VERBORGEN DISCRIMINATIE



Er was eens ....

INLEIDING
1. INLEIDENDE SCHETS
2. HISTORISCHE SCHETS
A. De vrouw in het preïslamitische Arabië
B. De vrouw in de Islam
Algemene schets
3. DE ISLAMITISCHE VROUWEN IN BELGIË.
Islam versus tradities
Uithuwelijken
Onderwijs aan Meisjes
twee hypotheses
1° De positie van allochtonen in het onderwijs
2° De invloed van het dragen van een hoofddoek
ENKELE NABESCHOUWINGEN.









Inleiding
een klein meisje van Noord-Afrikaanse afkomst, wier ouders en grootouders in de jaren zestig uit Marokko waren gekomen om zich in België te vestigen. Om haar heen vrouwen: één moeder, oude tantes en een grootmoeder van moederskant……. . Geen van die vrouwen die zich over dit klein meisje bogen, leek op de goede feeën uit de sprookjes: ze brachten hun tijd door met te verbieden. Ze somden alles op wat het klein meisje niet mocht doen, en verzekerden haar dat deze verboden allemaal van God zelf afkomstig waren, via een groot boek dat ze de Koran noemden.
Zonder dit alles goed te begrijpen, gehoorzaamde het klein meisje en keek met grote, verbaasde ogen naar de wereld van de vreemde, waar ze overigens met wantrouwen werd bejegend, die wereld waarin andere kleine meisjes niet op dezelfde manier leefden.
Ononophoudelijk en onbedwingbaar rezen er vragen bij haar. Waarom die voortdurende angst van haar vader en haar broers, terwijl ze niets verkeerd deed? Waarom mocht ze hen niet recht in de ogen kijken, terwijl ze zichzelf niets te verwijten had? Waarom was het een schande als meisje geboren te zijn? Waarom was het onmogelijk die vragen te bespreken met andere vrouwen in de familie, en zelfs niet met haar eigen moeder? Was het omdat ze moslim was? En hoe ouder ze werd, hoe meer er verboden was, hoe meer de angst haar om het hart sloeg, hoe meer ze leefde met het schikbeeld net zo te worden als de anderen vrouwen van het gezin, en hoe minder ze erin slaagde antwoorden te vinden op al haar vragen.



1. Inleidende schets

Een bouwstuk schrijven over de positie van de vrouw in de islam is een bijzonder moeilijke opgave geworden. Omdat vrijwel iedereen, moslim of niet, er een uitgesproken vaak subjectieve mening er over heeft.
De discussie over de positie van de vrouw in de islam wordt subjectief, emotioneel gevoerd. Subjectief door niet-moslims, emotioneel door moslims. Niet-moslims zien de islam als synoniem voor vrouwenonderdrukking met de sluier als symbool, de moslims zullen altijd beweren dat de islam de eerste godsdienst was die aan vrouw rechten toekende.
Ik zal trachten om zoveel historische en actuele feiten weergeven maar steeds vertrekkend van uit mijn ervaring op het werkveld.



2. Historische schets

Om de positie van de vrouw in de islam beter te kunnen situeren, moeten we een korte historische schets geven.
De islam werd geopenbaard in Arabië, de bakermat van de Semitische volkeren, culturen en religies, in casu het jodendom, het christendom en de islam. Het werd geopenbaard vroeg in de zevende eeuw van de christelijke jaartelling, zeven eeuwen na het ontstaan van het christendom en een goed millennium na de kristallisatie van het jodendom als zustergodsdiensten van de islam. In die tijd was Arabië blootgesteld aan de invloeden van de twee omringende culturen: de Perzische en de Byzantijnse cultuur.



