijk in te schatten.
Het bewustzijn van de mens en alles wat hij van daar uit beweert is na Ricoeur voortaan verdacht en dat leidt tot de introductie van de factor 'wantrouwen' in het filosofische denken. Tevens vraagt een achterdochtige opstelling ook om een hogere graad van nauwkeurigheid en close reading van teksten, vooral hij de interpretatie van tekst in combinatié met ervaring. Niet minder is nog meer zelfkritiek geboden. 'Denk achterdochtig' lijkt Ricocur te zeggen en 'trek de maskers van het bewustzijn af, verwijder de hypocrisie en wantrouw conclusies ..'

OPNIEUW
Zijn navolgers hebben zich ertoe gezet 'oude waarheden' opnieuw te lezen met het uitgangspunt, dat aan het subject mens' twee kanten zitten, die structureel met elkaar in tegenspraak verkeren: zijn 'bewustzijn' en zijn 'betekenis'.
Het subject heeft een januskarakter. Er zit afstand tussen het weten, dat het subject van zichzelf kan krijgen en de waarheid die het subject voortbrengt.
Dat lijkt onder meer te schuilen in het 'verlangen' en in de manier waarop dat verlangen door mensen wordt ingevuld.
Het oude monumentale 'ik'-bewustzijn van Descartes is een fictie geworden
Het subject (want zonder mensen is er geen filosofie) is nog wel een aandachtsgebied van de eerste orde, maar dat oude unieke bewustzijn is na de ontmaskering tot illusie geworden.
Het is de speelbal van materialisme, van genen, van psychoanalyse en van communicatie Het menselijk bewustzijn wordt aangestuurd door de structuur van de gemeenschap, zoals ongeveer gebeurt met een chip op het moederbord van een computer.
Alles bijeen genomen blijft een mens echter bovendien een betrekkelijk onhandelbaar element inbrengen in zijn privé reactie op de aansturing.
Om op dit verschijnsel met rede greep te krijgen omcirkelen de filosofen deze problematiek vanuit het fenomeen semantiek 'taal', het spreken en het schrijven (betekenis en tekens).

KERN
Men is de taal gaan waarderen als de kern van s'mensen identiteit, als de kern van het mens zijn. Het sprekende object cirkelt rond het taalteken, waarmee hij zijn bewustzijn uitwisselt. Wanneer het subject mens dood en begraven is, dan is zijn (geschreven, opgenomen) taal nog springlevend.
Taal is de structuur van het mens-zijn

Het feit van "doodgaan" verplicht tot aandacht geven aan de lichamelijkheid.
Het lichaam wordt onder meer gezien als de drager en oorsprong van de biologische erfenis (instincten), maar is tegelijk een 'afgesneden', op zichzelf staand deel van de structuur van de totale samenleving. Als onderdeel is het daarmee ook 'de zetel van de ervaring', die zich op originele wijze met het bewustzijn meet en daar het irrationele element inbrengt.
Op die manier komt het subject tegenover zichzelf te staan en ervaart de 'anders-heid', een differentie, een verschil.
Foucault stelde: 'Menselijke werkelijkheid is onherleidbaar tot een eenduidige determinatie'.
Het is deze differentiatie, die in de loop van een geschiedenis de 'wijziging' veroorzaakt. Het 'verschil' kan wat zijn invloed betreft echter pas goed worden begrepen als het subject de maskers worden afgetrokken. En bij maskers moet men zich geweten, ziel, vrijheid, individu, etc. als onderdelen van die maskers voorstellen, omdat hier feitelijk sprake is van metafysische, ethische, psychologische en politieke aanhangsels.

AANSPRAKEN
In de differentiatie liggen de aanspraken verborgen van een menselijke grootheid, die niet mag worden ondergeschoffeld door programma's van onderworpenheid aan een maskerade. Jacques Derrida gaat het verst met zijn pogen vanuit bovenomschreven differentie de beheers- en machtsaanspraken van het theoretische denken aan te tasten.
Hij wil de weg blokkeren naar de ontstaansbron van dogmatiek.
Hij keert zich tegen machtsaanspraken, die worden gegrondvest op beheersingstechnieken van de filosofie.
Men bespeurt die in school- en stelselvorming.
Een voorbeeld van zo'n techniek is o.m. (de vrijmetselaar Hegel's) dialectiek, maar ook alle idealistische bouwsels van het sociale en politieke denken rekent hij ertoe.
Het socialisme en het liberalisme incluis, die niet voorzien in de mogelijkheid om een objectief standpunt te kunnen innemen buiten de structuur van het betreffende theoretische 'bouwsel', teneinde het resultaat onafhankelijk en onbeïnvloed door of vanuit enige structuur te kunnen evalueren.
Hiermee wordt ook alle luchtfietserij van de maatschappelijke veelbelovers aan de kaak gesteld.
Derrida zegt ongeveer: 'De differentie bijvoorbeeld de in zichzelf gespletenheid van ons bewustzijn of zin tegenover waarheid- die is sterker dan alles wat kan worden gedacht. Ofwel 'het verschil' werkt als 'het andere uiterste' en is sterker dan de oorspronkelijkheid, ofwel het is op zichzelf de oorspronkelijkheid, dat wil zeggen de ongeziene bron van alle ideeën en idealen met betrekking tot een homogene, transparante waarheid of zin, die volledig valt vast te stellen, te beheersen en te doorzien.
De tweeheid blijft dus ten diepste bestaan als het gaat om zoeken naar waarheid en zin. Er blijft spraak en tegenspraak.

El
Prof. Assoun legt deze hypothese uit als de stellingname, dat de filosofie geen kans mag krijgen om, zo haar dit goed uitkomt, maar eens iets te vergeten, te verdringen of te reduceren tot iets onbelangrijks.
Of om het populair te zeggen, als de filosoof een ei legt moet hij accepteren dat het na het bebroeden kan worden aangepikt om de levende gedachte te laten ontsnappen.
De dikte van de schaal van het ei is het verschil.
Ontwerpers van absolute systemen (uitsluitend schaal) blijken stenen eieren voort te brengen.
En daaruit komt dan nooit een kuiken. Ten beste een monster.
Zo lang men leest, schrijft, spreekt, luistert en betekenis produceert ontstaat waarheid en pikt een kuiken zich naar het licht. Zolang er mensen communiceren zullen wij mede dank zij het verschil van Derrida begrijpen dat slechts de 'op een na laatste' waarheid het hoogst bereikbare is.
De comparitie is niet nutteloos.
Ten leste ende bereikt men toch alleen zo het eigen plan, de eigen blauwdruk van wat moet zijn, zijn eigen "woord"
Aan u het woord mij B/Zr


Literatuur:
Prof.dr.P.L.Assoun, Hedendaagse Franse Filosofen, Uitg. Van Gorcum (met verwijzingen).
S. IJselin, Jacques Derrida, een inleiding in zijn denken. Ambo Baarn