Maçonnieke encyclopedie-E.

De Maconnieke Encyclopedie zoekt


Een ogenblik !


VIII . Het onverdraagzame denken
1 . De zekerheid vaarwel
2. Een andere moraal ?
3: De waarheid in pacht
4. Is er een alternatief?
5. Conclusies







VIII . Het onverdraagzame denken
1 . De zekerheid vaarwel
In de vorige hoofdstukken is uitvoerig aan de orde geweest hoe er een nieuwe manier van zien naar en denken over de moraal ontstaan is. Als een rode draad loopt daarbij door alles heen een groeiend besef dat moraal niet een 'gegeven' zaak is, maar iets dat mensen in het handelen met elkaar laten ontstaan, waarvoor en waardoor zijzelf verantwoordelijk zijn. Dat moraal alleen zou behoren tot een 'hogere' geestelijke wereld bleek nauwelijks meer vol te houden. Integendeel:
meer en meer gaat de moraal tot het dagelijkse bestaan van de mens behoren en wordt het zijn zaak.
Daarin zit een bevrijding voor wie ongelukkig was met de klassieke vaste moraal. Niet alleen gold wat die moraal betref dat er letterlijk geen wrikken aan was, ook speelde vaak op ondoorzichtige wijze de autoriteit mee van God, de staat, de kerk en daarmee van bepaalde groepen in de samenleving.
Moraal was meestal dat wat de sterksten voor moraal uitgaven en aan anderen konden opleggen.
De inhoud van de moraal correspondeerde uiteraard met het belang van die 'sterksten' . Kritiek op de moraal (zoals bij voorbeeld Marx die gaf, die wees op de samenhang van eigenbelang en moraal) werd in ons Westen vooral als onchristelijk bestempeld. De moraal viel niet onder de toets van de rede; zij stond eigenlijk niet ter discussie. Ten voordele van deze klassieke situatie kan gezegd worden dat het wel overzichtelijk was. Crises in de moraal waren er niet. Iedereen wist waaraan hij zich diende te houden. Van de gewone man werd niet verwacht dat hij nadacht over normen, waarden en gedragsregels. Hij had ze eenvoudig te aanvaarden. behalve een (schijnbare) rust levert deze situatie natuurlijk ook onvrijheid en beklemming op. Die onvrijheid en beklemming zijn in de nieuwe visies op moraal zonder twijfel verminderd. Tegelijk is voor veel mensen daarmee ook een onrust geschapen, die we niet moeten onderschatten. Hoe gemakkelijk was en is het, als anderen aangeven 'hoe het hoort' en wat goed en kwaad betekenen!
Hoe rustig en overzichtelijk was het kunnen vasthouden aan eeuwige waarden ! En hoe moeilijk, ja zelfs angstig is het om zelf te moeten nadenken en te kiezen!
De vertwijfeling over de `nieuwe moraal `is dan ook groot bij velen. mijns inziens hangt die vertwijfeling niet alleen samen met het veranderende karakter van bepaalde opvattingen en gebruiken, maar vooral ook met de manier waarop tegenwoordig met de moraal wordt omgegaan .
2. Een andere moraal ?
De moraal verandert, hebben we gezegd: Er ontstaan nieuwe normen, waarden en gedragsregels .
Goed en kwaad zien er anders uit dan vroeger . Er is een crisis in de moraal - alles is anders geworden . Hoe vaak hoort men het niet zeggen? Maar is het wel in elk opzicht waar, dat alles anders is geworden?
Als we goed kijken naar wat in het verleden in literatuur en wetenschap over goed en kwaad is gezegd, is dan nog vol te houden dat er toen van een totaal andere moraal sprake was?