A. De vrouw in het preïslamitische Arabië

De gangbare opvatting is dat de vrouw geen goed statuut had in de Arabische samenleving voor de islam. Dit verkeerde oordeel vindt zijn oorsprong in het feit dat de islam de preïslamitische Arabische periode het "Tijdperk van de Onwetendheid" noemt. Alles wat uit die periode stamt is, zo men wil of niet, niet goed. De oude Arabische maatschappij was, door de leefomstandigheden een mannenmaatschappij. Mankracht was zo goed als onmisbaar. Daarnaast speelden factoren zoals trots, eergevoel en mannelijkheid een belangrijke rol in die maatschappij. De positie van de vrouw in die maatschappij was verschillend. In steden en dorpen had zij een relatief hoge sociale positie. Niet zelden vinden wij bekende namen die een belangrijke maatschappelijke of politieke rol hadden. In de woestijn had de vrouw het minder goed. Daar werd haar positie bepaald door haar afkomst: enkel vrouwen van "goede afkomst" genoten aanzien..



B. De vrouw in de Islam



Algemene schets

Als eerste had de islam het levend begraven van pas geboren meisjes ten strengste verboden, de polygamie aan banden gelegd en tot vier vrouwen beperkt met restricties die in de praktijk moeilijk te hanteren zijn. Zo moet een man, die met meer dan één vrouw wenst te trouwen, zijn vrouwen gelijk behandelen, zowel emotioneel, seksueel als materieel. In geval van ongelijke behandeling is het, niet toegelaten met meer dan één vrouw te trouwen. Op moreel vlak werden man en vrouw met elke gelijkgesteld. Hoewel tamelijk laat in de geschiedenis, was de Islam de eerste godsdienst die man en vrouw als gelijkwaardig beschouwde.
De islam was ook de eerste godsdienst die de vrouwen erf- en scheidingsrechten verleenden.
Verder heeft de islam aan de vrouw dezelfde rechten verleend als aan de man. Met twee uitzonderingen:
De islam laat het huwelijk toe tussen een islamitische man en een christelijke of joodse vrouw, zonder dat zij zich tot de islam hoeft te bekeren. Een islamitische vrouw mag enkel en alleen met een islamitische man huwen. Wat de erfenis betreft erft de man meer dan de vrouw. Kennelijk omdat hij volgens het rollenpatroon het gezin moet onderhouden.

Buiten deze twee uitzonderingen, is er geen specifieke discriminatie tussen de vrouw en de man in de islam.



3. DE ISLAMITISCHE VROUWEN IN BELGIË.



Islam versus tradities.

De islam heeft zich als monotheïstisch godsdienst zich verspreid over verschillende landen en volkeren met verschillende culturele achtergronden en diep gewortelde tradities. Die tradities stroken niet altijd met de islam.
Maar toch zijn bepaalde zeden en gewoonten van de Arabieren, de Perzen, de Turken en de Berbers moeilijk te verzoenen met de nieuwe godsdienst. Dit gaf - en geeft nog steeds - aanleiding tot conflicten.

Een bijkomende punt is de paradoxale houding tegen over emancipatie, of m.a.w. wat wij verwachten van een emancipatorisch proces.

Voor de éne vrouw betekent emancipatie "het streven naar verkrijgen van politieke, sociale en economische rechten ", voor de andere "vrij zijn om te doen wat niet gelaten kan worden"…

Nu dringt de vraag zich op: is de islamitische vrouw geëmancipeerd in de eerste definitie van het woord, ja of nee? De meeste buitenstaanders denken van niet. Men ziet in o.a. het feit dat bij sommige Turkse gezinnen de vrouw achter de man op straat loopt, in plaats van naast hem, een bewijs van de ondergeschikte positie van de vrouw.

In feite ziet de overgrote meerderheid van de islamitische vrouwen zich niet geëmancipeerd volgens één van beide hierboven vermelde definities. Gelet op het feit dat de islam de vrouw niet belet te studeren of carrière te maken, zien vele islamitische vrouwen geen heil in de naar westers model gerichte emancipatie, die ze, terecht of onterecht, als een proces dat de vrouw van haar "vrouwelijkheid" berooft.

Ik zal trachten een korte schets geven van een reeks knelpunten.



