Interview uit Het Parool van Zaterdag 4 September 1999

Misschien zijn vrijmetselaars wel grote Kinderen
Zaterdag 25 september houden de vrijmetselarij loges een open dag. 'Nu kunnen mensen zelf horen hoe het er bij ons aan toegaat.' Meester Jeroen Berkhout (36) geeft een voorproefje.
LEONOOR WAGENAAR is er al eens eerder over geïnterviewd.
Toen waren de verhitte verwachtingen van de verslaggever zo hooggespannen dat Jeroen Berkhout er maar aan toegaf: hij schilderde een inwijdingsritueel waar een zwarte mis nog bij verbleekt.
Maar ondanks die nieuwe behoefte aan openheid, zal hij ook in dit gesprek niet het achterste van zijn tong laten zien: "Zelf heb ik er geen moeite mee om het je te vertellen, maarik denk dat een deel van de leden het niet prettig zal vinden als ze zoiets intiems opeens in de krant moeten lezen, nota bene onthuld door een loge-broeder. Bovendien, er moet toch ook wat verrassing voor de aspirant-leerling overblijven. Als je het allemaal haarfijn wilt weten: er staan bij De Slegte rijen en rijen boeken die de geheimen onthullen."
Jeroen Berkhout (copywriter Bij Jenster en Shriel) is 36 en al bijna veertien jaar lid. Daarmee was hij toen de jongste van de vijfhonderdkoppige Amsterdamsegemeenschap.
Wat beweegt een student van 23 zich aan te melden bij zo'n obscuur gezelschap, dat zich toegelegt op de aanbidding van troffeltjes, beitels en passers? "Ik was als tiener al in de weer met wezenlijke zijnsvragen:
Wie ben ik?
Waarom ben ik hier?
Hoe verhoud ik me tot andere mensen, tot de wereld?
Waar komen we vandaan,waar gaan we naar toe?
Achteraf niet normaal, een jongen van veertien die in z'n eentje Lieder eines Jührenden Geselle van Mahler zong. Dat is toch iets voor rijpe teleurgestelde heren van vijftig?"

Rozenkruizers
'"Een vriendje van me zat bij de Rozenkruizers. Hij vertelde er niets over, maar het was of je iets aan hem proefde: een levensin stelling, een maniervan met elkaar omgaan. En hoewel ik beslist niet iemand ben van verbanden, van clubs of politieke partij en, heb ik me er toch bij aangesloten. Maar het bleek uiteindelijk toch niet mijn geestelijk thuis. Ik wilde best deel hebben aan spiritualiteit, maar ikwil het zelf uitpluizen, aan kant-en-klare antwoorden heb ik niets. Dus ben ik er na een paar jaar weer weggaan."
"Pas jaren later kwam ik bij de vrijmetselaars terecht. Een heel andere organisatie. Toch zijn er overeenkomsten, vooral in de levensopvatting: het draait allemaal om het spel van licht en duisternis. Verder zijn vrijmetselaars meer geaarde mensen. En dat heeft natuurlijk met de oorsprong te maken. We zijn voortgekomen uit de middeleeuwse bouwgilden die kathedralen bouwden. Toen daar door onder meer de beeldenstorm en de reformatie begon de broederschap de wereld als een te voltooien kathedraal te zien, met de mens als een steen die daarin past.

Winkelhaak
Zo is alles wat we doen, door drongen van die bouwsymboliek, passer en winkelhaak vormen ons embleem, waarbij de passer staat voor maatgeven en scheppen. In de winkelhaak met zijn rechte hoek zien we de op dracht te streven naar de rechte verhouding met de Opperbouw meester des Heelals.
En verder hebben ook het schootsvel, schietlood, waterpas en maatstok hun symbolische betennis."
Overigens ontberen vrouwen - het - om in de symboliek te blijven - voor de bouw van een kathedraal zo broodnodige klok-en hamerspel, zodat ze geen lid kunnen worden.
"Dat is historisch nu eenmaal zo gegroeid.
Maar aanvankelijk hadt ik het daar best moeilijk rnee. Hoe verkoop ik het mijn vriendin? Daar deelde ik toch een belangrijkdeel van mijn leven. Moest ze dan hiervan verstoken blijven?
Alleen, eenmaal lid zijnde, blijkt het toch wel erg vijn om met kerels onder elkaar dingen te beleven. Als er nu zou worden gestemd over toelating van vrouwen, zou ik beslist tegen zijn." "Maar goed, die trein van zijnsvragen raasde maar door in mijn hoofd. Ik voelde een innerlijke drang om me te wortelen, te ankeren.
Op een bepaald moment kwamen er een paar dingen samen; een tentoonstelling in het Amsterdams Historisch over de loge La Bien aimée, een VPRO-documentaire over de Vrijmetselarij waarin de vooraanstaande astronoom professor Jaap Kistemaker optrad. Toen heb ik maar in het telefoonboek gekeken`onder de V en heb ik gebeld."
"Ik werd uitgenodigd voor een gesprek en kreeg wat wat studie matreaal mee. Maar dan gaat er toch al gauw een jaar overheen voor je daadwerkelijk wordt ingewijd. Niet dat je wordt tegengehouden, maar het is toch de bedoeling dat je eerst zelf een goed beeld krijgt van waar je aan begint. Niemand vraagt je of het tijd is, niemand dringt aan, er is een soort innerlijke drang, een stem die zegt dat de tijd rijp is."

