Maçonnieke encyclopedie-N.

De Maconnieke Encyclopedie zoekt


Een ogenblik !


NEGRO MASONRY
Nederland. /NETHERLANDS.°.
NETHERLANDS
Dutch Craft and High Grades.








NEGRO MASONRY. There are negro GRAND LODGES in most States of America, but they are not recognised by the other Grand Obediences, and I have met with no particulars. They must represent a very large membership. There are such Lodges also in Canada. In the negro Republic of Liberia there is a GRAND LODGE, and the fact of its existenceto the exclusion of all others-is specified in the English official MASONIC YEAR Book So far as America is concerned, there is evidence that fourteen negroes, among whom was Prince Hall, were made Masons on March 6, I775, in a Military Lodge of the British army at Boston. They applied subsequently for a Warrant to England and received it in 1787, being constituted as AFRICAN LODGE, No. 429, located at Boston. The next event in its history with which I am acquainted is that it was struck off the Roll of GRAND LODGE at the beginning of the nineteenth century, having ceased to make its returns for a very long time. It had either passed into abeyance or so passed subsequently. In the course of time it reported revival to England but obtained no recognition; and in I827 it proclaimed independence and reconstituted soon after as the Hall Prince . It issued Warrants and all negro Lodges h the United States are said to derive therefrom. They are all indifferently illegal in the opinion of American Masonic jurisprudence. Whether so called " coloured Masonry " in Canada and Liberia come from the same stock I have no means of knowing. It is rumoured that the High Grades are also in vogue among American negro Masons, but nothing is to be found concerning them, so far as available sources of reference are concerned.
Nederland. /NETHERLANDS.°. Onder de namen van de verschillende plaatsen, waarin hier te lande Loges gevestigd zijn, geven we mededeling van al die bijzonderheden die de geschiedenis van de O.°. in Nederland kunnen doen kennen. Hier bepalen we ons dus, tot een algemeen overzicht voor zover dit, binnen de ons gestelde grenzen, kan geschieden.
Van het bestaan van de O.°.. hier te lande hebben we geen zekere berichten voor 1731. Is het Charter van Keulen (z. d.) echt, dan hebben er in 1535 drie Loges in Nederland bestaan, en wel te Amsterdam, te Rotterdam en te Middelburg, maar we zullen goed doen, dit Charter buiten rekening te laten. In hetzelfde kistje, waarin dit charter verborgen was en dat aan Z.K. H. Prins Frederik gegeven werd, bevonden zich al de stukken van de Loge .,,Frederik Vreedendall" uit het jaar 1637 waaruit 't volgende blijkt. De kleuren van die Loge waren blauw en oranje, terwijl men samen kwam in een van de kamers naast de kaatsbaan, en bij banketten in de St.Joris Doelen te 's Hage. Van deze L.°. waren leden de R.°. Mr.°. Prins Frederik Hendrik, J. van Wassenaer, Lodewijk van Nassau, Heer van Beverweerde, J. v. Neck, J. Bakker, Dirk de Vlaming, G. de Saignet van der Dunijn, van der Goes, J. van Foreest, J. van Nispen, J. Bentinck, A. van Wassenner, C. Sloet, W. van Broekhuijzen, Charles van Hautain, van Haus van Roedweldt, D. Veldhuijeen, C. van der Haar, J. van Leden; Constantijn Huijgens, O. de Rafelis, L. Godin, A. v. d. Capellen, S. vau Bylandt, R. v. Heeckeren, F. du Patit, J. v. d. Kerkhoven Heer van Heenvliet` F. v. Dohna , C. Douglas en F. Schulenburch. Op 27 Dec. 1637 zou de zoon van de prinses Loufton in die L.°. zijn aangenomen.
(Men vergelijke hier het art. Vreedendall.) Heeft een dergelijke Loge bestaan, dan moet ze meer beschouwd worden als een intieme kring, die zich rondom Frederik Hendrik verenigd had en die mogelijk naar 't voorbeeld van de Engelse Maçons was ingericht. (Vgl Mr. H. Maarschalk "Geschiedenis van de Orde van de Vrijmetselaren in Nederland , onderhorige Koloniën en Landen." 1872. bl. 16 v,v. en "Annales Maçonniques des Pays-Bas".I 335-354; III, 165-191).
