Structuuranalyse der Vrijmetselarij

Prelude
Wordingsgeschiedenis
De Royal Society
Heilig huwelijk
Newton: astronoom tegen wil en dank!
Wetenschap en religie
Nood maakt vindingrijk
Institutionalisering
Afkomst
Oude wetten
Toland 's Pantheisticon
Recapitulatie
Symboolvorming
Ritualen
Bouw
Religie
Psychologie
Licht
Tempel van Salomo
Hiram Abiff-mythe
Conclusie
Samenvatting
Slotwoord




Structuuranalyse der Vrijmetselarij
Het ligt in de bedoeling om te proberen de huidige structuur van de Nederlandse Vrijmetselarij af te leiden uit hetgeen in de tijd van de verlichting plaats vond. Wij moeten daarbij nagaan hoe en waarom de oprichting van de vrijmetselarij tot stand kwam en welke maatschappelijke verhoudingen daarbij een rol speelden.
Hiervoor moet een scherp onderscheid gemaakt worden tussen de geest van de vrijmetselarij die zo oud is als de mensheid en de oprichting van het instituut in Londen in 1717, waarover dit bouwstuk gaat.
Overigens is die geest moeilijk te omschrijven, want daar valt de gehele menselijke bestaansmodus onder. Ik zal het nu niet wagen om het maçonnieke geestelijke cultuurgoed dat in 1717 werd geconstrueerd en in een keurslijf werd gestoken te definiëren. Gelukkig is dat onmogelijk, anders zouden wij dogmatisch zijn!


Prelude
De structuur kan uit drie eenheden worden afgeleid:
1. de legendarische geschiedenis van Anderson uit 1723 en 1738.
2. 2. de oude plichten en landmerken.
3. 3. de ritualen.

Wij moeten ons daarbij realiseren dat de drie eenheden een eigen bestaansvorm hebben en min of meer onafhankelijk van elkaar functioneren en tevens dat de huidige vrijmetselarij een vertekend beeld geeft van de structuur in de beginperiode, toen het maçonnieke bouwwerk moest worden opgetrokken.

Wordingsgeschiedenis
Niemand weet precies hoe en waarom de vrijmetselarij is ontstaan. 'Waar' is duidelijk: In Engeland, in Londen. 'Wanneer' weten wij ook: in de tijd van de verlichting, in het begin van de achttiende eeuw.
Een jaar of vijf geleden heb ik een bepaalde visie op de oorsprong ontwikkeld op grond van een ideeëngeschiedenis, die een verklaring kan geven over veel dingen die tot nu toe onduidelijk waren. Ik kan dus in navolging van Newton zeggen: 'hypothesis non fingo': een hypothese waaraan voorstellingen en opvattingen van anderen ten grondslag liggen en die niet zo maar uit de mouw werd geschud.
Daarbij stond centraal dat er een relatie moest bestaan tussen de Royal Society en de vrijmetselarij. Dat was voor de handliggend, omdat één op de vier leden van het genootschap in oprichting tevens fellow van de Royal Society (R.S.) was, terwijl alle adellijke grootmeesters gedurende de eerste vijftig jaar eveneens lid van de R.S. waren. Bovendien waren alle gedeputeerde grootmeesters gedurende de eerste vijftien jaar lid van de R.S.
Men kan zich afvragen hoe en waarom al die fellows in de vrijmetselarij van het eerste uur kwamen, was dat toeval of was daar een reden voor? Na een intensieve studie was de conclusie dat de vrijmetselarij uit de R.S. was geboren, of tenminste dat de leden grote invioed gehad moesten hebben op het ontstaan en de ontwikkeling van het instituut.
De R.S. bestond in den beginne uit vogels van verschillende pluimage. Pure wetenschappers, wier filosofie op experimenten berustte, waren in de minderheid. Dan was er een contingent grenswetenschappers lid die weliswaar een inductieve wijze van beoefenen van wetenschap hadden. maar toch iets anders redeneerden dan de eerste groep ( zgn. 'mechanische Filosofie'). De wijze van opereren van beide categorieën was analoog; zij waren beide 'operatief'.
Een derde groep bestond uit pure filosofen, die een deductieve kennis hadden en als 'speculatieven' of 'liberalen' geboekstaafd stonden. Deze groep was van alle drie het grootst. Het is mogelijk dat vooral dergelijke leden zich voor de premaçonnieke gang van zaken interesseerden en grote invioed hadden op de institutionalisering.