Uithuwelijken

De islam schrijft voor dat bij het aangaan van een huwelijk de éne huwelijkskandidaat nadrukkelijk dient akkoord te gaan met het huwelijksaanzoek van de andere. De traditie van sommige islamitische volkeren laten er de ouders over beslissen. Dit is in strijd met de leer van de islam.
Zo kom ik tot het verhaal van Fatima, een beeldmooie Marokkaanse meisje van 19 jaar. "Ze had reeds 3 jaar een relatie met een Marokkaanse jongen uit haar buur. De jongen had reeds verschillende malen haar hand gevraagd. Dit werd steeds categoriek door Fatima's vader geweigerd, Ahmed (22 jaar) was niet van hetzelfde dorp als Fatima's familie en dus bijgevolg was hij geen geschikte huwelijks kandidaat. Op een dag kwam Fatima's vader met het nieuws dat hij "dé" juiste huwelijkskandidaat voor zijn dochter had gevonden. Het was een 38 jarige man uit het dorp van Fatima's vader en die vol verlangen was om naar België te komen. Ondanks haar verdriet legde Fatima's zich neer bij de beslissing van haar vader. Ze was veel te bang voor hem, voor haar broers en ooms. Toch was er een enorm probleem. Fatima was niet meer maagd. Om haar familie niet in schande te hullen, besloot Fatima om haar maagdelijkheid weer aan te naaien. Dit is een zeer pijnlijke en bijna verminkende ingreep. Een bijkomende opstakel was het prijskaartje: de ingrepen kwam op 45.000 fr. De ironie van het verhaal was dat Ahmed de ingreep betaalde."

Tot de voornaamste problemen bij het aangaan van een huwelijk behoren ongetwijfeld het probleem van vrije partnerkeuze en maagdelijkheid. Het probleem van de vrije partnerkeuze is een complexe probleemstelling die op traditie berust. De islam is hierover duidelijk: de éne huwelijkskandidaat dient uitdrukkelijk akkoord te gaan met de huwelijkaanzoek van de andere, zoniet is het huwelijk ongeldig. Toch houden ouders weinig rekening met dit feit en handelen vaak irrationeel. Een deel van de complexiteit ligt in het feit dat er een gewijzigde betekenis aan het huwelijk wordt gegeven onder invloed van de leefsituatie. Zo komen gezinnen in een dubbelzinnige situatie terecht. Dat is zeker het geval voor Turkse of Marokkaanse mannen die naar België willen emigreren en daarvoor de enige mogelijke legale weg kiezen door te huwen met een hier opgegroeide jonge vrouw. Hoewel meestal getracht worden aan het huwelijk een zo traditioneel mogelijk uiterlijk te geven, hebben de grote belangen die in het spel zijn wanneer dit huwelijk aan de bruidegom een migratierecht verleent, het tot stand komen van het huwelijk en partnerkeuze grondig beïnvloed. Wanneer er op het vlak van de partnerkeuze toegevingen worden gedaan in functie van het verschaffen van het migratierecht aan de bruidegom, dan wordt dat gecompenseerd door het betalen van een hoge bruidsprijs. De bruidsprijs wordt bepaald door de stad of de wijk waar de aanstaande bruid woont (we spreken van prijzen tussen 300.000 fr tot 650.000 fr).
Na het huwelijk komen dergelijke nieuwe koppels in de ongebruikelijke situatie terecht dat de bruid en haar kant van de familie volledig dominant zijn. In tegenstelling tot de huwelijkstraditie waar de man veronderstelt dominant te zijn. Daarbij komt dat et gezin uit financiële noodzakelijkheid soms een tijdje bij de schoonouders moet blijven inwonen. De afhankelijkheid van de bruidegom wordt nog versterkt wanneer hij bij aankomst geen Nederlands of Frans spreekt en voor de contacten met de buitenwereld op zijn vrouw en schoonfamilie is aangewezen. Ik denk dat het zeer gemakkelijk te begrijpen is dat dergelijke huwelijken geen schijn van kans hebben om te slagen.

Het tweede probleem is misschien nog complexer. De vereiste maagdelijkheid moet gezien worden in de bredere context van ideeën over seksualiteit en in het bijzonder over vrouwelijke seksualiteit. In Marokko wordt een bruid speciaal voorbereid voor haar bruiloft. Tijdens de dagen ervoor wordt ze geheel onthaard. Onder muziek, gezang en handgeklap van andere vrouwen, bezoekt de bruid het badhuis waar zij wordt gestoomd, gemasseerd en gebaad. Haar handen en haar voeten worden geverfd met henna en haar gezicht wordt mooi gemaakt. Het pijnlijk epileren en de afhankelijk van anderen, omdat haar handen en voeten met henna zijn ingepakt kan zij niets doen, niet staan, niet lopen, niet werken, niet eten.
Men kan het vergelijken met de dualiteit van een inwijding: de symbolische dood van het vorige leven en de symbolische geboorte.