Ik vermoed dat er iets anders aan de hand is . We herkennen toch immers de streken van I1 principe van Macchiavelli, en de idealen van Don Quijote? We kunnen toch meeleven met de personen die de romans van De Balzac, Hugo, Zola, Trollope,Hardy en Dickens bevolken? En is het niet verbijsterend hoe raak en herkenbaar de typeringen voor ons zijn die Jane Austen rond 1800 gaf van allerlei menselijke karakters ?
Liefde, haat, afgunst en vriendschap, list en bedrog, meedogenloosheid en perversie, we herkennen het, denken erin mee, en kunnen soms ons eraan spiegelen.
Ook de morele losbandigheid, waarop onze tijd volgens sommigen 'het patent' schijnt te hebben, komt in allerlei perioden van de geschiedenis voor en werd zowel toegejuicht als afgekeurd. Romeinse matrones lieten zich bevredigen door slaven, de Borgia's pleegden incest; pedofilie, homofilie, sadomasochisme, het heeft altijd bestaan, en is ook altijd veroordeeld en verdedigd. En hoe groot is eigenlijk het verschil tussen de gekke keizer Calligula en Hitler? Misschien is het eerlijker om toe te geven, dat we wat de inhoud van de moraal betreft niet al te grote verschillen moeten aannemen. Wel veranderd is mijns inziens de manier waarop we er naar kijken en de status die we aan de moraal toekennen. De moraal functioneert anders, de moraal is ook ontmaskerd en op zijn voeten gezet. De moraal is - althans in sommige bespreekbaar geworden en als menselijke keuze erkend. Dat lijkt me veel meer dan iets anders essentieel nieuw te zijn aan de hedendaagse moraal . En dit is nu juist de oorzaak van veel angst en onzekerheid. Niet meer het bevel of gebod van een autoriteit staat centraal , maar het ' ikzelf ' . Ik meen dat in de vele verwijten die de zogenaamde nieuwe moraal krijgt te horen vooral dit element doorklinkt, dat mensen zo vermetel geworden zijn om zelf te bepalen wat zij voor goed en kwaad zullen houden. De angst voor deze vrijheid laat zich horen in de scheldkanonades tegen de zogenaamde nieuwlichters, de 'lustmensen met een hondenmoraal' zoals in een reformatorisch wijsgerig tijdschrift een aantal voorstanders van euthanasie werd aangeduid !
Erich Fromm heeft de psychologische kanten van deze angst voor vrijheid zeer fraai uitgewerkt, en we kunnen zijn uiteenzettingen zonder enige moeite betrekken op de moraal : er bestaat bij velen een grote angst voor een manier van leven, waarin morele zelfrealisatie en mondigheid centraal staan. Het afgeven en gescheld op degenen, die oprecht proberen de moraal te zien als een taak van de mens moet wel een zwaktebod zijn van degenen die zich liever geborgen zien in de zekerheid van een vaste, opgelegde moraal. Dat verklaart tegelijk de opkomst en bloei van allerlei godsdienstige en levensbeschouwelijke groeperingen die pretenderen zo'n moraal en zekerheid te kunnen bieden. Voor de angstige en onzekere mens is dat inderdaad een oplossing: de terugkeer naar de oude zekerheden.
3: De waarheid in pacht
In een eerder hoofdstuk maakten we al eens het onderscheid tussen absolutistisch en relativerend denken. We zullen daar nu op terug moeten komen. kenmerkend voor die mensen en groepen , die bezwaren hebben tegen de zogenaamde nieuwe moraal is een terugkeer naar of een versterkt vasthouden aan een aantal absolute, eeuwige waarden. :Voor dit soort denken bestaat tegenwoordig een aparte benaming. Men spreekt van 'ideologisch denken', een term die nogal verwarrend werkt, omdat ideologie ook nog een andere betekenis heeft .
