Deugdenleer




ETHIEK EN MORAAL

HOOFDSTUKKEN :

I Moraal en de menselijke werkelijkheid
II Moraal verandert
III. Moraal : een middel tot een doel
IV . Moraal als keuze .
V. Waar blijft God?
VI De Mens in het middelpunt
VII. De tegenstroom
VIII . Het onverdraagzame denken
lX. Op weg naar het rijk der vrijheid?

X . Lot en aanvaarding
Xl. Hoe verder met de moraal ?
Xll Cultuur
AANTEKENINGEN







7 korte stukjes over de Moraal



l. Moraal en de menselijke werkelijkheid

2. Wanneer is een probleem een moreel probleem ?

3. Het morele conflict

4. Het morele perspectief

5. De reikwijdte van de moraal

6. Moraal als menselijke werkelijkheid

7. Waarom hebben wij moraal ?






l Moraal en de menselijke werkelijkheid


Alle mensen hebben een moraal. Iedere cultuur, groep en individu heeft voor zichzelf een aantal gedragsregels vastgesteld, bewust en onbewust, waaraan men zich vasthoudt.

Soms komt moraal heel expliciet ter sprake, soms ook blijft moraal onbesproken. Er zijn mensen die lijden onder een moraal en anderen die er aan leiden. Iedere groep, ieder individu heeft een voor hen geldend moraal, zoals gezegd. Soms vastgesteld door een kerk soms door een koning en soms gewoon ontstaan in de practijk van het leven. Voor sommigen is moraal niet meer dan een beklemming van het bestaan, voor anderen juist een mogelijkheid tot zelfontplooiing en zelfrealisering.

Moraal, een veelvormig gegeven in een al even veelvormige menselijke werkelijkheid. Wat behoort er niet allemaal tot en bij de moraal? Zonder twijfel is de moraal een van de meest interessante verschijnselen in het menselijk leven.

Op allerlei manieren manifesteert zich moraal: als een tiran, als een beminnelijke en bevrijdende gids tot mens-zijn, of als een gids die dwaalwegen aanwijst. Met betrekking tot de moraal lijkt alles mogelijk. Heel de verscheidenheid van menselijke gedragingen en opvattingen, idealen en overtuigingen wordt zichtbaar in de moraal.

In naam van de moraal wordt overheerst, getreitert en vermoorden mensen elkaar, zoals ze ook in naam van de moraal (maar dan wel van een andere moraal!) elkaars mens-zijn respecteren, of een authentiek mens-zijn bevorderen.

Moraal is een term waarmee we heel wat verschillende menselijke werkelijkheden en vele vormen van (on)mens-zijn benoemen. Met moraal kunnen we dus alle kanten op. Met recht kan de vraag gesteld worden of het dan wel zinvol is om over `de' moraal te spreken. En: worden we er beter of wijzer van als we moraal aan de orde stellen?

Het antwoord op deze vragen is simpel: juist omdat moraal zo veelvormig en zo afwisselend in verschijningsvorm is, moet er over moraal gesproken worden, en heeft het zin om te denken over 'de' moraal. Daarbij geeft het bepalend lidwoord niet aan dat er slechts van één moraal sprake zou zijn, maar dat moraal in ieder mensenleven voorkomt en een rol speelt. Moraal is dus een soortnaam en heeft betrekking op een algemeen voorkomend aspect van het mens-zijn. We kennen allen het begrip `moraal' . Toch is het niet eenvoudig exact te omschrijven wat onder moraal verstaan moet worden. Een eerste voorlopige omschrijving kan als volgt luiden:
moraal is het geheel van essentiële gedragsregels, normen en waarden die mensen, als individu of als groep, er feitelijk op na houden of pretenderen er op na te houden.
Moraal is dus datgene, dat wij menen te moeten doen, dan wel te moeten nalaten om goed te "mensen" in onze eigen (sub)cultuur.
Ook tot de moraal behoort een antwoord op de te weinig gestelde vraag waarom we iets al dan niet menen te moeten doen. Waarom noemen we de ene daad goed en de andere slecht?