Verder waren in bovengenoemd kistje nog stukken van een Loge " Vredendall" (Vall‚e de la paix) die te Amsterdam zou bestaan hebben in 1509, met een lijst van de leden van die Loge tot 1601. Eindelijk is het zeker, dat Willem III in 1690 in Engeland in de Broederschap werd opgenomen. Zie hier de half legendarische voorgeschiedenis van de Nederlandse Vrijmij.°.; volledigheidshalve meenden we dit te moeten meedelen.Van geregelde Loge-arbeid vinden we eerst zekere sporen in 1731, toen Frans I, destijds Hertog van Lotharingen, later Groot-Hertog van Toskane en gemaal van keizerin Maria Theresia, in den Haag werd aangenomen door Lord Chesterfield (stanhope), gezant van het Engelse Hof bij de Prins van Oranje. Is hier echter nog geen sprake van 't bestaan van een Loge, drie jaren later, en wel in September of November l734, vinden we te 's Hage een regelmatige Loge onder de naam; "Loge du Grand-Maêtre des Provinces unies et du ressort de la Gereralit‚ onder het voorzitterschap van Br.°. Vincent de Chapelle. Deze L.°. hield haar vergaderingen in de "herberg" de Gouden Leeuw , Br.°. Antoine Maillet. Op 23-Mei van dat jaar vertrok Br.°. Liegois, een van de oprichters van die Loge, naar Londen en verkreeg op zijn verzoek een constitutiebrief van de Engelse Gr.°. L.°.. Volgens Wagenaar waren er ook reeds in andere steden Loges opgericht die door deze geschiedschrijver niet gunstig werden beoordeeld: "omdat alles zo bedenkelijk werd behandeld, hield men die bijeenkomsten gevaarlijk voor den Staat." Toen nu in 1735 de constitutiebrieven uit Engeland ontvangen waren, vergaderde op 24 Oct. van dat jaar een zeer talrijke Loge in de ,,nieuwen Doelen" bij Johan Mensing te 's Hage, onder voorzitterschap van Br.°. Johan, Cornelis Rademacher, Thesaurier-Generaal van de Prins van Oranje, die op 24 Juni te voren tot Gr.°. Mr.°. gekozen was; zijn Gedeputeerde was Br.°. Johan Kuenen; tevens werd te 's Hage een tweede L.°. onder de naam "le v‚ritable Z‚le" opgericht. Hiervan werd in de "Amsterdamse Satterdagsche Courant" van 5 Mei 1755 mededeling gedaan met het volgende bericht: "'s Gravenhage 3 November. Den 24 van de voorleden maand is alhier op de "Nieuwe Doelen" een Hollandse Loge, van het nu reeds beroemde Broederschap van de Vrijwillige Metselaren opgericht, met alle de vereiste solemniteiten, in presentie van den Grootmeester den heer J. Cornelis Rademacher, Thesaurier-Generaal aan Zijne Hoogh. den heer Prins van Oranje, den gedeputeerde Grootmeester Johan Kuenen, en verdere officieren en aanzienlijke leden; men ontving ook verscheiden nieuwe broeders in deze Hollandse Loge." Het bleek dat zekere Louis Dagran, Lakenkooper in den Haag dit bericht geplaatst had. Nog was er kort te voren te Amsterdam een Loge opgericht, meer uit Engelsen bestaande, die door het gepeupel was overvallen en geplunderd. Naar men zegt, is deze de daar nog bestaande Loge "La Bien Aimee" opgericht door Br.°. Rousset de Missy, een Frans emigrant en zeer gehecht aan het Huis van Oranje; deze L.°. droeg toen de naam "de la Paix:". Men waande dat dit alleen met een politiek doel geschiedde en dat wat men Vrijmij.°. noemde, eigenlijk geen andere bedoeling had dan om de Prins van Oranje weer aan 't hoofd van de regering te plaatsen. Het wantrouwen was gewekt en op 23 Nov. l735 werden de Bbr.°. in stilte gewaarschuwd, dat een verbod tegen het houden van Loges zou worden uitgevaardigd, terwijl op 30 November ook werkelijk een plakkaat van de Staten van Holland en West-Friesland verscheen, letterlijk van de volgende inhoud:
"De Raadpensionaris heeft ter vergadering voorgedragen uit naam en door last van de Heren (gecommitteerde Raden dat dezelve geremarqueert hebbende zekere periode in het Artikel van 's Gravenhagen in de Amsterdamse Courant van de 3e dezer, luidende van woord tot woord als volgt: (Hier volgt het boven medegedeelde bericht.)
"Gemeent hebben zich te moeten doen informeren op den inhoud van die periode, en dat zij vernomen hebbende dat de voorschreven periode zoude gezet wezen op rekwisitie van zekere Louis Dagran, Lakenering doende hier in den Haag, dezelve aan commissarissen gezegd heeft een lid te wezen van het broederschap, waarvan in de voorschreven periode gesproken word, en doororde van de gezamenlijke Meedebroeders dog zonder weten van den Grootmeester geschreven te hebben aan enen vriend te Amsterdam: en dat hij gevraagd hebbende over de natuur en het oogmerk van voorschreven broederschap, zich had gerefereerd tot de Constituties van dezelve, zoo als die gedrukt zijn te Londen bij William Hunter, in het jaar 1723, daarvan een gedrukt Exemplaar overleverende. Dat volgens die Constituties de bouwkunde schijnt