Merkwaardig is dat in de 18e eeuw in een Duits tijdschrift "Mercurius" uit Weimar een anoniem stuk stond dat inhield dat de vrijmetselarij afkomstig was uit de R.S.!
Een essentiële vraag is wat de leden van de R.S. in buitengaats clubverband deden. Waar spraken zij over? Waarom en hoe ontwikkelde zich onafhankelijk van het instituut in Londen, een esoterisch genootschap?
Bij de beantwoording van die vraag moet men wel bedenken dat de voorzitter van de R.S. Newton was. Deze was in 1703 voorzitter geworden en is dit tot aan zijn dood in 1727 gebleven. Newton was na de publicatie van de Principa in 1687 een beroemd man geworden. De oorzaak hiervan was dat hij een brug had geslagen tussen hemel en aarde, tussen macrokosmos en microkosmos, en wel door aan te tonen dat de fysische wetten op aarde ook voor het heelal golden. Dit bracht een cultuurschok met zich mee, hetgeen zich weerspiegelde in gewijzigde inzichten in de maatschappij, althans in een zekere laag ervan. Het veranderde cultuur- en mensbeeld en de geest die er uit spreekt wordt 'newtonianisme' genoemd. Een goed overzicht van deze materie geeft het boek van Fauvel (1988) en de werken van Jacob (1988) en Brooke (1991).

Newton maakte veel reclame voor zijn ideeen en had zelfs medewerkers die er propaganda voor maakten. Een van hen was de antropoloog-filosoof John Locke (1632--1704) die met behulp van Newton een soorthandboek voor fysica schreef: 'The Element of natural Philosophy'.

De Royal Society
In het midden van de zeventiende eeuw kwamen erudiete wetenschappers, die hun tijd ver vooruit waren, in Londen en Oxford bijeen om over hun vondsten te spreken en over de betekenis hiervan voor de maatschappij .
Na de dood van Cromwell in 1658 en de komst van Karel II in 1660, ontwikkelde zich uit boven omschreven 'invisible society' de Royal Society (R. S.), die in 1662 een koninklijk charter kreeg. Tijdens de oprichting heeft een pressure groep van buitenlandse idealisten (Hartlib, Comenius en Skytte, drie namen die wij straks nog zullen tegenkomen) getracht Karel 11 te bewegen om een genootschap met een christelijke inslag te stichten dat het heil van de mensheid in een leefgemeenschap moest bevorderen. Maar Karel II luisterde liever naar zijn adviseur de vrijmetselaar (ingewijd in 1661 in Newcastle on Tyne in een Loge uit Edinborough) Sir Robert Moray. Karel stichtte een zuiver wetenschappelijk instituut dat wetenschap zonder bijbel bevorderde, volgens richtlijnen van de wetenschapsfilosoof Francis Bacon (1561-1629). Die richtlijnen hadden een algemene maatschappelijke strekking ('baconianisme') en betekende voor de R. S. beoefening van natuurwetenschap met veel experimenten, zonder een vooropgezet doel (zonder gerichte vraagstelling). Moray werd de eerste voorzitter.

Vijf jaar later in 1676 werd de geschiedenis, de organisatievorm en de geest van het genootschap beschreven door Thomas Sprat (aanwezig in de Leidse universiteitsbibliotheek). Hij schreef o.a. 'It is to be noted that the members were freely admitted men of different religions. They openly confess to lay the foundation of philosophy of mankind. Men of disagreeing parties and ways of life, have forgotten to hate and have met in unanimous advancement of the same works'. Zulke woorden klinken ons vrijmetselaren niet vreemd in de oren (eerste plicht).
Hieruit bleek dat het idee van het stichten van een christelijke heilstaat (naar voorbeeld van pansophia van Comenius: 1592-1670) blijkbaar in de R.S. is blijven voortleven, want een analoge opzet kwam immers weer uit de stijgbeugels bij de vorming van de vrijmetselarij in het begin van de achttiende eeuw, (voorbeelden bij ons zijn: 'tempel van levende bouwstenen', 'ga heen naar het westen').

Comenius schreef toen hij weer eens in Engeland verbleef een boekje (1641): 'Via Lucis', dat later met veel aplomb aan de jonge R.S. werd aangeboden. Het zou echter nog jaren duren voor zijn 'Universal College of Light' in een stiefkind: de Vrijmetselarij werd verwezenlijkt.

Ook Hartlib, een in Engeland levende esoterisch getinte Pool, en een goede vriend van Comenius, die er eveneens naar streefde om het ontwerp van een christelijke heilstaat in het charter der R.S. verwezenlijkt te krijgen, oogste succes toen een 'College for Universal Learning' werd gesticht, zoals beschreven in zijn boek: 'The famous Kingdom of Macaria' uit 1641. Dan moet men wel de vrijmetselarij als een leerschool voor universalisme aanmerken!