Door haar huwelijk gaat een maagd namelijk niet alleen deel uitmaken van een andere familie, die van haar echtgenoot, maar zij wordt ook van meisje tot vrouw, en daarmee wordt ze dan een volwaardig lid van de vrouwengemeenschap. Als vrouw krijgt ze meer speelruimte in intieme aangelegenheden; ze treedt in het bijzondere gebied van de seksualiteit dat voor haar huwelijk gesloten was.
De ontmaagding is het hoogtepunt op het einde van de bruiloft. Bruid en bruidegom trekken zich terug in een apart kamertje en dienen zo snel moegelijk seksuele gemeenschap te hebben. Het bewijs van de maagdelijkheid, enkele druppels bloed die opgevangen zijn in hiervoor speciaal gemaakte laken, worden aan alle gasten getoond. Gezien niet alle vrouwen bloed verliezen bij hun eerste geslachtgemeenschap, zijn vrouwen vindingrijk geworden, zo steken ze een duif hart in hun baarmoeder om een bloeding te simuleren of prikken ze zich zelf op een discrete manier zodat de kostbare druppels bloed zichtbaar worden.

Heel duidelijk komt naar voren dat er in Marokko een verschil wordt gemaakt tussen voorhuwelijks geslachtgemeenschap voor mannen en vrouwen. Aan mannen is voorhuwelijks geslachtsgemeenschap wel toegestaan.

Wanneer een meisje voor haar huwelijk geslachtsgemeenschap heeft, levert dit grote problemen op.
Zineb vertelt daarover: "Als een vrouw geen "meisje" meer is, is zij waardeloos. Ze kan dan niet meer trouwen. Tenzij een man zegt dat het hem niet kan schelen. Een vrouw die geen meisje meer is, is wel goedkoper……"

Door een dochter als echtgenoot te schenken aan een andere familie, schenkt men iets van de eer van de familie. Dit geschenk heeft meer waarde wanneer het rein is. Door zich aan haar echtgenoot te geven bewijst het meisje hem eer.

De maagdelijkheid van een meisje is vooral kwetsbaar nadat een meisje de eerste menstruatie heeft gehad; vanaaf die tijd ziet men een meisje niet alleen als een potentiële moeder, maar ook als een volwassene met een eigen lichamelijke en seksuele beleving. Dat laatste is in tegenspraak met de rol die een meisje speelt als schakelt tussen twee families waarbij zij als individu niet meetelt. De familie van een meisje loopt dus minder risico dat het meisje haar maagdelijkheid verliest naarmate zij jonger huwt. Huwelijksleeftijd voor Marokkaanse vrouwen ligt daarom zo laag: nl. 15 à 16 jaar is geen uitzondering.

Zo verlelt Sumia:"Ik durfde geen nee te zeggen toen mijn moeder vertelde dat ik ging trouwen. Ik was 15 jaar en nog een kind. Ik had mijn poppen achter een boom verstopt en daar speelde ik stiekem mee"


Onderwijs aan Meisjes

> Onderwijs in de islam is verplicht voor iedereen, jongens en meisjes, mannen en vrouwen. Bepaalde tradities, waaronder de autochtone Maghrebijnse tradities, vinden dat meisjes beter handige beroepen leren zoals naaien, weven, koken en dergelijke. Vele traditioneel ingestelde ouders laten toe meisjes snel met school stoppen om zich beter aan andere taken en aan hun toekomstige man te wijden. Toch krijg men de laatste 10 jaar een steeds toenemende aantal meisjes die zich inschrijven in een Hoge school of aan een Universiteit. Toch blijft hun percentage miniem.
Men kan zich afvragen welke factoren hierbij een rol spelen?