te wezen het object of materie van de samenkomsten van voorschreven broederschap; maar dat, wat ook wezen mag van de voorschreven broederschap in Engeland, alwaar volgens het voorschreven boek in, en omtrent de stad van Londen alleen zoude wezen twintig particuliere Logies of vergaderplaatsen, hebbende elk een soort van Deken, en Overluiden, te zamen ressorterende onder een gemeen hooft, welke den naam van Grootmeester voert, en van jaar tot jaar door de gedeputeerden van de particuliere kamers in ene generale vergadering gecontinueerd, of verandert word, dat de particuliere Broederschappen, welke sedert enige tijd op dat exempel, en dat model hier te lande zouden geformeerd wezen, zodanig gecomposteerd zijn dat geenszins te vermoeden is dat de Bouwkunde zoude wezen, het enig, of principaal object van hare beenkomsten, en dat bovendien aftenemen is, uit de voorschreven constituties, en uit hetgeen verder voorgekomen is, aan haar gecommitteerden, dat er zaken door de leden of broeders van de confrerien verhandeld worden, welke niet mochten geweten worden als alleen door de respectieve medeleden, welke alle onder ene zeer sterke verplichting zijn van dezelve te secreteren, en zelfs zoveel zij hebben kunnen ontdekken, onder een eed, inhoudende poenaliteiten veel verder gaande als het aan iemand, als alleen aan de hoge overheid, toekomt te statueeren, en welke bovendien gezegd worden zekere tekens te hebben, waaraan zij malkander kunnen kennen, en waardoor zij hare gedachten kunnen aan malkander bekend maken, doende bovendien wanneer zij vergaderd zijn de deur of ingang van het vertrek bewaren door een van hun gezelschap, met een blote degen in de hand, om te beletten dat niemand vreemds binnen komen:
"Dat onder de voorschreven Statuten twee zijn welke zonderlinge reflectie verdienen, volgens het eerste van welke, personen van allerhande gezindten en gevoelens in het stuk van Godsdienst admissibel zijn tot de voorschreven Confrerie, mits erkennende de verplichting tot gehoorzaamheid aan de zedelijke wet, en levende als eerlijke lieden, maar geen Athe‹sten nog libertijnen; en volgens het tweede van welke de leden van de voorschreven broederschap wel gehouden zijn zich te gedragen als vreedzame Onderdanen van de burgerlijke overheid, maar echter een broeder, van rebellie tegen de Staat, doch van geen andere misdaad, uit de confrerie uitgezet worden schoon dat dezelve gehouden is zijn rebellie te desavoueren, en geen ombrage of grond tot achterdenken te geven aan de regering: en dat voor de rest aan haar gecommitteerde nopende de voorschreve broederschap, hier niets onordentelijks, of dat strijdig zou wezen met de pligt van goede onderdanen voorgekomen is, maar dat zij echter niet hebben kunnen nalaten te remarqueren, dat regulierlijk na regten alle confrerien en collegien, als die niet gesterkt zijn met de authoriteit van de regering, ongeoorlooft zijn, en altijd gebonden zijn voor kweekscholen van factien en van debauche, waarop Ant. Mattheus in zijn boek de criminibus en andere voorname regtsgeleerden kunnen nagezien worden; en dat de gecommitteerde Raden vervolgens gemeend hebben van haar pligt te wezen aan hare Edele Grootmogende kennis te geven van al het bovenstaande ten einde om daarop te maken de reflectie en te doen de voorziening,welke dezelve zullen vinden te behoren. "Waarop gedelibereerd zijnde is goed gevonden en verstaan, dat aangeschreven zal worden aan President en Raden van den Hove, mitsgaders aan Burgermeesters en Regeerders van de respective Steden, den Haag daaronder gerekend, dat zij meterdaad doen cesseeren de voorschrevene Confrerien, welke zich geeven de naam van Vrije Metzelaars, daar dezelve bij een pure nieuwigheid ingevoerd en opgeregt waren, en dat zij uit krachte dezes doen procedeeren door de respectieve Officieren tegen alle en een iegelijk, welke zoude mogen bestaan niet te obtempereeren aan deze order van haar Edele Grootmogende, behoorlijk aan hem bekend gemaakt zijnde, zo als zijne desobedientie aan de bevelen van de hoge overigheid zal bevonden worden te verdienen: en dat zij ter zijnertijd aan hare Edele Grootmogende rescribeeren, wat bij haar in excecutie dezes zal wezen verrigt." Nauwlijks was dit plakkaat uitgevaardigd, of de Amsterdamse Magistraat gehoorzaamde en publiceerde op 2 December van 't zelfde jaar een besluit, waarbij de samenkomsten van Vrijmetselaren verboden werden: "alles op Poene van anderen ten exempel als Perburbateurs van de gemene rust, zwaarlijk en naar vereisch van zaken te worden gestraft." Rotterdam volgde dit voorbeeld van landvaderlijke zorg, en de beide Haagse Loges werden gesloten. Volgens Wagenaar werden echter later in andere plaatsen weer Loges opgericht, die in 1760 "meer aangemerkt worden als vrolijke gezelschappen, waarin geen bijzonder gevaar voor Kerk en Staat te duchten was,hoewel men verzekert, dat personen van de hoogste rang, staat en gezindheid, beiden in den burgerstaat en in de kerk thans leden zijn van de broederschap van de Vrijmetselaren"