"Uiteindelijk word je dan uitgenodigd voor de inwijding in de Werkplaats, de tempel van de vrijmetselaars aan de Vondelstraat Daarin heeft alles een vaste betekenis en plaats, zowel de bouw als de lichtsymboliek. Zo is de ingang in het westen, het domein van de stof. Ten noorden zitten de leerlingen, ten zuiden, waar het zonlicht even langs komt, zijn de gezellen. De meesters kunnen overal plaatsnemen
Die inwijding, dat is een soort gaan van de weg van de duisternis naar het licht, dus van het westen van de tempel naar het oosten, waar de zon opkont. Ik was er tot dat moment nooit binnen geweest. Een rituele jurk? Welnee zeg! We dragen allemaal een zwart rokkostuum met een zwart vest en een witte das. En daaroverheen een schootsvel. Zenuwachtig was ik, ontzettend."

Blinddoek
"Alsof ik voor de eerste keer in een vol Concertgebouw de Winterreise moest zingen. Je meldt je aan bij een deur van het souterrain, alsof je in het onderaardse van een piramide wordt ontvangen.
Mijn Voorbereider leidde me naar een statige kamer met houten lambrisering, het rook er naar cederhout. Daarnma werd ik naar een donkere kamer gelijd. "Ik kreeg tijd voor overdenking en moest vervolgens zelf de blinddoek voorbinden, waarna naar de Werkplaats werd geleid. Datwas zo indrukwekkend, de doodse stilte van tachtig logeleden, de geur van brandende kaarsen. Ik was danig in de war.
Dan wordt er in die prachtige akoestiek tot je gesproken . . . er wordt daar een drama opgevoerd ,dat de essentie van ieders leven raakt. Het is de eerste grote klap voor je kop, alsof je voor het eerst de achtste van Bruckner hoort en helemnal gegrepen wordt. Totaal gefocust op jezelf, naar binnen gekeerd zodat je een innerlijke stem kunt laten aanzwellen. En dat overkomt je nog twee keer: als je tot gezel en als je tot meester wordt ingewijd.
Het lillige is alleen dat-als je het vertelt, iemand al gauw iets heeft van: Nou nou , dat meen je niet!' Ik weet niet hoeveel inwijwdingen ik sindsdien heb meegemaakt maar elke keer word ik als toeschouwer weer geraakt. Ik ben, sinds die dag, ongelofelijk gegroeid in mezelf."
"Na afioop word je door iedereen gefeliciteerd. En er is een feestmaaltijd. Spanning en ontspanning, he, schaften na het werk En dat is dan dat. Vervolgens is er steeds één dag in de week dat jouw loge bijeenkomt. Dan is er de agenda, de Werktafel en daarna komt een spreker over een onderwerp dat direct of zijdelings met vrijmetselarij te maken heeft."
"Poppenkast? Natuurlijk, een stelletje malloten dat met een beiteltje op een steen hakt . . . Al die ritualen van ons zijn. een soort spel, maar zulke spelen worden ook in elke kerk elke religieuze dienst gespeeld of de meeste opera's. Moet je zien hoe kinderen op de Dam opgaan in het verhaal van Roodkapje." "Misschien zijn vrijmetselaars gewoon grote kinderen. Maar als onze ritualen een spel zijn, dan is het wel een verheven spel waarin je serieus kunt opgaan. Je moet er bewust aan willen deelnemen. Er door betoverd raken. En wat er gebeurt . . . het is alsof een heel grote strandbal, die je al heel lang onder water hebt geprobeerd te duwen, opeens loslaat zodat hij naar boven floept. Een heel bevrijdend gevoel."
.
In hoeverre sluit dit aan bij jullie visie over de VM?
Ik mis wel een paar belangrijke doelen van het systeem als zodanig.
Zie ik dat verkeerd?