Speculatieven hebben in 1721 geprobeerd om ook de R.S. zelf voor hun wagen te spannen. Er verscheen een anoniem pamflet waarin een pleidooi werd gehouden voor het oprichten van een genootschap voor schone kunsten en handvaardigheid. Een copie werd naar de R.S. gestuurd, maar de council besliste dat de leden niet in de gelegenheid waren om zo'n groot kostbaar project te entameren. Over de invioed en rol van Comenius bij het tot stand komen van de vrijmetselarij zijn veel uiteenlopende meningen in omloop. Comenius reisde meer dan eens naar Engeland waar hij goede vrienden had. Hartlib was één van hen. Deze vertaalde in 1637 zelfs een boek over pansophia van Comenius in het Engels. Zoals vermeld, schreef Comenius in 1641, toen hij in Engeland was, zijn boek over de weg naar het licht, in de hoop daarmee bij de leden van de R.S. belangstelling op te wekken voor spirituele zaken. Hij had ook geprobeerd om tijdens de oprichtingsperiode van de R.S. Karel II te bewegen om de leden te noodzaken om wetenschap met de bijbel in de hand te bedrijven.
Uiteindelijk kreeg Comenius toch een beetje zijn zin toen bijbelse figuren in de vrijmetselarij in oprichting werden opgenomen en de lichtsymboliek centraal kwam te staan, ofschoon Jezus als middelaar tussen mens en God niet werd geaccepteerd. De leden moesten maar zelf hun heil bij God zoeken.
Ook Hartlib kreeg postuum zijn zin, daar de vrijmetselarij een leerschool voor de geest werd. Hersenspoeling is, door het steeds maar weer herhalen van de ritualen, heel gewoon.
Beide heren hebben derhalve indirect een zekere invioed op het genootschap in wording uitgeoefend.


Heilig huwelijk
Men kan zich afvragen of Newton iets met de vrijmetselarij in oprichting te maken had. Men mag dit wel veronderstellen. want Newton was een vrijmetselaar zonder schootsvel, hetgeen uit allerlei feiten bleek. Een argument hierover is b.v. dat hij een bibliotheek van 1752 boeken had en dat tweederde hiervan over rozekruizerij en hermetisme ging.
Desaguliers, de motor achter de oprichting en derde Grootmeester, was een goede vriend van de voorzitter. Hij had natuurkunde en theologie gestudeerd en kende uit eigen ervaring de tweeslachtigheid van de grondbeginselen ervan.
Hij was conservator van het museum der R.S en kwam zodoende veel in aanraking met Newton, die bovendien peetoom van één van zijn kinderen was. Desaguliers was in Engeland een aktief propagandist in woord en geschrift, van het newtonianisme. Hij sprak vloeiend Latijn, Frans en Engels en kon zodoende de ideeen van Newton gemakkelijk uitdragen naar het vaste land van Europa. Hij kwam ook vaak in Holland, in Leiden o.a. waar een aanhanger en protégé van Newton: W.J. 's Gravesande (1688-1742) tot hoogleraar in de astronomie was gebombardeerd. Hij schreef een voorwoord in de engelse vertaling van het boek van 's Gravesande over newtonianisme, terwijl zijn eigen boek: 'De natuur kunde uit ondervindingen opgemaakt' in het Nederlands werd vertaald.
Ook de predikant-medicus Boerhaave (1668-1738) was zeer geïnteresseerd in de onderzoekingen van Newton (over de kosmos, het licht, de wiskunde en de bijbel) en over de betekenis van het wetenschappelijk denken voor maatschappij en kerk.
Een historisch, maçonniek wapenfeit is nog dat Desaguliers in Den Haag aanwezig was bij de inwijding van de Hertog van Lotharingen (de latere keizer van het Heilige Roomse Rijk).


Newton: astronoom tegen wil en dank!
De vraag is nu: wat trachtten Desaguliers en de overige fellows van de R.S, in het nieuw opgerichte instituut te verwezenlijken. Teneinde deze vraag te beantwoorden, moet o.a. het leven van Newton oplettend worden bestudeerd. Deze drukte immers niet alleen zijn stempel op de R.S., maar ook op de maatschappij. Bovendien moet worden nagegaan wat de ontdekkingen voor hemzelf betekend zouden kunnen hebben.
Newton was een zoeker naar waarheid wat o.a. bleek uit zijn alchemistische proeven. Wat beoogde hij daarmee? De natuur transformeren? De steen der wijzen zoeken? De natuurlijke werkelijkheid analyseren? Wie zal het weten!
Aan de universiteiten hing men nog steeds de leer van Aristoteles aan, die een scherpe scheiding tussen hemel een aarde had gemaakt. Dit was de kerken niet onwelgevallig, zoals o.a. uit de veroordeling van Galilei (1564-1610) bleek, omdat hij een heliocentrisch wereldbeeld had ontwikkeld zoals Copernicus (1473-1543) voor hem.
Uit de onderzoekingen van Newton was nu gebleken dat in hemel en op aarde dezelfde wetten golden en het probleem deed zich voor of God van deze de maker was en of men zijn bestuur nog wel nodig had. Hoe het antwoord ook moge luiden, de bijbelinterpretatie (het scheppingsverhaal b.v.) werd door de wetenschappelijke vondst bemoeilijkt en de anglicaanse kerk zal zeker met het veranderde wereldbeeld niet gelukkig zijn geweest .