-Maar we keeren nog eerst enige jaren terug. Was de Vrijmetselarij in '35 zo ernstig verboden; op 22 Maart 1744 heropende de bovengenoemde Louis Dagran, Gedept.°. Gr.°. Mr.°., de beide Haagse Loges en gaf daarvan kennis aan Frans I (zie boven) terwijl 6 Oct. I745 te Maastricht een militaire t.°. (z.d.) geopend werd. Met het optreden van Willem Karel Hendrik Friso (Willem IV) als erfelijk Stadhouder, durfde men meer openlijk voor de Vrijmij.°. uitkomen en de Haagse L.°. nam in 1749 de naam aan "Moederloge van de koninklijke Vereeniging." Intussen dreigde weer een ander gevaar en wel van de zijde van de geestelijkheid, nadat de bekende bul van Clemens XII (z.d.) werd uitgevaardigd en hernieuwd door Benedictus XIV (z.d.). Dat de katholieke kerk hier te lande haar leden, op straf van comunnicatie, verbood ooit de L.°. te bezoeken, sprak wel van zelf; maar ook hervormde predikanten namen aan de z.g vervolging deel. De predikanten Johannes Temminck te Amsterdam en E. Haverkamp te Nimwegen Preekten ernstig en heftig tegen de Vrijmij.°.. De Nimweegse predikant Broen weigerde twee mannen tot lidmaat aantenemen, omdat ze Vrijmetselaren waren; gelukkig dat de andere predikant vrijzinniger was; vooral zekere Josaa van Iperen, predikant te Lillo, was een heftig tegenstander, zodat men de Loge daar niet durfde inwijden maar dit in het naburige Kieldrecht deed (Maarschalk t.a.p. bl. 36 rr.). Toch ging de Vrijmij.°.. verder voort; overal verrezen werkpll.°. en reeds lang verlangde men naar vereniging, zomogelijk naar zelfstandigheid van de Nederlanse Brsch.°. De L.°. l' Union (de vroeger genoemde Moederloge) te's Hage, die later met de L.°. la Royale verenigd werd, richtte een schrijven tot tien hier te lande werkende Loges met uitnodiging, om zich te verenigen, namelijk de LL.°..l'Union," "le Véritable Zé1e,"la Royale," "Les Coeurs Unis" en "l'Indissoluble" te's Hage, "la Concorde" te Venloo, "la Paiz ," Concordia Vincit Animos", "la Bien Aim‚e en "la Charit‚" te Amsterdam. Op 5 Dec. 1756 had Br.°. Sauer van de L.°."l'Union" te Amsterdam een bijeenkomst met de Voorzitters van de genoemde Loges. Met buitengewonen spoed werkte men voort; de Loges "la Fidelet‚" te Amsterdam en St. Lodegewijk te Nimwegen (z.d.) sloten zich bij de andere aan en op 27 December van 't zelfde jaar werd - onder voorzitterschap van Br.°. Louis Dagran, (Grootmeester ad interim, en de BBr.°. van Riel en Merenda als Grootopzieners -de Groote Nationale Loge van de Nederlanden geopend, in de "Beurs van Amsterdam", ten huize van Br.°. Kramer op het Buitenhof te 's Hage. Tot eerste Gr.°. Mr.°..Nat.°. werd met algemene stemmen benoemd Br.°. Baron van Aersen Beyeren, Heer van Hoogerheyde, Heemstede, Tiangel, Rietwyk en Biewkeroord, luitenant-kolonelvan de infanterie, en kapitein van de Hollandse garden te voet; deze benoemde tot zyn Gedeputeerde Karel Baron van Boetselaer die dezeltde militaire rangen beklede als hij. De verdere Gr.°. Offic.°. waren de Bbr.°. Duval, Gr.°. Bouwm.°., Merenda, Gr.°. Cerem.°.. Mr.°., Charles le Siear Gr.°. Hofm.°. en le Siear en St. Hilaire Gr.°. Secretarissen voor de correspendentie. Br.°. Dagran, die zoveel gedaan had om de Nederlandse Groot-Loge tot stand te brengen, kwam voor geen betrekking in aanmerking, waarschijnlijk omdat hij er toe had meegewerkt om allerlei vreemde bestand-deelen in de Vrijmij.°... in te brengen, en ook omdat, onder zijn Grootmeesterschap ad interim, de onderlinge betrekking van de Loges niet zo was als ze behoorde te zijn.-'t Allereerst begon het Opperbest.°. te zorgen voor de samenstelling van een Wetboek. De Ged.°. Gr.°. Mr.°. N.°. riep op 18 Dec. 1757 een buitengewone Gr.°. L.°., bestaande uit de voorziters en opzieners van de onderscheidene Werkpll.°., bijeen. In die vergadering werd besloten geen andere Grr.°. te erkennen dan de drie SS.°. Grr.°..en dat de "Loges Fondatrices" die de eerste Gr.°. L.°. hadden gevormd, ieder jaar van rang zouden veranderen en dus beurtelings op de Gr.°. L.°. zouden voorzitten. Die Werkpll.°. waren: "Concordia Vincit Animos, la Bien Aim‚e" le Véritable Zele, La Fid‚lit‚, de Vreede (la Paix), la Charit‚ en St. Lodeweyk. Bovendien bestonden nog de Loges: St. Albert te 's Hage, La Vertgu Leiden, l'Esp‚rance te Amsterdam en l'Orange te Rotterdam. Het nieuwe Wetboek werd gearresteerd en in 1760 in druk gegeven; als grondslag daarvoor diende Andersons constitatieboek, dat in 1737 uit het Engels vertaald was door Johan Kaenen, "Ged.