Voor velen ligt het antwoord op deze vraag verborgen in een hogere zedelijke orde, die de mens bij stukjes en beetjes kan leren kennen.( inwijdings dogma van de gemengde vrijmetselaars orde "Le Droit Humaine") Moraal heeft in dat geval een verheven status, en lijkt te behoren tot de geestelijke wereld, de wereld van godsdienst en levensbeschouwing. Dat moraal met die wereld iets of zelfs veel te maken heeft, kan moeilijk ontkend worden. Maar dan omdat de ordening van "goed en kwaad" altijd van priesterlijke of vermeende goddelijke inzichten kwam.
Niettemin, hoe dan ook, moraal is altijd een heel praktisch alledaags verschijnsel in het menselijk leven geweest.
Moraal heeft dus te maken met de manier waarop wij het leven van alle dag inrichten. Nog anders gezegd: moraal heeft te maken met de vraag hoe `goed te leven'. `Goed te leven', dat wil allereerst zeggen: verantwoord te leven te leven in overeenstemming met onze moraal, met dat wat wij voor goed houden. Leven zoals het behoort, zoals het een mens past.
Tegelijk houdt dit in: menswaardig leven, leven in overeenstemming met ons mens-zijn.

`Goed te leven', dat is leven zoals het past, en zoals het bij ons, in onze omgeving, klimaat, etc, past. Als we moraal zo omschrijven, dan wordt duidelijk waarom moraal zulke problematische vormen kan aannemen en tot zoveel conflicten aanleiding geeft. Zolang immers mensen dezelfde opvattingen hebben over dat wat bij hun past behoeft de moraal geen problemen op te leveren. Dat zien we ook steeds weer in de geschiedenis van de mensheid: zolang mensen of groepen mensen dezelfde behoeften, belangen en idealen hebben wordt moraal niet als problematisch ervaren, sterker nog, niet eens besproken maar als bindende factor beschouwd. Maar dat is het nu juist: mensen verschillen in onze tijd meer dan ooit van mening over hun essentiële behoeften. De globalisering, immigratie, ontkerkelijking, veranderende eisen aan de werkomgeving etc doen de jas van de oude moraal steeds meer knellen en brengt ons steeds meer in contact met "die" anderen. Overal waar mensen om welke reden dan ook verschillende behoeften krijgen, en verschillende opvattingen hebben over dat wat goed is, ontstaan morele problemen.

Moraal heeft te maken met onze behoeften, belangen en verlangens. Dat klinkt nogal gewoon, platvloers wellicht. Zo gewoon is het echter niet. Onze behoeften, belangen en verlangens kunnen immers wel degelijk `van hoger orde' zijn. Daarom houdt de constatering dat moraal met behoeften te maken heeft niet in dat moraal niet ook zou samenhangen met een levensbeschouwing of een geloof. Integendeel: projecteren mensen in hun uitleg van hun levensbeschouwing niet hun diepste verlangen? Ook voor degenen die ervan overtuigd zijn dat moraal` van boven komt', door God wordt opgelegd of in de bijbel te vinden is, geldt dat hun moraal met hun behoeften en verlangens samenvalt.
Ook zij hebben een moraal die bij hen past. Er zit in de moraal ten diepste een element van eigenbelang (zekerheden). Dat is de reden, waarom morele conflicte vaak met zoveel heftigheid uitgevochten worden: onze belangen, ja heel ons mens(beeld)-zijn staat er mee op het spel.

Met onze moraal verdedigen we dat wat (aangeleerd)wezenlijk voor ons van belang is, ons leven, onze manier van mens-zijn, alles wat voor ons goed en van waarde is. Elke zaak die met die manier van mens-zijn te maken heeft, heeft daarom in onze eigen moraal, morele kanten. Bij politiek, seksualiteit, gezondheidszorg, onderwijs, sociale wetgeving, vragen van oorlog en vrede,milieuhygiëne, opvoeding, recht, rijkdom en armoede, bij alles wat maar enigszins te maken heeft met onze manier van leven, komt onze moraal ter sprake.

Hoe vaak wordt niet midden in een hevige discussie over één van deze onderwerpen met veel verve door iemand geroepen: maar dit is een moreel probleem! De conclusie kan nu zijn dat eigenlijk alles met de moraal te maken heeft, en inderdaad lijkt die conclusie gerechtvaardigd. Gelukkig betekent dat nog niet dat elk menselijk probleem een moreel probleem in volle omvang is.













