DE ARBEID AAN DE RUWE STEEN





"Eigenlijk is het gek, dat Uw huisgenoten in hun reusachtige tuin rozen kweken. Ik heb me laten vertellen, dat ze nu al 5.000 soorten kennen en dat ze nog steeds niet dat gevonden hebben wat ze zoeken. En wat mij het meeste verbaast, is dat ze niet begrijpen, dat dat wat ze zoeken al in eén enkele roos te vinden of misschien wel in een druppel water...."
Niet begrijpend keek de oudere man het jonge prinsje aan, die hem dat vertelde.
"Weet je hoe dat komt?", ging het prinsje verder, "dat komt omdat ze met hun ogen zoeken. Als je werkelijk iets bijzonders vinden wilt, dan moet je met je hart zoeken"

Ook wij, vrijmetselaars zijn zoekende. Als leerling beginnen wij onze gerichte zoektocht eigenlijk al met onze arbeid aan de Ruwe Steen, het zinnebeeld van de onvolkomenheid van het menselijke verstand en van de tekortkomingen van ons Hart. Maar wanneer iemand zoekt, dan zoekt hij uiteraard niet naar niets. Ieder weet diep in zijn binnenste waarnaar hij werkelijk zoekt, maar hij hoedt dat als een diep persoonlijk geheim. Vinden en zoeken zijn noodzakelijke fasen in de bewustwording. Wellicht zoeken we als elk ander mens feitelijk naar een antwoord op de eeuwige vragen "Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ga ik heen? en Wat is de zin van bet leven?" Niemand ontkomt eraan zich deze vragen te stellen en niemand is tevreden met het feit, dat hij niet meteen bevredigende antwoorden vinden kan.

Zolang wij op deze vragen geen passend antwoord gevonden hebben, blijft er een gevoel van onvrede in ons, een gevoel dat mogelijk ontspringt aan de oerangst, die ongeweten toch in elk mens leeft en die zich op allerlei manieren psychisch in ons leven kan uiten. Dat merkwaardige gevoel kan leiden tot agressies, die we later zelf niet begrijpen, maar ook tot depressies en psychosen, factoren die beslist storend op ons leven kunnen inwerken. Maar zodra we een antwoord op de eeuwige vragen vinden, dat ons tenminste enigermate tevreden kan stellen, keert het oervertrouwen weer in ons terug en worden alle angsten en storende gevoelens overwonnen. Lang niet alle psychologen beseffen dit en zoeken naar een oplossing in gebieden, waar die nimmer gevonden kunnen worden.

Ja, wie ben ik?
Het is onze plicht als vrijmetselaar om goed na te denken over de diepere betekenis van alles wat in bet rituaal wordt gezegd. Als er in het rituaal geen betekenis zou schuilen, zou het zinloos zijn en binnen de vrijmetselarij is niets zonder zin. En zelfkennis en zelfbezinning zijn reusachtige hulpmiddelen om ons tot een juist begrip te brengen, een begrip dat tot zelfveredeling leidt, zonder dat wij ons dit bewust zijn of er zelf iets van merken.
Ons wordt geleerd, dat de voornaamste arbeid. voor de leerling is het behouwen van de Ruwe Steen. Hij moet met hamer en beitel de oneffen scherpe hoeken weghakken en bijvijlen, zodat de Ruwe Steen zodanig haaks wordt, dat hij kan worden gebruikt en ingevoegd in de bouw van de Tempel. Volgens Lessing is het bereiken van zelfkennis beslist nodig en moet deze centraal staan, wil het werken aan de Ruwe Steen succes hebben.
De ons zeer bekende uitspraak, die we bij elke bijeenkomst boven de Tempel zien staan, t.w.n. "Ken Uzelven" is ons even vertrouwd als het begrip "Licht". En beide staan met elkaar in verband. Licht is leven! Het zoeken naar het Licht is een weg, die leidt tot een vaak nieuw en verhelderend. inzicht in eigen doen en laten, in het wel en wee van het eigen persoonlijke leven, maar het is ook een zoeken naar een diepere zin van het leven, naar wijsheid om het leven beter te begrijpen en daardoor ons leven bewuster en zinvoller vorm te kunnen geven.

We zullen om te beginnen niet meer zo op onze eigen belangrijkheid. bedacht moeten zijn om dan met andere ogen onszelf en anderen met wie wij leven en werken op de juiste manier te kunnen beoordelen. En voor wij iemand beoordelen, moeten we ons afvragen of we daartoe wel gerechtigd zijn of er daartoe noodzaak bestaat en waarom wij zo'n oordeel willen uitspreken. Langzaam leren we begrijpen dat we er niet zo maar ".Mir nichts, dir nichts" op los kunnen leven en dat de dood in feite op elk ogenblik van de dag achter ons kan staan, zodat als wij ons leven willen verbeteren dit terstond moet beginnen en niet als en dan volgen de argumenten waarmee we menen ons voornemen te kunnen en te moeten uitstellen.