Ik wil hier twee hypotheses kort toelichten



1° De positie van allochtonen in het onderwijs

De kloof tussen school en allochtonen is diep, zeer diep. De groeiden mondigheid van allochtonen ouders en jongeren lijkt echter deze kloof niet te dichten. Als de ouders inspraak vragen, voelen scholen zich in het defensief gedrongen. Als ouders zich tot school richten, worden ze vaak het slachtoffer van willekeur en worden hun rechten met de voeten getreden. Vechten tegen de solide onderwijsstructuur is vechten tegen windmolens. De klappen zijn steenvast voor de zwaksten: kansarmen, vluchtelingen, allochtonen,…

De leefwereld van de school staat nog mijlenver van de leefwereld van de allochtonen gemeenschappen. Heel wat leerkrachten hebben geen horizon die reikt tot de culturen van allochtonen. Het referentiekader van deze leerkrachten is dit van een middenklassencultuur: beperkt in al zijn openheid. De opleiding van de leerkrachten speelt nog steeds te weinig in op dit geven.
Een leerkracht zegt: "Wat moeten wij nog doen? We nodigen ze uit op ouderavonden, ze komen niet. We schrijven wat in de agenda , ze reageren niet". Leefwereldverschillen liggen aan de basis van heel wat misvattingen, vooroordelen, en stereotypen. Wanneer de school niet bewust omgaat met gegeven dat haar leefwereld verschilt van deze van de allochtonen gemeenschappen, bestaat het gevaar dat vooroordelen VEROORDELINGEN worden, onbegrip MISPRIJZEN en misvattingen WANTOESTANDEN. Onderzoek toont aan dat de beoordeling van een leerling door de leerkracht sterk gekleurd wordt door het referentiekader van de leerkracht, door diens eigen waarden- en normenkader.

Een leerkracht zegt bij de inschrijving van een leerling, zonder haar schoolloopbaan te kennen: "Het meisje kan maar best naar een beroepsafdeling kleding gaan, dat past het best bij haar positie binnen de Marokkaanse cultuur".

't Is een open deur intrappen, tal van studies en onderzoeken bevestigen de kansongelijkheid in het onderwijs. Het onderwijs creëert mythes: mythes over gelijkheid kansen voor iedereen, over participatie op basis van gelijkwaardigheid. Waarom blijven deze mythes halsstarrig overeind? Er is niets onder de zon als we zeggen dat onderwijsdemocratisering een lege doos is. Kijk maar naar de buitenproportionele ondervertegenwoordiging van allochtone leerlingen in het algemeen secundair onderwijs (ASO) en in het hoger onderwijs. Kijk maar naar de stroom van allochtonen in het beroepsonderwijs en de oververtegenwoordiging van allochtonen leerlingen in die types van het buitengewoon onderwijs waar niet de handicap maar wel het sociale label het criterium is voor de verwijzing. Kijk maar naar de output: weinig allochtone beschikken na hun schooltijd over een diploma dat hen toerlaat om het "té maken". Doorheen de schoolloopbaan maait het selectiemes op volle kracht. Vooral leerlingen uit zwakkere sociale milieus en allochtonen komen in de waterval terecht die leidt naar laag gewaardeerde studierichtingen.

Ik wil benadrukken dat de allochtone gemeenschappen twee keer het slachtoffer zijn van het uitsluitingsmechanisme dat in het onderwijs ingebed zit: enerzijds is de traditionele allochtone gemeenschap nog steeds een socio-economische kwetsbare groep: laag geschoold, lage beroepsstatus, hoge werkloosheidsgraad, laag inkomen, wonen in zwakke buurten, enz. Anderzijds is er een etnisch culturele dimensie die dit selectiemechanisme versterkt: vaak zwakkere beheersing van de Nederlandse taal, labeling op basis van huiskleur, taal en afkomst, een 'afwijkende normen- en waardekader' dat niet overeenstemt met de mainstream cultuur. Deze variabelen versterken elkaar niet als een optelsom, maar als een product….
De gevolgen zijn dramatisch. Het betekent dat allochtonen kinderen al bij aanvang van hun schoolloopbaan met een rugzak rondlopen: geen rukzak met middelen om het te maken, maar wel geladen met balast. Uitsluiting leidt ook tot zelfuitsluiting: het risico bestaat dat de allochtone gemeenschap zich terugplooien in een fundamentalisme en conservatisme, en de maatschappij die hun eigenheid niet respecteert en hen geen kansen biedt de rug toekeren.