2. Wanneer is een probleem een moreel probleem ?


Het is niet eenvoudig om op die vraag een kort antwoord te geven. Als we nog eens terugkijken naar onze definitie van moraal, dan kunnen we zeggen: overal daar, waar een probleem is ontstaan met betrekking tot essenti‰le gedragsregels, normen en waarden, hebben we te maken met een moreel probleem.

Waarom het woordje `essentieel' niet gemist kan worden is duidelijk: het gaat in de moraal om niet meer of minder dan de manier waarop wij mens willen zijn Nog anders geformuleerd kunnen we zeggen dat overal daar waar ons leven en welzijn aan de orde zijn, ook onze moraal aan de orde is. Heeft moraal dan niets met `plicht' te maken, met dat wat een mens behoort te doen?

Wordt het fenomeen van de moraal niet meer verhelderd indien we denken vanuit de plichten die een mens heeft of voelt? Kan moraal wel gedefinieerd worden zonder de term plicht? Inderdaad valt in onze definitie van moraal ogenschijnlijk de plicht weg. Toch is die er wel degelijk in aanwezig. We zijn ervan uitgegaan dat het in de moraal gaat om `goed te leven', dat wil zeggen te leven zoals het past en zoals bij ons past. De vraag wat ons als mens past kan opgevat worden als de vraag naar onze plicht.
Die plicht is er echter niet zo maar, maar hangt samen met onze manier van mens-zijn. Zonder die nadere invulling blijft een plicht hol en nietszeggend. We kunnen dus zeggen dat elk moreel probleem twee dimensies heeft. De dimensie van de plicht en de dimensie van onze wijze van mens-zijn.
Samengevat: bij een moreel probleem is de vraag aan de orde wat wij als mensen moeten doen met het oog op ons mens-zijn.In veel gevallen waarin mensen zich afvragen wat ze moeten doen, hoe ze dienen te handelen, komt de moraal (in onze defini‰ring) helemaal niet ter sprake. Er zijn technische, economische, juridische, sociale, logische, wiskundige problemen en welke er verder maar te noemen zijn. Pas op het moment dat een probleem direct of indirect te maken heeft met onze manier van leven en mens-zijn komt die morele dimensie erbij, en gaan we zo'n probleem (ook) als een moreel probleem zien. Of we appels of peren kopen, in een trui dan wel een kostuum zullen rondlopen is geen morele aangelegenheid. Of we een boek of een grammofoonplaat zullen kiezen nok niet.
Maar de moraal is dichterbij dan we denken: of we wel of niet vlees zullen eten, wel of niet de auto zullen nemen om ergens te komen, dat raakt al het welzijn van anderen en onszelf, hoewel niet direct.
Hoe dichter een bepaalde problematiek raakt aan onze manier van mens-zijn en het mens-zijn van anderen, des te duidelijker wordt de morele dimensie. Niet voor niets geldt dat de gezondheidszorg zoveel morele problemen oproept: daar wordt ons mens-zijn wel heel dicht genaderd.
Maar laten we ons niet vergissen: ook op macro-niveau worden morele dimensies gemakkelijk zichtbaar. Een economische beslissing heeft al snel gevolgen voor het leven van vele mensen: men denke aan de hoogte van het minimumloon, de sluiting van een bedrijf etc.


3. Het morele conflict

Nu weten we allen dat de genoemde vraagstukken niet altijd expliciet als moreel probleem naar voren behoeven te komen.
Ook de morele dimensie van een vraagstuk blijft vaak onuitgesproken. Indien we het als samenleving er over eens zijn dat een stijging van het minimumloon een goede zaak is, behoeft het morele aspect van deze zaak geen uitgesproken aandacht. Zo was er in de gezondheidszorg bijvoorbeeld heel lang géén abortus-probleem; iedereen was het er immers over eens dat een abortus provocatus, zoal mogelijk, ongewenst was, tenzij het leven van de moeder bedreigd werd. Een echt moreel probleem ontstond pas op het moment dat de bestaande overeenstemming (consensus) doorbroken werd.
Waarom een consensus kan ophouden te bestaan zullen we in een volgend hoofdstuk bespreken. Nu gaat het er alleen om te constateren dat moraal meestal pas besproken wordt op het moment dat iemand die moraal expliciet ter discussie stelt.
Nog een ander voorbeeld. Indien een groep, bijvoorbeeld de protestanten in Nederland, er van overtuigd is dat het huwelijk de ware bestemming is van de mens, en dat homofilie of elke andere relatievorm onaanvaardbaar is, behoeft er binnen die groep niet gediscussieerd te worden over het huwelijk of homofiele relaties. Men leeft rustig voort met de gemeenschappelijke opvattingen zonder dat die besproken behoeven te worden. Er is in die situatie maar één manier om goed te leven, en dat is in een geïnstitutionaliseerde man-vrouw verhouding.
Pas op het moment dat iemand daarover anders gaat denken, wordt een moreel probleem zichtbaar. Dat een seksuele gedraging met moraal te maken heeft was al duidelijk, maar pas doordat een tegengeluid geformuleerd wordt is men plotseling attent op de moraal.
Men realiseert zich niet alleen welke moraal men heeft, men wordt zelfs ook gedwongen zijn moraal te verdedigen of te rechtvaardigen.