°. Gr.°. Mr.°. in al de Loges van Holland," onder de titel: "de Instellingen, Histori‰n, Wetten, Ambten, Orders, Reglementen en Gewoontes, van de zeer voortreffelijke Broederschap van de aangenomen Vrije Metselaren" (z. Andersonen constitutieboek). Zo was de Nederl. Gr.°. L.°. gesticht, en toen dit geschied was legde de eerste Gr.°. Mr.°. Nat.°.. zijn ambt neer, na dit slechts 9 maanden bekleed te hebben, en werd hij vervangen door Br.°. Christoffel Frederik Anton, Graaf van Bentinck tot Varel, Kniphausen en Doorweerth; tot Ged.°. Mr.°. werd benoemd Br.°. van Riel, tot Gr.°.. Opzz.°.. de Bbr..°. Sauen en de Sauzet, tot Gr.°.. Red.°. de Prins van Hessen Philipsthal, tot Gr.°. Secret.°. Br.°. Chais, tot Gr.°. Thes.°. Br.°. van Teylingen en tot Gr.°. Hofm.°. Br.°.. Le Sieur. Deze benoeming geschiedde op 6 Angnstus 1758 en spoedig moest weer een nieuwe keuze van Gr.°. Mr.°. plaats hebben, daar Graaf Bentinck benoemd werd tot gazant in Engeland. men wenste toen die waardigheid optedragen aan de Prins van Nassau Usingen, en toen deze bedankte, werd op 24 Juni 1759 tot Gr.°. Mr.°. gekozen de Br.°. Karel Baron van Boetselaer, Luit kol. in dienst van de republiek, die dat ambt 25 jaren bekleedde. De nieuwe Gr.°. Mr.°. wijdde zich met al zijn krachten aan de belangen van de Orde, zo dat ze spoedig zeer in bloei toenam en er onder zijn bestuuar niet minder dan 90 nieuwe Loges werden opgericht van welke spoedig eenige weer ontbonden werden om voor andere plaats te maken.( Van deze 90 LL.°. bestaan thans [1880] nog: Fr‚d‚ric Royal te Rotterdam, l"Insperahte te Bergen op zoom Le Profond Silence te Kampen, La Compagnie durable te Middelburg, l'Union Provincial te Groningen, De Edelmoedigheid te 's Bosch, De Friese Trouw te Leeuwarden, De drie Kolommen te Rotterdam.) Daar de werkzaamheden van het Opperbestuur zeer vermeerderden, werd in 1761 besloten een vaste "klerk" tegen bezoldiging aan te stellen om de Gr.°. Secret.°.. behulpzaam te zijn; de eerste die als zodanig benoemd werd was Br.°. R.van Laak,boekhandelaar te 's Hage (z.Literatuur). Tot dusver stond de Nederlandse Gr.°. L.°. nog altijd onder het oppertoezicht van Engeland, dat eigenlijk nog het oppergezag bekleedde over alle werkpll.°. op het vaste land. Maar was er in 1767 een verdrag gesloten tussen de Engelse en Franse Groot-Loges, de Gr.°. Mr.°. van Boetselaer trachtte dit ook te doen voor Nederland. Daartoe trad hij in '69 met de Engelse Gr.°. Mr.°.., den hertog van Beaufort, in onderhandeling met ditgunstig gevolg, dat in 1770 de onafhankelijkheid van het Nederlands Gr.°. O.°..werd erkend, maar ,onder voorbehoud, dat het noch in Engeland, noch in de Engelse bezittingen in Oost- of West-Indie, aan eenige Loge een constitutie-brief mocht uitgeven, gelijk evenmin de Engelse Gr.°. L.°. in de verenigde Nederlandse Kolonien en ressorten enige constitutie meer mocht verlenen" (z Maarschalk t. a. p. bl. 69). In 1777 werd toen een verbond gesloten met Frankrijk, terwijl reeds in 1769 betrekkingen waren aangeknoopt met de markies de Gages, Gr.°. Mr.°. van alle "geregelde Loges in de Oostenrijksche Nederlanden." Ondertussen waren de Hooge of Oppergraden in 't leven getreden en ook in Nederland schenen ze ingang te zullen vinden (z. Hooge Graden en verder de onderscheidene artikelen waarin ze besproken worden). In 1780 werd een alliantie gesloten met de Strikte Observantie te Berlijn en wel door tussenkomst van de Br.°. Frederik, Prins van Hessen Kassel, wien men toen de titel schonk van protector van de 0.°. hier te lande. Bovendien werd in dat zelfde jaar een Nationaal kapittel van de Tempelheren hier te lande ge‹nstalleerd, onder de genoemden Frederik van Hessen Kassel als Superiur en de Gr.°. Mr.°. N.°. van Boetselaer als prefect. We kunnen natuurlijk alle gebeurtenissen niet vermelden, die in de eerst volgende jaren in de boezem van de Nederlandse Brsch.°. plaats hadden; we verwijzen daaromtrent naar 't meermalen aangehaalde werk van Br.°. Maarschalk. In l785 werd het 25jarig Grootmeesterschap van Van Boetselaer feestelijk herdacht. Veel goeds was voor de 0.°.. hier te lande tot stand gekomen, en de Gr.°. Mr.°. maar ook aan zijn Gedeput.°.., Br.°. van Teijlingen werd een warme en wel verdiende hulde gebracht. De Orde werkte ongedeerd voort; dat de magistraat van Haarlem in 1790 beproefde haar in haar vrije arbeid te belemmeren, was slechts een op zich zelf staand feit, dat verder geen gevolgen had. Zelfs werden maç.°. werken gedrukt, en reeds een almanak voor Vrijmetselaren uitgegeven (z.Literatuur).