Newton kwam in een moeilijk pakket te zitten. Hij was lid van de staatskerk en had derhalve de 38 artikelen des geloofs onderschreven. Maar hij was het in vele opzichten met de kerk niet eens en ook had hij een eigen bijbelinterpretatie. Bovendien geloofde hij niet in de drie-eenheid. Maar hij was wel zo verstandig om zijn religieuze ideeën niet wereldkundig te maken. Dat geschiedde eerst 200 jaar na zijn dood. Hij verkondigde wel dat men God bij ontstaan en besturing van hemel en aarde niet kon missen. Uit alle mogelijke analyses van het leven van Newton valt af te leiden dat hij wel religieus, maar niet orthodox godsdienstig was.
Het is aannemelijk dat de relatie tussen wetenschap en godsdienst voor Newton en de zijnen (o.a. Boyle, Locke, Fatio de Dullier, Desaguliers) een heet hangijzer was dat hun volle aandacht had en ter discussie stond.


Wetenschap en religie
Dit onderwerp kwam ongetwijfeld ook in de R.S. aan de orde, zeker in het koffiehuis na afloop van de officiële vergadering .
Dat deze twee thema's in de prille jeugd van de vrijmetselarij werden behandeld blijkt b.v. uit de rede van Chevalier Ramsay in Parijs voor het groot oosten in 1737. Hij zei o.a. 'We desire to reunite all men of enlightened minds by the grand principles of virtue, science and religion, where the interest of fraternity shall become those of the whole human race'.

Hij hield dus tevens een pleidooi voor zending van het maçonniek erfgoed, voor een 'tempel van levende bouwstenen'.
Alle eeuwen door hebben idealisten geprobeerd om een heilstaat te stichten, die met allerlei namen versierd is. Ik noem er enkele: een Nieuw Jeruzalem, Christianapolis (Andrea), New Atlantis (Bacon), Pansophia (Comenius), Collegium lucis (Comenius), Macaria (Hartlib), Antilia (Skytte), Civitas Solis (Campanella). Tegenwoordig dromen New Age mensen van een heilstaat, die er voor de zondeval in het paradijs was. In die primitieve heilstaat was er geen verschil tussen symbool en werkelijkheid, en, verleden en toekomst waren nog onbekende begrippen. In de heilstaat waren de mensen geïntegreerd in de natuur en dieren en mensen leefden samen en spraken elkaars taal. Abstract denken bestond nog niet en angst voor de dood was onbekend. New Age lieden moeten zich ongetwijfeld thuis voelen in de vrijmetselarij, maar onbekend maakt onbemind. Er dient echter aangetekend te worden dat een heilstaat (tempel van levende bouwstenen) in de huidige vrijmetselarij weinig populariteit geniet.


Nood maakt vindingrijk
Een dergelijke Londense groep van unitaristisch getinte, gnostisch denkende mensen stond al spoedig als ketters bekend en kerk en overheid zullen er wel een wakend oog op gehouden hebben. De zorg van velen was dat de moderne experimentele wetenschap à la Bacon de kerk zou uitschakelen, de opvoeding zou ondermijnen en de mens zou gaan regeren. Ook had men de opvatting dat de mechanistische filosofie tot atheïsme zou leiden.
Teneinde de bijeenkomsten veilig te stellen, heeft men zich in verbinding gesteld met de London Mason's Company.

Het is waarschijnlijk dat Sir Chrisropher Wren als verbindingsofficier is opgetreden. Hij was immers opperbouwmeester van de stad Londen geweest (o.a. 52 kerken) na de brand in 1666, kende het bouwgilde goed en werd in 1691 in de St. Paul kathedraal tot lid van het gilde benoemd.
Wren was één van de medeoprichters van de R.S. en had ongetwijfeld 50 jaar later nog een belangrijke stem in het council. Of hij ook lid was van de vrijmetselarij in oprichting is zeer de vraag. Wel oefende hij invioed uit op de gang van zaken op een wijze die hem naderhand (Ahiman Rezon van Laurence Dermott 1756) kwalijk is genomen.
Wren overleed in 1723 op 91 jarige leeftijd in Londen. Er werd een boek over zijn familie uitgegeven. Uit de enting van de debating club op het bouwgilde is een samenwerkingsverband ontstaan waaraan oeroude rechten en plichten ontleend konden worden. Dit zijn b.v. het recht van vergaderen en een eigen rechtspraak.
De inbreng van de R.S. moest geheim blijven, zoals o.a. bleek uit het devies: 'nullius in verba', niets op schrift'.
De hypothese over de hier ontwikkelde ontstaanswijze valt onder wat men noemt de 'indirect link theory' d.w.z. dat er geen directe ontstaanswijze uit het bouwvak is (Hamill en Gilbert, 1991).


Institutionalisering
In 1717 werd door een pressure groep naar analogie van de R.S. een 'council' over een viertal Londense gilde Loges ingesteld. Van toen af aan moest aan de buitenwereld worden aangetoond dat de 'debating club' een oorsprong had die van mensenheugenis af dateerde. De eerste mens Adam had in het paradijs immers reeds een paviljoen gebouwd, zo zette Anderson dit voor ons uiteen.