Met velen noemen wij dat denken ideologisch, waarin men ervan uitgaat dat de eigen waarheid en waarden absolute gegevenheden zijn, die niet ter discussie staan. Deze waarden en waarheid worden dus geacht niet te berusten op een menselijke interpretatie of keuze. Anders geformuleerd: de waarden worden niet als zodanig ( dat wil zeggen: als waarden) herkend, Maar zijn in de ogen van degene die ideologisch denkt niet meer of minder dan feiten: vast staande, objectiveerbare, inzichtelijke feiten. Per definitie kunnen die feiten dan ook niet weerlegd, aangetast, of ontkend worden.
Op zich hebben we hier te maken met een buitengewoon interessant fenomeen. In het algemeen gesproken is het voorstelbaar dat in een besloten groep waarin iedereen op dezelfde wijze naar het leven kijkt en dezelfde moraal heeft, een verwarring tussen feiten en waarden gemakkelijk kan optreden. Wie leeft te midden van mensen die homofilie voor een duivelse aangelegenheid houden, en wie nooit iets anders gehoord heeft dan deze opvatting, zal weinig neiging vertonen er anders over te denken. Zeker niet als hij zelf met homofilie helemaal niet te maken krijgt.
Homofilie is zonde en daarmee uit. Een onomstotelijke waarheid !
Pas op het moment dat de groep openbreekt of iemand uit de groep het lef heeft om tot andere gedachten te komen, blijkt het waardenkarakter van de opvatting, dat homofilie verwerpelijk is.
Daarvoor bestond dat uiteraard ook, maar werd het niet als zodanig herkend.
Nu kan men zich afvragen of ooit echte in deze zin gesloten groepen kunnen bestaan, waarin op natuurlijke wijze de moraal zozeer door allen wordt gedeeld dat er geen twijfels zijn. Dat is inderdaad onwaarschijnlijk. We kunnen wel in de geschiedenis talrijke voorbeelden vinden van een kunstmatig gesloten gehouden samenleving.
Door de vestiging van de democratie verdwijnt zo'n geslotenheid echter principieel en definitief .
In een democratie is het immers niet mogelijk dat een groep via een machtsmechanisme zijn moraal aan anderen oplegt . Het gevolg daarvan is dat elke kunstmatig instandgehouden consensus over de moraal verdwijnt en dat morele waarden en morele opvattingen zich als zodanig onthullen .
Om dit te illustreren: als we constateren dat onze buurman anders denkt over homofilie en abortus, kunnen we er niet omheen dat er van verschillende morele overtuigingen sprake is die blijkbaar beide kunnen bestaan. Logisch houdt dat in dat de uitspraak 'homofilie is verwerpelijk' een waardeoordeel is en geen betrekking heeft op een feitelijke stand van zaken. Zo zou in onze Nederlandse samenleving iedereen logischerwijze attent gemaakt kunnen zijn op het 'betrekkelijke' van morele oordelen. Merkwaardig is nu dat dit allerminst het geval is! Integendeel : het lijkt wel of het aantal mensen dat zijn eigen opvattingen niet kan herkennen als waardeoordelen toeneemt. We moeten hier overigens wel onderscheid aanbrengen. Er zijn mensen die vasthouden aan bepaalde opvattingen uit eigen vrije keuze omdat zij daarvoor argumenten hebben. Zij nemen hun eigen standpunt alleen voor zichzelf als absoluut aan, zonder het ook voor anderen te laten gelden. Heel anders zijn degenen die werkelijk 'ideologisch' denken. Deze laatsten zijn altijd te herkennen aan hun fanatisme en gebrek aan relativeringsvermogen: zij dulden geen andere waarheid naast de hunne .
Dat is dus het eerste kenmerk van ideologisch denken: het maakt geen onderscheid tussen feiten en waarden, en het houdt de eigen opvattingen voor absolute onweerlegbare waarheid. Een volgend kenmerk is dat ideologisch denken geen evidenties van buitenaf toelaat. Dit houdt in dat ook voor iedereen duidelijke en inzichtelijke zaken niet als tegenargument aanvaard worden.