-Maar weldra kwamen moeilijke dagen op politiek gebied; de strijd tussen de patriotten en de Oranjepartij werd gestreden, maar de Vrijmetselaar wist zich, in de regel, boven dit alles te verheffen en toen, in 't begin van '93 de Fransen, onder Dumorier, Nederland binnenrukten, was het de Gr.°. Mr.°. Nat.°. van Boetselaer die, door de roemrijke verdediging van de Willemstad, aan hun voortdringen paal en perk stelde. Intussen maakten de politieke gebeurtenissen dat er in de eerste tijden minder om maç.°. arbeid werd gedacht; de verdeeldheid bleef niet geheel en al buiten de Loges; er waren Loges die onder een Franse constitutie werkten: de Gr.°. Mr.°. vanBoetselaer begon oud te worden en eerst op 4 Juni 1797 werd er weer een vergadering van het Gr.°. O.°. gehouden; men had circa 4 jaren gerust. Doch die vergadering zou belangrijk worden boven vele. Door Br.°. Holtrop, Reg.°.Mr..°. van la Charit‚' te Amsterdam, werd voorgesteld een commissie te benoemen aan welke zou worden opgedragen een gehele herziening van alle wetten en besluiten te ontwerpen, een betere catechismus te vervaardigen en te bewerken dat "de prohibitieve wetten en resolutien" vroeger ten opzichte van de Vrijmij.°. door de stedelijke of lands-regeering uitgevaardigd, zouden worden ingetrokken. De commissie werd benoemd en op 27 December van 't zelfde jaar vergaderde een buitengewoon Gr.°. O.°. waarin het rapport van de commissie zou worden behandeld; de Gr.°. Mr.°. N.°. was, door hoge ouderdom, verhinderd in de winter de reis naar den Haag te ondernemen; de Ged.°. Mr.°., Br.°. Is. vanTeylingen, presideerde de vergadering, waarin door straks bedoelde commissie een rapport werd uitgebracht dat, als inleiding, een soort van geschiedenis van de Orde bevatte dat echter, uit een historisch oogpunt beschouwd, minder juist is. Het ingediende concept-Wetboek werd in druk aan de Loges ter kennismaking en beoordeeling gezonden, en in de vergadering van 28 Mei 1798 in behandeling genomen en goedgekeurd. Tot die tijd was de naam- Groot Loge van de Vereenigde Nederlanden, district van de Generaliteit en onderhoorige Koloniën steeds behouden, maar nu werd die veranderd in ,,Groot-Oosten van de Bataafsche Republiek.",Nadat deze belangrijke arbeid was volbracht, legde Br.°. van Boetselaer zijn ambt als Gr.°. .Mr.°. neer, en in zijn plaats werd verkozende Ged.°. Gr.°. Mr.°..Isaak van Teijlingen, aan wie werd opgedragen de Loges, zoveel mogelijk, te bezoeken opdat er meer eenheid zou zijn in de arbeid, vooral in de wijze van recipieeren, daar men het niet raadzaam vond een rituaal op schrift te stellen. Het verdient vermeld te worden, dat reeds in dit jaar door het Gr.°. O.°. bij de Hamburger Loge geprotesteerd werd tegen de uitsluiting van Isra‰lieten (z. Jood). In de vergadering van het Gr.°. O.°. van 24 Mei 1801, werd een gouden medaille ter waarde van vijftig gouden dukaten, "of hare waardij in geld," als Eereprijs, en een zilvere medaille als accessit uitgeloofd voor de beste weerleggingvan de geschriften tegen de O.°. in het licht gegeven door Joh.. Robinson, hoogleeraar te Edinburg (1793) en de abt Barruel te Londen (1798), tewijl tegelijkertijd van een ongenoemden schrijver een van de O.°. vijandig werk verscheen getiteld ",hetgraf van Jacques de Mola1y." Al de ontvangen antwoorden bleken onvoldoende tezijn, terwijl reeds een Frans uitgeweken Br.°. Monnier een hoogst belangrijk werk had uitgegeven ter verdediging van de Vrijmij.°..
-In 1804 legde de Gr.°. Mr.°. vanTeijlingen zijn ambt neer en werd in zijn plaats benoemd Br.°. Cornelis Gerrits Bijleveld, lid van de L.°. La Philanthrope te Middelburg. Op 5 Juni 1808 werd het vijftigjarig bestaan van de Gr.°. L.°. van Holland herdacht op welke gebeurtenis een medaille werd geslagen. In hetzelfde jaar werd het Blinden-Instituut te Amsterdam gesticht, op initiatief van Br.°. Deiman.Intussen was de Republiek een Koningrijk geworden onder de regeering van Koning Lodewijk Napoleon, en als gevolg daarvan werd in 1807 de naam van het Gr.°.O.°. veranderd in die van "Gr.°. L.°. derVrije Metselaren in Holland en onderhorige Landen" terwijl de Broedersch.°. hier te lande door de regering met wel willendheid werd erkend, en haar bescherming beloofd werd. Voor de vele te Leiden, in1807 door het springen van het kruitschip, ongelukkig gewordenen, werd door de Brsch.°. de belangrijke som van fl.3032.-bij-eengebracht.
-Zonder strijd bleef men niet en wel voornamelijk over 't al of niet geoorloofde van 't houden van Adoptie-Loges (z.d.en Loge). Deze Franse instelling wenste men hier te lande intevoeren, maar werdden 10 Juni 1810 door het Gr.°. O.°. verboden, waarbij op voorstel van de L.°. VicitVim Virtus, besloten werd ",dat in dit Rijk geen Adoptie-Loges mogen gehouden worden." In dat zelfde jaar werd de Br.°. Isaak Bousquot tot Gr.°. Mr.°.N.°. verkozen, terwijl de Br.°. P. H. van Coevenhoven lid van de L.°.le Vertu door hem tot Ged.°. Gr.°. Mr.°. werd aangesteld. Slechts twee jaren bleef deze Gr.°. Mr.°. zijn ambt waarnemen, daar op17 Mei 1812 Br.°. W. P. Barnsart in zijn plaats werd benoemd.
-Ondertussen was Holland in 1810 bij het Franse Keizerrijkingelijfd, en 't was te verklaren dat Napoleon 't wenschelijk achtte, dat ook het Nederlands Gr.°. O.°. in het Franse Grand Orient zou worden opgelost, terwijl reeds, onder Franse constitutie, negen Loges hier te lande waren opgericht; en op 3 Nov. 1812 vaardigde het Franse Gr.°. O.°. dan ook een arrˆte: uit, waarbij men de Hollandse Gr.°. L.°. als opgeheven beschouwde en alleen aan de Hollandse Loges het recht toekende, om haar constitutie door het Frans Opperbestuur te doen bekrachtigen. Daar dit stuk geen officieel karakter droeg, besloten Gr.°. Officc.°. het eenvoudig voor kennisgeving aan te nemen (z. de officieele stukken tussen beide Maç.°. lichamen gewisseld, afgedrukt bij Maarschalk t. a. p.bl. 138 v.v.). Natuurlijk nam men van Franse zijde daarmee geen genoegen, en werden allerlei pogingen aangewend om het Nederlands Gr.°. O.°. van zijn zelf-standigheid te berooven; maar de Gr.°. Mr.°. N.°. Barnaart hield moedig vol, bij zijn verzet gesteund door tal van Loges (z. Leeuwarden) en door Gr.°. Officc.°.