Afkomst
Na een zekere periode was de tijd rijp om de afkomst en organisatie op schrift te stellen en toen Desaguliers in 1719 grootmeester was, werd de stoot tot het schrijven van een constitutieboek gegeven.
Desaguliers kende Anderson goed daar de naar Engeland gevluchte Franse vader de gemeente van de Schotse, presbyteriaanse dominee had overgenomen. Anderson werd aangezocht om de fictieve geschiedenis van het nieuwe genootschap in het raam van het bouwgilde uiteen te zetten. Zo ontstond een installatie oorkonde die heel gewoon was in die tijd en die Anderson zelf aan de man mocht brengen.
Zo kwam op instigatie en met medewerking van Desaguliers in 1723 de 'constituties' uit, een fantasierijke ideeëngeschiedenis, ontleend aan oude gildehandschriften (die verbrand werden om plagiaat onaantoonbaar te maken). Elke historische figuur, Jezus incluis, werd tot opperofficier in de vrijmetselarij verheven. In de aanhef herkent men de hand van Desaguliers, omdat daarin een uniek staaltje van newtonianisme te berde wordt gebracht.


Oude wetten
Los van de inleiding staan de statuten en het huishoudelijk reglement, die grotendeels van het gilde werden overgenomen. Vooral de eerste plicht is interessant, omdat deze een kijk geeft op de algemene geestesgesteldheid die de leden moeten hebben. Deze is schier letterlijk ontleend aan het historisch overzicht van de R.S. uit 1667 van de hand van Thomas Sprat. Maar de meeste oude plichten zijn afkomstig van het gilde.


Toland 's Pantheisticon
De algemene organisatievorm van een geheim genootschap werd mogelijkerwijze ontleend aan het boek van Toland: 'Pantheisticon' uit 1720. Ds Toland (1670-1722) was lid van een dergelijk genootschap in Den Haag, dat onder leiding van Marchand (1678-1750) stond en een vrijmetselarij-achtige structuur had. Het heette: 'Les chevaliers de la Jubilation", waaraan in Landmerk Bundel Nr. 26, 1984 een publicatie werd gewijd.
De naam "pantheisticon" is van Toland afkomstig (1705). Vele vrijmetselaars beschouwden de opperbouwmeester des heelals als een natuurkracht die de mens met kracht zal oprichten. Dit beeld vat men met de naam 'pantheïsme'' samen, waarmee een godsdienstige stroming wordt bedoeld waarin aangenomen wordt dat God zich overal in de natuur manifesteert, zodat God en wereld een eenheid vormen.


Recapitulatie
Zoals uiteengezet werd, wordt de structuur der vrijmetselarij mede bepaald door patronen van de R.S. en van het bouwgilde en valt in drie onderdelen uiteen. Te welen: de legendarische geschiedenis, de oude landmerken en ten derde de ritualen. De laatste zijn het meest essentieel om het wezen van het genootschap te leren kennen. Maar deze zijn zo complex, dat het bijna onmogelijk is om met zekerheid aan te tonen waar de wortels liggen.
Op de ritualen komt het dus aan en het is bijna onmogelijk om daar iets zinnigs over te schrijven zonder het boek van Hope (1988) aan te halen. Hij geeft een psychologische analyse van ritualen, waarbij nochtans de wortels van de maçonnieke ritualen natuurlijk niet in de R.S. of in het bouwgilde worden gezocht .


Symboolvorming
Teneinde de afkomst van het oude bouwgilde aan te tonen, moesten de rangen, gebruiken, gewoonten en werkluigen ervan worden overgenomen. Dit geschiedde o.a. in de vorm van ritualen, die in een periode na 1717 door onbekende knappe koppen werden ontworpen. Deze ritualen zouden van een bouwgilde en een studiegroep, een inwijdingsgenootschap maken, dat aan praktische dingen een symbolische functie toekende. De gang van zaken in het gilde werd zodanig gewijzigd en verfraaid, dat dit zich ijlings op zijn bastion terugtrok. Inmiddels organiseerde het jonge genootschap er rustig op los om een geestesrichting te institutionaliseren, wat in het algemeen tot mislukken gedoemd is. Dit laatste wordt door kerkgenootschappen zonder meer duidelijk gemaakt. In de opbouw der ritualen kan men met wat goede wil allerlei bouwstenen uit de kosmische beginperiode onderkennen, hoezeer zij ook aan verandering onderhevig waren.

De kosmos symboliek is ongetwijfeld aan de R.S. ontleend en wel aan het wetenschappelijk werk van Newton. Er zijn vele kosmische tekens aan de wand van de tempel en op het tableau, maar het hoogste kosmische symbool van de vrijmetselarij: de opperbouwmeester des heelals, is onzichtbaar. Dit symbool dankt zijn naam aan Newton en zijn betekenis aan de constituties.