4. Het morele perspectief

In het voorgaande bleek dat een moreel probleem vaak pas als zodanig herkend wordt als er een breuk in de consensus is ontstaan en er verschil van mening is over een te volgen handelwijze.Er is echter nog een manier waarop een moreel probleem kan ontstaan: dat is wanneer iemand bewust het morele aspect aan een bepaalde handeling of een bepaalde situatie problematiseert. Stellen we ons voor dat iemand in een auto rondrijdt met een kapot achterlicht en geen aanstalten maakt daaraan iets te doen. We kunnen dit gegeven uit allerlei verschillende perspectieven (standpunten) bezien. Bijvoorbeeld vanuit het esthetisch standpunt: we vinden het niet mooi of netjes staan; of vanuit het juridisch standpunt: rijden met een kapot achterlicht is een inbreuk op de verkeerswetgeving. Maar we kunnen ook vanuit moreel standpunt naar dat achterlicht kijken, en opmerken dat we zoiets niet goed of behoorlijk vinden, omdat een auto met ‚‚n achterlicht een gevaar is voor anderen.We brengen op dat moment het kapotte achterlicht in verband met het leven en welzijn van mensen en onderstrepen zo de morele dimensie van dat kapotte achterlicht. Van een echt moreel probleem of conflict behoeft nog geen sprake te zijn, maar het kan alsnog ontstaan, als degene om wiens auto het gaat, weigert het licht te laten maken, bijvoorbeeld omdat hij geen geld heeft.

Ook een vraagstuk als het opvoeren van het aantal openhartoperaties illustreert één gegeven vanuit meerdere perspectieven bezien kan worden.

Moeten in Nederland meer open hartoperaties uitgevoerd worden? Deze vraag kan bezien worden vanuit het medisch perspectief

- dat o.a. de medisch-technische haalbaarheid aan de orde stelt; vanuit het financieel-economisch perspectief, dat vraagt naar de betaalbaarheid, of vanuit het juridisch perspectief, dat onder meer de aansprakelijkheid zou kunnen betreffen. Maar ook het moreel perspectief is zichtbaar: bij open hartoperaties gaat het om het welzijn en leven van enkele individuen en wellicht van de hele samenleving, voor zover die haar middelen ter beschikking stelt, waardoor andere ziekten weer niet behandeld kunnen worden. In dit geval kunnen we zien hoe het morele perspectief in feite alle andere perspectieven in zich opneemt: om tot een moreel verantwoorde beslissing te komen zullen we de diverse perspectieven moeten afwegen en rangschikken naar de waarde die wij er aan verlenen.

Omdat de te nemen beslissing met menselijk leven en welzijn te maken heeft, is uiteindelijk sprake van een morele beslissing. Ook wanneer men meent dat economische motieven de doorslag zouden moeten geven, geldt nog dat een morele beslissing aan de orde is. Het vaststellen dat voor iets gewoon geen geld is houdt immers in dat men dat geld liever aan andere dingen uitgeeft, en

dat men vindt dat er belangrijker zaken zijn dan het laten leven van ernstige hartpati‰nten. Dit is een waarde-oordeel, dat effecten heeft op het leven en welzijn van mensen, dus een moreel waarde-oordeel. Ondanks het feit dat ogenschijnlijk degene die de beslissing neemt omtrent eventuele openhartoperaties zich zou laten leiden door economische motieven, blijft toch gelden dat er sprake is van een morele beslissing.