Carlos Castaneda schrijft in een van zijn boeken.
"De dood. is onze voortdurende begeleider. Overal waar wij gaan, gaat hij met ons mee. Hij is steeds aan onze linkerzijde te vinden, hoogstens een armlengte bij ons vandaan. Hij hoort alles, hij ziet alles, hij weet alles van ons. We kunnen niets voor hem geheim houden. Soms fluistert hij ons iets in het oor en een rilling gaat door onze leden. Hij zal dat steeds blijven doen tot de dag, die hij voor ons bepaald heeft"

En dan denken we even aan de Vier-en twintigduimsmaat" ,die is voor ons een voortdurende maning "Weet wat je doet, besteedt je tijd, maar doe het goed!" Toen de Tweede Opziener ons de werktuigen van de leerling verklaarde, heeft hij het ook gehad over de vier-en twintigduimsmaat.

"Elke dag heeft 24 uren en het is aan ons om die 24 uren zo te besteden, dat wij, die naar een betere wereld streven, beginnen met ons zelf. Als we dat niet doen en we staan er nooit bij stil, dan zal er niets in ons veranderen en blijven we wie we waren en zijn"

De arbeid aan de Ruwe Steen is de arbeid aan de geestelijke Tempel, waarvan wij stuk voor stuk zelf de bouwstenen zijn. De stenen hoeven niet allemaal gelijkvormig te zijn, want persoonlijke arbeid is nu eenmaal geen machine-arbeid., We mogen allemaal onze steen behouwen en zelf bepalen of we hem goedgenoeg bewerkt vinden om hem te kunnen aanbieden als bouwsteen in de Tempel der Mensheid.
De Tempel der Mensheid mag uit verschillende stenen bestaan, want zij worden door het cement van de liefde toch samengekit. En het is goed als de Tempel der Mensheid de verschillende kenmerken van mensen draagt. Het is immers de geestelijke vonk in ons, waarmee wij onze Ruwe Steen laden en dat laden doen wij als we er bewust naar streven te leven volgens de maçonnieke begrippen en idealen, die we aanhangen en heten uit te dragen. Frans van Assisi zei.
"Gij kunt de vonk in anderen slechts dan ontsteken als Uw eigen vonk brandende is"

Wij moeten de vorm van de door ons bewerkte steen in ons zelf zoeken en vinden en dat dwingt ons tenminste oprecht en eerlijk ten opzichte van ons zelf te zijn. Immers is het zinloos om zichzelf te bedriegen en wat wijs te maken. Het schaadt alleen maar. En we moeten onze ogen ook niet opzettelijk sluiten als we onze eigen tekortkomingen, fouten en kwalijke eigenschappen leren kennen. We moeten bedenken, dat we met het slijpen aan onze steen ook een verantwoordelijkheid. op ons nemen, in eerste instantie een verantwoordelijkheid tegenover onszelf. Eet wat klaar is, spreek wat waar is en handel daarnaar. We kunnen zélf veel veranderen, want het is toch zo, dat wij zélf de Ruwe Steen zijn? We slijpen en vijlen aan onszelf en doen ons best de scherpe - slechte - kanten van ons karakter te verwijderen. Dat is de maçonnieke arbeid, waarmee de leerling moet beginnen.
Michel de Montaigne schreef.
"Als een ziel geen bepaald. doel nastreeft, komt die in een doolhof terecht en vindt de uitgang niet. Alles wat men met zeggen meent te bereiken is blazen tegen de wind."
De Fries Dijkstra zei het korter " 't Is mit sizzen net te dwaen" (Met zeggen alleen kan niets gedaan worden)
Het maçonnieke ideaal is de Weg. Liefde voor de mensheid., tolerantie en broederschap. Dat is het cement van de Tempelbouw. Oprechtheid in ons doen en laten en vertrouwen in onszelf en de medemens wijzen ons de weg. De vrijmetselarij zoekt de mens in de mensen. Ook de arbeid aan de Ruwe Steen is in feite daarop gericht. We streven ernaar het menselijke in ons wakker te roepen, het menselijke in ons te openbaren, zodat het ook aanstekelijk op anderen werken kan en kracht geven om gezamenlijk te trachten onze idealen te verwerkelijken. We komen uit de duisternis van het niet-weten en groeien naar het Licht van de kennis, die we al werkende verkrijgen. Met het groeien van ons bewustzijn groeien ook onze mogelijkheden.

Br.'. Emmer