Wat heeft die kosmische symboliek ons te zeggen en wat doen wij er mee kan men zich afvragen. De bedoeling zou kunnen zijn, dat zij ons er bij voortduring aan helpt herinneren dat wij kinderen van moedertje aarde: Gaia en van het opperbouwmeesterlijk heelal zijn. Dit feit is essentieel en schept de mogelijkheid dat de vrijmetselaar zijn wereldbeeld herziet en verruimt.
Bovendien herinneren de kosmische attributen ons aan het gevleugelde woord van Einstein: 'Religion without science is blind, science without religion is lame'.

De integratie van de mens op aarde en in het heelal blijkt duidelijk uit de maçonnieke uitspraak: 'die ruwe steen zijt gij'. Inderdaad, letterlijk genomen, bestaat de mens uit dezelfde bouwstenen als een steen, alleen beweegt de eerste zich min of meer vrij in een ruimte waarvan zijn bestaan afhankelijk is. De steen beweegt daarentegen passief in de buitenwereld en actief in de binnenwereld (elektronen etc.), maar essentieel is dat zij beide: mens en steen, bewegen.
Er staat immers niets stil in het heelal.
Met de uitspraak: 'steen en mens zijn vergelijkbaar', geeft de vrijmetselaar aan dat de mens een gedeelde plaats in een onbekend heelal inneemt, dat geen doel heeft en geen begin en geen einde kent. Dit is acceptabel want ruimte en tijd zijn mansarde. Trouwens het heelal en alles wat voor de mens bestaat is mens specifiek. Daarom werken wij altijd met het menselijk heelal, een spiegelbeeld van onze zintuigen en geen primaire, absolute of natuurlijke werkelijkheid. En wat achter het spiegelbeeld schuilgaat weten wij niet. Degenen die lid zijn van de achttiende graad hebben de woorden van Paulus in hun ziel gegrift: 'Want wij zien nu door enen spiegel in ene duistere rede, maar als dan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben'.
Dit laatste is een denkertje voor een moderne onderduiker, die te horen krijgt dat hij permanent geobserveerd wordt: een vergelijking met twee onbekenden. Maar na Paulus zijn er dikke boeken geschreven waarin staat dat de mens is geschapen, omdat het heelal zichzelf wilde leren kennen. (Goswami, 1933)
Een duidelijker staaltje van het feit dat een mens altijd naar zichzelf toe redeneert en wat hij bedenkt in de buitenwereld projecteert (het zgn. 'antropische principe') bestaat er niet.

Na deze ruimtevlucht in de metafysica, keren wij, lezer en ik terug naar 1, moedertje aarde, die ons de materie direct heeft geschonken en 2, naar het heelal: producent van de levensenergie. De mens, die centraal staat in de vrijmetselarij, is zoals wij begrijpen, een natuurprodukt die de zin van zijn bestaan aan zijn afkomst ontleent. Zoals alles in het heelal is hij steeds aan verandering onderhevig, terwijl hij niet weet waar hij vandaan komt en waar hij naar toe gaat. Hij is met zintuigen behept die hem een eenzijdig (zoals een vleermuis of een mol) drogbeeld van de oorspronkelijke, natuurlijke, absolute werkelijkheid geven, die achter de 'menselijke' werkelijkheid schuil gaat (het spiegelbeeld van Paulus).
Dat betekent echter nog niet dat wij niet zelfstandig naar waarheid zouden mogen zoeken ! !
Iets dergelijks en nog veel meer, trachten de tekens van de dierenriem en de zon, de maan en de sterren op het tableau en het gesproken woord ons te leren kennen. Is men hier enigszins in geslaagd en is de meester over ons tevreden, dan kan men zich in de totaliteit van de zienswijze geïntegreerd voelen, hetgeen één van de grondbeginselen der vrijmetselarij is.


Ritualen
De ritualen zijn met allerlei verschillende bouwstenen, van uiteenlopende oorsprong samengesteld. Zo kunnen o.a. genoemd worden: patronen van de R.S. uitvloeisels der wetenschap, systemen van godsdienst, gebruiken van het bouwgilde, flarden van het oude en het nieuwe testament, aanwinsten van de psychologie, de grondbeginselen van de ethiek, de essenties van inwijdingsgenootschappen, enz. enz.
Zo ontstond een blokkendoos waarin alle blokken door elkaar liggen. Velerlei invloeden zijn op onnavolgbare wijze verstrengeld, en geven een heel apart, boeiend cachet aan de ritualen.


Bouw
In de vrijmetselarij is de bouw een faktor van betekenis, die beoogt wetenschap te symboliseren. In de legendarische geschiedenis ligt geometrie aan iedere wetenschap, en in het bijzonder aan bouwen ten grondslag. Geometrie loopt dan ook als een gulden draad door het boek der constituties, zodat daaraan veel aandacht besteed moet worden.
Anderson wees erop dat geometrie een aangeboren eigenschap is die kunsten en wetenschappen bepaalt en derhalve aan de cultuur ten grondslag ligt. Hij schreef b.v. 'Geometry is the foundation of all those arts (particulary of masonry and architecture) and the rule by which they are conducted and performed'. Dit laatste zou kunnen slaan op de wiskundige methodiek van Newton, waarmee hij wetten betreffende de loop van de hemellichamen kon formuleren.