Het komt nogal eens voor dat iemand die een volgens onze definitie morele beslissing neemt alle mogelijke moeite doet om te ontkennen dat dat het geval is, en roept dat zijn beslissing `een zuiver medische' , of `zuiver technische' of `zuiver economische' is. De reden hiervoor is duidelijk. Wie bijvoorbeeld als econoom meent een zuiver economische beslissing te nemen, beroept zich in feite op zijn deskundigheid, die natuurlijk voor leken niet toegankelijk is. De medezeggenschap van anderen is daarmee onmogelijk gemaakt, hetgeen

uiteraard de bedoeling was. Niet zo lang geleden was in Nederland een bekend kernfysicus op de televisie te zien, die het standpunt verdedigde dat het al of niet toepassen van kernenergie een door deskundigen te nemen beslissing is, waar leken zich niet over uit kunnen spreken. Door het morele aspect van de zaak te ontkennen probeerde deze geleerde zijn autoriteit te beschermen. Dit griezelige fenomeen van de wetenschapper die meent met zijn vakkennis ook overigens de waarheid in pacht te hebben, komt men op vele plaatsen in onze samenleving tegen. Het laat zien dat het bewust negeren van een morele dimensie aan een probleem, onder het mom van deskundigheid, helemaal niet zo moeilijk is. Wie niet wil zien waar het morele aan de orde is, ziet het eenvoudig niet. Het aannemen van een moreel perspectief is met andere woorden een kwestie van een bewuste keuze. Deze keuze kan men echter alleen schijnbaar ontlopen. Wie bewust het moreel perspectief niet wil aannemen, maar wel een beslissing neemt met een morele dimensie, kan in ieder geval een gebrek aan inzicht in de volle omvang van een probleem verweten worden. Het innemen van het morele perspectief betekent niet meer en niet minder dan de erkenning van de morele dimensie van een situatie, van een probleem of een gegeven . Het merkwaardige feit doet zich hierbij voor, dat sommige zaken voor de ‚‚n geen morele dimensies bevatten en voor een ander wel . Vlees eten is voor vele mensen een doodgewone zaak, die niets met moraal te maken heeft. Een moreel perspectief ten aanzien van het vlees eten zullen zij dus niet innemen. Voor anderen daarentegen is het een morele zaak om vegetari‰r te zijn. De vraag is nu of ‚‚n van de twee objectief gelijk heeft. Of moeten we zeggen dat het hebben van bepaalde essentiële waarden , van een bepaalde moraal, meebrengt dat men sommige problemen wel , en andere niet als morele problemen herkent? Dat zou betekenen dat het niet mogelijk is om in algemene termen te spreken over een moreel perspectief, een morele dimensie en een moreel probleem. Toch zou ik willen volhouden, dat elke beslissing die te maken heeft met leven en welzijn van mensen juist daarom behoort tot de categorie van de morele beslissingen. Wie ontkent dat vlees eten iets te maken heeft met het leven en welzijn van mensen, maakt een denkfout, een logische fout. Hij is letterlijk kortzichtig. Men kan nog niet van hem zeggen dat hij in dit opzicht een andere moraal heeft dan de vegetariër: hij heeft het probleem nog niet als een moreel probleem herkend!

Doordenkend zou men nu tot de conclusie kunnen komen, dat degenen die méér inzicht hebben in de omvang van een gegeven ook altijd m‚‚r morele problemen zullen herkennen. In zijn algemeenheid lijkt deze constatering juist. Het betekent echter niet dat deze mensen met meer inzicht ook de meest juiste morele opvattingen hebben. Anderzijds kan verdedigd worden dat het kunnen zien van een morele dimensie altijd verkieslijker is dan het miskennen of niet inzien van een morele dimensie.