Onderwijs bekleedt een prominente plaats in de leefwereld van allochtone gemeenschap. Een succesvolle onderwijsloopbaan creëert immers kansen, kansen op ontplooiing, kansen op een toekomst. Het verhaal dat we optekenen is vaak een verhaal van verbittering en angst voor de toekomst. Tegelijk is het een verhaal vol trots en is het doorgeweven met de bekommernis van allochtone ouders om- net als elke andere ouder- te bouwen aan de toekomst van hun kinderen.

Dat veel allochtonen het slachtoffer zijn van verdringing in het onderwijs is een uitspraak die niet louter op gevoel berust. Heel wat wetenschappelijk onderzoek ondersteunt deze these. Niet alleen is er de uitgesproken ondervertegenwoordiging van allochtonen in het ASO en het hoger onderwijs, maar tegelijk is erde extreme oververtegenwoordiging van allochtonen in het BSO. Ons onderwijs biedt een hiërachie van studierichtingen aan die nauw samenhangt met maatschappelijke appreciatie. Hoe hoger een studierichting aangeschreven staat, hoe lager het aantal allochtonen. Blijkbaar liggen er structurele drempels die verhinderen dat allochtonen succesvol hun schoollloopbaan doorlopen. Structurele drempels…. Maar toch willen we jullie de volgende uitspraak van een CLB (PMS)-medewerker niet onthouden…..

'Dat er meer Marokkanen en Turken in het buitengewoon onderwijs zitten, komt doordat die steeds maar binnen de familie huwen… dat heeft genetische gevolgen.' DOMHEID OF PUUR RACISME?

Wannneer men kijkt naar de studieoriëntering van allochtonen leerlingen: alles wat maar fout kan lopen, lijkt ook fout te lopen. Voorooordelen zetten leerlingen op een stereotiep spoor (BSO); er wordt voorbij gegaan aan culturele eigenheid bij studiekeuze; scholen lappen procedures en rechten van leerlingen aan hun laars; hier en daar heerst er willekeur en machtsmisbruik, is er sprake van discriminatie, racisme. Van kleuteronderwijs tot hoger onderwijs, overal worden allochtone leerlingen en hun ouders geconfronteerd met gebrekkige ionformatie, adviezen die als verplichting geformuleerd worden, …
Nu overdrijf ze toch; hoor ik jullie denken… laten we dan de voorbeelden even voor zichzelf spreken.

Een vlotte leerling en zijn vader bieden zich aan op een school. De jongen wil zich inschrijven in een 1A-klas. De directeur van de school bekijkt amper het rapport en zegt tegen de vader dat zijn zoon 't best op zijn plaats zit in een 1B-klas. 'Daar krijgen migranteleerlingen een aangepast programma Nederlands…' Maar…. Deze jongen spreekt vlot Nederlands…én heeft net zijn getuigschrift Lager Onderwijs behaald.

TJA … WILLEKEUR? VOOROORDELEN? PROFESSIONALITEIT?

Van kwaad naar erger…..

Op advies schrijft een moeder haar kindje van 7 jaar in een school voor buitengewoon onderwijs, type 1 (aangepast onderwijs voor kinderen met licht verstandelijk handicap). Het kindje is net één jaar in België en zo'n school zou beter zijn voor haar dochter, ze zou er intensief Nederlands kunnen leren. Na enkele jaren vraagt de moeder zich af of haar dochter nu nog steeds naar zo'' school moet. Op dat moment hoort ze voor het eerst dat haar dochter op die school zit omdat ze een verstandelijke handicap heeft.… De wereld van de meoder stort in!