Toegepast op de homofilie: ook al is genetisch of pathologisch absoluut niet aan te tonen dat homofielen ziek zijn, houdt toch de Evangelische Omroep vol dat homofilie een ziekte is, die door veel bidden genezen kan worden. Het tegenargument dat dit in het geheel niet aantoonbaar is geldt gewoon niet, zo'n argument heeft voor hen geen werkelijkheidswaarde.
Een derde kenmerk hoort hier bij : in het ideologisch denken worden alleen die argumenten gebruikt die binnen het eigen systeem passen en dat ondersteunen. Degene wiens denken al deze kenmerken vertoont, zet bewust oogkleppen op - hij wil niet (kan niet? durft niet?) anders dan op een manier naar de dingen te kijken . Nu is dat op zichzelf niet zo ernstig. Het is te verdedigen dat iedereen voor zichzelf moet uitmaken hoe hij denken wil .
Zodra echter tegelijk met het weigeren om verder te kijken ook aan anderen de eigen waarheid wordt opgelegd ontstaat een ernstige situatie. Ernstig vooral daarom omdat de waarheid en waarden van de ander eenvoudig niet erkend en genegeerd worden. Met de aantasting van het bestaansrecht van de opvattingen van de ander wordt bovendien tegelijk diens hele bestaan aangetast.
Die reactie kennen we : negers , joden of homofielen , ze worden gretig vermoord . Het onverdraagzame denken heeft veelal wanstaltige gevolgen. zoals Heine zegt : wie boeken verbrandt zal eens mensen verbranden.
Het onverdraagzame denken laat het zelden bij denken alleen. Afhankelijk van de macht die men heeft zal het in de praktijk geëffectueerd worden. Bovendien levert dit soort denken meest al voldoende motivatie om te streven naar (meer) macht . Het is niet moeilijk vele voorbeelden te bedenken uit de wereld politiek: de Hitler, Stalin en Chomeini's laten voldoende van zich horen.
Maar ook dichterbij en minder gevaarlijk zijn allerlei soorten ideologisch fanatisme zichtbaar. Zij zijn gemakkelijk te herkennen maar moeilijk te bestrijden. Immers juist het wapen dat bij uitstek geschikt is om verschillen van opvatting te lijf te gaan, de discussie, werkt niet. De dialoog is vanuit de onverdraagzamen overbodig, omdat het gelijk toch aan hun kant is. Vanuit de anderen gezien is die onmogelijk en zinloos, omdat hun argumenten niet gehoord en begrepen worden.
Het onverdraagzame denken is in elk opzicht onredelijk: het wil geen gesprek aangaan en het wil niet kritisch naar de eigen vooronderstellingen en ideeČn kijken. Het is heel goed mogelijk dat deze onredelijkheid berust op domheid, kortzichtigheid en op onvermogen om na te denken. Het kan evenzeer berusten op machtswellust en gebrek aan consideratie voor de medemens.
Moreel gezien is er voor het onverdraagzame denken geen goed woord te spreken: het bedreigt het leven en welzijn van 'andersdenkenden' en is bovendien een ontkenning van de menselijkheid van de medemens. Het dient dus alleen het eigen belang; het belang van anderen wordt, indien het afwijkt van dat eigenbelang, als niet relevant of ongewenst terzijde geschoven.
4. Is er een alternatief?
Ik merkte al op dat ideologisch denken niet hetzelfde is als denken in zekerheden. Het is zeer wel mogelijk om zeker te zijn van bepaalde normen en waarden zonder meteen in een verabsolutering daarvan te vervallen. Het alternatief van het onverdraagzame denken is niet per se de onzekerheid.
Mensen kunnen gaan staan voor bepaalde waarden zonder dat zij de indruk wekken daarmee iemand anders te kort te doen of een andere visie te diskwalificeren.