5. De reikwijdte van de moraal

Voor degenen die in staat zijn tot doordenken moet er wel een onafzienbare hoeveelheid morele problemen zijn. De meeste handelingen die mensen als individu of als groep verrichten hebben wel op ‚‚n of andere manier met het welzijn van mensen te maken. Zelfs de meest eenvoudige zaken als de keuze van voedsel, de keuze van briefpapier (recycled of gewoon), de keuze van een vervoermiddel lijken belast te zijn met morele implicaties. Wordt het leven niet onleefbaar voor degene die goed nadenkt over de gevolgen van zijn handelen? Is het niet een onnoemelijke last om steeds maar weer bij alles wat men zelf doet of anderen ziet doen te denken aan eventuele consequenties voor het leven en welzijn van mensen? Juist nu we meer dan ooit in staat zijn het leven van anderen overal op de wereld en op zeer lange termijn te be‹nvloedden? Juist nu we meer dan ooit te voren in staat zijn om te zien hoe het anderen op de wereld vergaat, wat er geleden wordt, wat er allemaal misgaat, mede door ons handelen?

Inderdaad, de interdependentie van het menselijk handelen is enorm toegenomen. Wij leven niet meer als volken, of groepen binnen een volk, of als families of gilden op onszelf. Wij hebben als mensen op deze wereld bij voortduring op vele manieren met elkaar te maken. Ik vermoed dat dit ‚‚n van de allergrootste en meest onoplosbare problemen van de mensheid is. De morele druk, de last van de verantwoordelijkheid is zo zwaar geworden dat om te kunnen leven het eenvoudig noodzakelijk lijkt om maar niet bij alles na te denken, en zich maar niet overal zorgen over te maken. De morele dimensie van ons bestaan is ongrijpbaar groot geworden. Wie kan die last nog dragen'' Men behoeft geen pessimist te zijn om te constateren dat het onmogelijk geworden is om alleen al te overzien wat de gevolgen van ons handelen zijn. En hoe meer we in staat zijn om in te grijpen in de werkelijkheid, des te onmogelijker zal het worden. Elke nieuwe techniek, elke nieuwe mogelijkheid tot manipulatie, elke nieuwe vondst op welk gebied dan ook zal nieuwe morele problemen doen rijzen, omdat het weer op nieuwe wijze ingrijpt in het leven en welzijn van mensen: er is geen einde aan. De ontgrenzing van ons kunnen betekent ook de ontgrenzing van onze verantwoordelijkheid. Inderdaad - de mens lijkt overvraagd te worden, als individu, maar ook als lid van een groep, gemeenschap of volk. Steeds meer dijt de moraal uit, steeds meer morele problemen ontstaan en steeds meer onoplosbare conflicten. Het is niet vreemd dat mensen het spoor bijster raken.


6. Moraal als menselijke werkelijkheid

Wie spreekt over de moraal , spreekt over de menselijke werkelijkheid.
Moraal behoort essentieel tot het leven en is ook geworteld in het leven.
Moraal hangt niet in de lucht, maar is verankerd in onze werkelijkheid.
Dit betekent niet dat er in de moraal niet een kritische distantie tot die werkelijkheid mogelijk is. Integendeel : de moraal kan bij uitstek het instrument zijn om de menselijke werkelijkheid te doorlichten en eventueel ook aanwijzingen voor het veranderen daarvan te geven.
Wie de moraal ter sprake brengt, brengt zijn werkelijkheid ter sprake.
De consequentie hiervan is, dat zonder een goed begrip van die werkelijkheid de moraal onbespreekbaar is, evenals omgekeerd de menselijke werkelijkheid onbespreekbaar is zonder goed begrip van diens moraal.

Kennis van zaken, inzicht in de situatie waarin de mens verkeert en een juiste taxatie van die situatie zijn essentiële aspecten van het gesprek over de moraal.
Een moreel probleem of conflict is niet op te lossen als de `feiten' niet bekend zijn.
Wie wil spreken over de morele aspecten van b.v. de vrijwillige euthanasie zal er niet aan ontkomen zich op de hoogte te stellen van de problematiek van het gerekte levenseinde en van het uitgestelde sterven .

Enig inzicht in de wensen en gevoelens van degenen die behoefte hebben aan een zachte dood is noodzakelijk , alsmede enig inzicht in de huidige medisch-technische mogelijkheden om een zachte dood te bewerken.