OF DIT……

Een Marokkaanse jongen slaagt voor zijn herexamen en krijgt zijn A attest. Dat wil zeggen…. Zou zijn A-attest moeten krijgen. Plots is zijn rapport zoek en krijgt hij te horen dat hij op de school niet meer gewenst is. Dat kind zou best ASO aankunnen, maar het lijkt ons beter dat ze een praktische richting kiest, zodat ze thuis niet te veel aan school moet denken. Thuis is er immers onvoldoende ruimte om te studeren en te weinig aandacht om het kind in het ASO te begeleiden (een leerkracht op een informatieavond)

Ach… zo kennen ik nog wel wat verhalen waarvan ik zelf denk "dit kan toch niet waar zijn?' Steeds meer en meer komen klachten over scholen die weigeren om leerlingen in te schrijven in de richting van hun keuze hoewel deze leerlingen aan alle vereisten voldoen. Allochtonen ouders en leerlingen voelen zich bedrogen of vernederd. In dit klimaat verdwijnt alle vertrouwen van ouders en leerlingen in de school.



2° De invloed van het dragen van een hoofddoek

Wanneer men door de straten van Molenbeek wandelt, wordt men automatisch gehypnotiseerd door de bonte kleuren van de hoofddoeken. In effen kleuren voor Marokkaanse vrouwen en met motieven voor Turkse vrouwen. Al deze vrouwen hebben de islam gemeen en de strak om hun gezicht getrokken hoofddoek die hun mooie amandelvormig ogen groter en mysterieuzer doet lijken. De laatste 5 jaar is het aantal vrouwen die een hoofddoek draagt verviervoudigd. Steeds meer jonge vrouwen storten zich op de studie van de Koran. Ze zijn opzoek naar iets. Ze zijn opzoek aan een aanknopingspunt tussen hen en België, een aanknopingspunt tussen hen en hun origine.
Niemand staat stil bij het feit dat hij Belg is, of Vlaming of Waal. Of blond of bruin,….. . En toch worden deze meisjes elke dag met hun neus op de feiten gedrukt. Ze worden geslingerd tussen hun tradities en een Belgische gemeenschap die eist dat er integratie is (spijtig genoeg spreek men over integratie maar bedoel men assimilatie). Het is een akelig gevoel zich nergens echt thuis te horen. Noch vis noch vlees.
Wanneer de puberteit aanbreekt in al zijn woede en kracht, loopt het vaak mis. Of men breek met het thuis front of men breekt met België. Verwacht van mijn geen oordeel welk beter is of slechter. Verliezen doen ze steeds. Want in deze paradox huist het verborgen fundamentalisme. Deze meisjes zoeken een oase van rust. Ze zoeken het licht in de duisternis. Hun heil vinden ze in de Koran.

Gesprek met de 17 jarige Latifa :
"Mijn familie is vroom. Mijn ouders zijn naar Mekka geweest en genieten van aanzien in de gemeenschap. Ik heb me steeds aangetrokken gevoeld door de godsdiensten en tot de leeftijd van 17 jaar heb ik zowel het Boeddhisme, het Christendom als de Islam bestudeert. Ik heb voor de islam gekozen, omdat ik vastigheid wilde. Dankzij de hoofddoek heb ik een identiteit gevonden, dankzij de hoofddoek word ik gezien als een islamitische vrouw, ongeacht het gezelschap of het land waar ik me bevind. Ik zal met een moslim trouwen en mijn kinderen zullen een islamitische opvoeding krijgen. Het dragen van een hoofddoek is een zeer persoonlijke overtuiging, die zeker niet opgelegd is door mijn ouders."

Deze meisjes verzetten zich dat de moslimvrouw voorgesteld wordt als een onderworpen, onderdanige wezen. Ze vinden zelf dat ze enorme aanzien hebben binnen hun familie en gemeenschap. Ze willen studeren, wille een carrière hebben, maar met één hoofddoek. Wordt hen deze individuele vrijheid ontnomen: zullen ze stoppen met de studies en zich nog sterker storten in de studie van de Koran.
Ik vrees dat de komende jaren nog meer meisjes een hoofdoek zullen dragen, gezien er meer en meer druk komt op de meisjes die geen hoofddoek dragen. Ze worden gediscrimineerd en als verraadsters beschouwd, die voor de West-Europese samenleving hebben gekozen, en dus zogenaamd voor schaamteloze vrijheid, en aanzetten tot zedeloosheid. Deze meisjes dromen van een islamitische Staat waar de Sharia geldt. Vaak begrijpen ze wel niet de implicaties van hun droom.