-De dag van de bevrijding kwam; de Prinsvan Oranje (straksWillem de Eerste) landde te Scheveningen, de Nederlandse Vrijmij.°..,had niet 't hoofd geboogen voor de Franse overheerscher.! En toen de tijden meoilijk waren, brachten de Nederlandse Loges niet minder dan f 12.000 bijeen tot stijving der Schatkist. Op 3 Jan. 1814 maakten Gr.°. Officc.°. hun opwachting bij de Souvereine vorst die dadelijk aan de Orde zijn bescherming beloofde. Op 11 Febr. daar-aanvolgende ontving de vorst tevens een commissie uit de L.°."St. Napol‚on"; te Amsterdam en gaf haar de vergunning de naam Willem Frederik aantenemen. De Loges, die nog onder Franse constitutie werkten, ontvingen aanschrijving zich nu onder 't Nederlandse Gr.°. O.°. te begevenen door de meesten werd daaraan onmiddelijk voldaan.
-In Maart 1815 werd Nedertand met Belgie vereenigd en de koning wenste,dat al de VV.°. MM.°. van het Rijk tot ‚‚n lichaam zouden vereenigd worden, nadat de Minister-Secretaris van Staat, Br.-. Baron Falek, hem een memorie aangaande de toestand van de Vrijmij.°. had overlegd. Intussen nam de Brsch.°. in Nederland steeds in bloei toe, terwijl ze inBelgie tot dusver nog weinig beteekende. Op 14 Mei 1815 werd Br.°. Mattheus Willem Reepmaker tot Gr.°. Mr.°. N.°. gekozen, maar de voorgenome vereeniging liet nog altijd op zich wachten tot dat, op 6 Mei 1816, Prins Frederik der Nederlanden, toen Gr.°. Mr.°. Nat.°., bij culaire teekenpl.°. nader daarop aandrong. De Prins was tot levenslang G.°. Mr.°. verkozenen op 13 October als zodanig geinstalleerd. De volgenden dag word hij ook in het collegie van de Oppergrr.°. als Gr.°. Mr.°. geïnstalleerd. De werkellijke vereniging met de Belgische BBr.°. kwam echter niet van harte tot stand; maar de L.°. Le Septentrion te Gent, had reeds vroeger aanzoek gedaan om onder het Nederl.°. Gr.°. O.°. te werken,'t welk haar werd toegestaan; eerst heden (883) heeft zij zich ook onder het Belgisch Gr.°. O.°. gevoegd. Onder allerlei onderhandelingen over de vereniging kwam op 24 Juni 1817 een zelfstandige Gr.°. L.°. voor de Zuidelijke Nederlanden tot stand,die ook Prins Frederik tot levenslange Gr.°. Mr.°. verkoos, zodat althans het Opperbestuur van beide Maë.°. lichamen in een hand was neergelegd. De Gr.°. Mr.°. N.°. ging echter verder, en benoemde op 30 Augustus een Commissie tot het ontwerpen van Statuten onder welke de beide Gr.°. LL.°. des Rijks in de gezamenlijke hoofdbesturen zouden verenigd worden; deze commissie bestond uit de Bbr.°. Baron Falek, Ged.°. Gr.°. Mr.°. van de Noordelijke, prins de Glavre Ged.°. Gr.°. Mr.°. der Zuidelijke provincien, Honnorez, Baron d'Yvoy, Kinker, Malaise, Vollenhoven en Walter, welke commissie in vier zittingen haar taak teneinde bracht. De concept statuten door die commissie ontworpen, werden in Belgie door bijna alle Loges, en door het Nederlandse Gr.°. O.°. met 77 tegen 20 stemmen, aangenomen. Het Gr.°. O.°. zou beurtelings te 's Hage en te Brussel vergaderen; de rechtsmacht van de Noordelijko Gr.°. L.°. zou zich uitstrekken over Noord-Brabant, Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overssel, Groningen, Drente en O.-Indie; de Zuidelijke zoude andere provincien met Luxemburg en deWestIndien omvatten; de West-Indische Loges hebben daarmee echter nooit genoegen genomen, en bleven onder het oude Gr.°. O.°. (Vrgl. Annales Maçonn..°. des Pays-Bas IV 58 vv.). De vereniging was -althans in naam-tot stand gekomen,in werkelijkheid niet, want er waren werkelijk twee Groot-Loges van Bestnur al leefden ze onder dezelfde wetten (Maarschalk t. a.p. bl. 198). Het gemeenschappelijk Gr.°. O.°. is dan ook nooit vergaderd geweest; geen wonder dus ook, dat in '30 van die schijn-eenheid niets overbleef, al bleven ook de Zuidelijke BBr.°. gehecht aan Prins Frederik. In dat zelfde jaar, 1818,werden ook het Charter van Keulen en de Notulen van de Loge Vreedendall aan de Prins gegeven, waarover we hier het stilzwijgen kunnen bewaren (z. Charter enVredendall).In voorbijgaan het volgende. De Hoge graden hadden nooit symphatie gevonden bij Prins Frederik (z Hoge Graden). Dit sprak hij duidelijk uit bij circul.°. tekenpl.°. van 25 April 1819; maar om de werkkring van de Meestergraad uit te breiden, werden door hem de Afdelingen van de Meestergraad ingesteld (z. Uitverkoren Meester).