Eerst Pennick (1980) en later Lawlor (1987) hebben een boek aan de 'sacred geometry' gewijd, waaruit blijkt dat deze methodiek van oudsher gebruikt werd om de kosmos te bestuderen en een bijdrage levert om uit chaos eenheid te organiseren. Toegepast op de mens (wat Anderson ook doet) zou dit kunnen betekenen, daar geheugenpatronen in het algemeen chaotisch door elkaar circuleren, dat deze op grond van een kwaliteits label door de geometrie in stelsels (zoals sterren) worden gerangschikt.
Als door de buitenwereld de aandacht op het organisme wordt gericht, kan op grond van het mechanisme 'geometrie', een richtinggevende kracht, een ordenend principe een doelmatig, b.v. zinvol antwoord worden gegeven.

In de vrijmetselarij staat het 'centre of union' van de eerste plicht onder leiding van de grote geometer, die behalve als bestuurder, tevens als architect ervan kan worden beschouwd. Voor het centre of union is in feite de loge in gebruik genomen en in het algemeen de denkbeeldige tempel van Salomo. In de relatie: grote geometer en God, zit er een addertje onder het gras. In de constituties van Anderson uit 1738 chapter I, staat dat er een God bestaat die aandacht aan de schepping besteedde (dus ook aan de mens Adam) en daarnaast een 'almachtig architect' en 'grootmeester van het heelal', die met behulp van geometrie maakte dat de mens wetenschappelijk kon denken, een eigenschap die erfelijk is. Newton is, zoals wij gezien hebben, zo'n adamitisch mens, die met mathematische methoden de gang van zaken in hemel en op aarde analyseerde en daarbij ongewild een maatschappelijk bouwwerk oprichtte, dat de tand des tijds poogt te weerstaan.


Religie
Bij de bestudering van de ritualen en bij alles wat daarmee te maken heeft, kan worden waargenomen dat er een systeem aan ten grondslag ligt dat wij van godsdiensten kennen. Dit en de gebruikte terminologie geven tot misverstand aanleiding of schoon de heilige handelingen niet ter ere van de opperbouwmeester des heelals worden verricht, maar van de mens zelf ('op hem komt het aan').
Landmerk heeft een speciale band aan dit onderwerp gewijd!


Psychologie
In de ritualen komt een brok psychologie om de hoek kijken, enerzijds om de geest te mobiliseren ('universiteit van het gevoel') en te reinigen (psychocatharsis) en anderzijds om deze te integreren (psychosynthese). De hersenspoeling geschiedt in verschillende fasen ('graden'), die een toenemende vakbekwaamheid en groei beogen. Hierdoor kan men een 'beter' mens worden, waarvoor dan wel zelfwerking noodzakelijk is.


Licht
Het ritualencomplex is gericht op hoger sferen, zijnde een moeilijke weg naar het licht. De term 'licht' staat voor een metafysisch begrip, dat ons kan leiden tot de oorsprong en zin van het bestaan in: het Oosten.
Comenius trachtte, zoals uiteengezet, lichtsymboliek aan de R.S. op te dringen en het is niet onmogelijk dat het daarin nog voortleefde toen de debating club getransformeerd moest worden. Maar ook kerkbouwers hebben deze ongetwijfeld gekend, anders zou de lichtval in kerken niet zo fraai tot uitdrukking zijn gekomen, tot meerdere glorie van God. Tenslotte was Jezus immers het licht der mensen.
De Bibliotheek Philosophica Hermetica heeft kortgeleden in een fraaie band voor slechts ƒ 25,- de 'Weg van Licht' van Johannes Amos Comenius uitgegeven. Carlos Gilly, de bibliothecaris, heeft een inleiding geschreven die de betekenis van Comenius voor de vrijmetselarij illustreert Hij beschouwde zichzelf als een nakomeling van de rozenkruisers en had zijn gehele leven contact met Johann Valentin Andreae Gilly eindigde zijn exposé aldus: 'het streven van eenheid, en harmonie van mens, kosmos en natuur, zoals in de Via Lucis op indrukwekkende wijze wordt geschetst, kan door zijn actualiteit juist in deze tijd de gedachten van veel mensen vleugels geven'. Dit doet het in de vrijmetselarij al 227 jaar!