`Wat zijn de feiten?' Die vraag kan niet vaak genoeg gesteld worden in een morele discussie. Als we nu maar de feiten weten, dan lijkt een waardering van de feiten een niet te moeilijke volgende stap. En inderdaad blijkt in een morele discussie een overeenstemming over `de feiten' van het grootste belang. Zozeer zelfs, dat een dergelijke overeenstemming in feite al het morele probleem kan oplossen ! Als bijvoorbeeld alle voor- en tegenstanders van vrijwillige euthanasie het er over eens konden worden welke nu precies `de feiten' zijn, zou de discussie heel wat van !zijn scherpe kanten verliezen. Maar hier zit de grote moeilijkheid: feiten staan niet los van hun interpretatie. Of, om het wat duidelijker te formuleren: een objectieve, neutrale. vaststelling van die feiten is bij veel zaken eenvoudig niet mogelijk. Mensen kijken niet om zich heen zonder dat in die blik al een deel van hun eigen opvattingen en vooronderstellingen meedoet. Een tegenstander van vrijwillige euthanasie ziet eenvoudig niet hoe groot de ellende kan zijn van een stervende, die maar niet mag of kan doodgaan. Hij heeft er letterlijk `geen oog voor'. Dit behoeft geen domheid, luiheid, of onwetendheid te zijn: hij z¡et het echt niet, omdat hij op een totaal andere manier naar het sterven kijkt dan degene die voor zichzelf heeft vastgesteld dat vrijwillige euthanasie mogelijk moet zijn, en die dus veel sneller een moeilijk sterven onnodig en daarom ook onaanvaardbaar vindt.Onze moraal be‹nvloedt in hoge mate onze manier van kijken naar de werkelijkheid. Dit zou wel eens kunnen impliceren, dat er niet ‚‚n menselijke werkelijkheid is, maar dat er meerdere zijn, evenzeer als er van meerdere morele opvattingen sprake is. Onze manier van vaststellen van de feiten is altijd moreel gekleurd. Dat neemt natuurlijk niet weg, dat er dingen gewoon echt gebeuren en gebeurd zijn. De moord op de zes miljoen joden (en op de vele andere miljoenen) in de tweede wereldoorlog is echt gebeurd' , objectief vaststelbaar en je zou wel een kronkel moeten hebben om het te kunnen ontkennen. Er zijn films, foto's, massagraven, getuigenissen van beulen en slachtoffers. Niettemin zijn er mensen die nog altijd volhouden dat hier sprake is van een propagandastunt, en dat er wellicht `wel enige ongeregeldheden' hebben plaatsgevonden, maar niet meer dan wat een oorlog nu eenmaal altijd met zich meebrengt. De werkelijkheid van de vermoorde miljoenen is hun werkelijkheid niet, zij hebben er geen toegang toe. Hoe stuitend dit fenomeen van ontkenning ook is voor al diegenen tot wie de moorden wel zijn doorgedrongen, we kunnen niet ontkennen dat er mensen zijn die er geen oog voor hebben. Weer komt de vraag op, of dan toch het jezelf afsluiten voor informatie en het leven `met oogkleppen op' niet op zich al een slechte zaak is. Zijn dit soort barre domheden nog wel te verontschuldigen ?

Afgezien van deze dringende vragen moeten we in elk geval volhouden dat zonder kennis van zaken en een zo objectief mogelijk inzicht in de menselijke werkelijkheid een morele discussie niet eens gevoerd kan worden, laat staan tot een goed einde gebracht. Het is overigens wel duidelijk dat een steeds complexer wordende menselijke werkelijkheid dat inzicht zal bemoeilijken. Want opnieuw dient de vraag gesteld wie is nog in staat het geheel teoverzien ? Wie heeft nog zo'n kennis van zaken Op het niveau van het individu met zijn problemen is dat inzicht wellicht noch mogelijk. Maar hoe zit dat met de sociale werkelijkheid ?


7. Waarom hebben wij moraal ?

Het is bepaald niet overdreven vast te stellen, dat moraal een problematische aangelegenheid is.
Als moraal zoveel problemen geeft, hebben we die moraal dan wel nodig?
Kunnen we het niet beter zonder moraal stellen?
Men kan inderdaad leven zoals het uitkomt, ronder reflectie en zonder moeilijkheden, de dingen nemend zoals ze zich aanbieden, ogenschijnlijk zonder moraal.