Het gaat er dus niet om dat mensen niet zouden mogen vasthouden aan dat wat voor hen goed en waar is. Tussen de ideologische beklemming en de totale onzekerheid ligt alle ruimte voor een eigen zekerheid en een eigen invulling van het bestaan.
Wie zichzelf die ruimte gunt, zal die ook aan anderen niet ontzeggen.
Betekent dit nu dat we binnen die ruimte alles maar moeten goed vinden wat anderen bedenken en doen?
Verdraagt het verdraagzame denken alles?
Uiteraard niet - ten eerste kan het verdraagzame denken het onverdraagzame denken principieel niet accepteren. Daar ligt een grens aan de tolerantie. Maar ook dan nog blijft er voldoende over aan niet te accepteren zaken. Hoe daarmee om te gaan? Ik vermoed dat er maar een mogelijkheid is, dat is de weg van de redelijkheid en de overtuiging. Wie ervan overtuigd is dat een medemens de foute weg opgaat, of te midden van vele goede handelingen ook iets boosaardigs verricht, zal dat niet voor zich behoeven te houden . Mensen hebben het recht om elkaar hun waarheid te zeggen. Meer nog: het kan een teken van groot mededogen zijn dat te doen. Dit is overigens iets anders dan elkaar de waarheid zeggen. Die uitdrukking wijst er op dat er voor allen eenzelfde waarheid zou zijn. Uit het voorgaande blijkt wel dat daarvan niet gesproken kan worden.
5. Conclusies
Als we nog eens op een rij zetten wat het onverdraagzame denken zo onverdraaglijk maakt, dan levert dat de volgende overwegingen op.
Allereerst is het ideologisch denken een ontkenning van de pluriformiteit van de moraal. Die pluriformiteit is echter wel te constateren en speelt een rol in onze maatschappelijke constellaties.
De erkenning van (een zekere) pluriformiteit houdt in dat we het recht van de medemens erkennen op een eigen invulling van zijn moraal en zijn bestaan. Daaraan is een grens, dat is duidelijk. Die grens zal sneller bereikt zijn, naarmate een morele regel of een gedraging meer het belang van anderen betreft. Zo kan ik mij voorstellen dat bepaalde gedragingen en gedragsregels op het gebied van de seksuele moraal zozeer beperkt blijven tot het belang van individuele personen en paren, dat het belang van anderen hierin geen rol speelt. De consequentie daarvan is mijns inziens, dat de vrijheid om een seksuele moraal in te vullen dan ook groot kan zijn.
Bij de moraal in verband met verkeersgedrag ligt het heel anders - daarbij kan pluriformiteit niet toegestaan worden. Terecht is dan ook het gedrag in het verkeer aan strenge regels onderworpen.
De vraag naar iemands moraal is in zo'n geval nauwelijks meer relevant . Terugkerend naar het ideologisch denken kunnen we nog een volgend bezwaar noemen. Het miskennen van pluriformiteit in de moraal houdt in dat voorbij gegaan wordt aan de veelvormigheid van het menselijk interpreteren. In feite wordt in het ideologisch denken dit aspect van het mens-zijn ontkend. Dat kan alleen maar als men er een onnozele kennistheorie op na houdt, waarin geen recht gedaan wordt aan het interpretatiekader, van waaruit mensen denken, waarnemen en kennen. Ook in dit opzicht doet het onverdraagzame denken de mens te kort. Een ander nadeel is dat dit denken berust op een aantal vast staande vooroordelen, die niet nader getoetst en dus ook niet bijgesteld kunnen worden. Hierdoor verliest het onverdraagzame denken aansluiting met een veranderende realiteit. Als de werkelijkheid verandert, maar ons denken niet, treedt immers kortsluiting op. Tenslotte moet gezegd dat het ideologisch denken het essentiële van de moraal, namelijk de keuzevrijheid, de aansprakelijkheid en de verantwoordelijkheid van de individuele mens uitsluit en dat het daarmee per definitie amoreel is.