Tempel van Salomo
De tempel van Salomo heeft altijd op de fantasie van mensen gewerkt en daarom heeft men er allerlei functies aan toegeschreven Newton dacht b.v. dat er in de afmetingen alchemistische formules verborgen zaten
De reeds eerder genoemde Francis Bacon, diplomaat en moraalpsycholoog, heeft vele invloedrijke boeken geschreven en ideeën over wetenschap gelanceerd, die door de R.S. werden overgenomen. Hij schreef over een ontmoetingscentrum voor brave lieden als het 'huis van Salomo' en wie weet of wij niet via Bacon en de R.S. aan de tempel van de wijze koning in onze ritualen zijn gekomen.
In de vrijmetselarij staat de tempel van Salomo model voor tempei in het algemeen. Wij spreken immers over een 'onzichtbare tempel' waarvan de tempel van Salomo het zinnebeeld is. De tempel fungeert dan als symbool van een heilstaat: 'een tempel van levende bouwstenen'.

Hiram Abiff-mythe
De tempel van Salomo is het decor waar de moord op Hiram Arbiff plaats vindt. De mythe is een buitenbeentje, dat zomaar uit de lucht is komen vallen. Zij is laat op het toneel verschenen om de derde graad gestalte te geven en daarom worden er geen patronen van de R.S. in gevonden.
De derde graad overschaduwt de beide andere graden en het is hier dat de eigenlijke inwijding plaats vindt, d.w.z. een transformatie van de geest. De werking van de Hiram Abiff-mythe is van psychologische aard met een religieus tintje, waarbij een nieuwe mens ontstaat. Het achtergronddecor wordt door het oude testament geleverd, terwijl de candidaat-gezel de hoofdrolspeler is. Hiram Abiff fungeert als middelaar van de maçonnerie, omdat door hem een brug geslagen wordt tussen mens en esoterische mystiek.


Conclusie
De conclusie van dit alles moet zijn dat de vrijmetselarij een complex systeem hanteert dat niet onder één noemer is te brengen. Een ieder wordt daarom in de gelegenheid gesteld om er uit te halen hetgeen hij meent dat er inzit en dat bij hem past. Indien dit leidt tot geestelijke winst voor hemzelf en voor zijn medemens dan is aan het harmoniecomplex voldaan .


Samenvatting
Het is duidelijk dat in de vrijmetselarij wetenschap vertegenwoordigd wordt door bouwen en religie door licht. De vormgevende faktor van beide is maçonniek gezien, geometrie, die werkzaam is dankzij een dynamische eenheidskracht ('grote geometer'), die opbouwend (architect) en levensschenkend (het ruwe steen tot zuivere kubiek) is.
De legendarische geschiedenis heeft betrekking op de driehoeksverhouding tussen geometrie, wetenschap en religie, tijdens de voortschrijdende wereldorde.
De ritualen hebben een andere functie in de samenleving nml. om gelijkgerichtheid en gelijkwaardigheid tussen wetenschap en religie, tussen verstand (ratio) en geloof (gevoel) te bevorderen. Dit laatste gebeurt door woord, teken en aanraking (bewegingexpressies van de levende stof), waarbij universalisme, van alles met alles, wordt nagestreefd.
Ofschoon aan de ritualen in de loop der jaren veel gesleuteld is door ministers van rite, kan men toch nog patronen van psychismen en symbolen uit de beginperiode ontdekken.


Slotwoord
De vraag is of een struktuuranalyse zin heeft. Het antwoord moet zijn: 'neen'. Waarom niet?, kan men zich afvragen.
De vrijmetselarij heeft voor zijn ritualen allerlei ideeën van anderen geleend: van westerse en oosterse mystieke en eschatologische tradities, psychologische inzichten en filosofische veronderstellingen en heeft deze aangepast voor eigen gebruik. De leden realiseren zich maar zelden waar het fundament vandaan komt en ontwikkelen een niet te verwezenlijken ideaal, waaraan zij zich wijden. Dit is een 'New- age' mentaliteit, die zo oud is als de mensheid Zo vindt men deze in de bijbel: nieuw Jeruzalem, duizend jarig rijk en bij gebaarde idealisten, zoals degenen die ik in dit bouwstuk genoemd heb.
Hierbij hoort een fundamentele onwetendheid omtrent eigen wortels en ideologische verwantschappen, gecombineerd met onduidelijkheid betreffende een uiteindelijke doelstelling.
Een dergelijke mentaliteit is voor de mensheid niets bijzonders, want 90% van de automobilisten weer niet wat er onder de motorkap schuilt. Dit leidt tot een in forma van broederschap, mysterie en magie, hetgeen door outsiders niet begrepen wordt en weerstand oproept. Het is dan ook praktisch onmogelijk om het wezen van de vrijmetselarij aan leken uit te leggen.
Het voordeel van de totaalstruktuur, het holistisch bouwwerk, is, dat de insiders zelf nooit bezijden de 'waarheid' van hun goede bedoelingen kunnen zijn. Zodoende bestaat er een vrijmetselarij die tijdloos is en altijd aantrekkingskracht op de ruimtevaarders van de geest zal blijven uitoefenen. Als het om het geheel gaat en niet om de delen, dan is een analyse niet noodzakelijk.