Hoogstens kan men dan in conflict kunnen met anderen, die hogere eisen aan het mens-zijn stellen, maar ook die conflicten zijn te vermijden.
Een dergelijke houding geeft impliciet blijk van een bepaalde moraal.
Zodra iemand echter enige eisen aan zichzelf en zijn manier van leven stelt, wordt hij expliciet met (zijn) moraal geconfronteerd.
Degene die wil nadenken over het hoe' en `waarom' van zijn handelwijze, denkt na over zijn `moraal'.
Degene die bewust wil leven, ontkomt niet aan een reflectie op de moraal.
We hebben inmiddels gezien dat er met de moraal heel wat aan de hand is.
Het is gemakkelijk aan te tonen hoe moeilijk en onoverzichtelijk moraal kan zijn.
Toch is moraal van oorsprong wellicht ontworpen om het leven juist te vergemakkelijken.

Men wijst in dit verband graag op het onderscheid tussen mens en dier.
Dieren zullen zich kenmerken door een beperkt aantal gedragspatronen, die tot op grote hoogte vastliggen en bepaald en bestuurd worden door goed ontwikkelde instincten.
Voor het dier zit er niet veel ruimte in - minder naarmate het een `lager dier is.
Hoe verder het dier afstaat van de mens, des te beperkter zijn zijn gedragsalternatieven, als men daar al van spreken kan.
Hiertegenover heeft de mens een veelvoud van mogelijkheden, in feite een eindeloos aantal alternatieven.

Geprogrammeerd gedrag vertoont hij wel, maar in beperkte mate.
Voor het overige kan hij in principe onbeperkt keuze maken wat te doen en hoe zich te gedragen.
De mens heeft dus een eindeloos aantal gedragsmogelijkheden.
Men kan zich voorstellen dat in deze veelheid van mogelijkheden een beperking van die keuzen aantrekkelijk is - dat betekent namelijk dat niet elke keer opnieuw de mens behoeft te verzinnen hoe te handelen .

Zo zou men naar morele regels kunnen kijken: als naar aantrekkelijke gedragsbeperkingen, die een ontlastende functie hebben. Doordat de mens een aantal handelingen niet steeds opnieuw behoeft af te wegen en vast te stellen, houdt hij creativiteit en energie over, die hij dan meer gericht kan aanwenden.
Zo opgevat kan moraal inderdaad bevrijdend werken, dat wil zeggen zolang als de gedragsbeperkingen als zinvol, vanzelfsprekend, en re‰el aanvaard worden
Het (monogame) huwelijk kan als zo'n morele regel beschouwd worden, die op zich veel nut en gemak biedt: niet elke avond opnieuw een partner voor de nacht te moeten kiezen is een hele opluchting!
Zeker kan een permanente relatie bijdragen tot rust en zekerheid, en daardoor creativiteit vrijmaken.
Daarbij geldt dan wel, dat men deze rust en zekerheid ook als zinvol moet kunnen aanvaarden. Is dat niet (langer) het geval, dan is niet van bevrijding maar van beklemming sprake. Zo is het met veel algemene regels voor ons gedrag -ze kunnen zeer positief werken, mits ze aanvaard worden, en ze kunnen vernietigend zijn, als ze ons nog slechts beklemmen
Op deze wijze verklaard wordt moraal wel haast tot een menselijke noodzaak, die anderzijds ook risico's heeft. Er zijn nog meer verklaringen van de moraal, die deze noodzaak onderstrepen.
Zo kunnen we denken aan het feit dat het samen- leven van mensen op zich moraal nodig maakt.
Dat samenleven lijkt inderdaad pas mogelijk als er een zekere regulering van het gedrag plaatsvindt: niet iedereen kan zomaar alles doen. In tegendeel. Het samenleven van mensen stelt eisen: men moet tenminste op elkaars gedrag aankunnen, en min of meer weten wat van anderen te verwachten valt.
Een te grote onvoorspelbaarheid van het menselijk gedrag maakt het sociale leven onmogelijk. De noodzaak van moraal kan men nog op een derde manier aantonen, namelijk door te wijzen op het feit dat mensen willen leven, liefst met een zekere kwaliteit van het bestaan.
Daartoe leggen ze zichzelf en anderen bepaalde regels op. Moraal heeft in deze verklaring dus allereerst te maken met overleven.
Hoe het ook zij - moraal is blijkbaar een essentieel aspect van het mens-zijn. Hoe ingewikkeld en gecompliceerd ook moraal in onze tijd kan worden: moraal hoort erbij .