Ondanks overeenkomsten in afkomst, religie, sociaal-culturele context en onderwijs, hebben Marokkaanse en Turkse vrouwen tegenstrijdige manier om de islam te beleven en te interpreteren. Sommige door een hoofddoek te dragen, door het gastland te shockeren dat wellicht niet voldoende pogingen ondernomen heeft om te bevorderen dat ze zich thuis zouden voelen. Zij beleven een onverdraagzame, geslote en wantrouwende islam voor, terwijl andere zo kwaad als het gaat hun vrouw zijn proberen te beleven en zowel moslim als Belg te zijn. We moeten alert zijn voor de tekens want deze laatste groep wordt met de dag schaarser.



ENKELE NABESCHOUWINGEN.

De positie van de vrouw in de islam werd, in vergelijking met het christendom, het jodendom, en andere preïslamitische godsdiensten verbetert. In feite is de islam de eerste goddienst die aan de vrouw gelijke rechten toekende. In de een historische context betekent de islamitische bijdrage een flinke stap vooruit.

Aan de andere kant zien wij enkele duidelijke problemen die de islamitische vrouw ondervindt: namelijk, de taboe rond seksualiteit, de grote plaats die de "eer" inneemt, een duidelijke machisme en de juridische ongelijkheid , ….enz.
Hoe dan ook, uit het voorafgaande kunnen wij goed zien hoe groot de kloof is tussen de islamitische wet en de tradities. En hoe moeilijk het is om de tradities te veranderen. In België wordt de Marokkaanse en Turkse vrouw op drie vlakken gediscrimineerd: omdat zij islamitisch allochtone is, omdat ze vrouw is en omdat zij meestal laaggeschoold is. Daarom precies is haar situatie vaak de aanleiding tot vele discussies, waaruit men allerlei conclusies trekt die niet altijd gegrond en objectief zijn. Men denkt hierbij aan de heibel die onder andere rond de hoofddoek gemaakt wordt. Misschien valt wat ik nu ga zeggen in slechte aarde. Ik ben er vast van overtuigt dat hoe meer men zich verzet tegen het dragen van een hoofddoek, hoe meer de hoofddoek zal gedragen wordt. Niet alleen als symbool van het belijden van een godsdienst, maar als strijd kreet tegen een westerse assimilatie.

Ondanks de schijnbare sympathie in bepaalde discussies voor deze vrouwen, nemen weinig initiatieven die erop gericht zijn de situatie van deze vrouwen daadwerkelijk, in concreto te verbeteren. En wie iets onderneemt voor hen, doet het vaak zó radicaal dat het op zijn beurt weer conservatieve reacties uitlokt. Onze conclusie is dat men in het Westen vandaag meer begrip moet opbrengen voor de veranderingen die zich bij de islamitische vrouwen voort doen. Deze veranderingen doen zich naar onze normen waarschijnlijk té langzaam. Toch moeten we dit respecteren willen we niet dat het sluimerende fundamentalisme weer de kop opsteekt. Toch blijft het gebrek aan een exemplaristische stimulans voor deze vrouwen een ernstige tekortkoming,….

Onderwijs draagt een belangrijke steen bij om fundamentalistische gedrachten af te ketsen. Maar wil het onderwijs deze challenge aan.? Daar is een mentaliteitsomslag voor nodig waarbij de huidige maatschappelijke appreciaties van studierichting op basis van 'succes & macht' verschuift naar 'ontplooiing & gelijkwaardigheid van elke keuze'. Het is maar billijk meer middelen te geven aan scholen die deze kwetsbare groepen opvangen. Het gaat hierbij vaak om buurtscholen in kansrme wijken, concentratiescholen, of scholen in de branding.

De sleutelwoord is een open communicatie: dialoog op basis van gelijkwaardigheid.

Broeders en zusters, kijk rond U in de tempel. Hoeveel allochtonen zijn er in onze midden,….. . waarom is een allochtone broeder of zuster een curiositeit.

Ik heb gezegd A. M.