« Regulariteit » …in alle eeuwen der eeuwen : AMEN!

een kanttekening door Br:. Nest DUYS, A:.L:. Trigonum
Ik las de jongste tijd weer talrijke berichten over het wonderbaarlijke woord/begrip/separatistische slogan of hoe je dat ook wenst te noemen: « REGULARITEIT » en zijn verwanten « regulier » en « irregulier », begrippen die de maçonnieke wereld blijven teisteren door hun geladenheid en nu ook de websides vervuilen. Reeds jaren geleden heb ik enig opzoekingzwerk gedaan naar de oorsprong ervan want ook als jonge maçon werd er duchtig met die vlag gezwaaid door de ouderen en vermits ik geen gelovige ben die alles zomaar voor waarheid aanneemt, vond ik enig nader onderzoek naar de bronnen toch wel aangewezen. De Anderson's Constituties van 1723 gewagen maar eenmaal van het woord "regular" - "regulier" of "regelmatig"- en dit enkel in verband met een Loge in haar verhouding met de Grootloge. "A regular lodge" - une loge régulière - een als "in regel zijnde" loge - is deze die een patentbrief "a Warrant" had ontvangen van de Grootloge van Londen. Vanaf dat ogenblik mocht deze loge haar afgevaardigden laten deelnemen aan de Algemene Vergadering van de Grootloge op voorwaarde nochtans dat deze loge in orde was met haar metalen tegenover de Grootloge. Geen capitatierechten betaald? - niet binnen! want die loge gedroeg zich niet meer als een "regular lodge". Met andere woorden wanneer wij spreken over een regelmatige (in feite een onnauwkeurige vertaling) loge dan betreft het gewoon een loge die ingeschreven werd op het tableau van een Groot Oosten (meerdere ritussen) of een Grootloge (één ritus), haar inschrijvingsrechten aldaar heeft betaald, een constitutiebrief heeft ontvangen of haar constitutiebrief bekrachtigd zag, en… capitatierechten is blijven betalen. Het heeft niets te maken met de ritus of de wijze waarop die werkplaats arbeidt, noch met het dogmatische of adogmatische, liberale of doctorale karakter van die logearbeid. Het is lapidair historisch beschouwd een louter administratieve (centen)kwestie. En vermits in de beginne de Grootloge van Londen geen concurrentie had, was er geen gehakketak over regulariteit of irregulariteit: de loge had betaald en stond op het tableau, of zij had niet betaald en dan bestond zij niet of niet langer voor de Grootloge van Londen en was dus clandestien geworden.
En hoe zit het dan met het begrip "un maçon régulier" - "ne regulier" zoals men het in Antwerpen stelt? Wel de Constituties van 1723 gewagen daar met geen woord over. "The Old Charges" - de Oude Plichten - evenmin: zij spreken enkel van "a true and genuine brother" - "un véritable et authentique frère" in de originele betekenis van deze benaming dwz: een stielman die zich kan laten erkennen als "gezel" steenkapper of metselaar wellicht door middelen ("paswoorden, tekens en aanrakingen"?) die hem medegedeeld werden wanneer hij "aangenomen" werd - "accepted" als gezel en lid van de gilde. Overigens die operatieve genootschappen namen ook niet-stielmannen aan als "accepted mason": het waren dan meestal bouwmeesters en architecten van één of ander project, sponsors van bouwwerken, leden van verdienste en zelfs de weduwes van overleden "master masons" die de "zaak" of "de onderneming" van de overledene verder zetten met de hulp van de in dienst zijnde gezellen. Ik schreef hierover reeds een korte bijdrage in het Jaarboek nr 1 -1993- Trigonum Coronatum- onder de titel "Orthodoxie en landmerken…een miserie zonder eind". Wij weten dat de vrijmetselarij vrij vlug overwaaide naar Frankrijk en een eerste vertaling van de Constituties en Oude Plichten aldaar door La Tierce werd gedaan: hij vertaalde "a true and genuine brother" door "un bon et véritable frère". Dat was dus correct. Wanneer en waar valt dan het woord "régulier" voor de eerste maal? Wel in een volgende "aangepaste" vertaling nl. op het ogenblik dat de oorlog tussen de Obediënties begonnen was in Frankrijk in de 18de eeuw en de uitdrukking "un bon et véritable frère" werd aangepast aan de nieuwe noodwendigheden. Het werd dan "un frère véritable et régulier"! Enkel een "régulier" mocht van dan af ontvangen worden in een loge. En wie verklaarde dat voor het eerst als officiële waarheid? Wel als staaltje van zwarte humor kan het wel doorgaan, want het was niemand minder dan het Grootoosten van Frankrijk, Obediëntie die sedert de 19de eeuw nagenoeg geïsoleerd in het maçonniek wereldlandschap overleeft maar steeds door meestal politieke schandalen geteisterd werd en nog steeds wordt. Inderdaad het Grootoosten van Frankrijk nam bij de oprichting volgende tekst aan in zijn "Constitutions":
Art 1 : Le Corps de l'Ordre Royale de la Franche-Maçonnerie, sous le titre distinctif de Corps Maçonnique de France, sera composé de seuls maçons Réguliers, reconnus pour tels par le Grand Orient. Art 2 : 1e Grand Orient de France ne reconnaîtra désormais pour maçons Réguliers, que les seuls membres des Loges Régulières. Art 3 : Le Grand Orient de France ne reconnaîtra désormais pour Loges Régulières, que celles qui seront pourvues de Constitutions accordées ou renouvelées par lui ; et il aura seul le droit d'en délivrer.
In Engeland, waar men zich veel dichter bij de tradities en gebruiken van de operatieven bleef houden, ging men zich - en dan maar pragmatisch- slechts bezig houden met de concurrenten toen er van "Modern" en "Antients" sprake werd. Op het ogenblik dat de Grootloge van de "Antients" zich naast deze van de "Moderns" ging inplanten, werd het moreel wel moeilijker om nog verder "substantiële" materiele hulp te verlenen aan een broeder van de concurrentie. Maar voor de Engelsen- pragmatici als zij zijn - stelt dat nu ook weer geen onoverkomelijke moeilijkheden en zij gingen gewoon over tot een "re-making" waarbij de kwestieuze mason zelfs een dubbel lidmaatschap bleef behouden, hetgeen toch wel gemakkelijk was als men verhuisde naar een andere plaats waar alleen een loge van de concurrentie actief was. En dat is zo waar dat men kan vaststellen dat bijvoorbeeld broeder Milbourne West, een Ier, lid van de "Antients", Provinciaal Grootmeester van Quebec werd onder de Obediëntie van de Grootloge van de "Moderns". Broeder William Dickey, Grootsecretaris van de Grootloge van de "Antients" werd broederlijk welkom geheten bij de "Modern" en moest daarbij geenszins zijn oude liefde afzweren vermits hij achtereenvolgens Adjunct Grootmeester en Grootmeester werd van de Grootloge van de "Antients" van 1777 tot 1781 en van 1794 tot aan zijn overlijden in 1800. Overigens nadat beide Grootloges fusioneerden in 1813 tot de huidige Verenigde Grootloge van Engeland, was er voor hen geen probleem meer om over bezoekrecht en andere "reguliere" spitsvondigheden te praten binnen hun geünificeerde Grootmacht. Naar buiten toe konden zij op dat ogenblik moeilijk ontkennen dat de bestaande Continentale Grootmachten naar oorsprong en afstamming bij de start "regelmatig" waren en dus moest er een ander middel gevonden worden om een onderscheid te maken tussen de "goeden" en de "slechten". De Engelsen pasten dan ook het begrip "regular" niet langer op een loge of Provinciale Grootloge toe, maar op de maçon zelf, zoals het Grootoosten van Frankrijk dat een halve eeuw vroeger had uitgevonden. Een lid van een loge behorende tot een Obediëntie die niet door de Verenigde Grootloge van Engeland erkend werd, werd verworpen als een "irregular" of "clandestine mason" en daarbij beriepen zij zich geenszins op één of ander eeuwenoud landmerk. Zij verpakten dit eenvoudigweg in een administratief reglement waarvan men thans nog de bepalingen kan vinden in de "principles for recognition of a Grand Lodge" door de Board of Directors in 1929 afgekondigd. Het werd een soepel instrument waarmede men afwisselend en opportunistisch de één of de andere Obediëntie in het buitenland kon erkennen zonder aan de Constituties en Oude Plichten te moeten raken. Maar eerlijk is eerlijk, niet de Anglo-Saksische Vrijmetselarij is met dat spelletje begonnen: de Fransen waren er de uitvinders van en zijn de eersten geweest om "politieke" spelletjes te spelen en de tragedie van de herhaalde schismata op het Europese continent te ontketenen dank zij het invoeren van het begrip "maçon régulier" en "loge régulière" om de concurrentie uit te schakelen. Het is waar, in de XXIste eeuw spelen wij dat spelletje nog altijd mee op grond van een louter administratief criterium nl. de diplomatieke erkenning van Grootmachten, terwijl het m.i. toch veel meer aangewezen zou zijn de "regelmatigheid" van een maçon af te meten aan de traditionele inhoud van het rituaal waarmede deze ingewijd werd en waardoor een andere vrijmetselaar hem "als dusdanig" kan erkennen. Dat sluit meteen dilettanten en leden van pseudo-maçonnieke organisaties terecht uit, zonder dat leden van verschillend loges behorende tot verschillende Obediënties nog langer kunstmatig gescheiden worden gehouden, wanneer zij volgens de geplogenheden van een bepaalde ritus en met eerbied voor de minimum ritualen en kennisgeving van de maçonnieke symbolen, ingewijd werden en geen moeite hebben om elkaar door deze gedeelde ervaring de facto als ingewijden te benaderen. Maar waarschijnlijk bekijk ik dat weer te simplistisch…en wordt misschien een oeverloos debat heropend over essentiële symboliek, maçonniek verantwoorde minimum ritualen, traditie en traditionalisme. Toch wel een moeilijke geval die Continentale Vrijmetselarij….