In de zitting van het Hoofdkap.°. van 22 Mei 1820 legde de Prins zijn betrekking als Gr.°. Mr.°. N.°. van de Hoge Graden neer, nadat op 17 Februari te voren de eerste L.°. van Uitverkoren en Opper-uitverkoren Mrr.°. te 's Hage gehouden was, onder presidium van Br.°. van Reede.-
Voor de Hoge Grr.°..werd nu een commissie benoemd van vijf leden, bestaande uit de BBr.°. Verwey Mejan, F, A. van Rappard, Heysteck, Ch. van Sypesteijn en H. H.van Hees die voorloopig het bestuur op zich namen. Die commissie hoopte een vereniging van alle kapittels en afdelingen in het gehele Rijk tot stand te kunnen brengen, en wendde daartoe ook tal van pogingen aan, maar zonder gunstig resultaat. Dat was te voorzien geweest, vooral omdat in Belgie nog volgens zeer uiteenlopende systemen werd gewerkt. De afdeling van de Meestergr.°. nam intussen steeds in bloei toe; Prins Frederik was levenslang tot Gr.°. M.°. daarvan benoemd en de Hoge Graden leidden een tijd lang een kwijnend leven. Deze verkozen in '23 toen de kroonprins tot Gr.°. Mr.°. die echter voor deze waardigheid bedankte; meteenparige stemmen benoemde men toen de Br.°. Joachim Nuhout van der Veen, uit het kap.°. van de Noordstar te Alkmaar,die deze waardigheid aanvaardde; de Ritt.°. werden tevens in meer vrijzinnige geest herzien. Dit alles dreigde tot scheuring aanleiding te zullen geven; maar, na de afscheiding van Belgie, kwam er toenadering. In 1833 stelde Prins Frederik voor, een commissie te benoemen, belast met het onderzoek of nadere vereniging mogelijk was. Die commissie bracht een zeer uitvoerig rapport uit, en op 10 Mei 1835 werd de vereniging uitgesproken, waar-bij Prins Frederik Gr.°. M.°. N.°. werd van alle afdelingen van de Vrijmij.°. die echter ieder voor zich, een zelfstandig bestaan zouden bebben. In een buitengewone zitting van de Gr.°. L.°. van Bestuur van 13 Mei werd het nieuwe Wetboek aangenomen waardoor de drie groote afdelingen van de O.°. van VV.°. MM.°. in Nederland officieel erkend werden. -
Gedurende de eerste jaren na de afscheiding van Belgie hield de geestelijkheid daar te lande zich rustig, maar weldra veranderde de stand van zaken, en vaardigde de Bisschop van Luik, van Bommel, een streng mandement tegen de Broederschap uit. De BBr.°. daar antwoordden, en van daar is het feit verklaarbaar, dat de Belgische Vrijmij.°..-. altijd veelmeer een politiek karakter gedragen heeft dan hier in Nederland. Intussen waren er twee Belgische Ll.°. "le Septentrion en 1e F‚licit‚ bienfaisante, te Gent, die zich in 1836 tot de Gr.°. Mr.°. N.°. en tot de Gr.°. L.°. van Bestuur te 's Hage wendden met verzoek tot het Nederl.Gr.°. O.°. te mogen blijven behooren. Dat aan dit verzoek gaarne gehoor werd gegeven, spreekt wel vanzelf. Hetzelfde werd nog door twee andere Belgische LL.°. gedaan maar "le Septentrion" alleen is tot 1883 onder ons Gr.°. O.°. gebleven, in welk jaar ook zij zich weer, en terecht, met Belgie verenigde.We gaan echter nog een paar schreden op onze weg terug. In de hachelijke toestand waarin ons land, tijdens de Belgische opstand, verkeerde, moesten de vergaderingen van de Gr.°. L.°. noodzakelijk verdaagd worden, maar op 26 Mei 1833 had de gewone zitting weer plaats die ook werd bijgewoond door de Gr.°. Mr.°. N.°. Gedurende die tijd viel er overigens niet veel bijzonders voor, behalve de feestviering van de A.°. L.°. La Bien Aimée op 29Dec.1835, ter gedachtenis van het driehonderdjarig jubil‚ van het Charter van Keulen (z.d.);gelijk men weet, gaf genoemde Loge een gedenkboek van die feestviering uit, terwijl tevens een medaille, daarop betrekking hebbende, werd geslagen.
-Belangrijk was het besluit, in 1840 door Gr.°. Offic.°. genomen, om de verschillende Loges uittenodigen haar denkbeelden mee te delen omtrent hetgeen, naar de behoefte van die tijd, zou kunnen gedaan worden in het belang van de Vrijmij.°.. . en ter bereiking van het doel van de O.°.. Daarop werden 31 rapporten ontvangen, die alle gedrukt werden en in een 8" boekdeel van 207 bladz. aan de onderscheidene Loges gezonden werden.
- In het volgende jaar herdacht het Gr.°. O.°. op 6 Juni 1841 het 25 jarig jubil‚ van de Gr.°. Mr.°. N.°. Prins Frederik der Nederlanden. De Prins stelde toen aan het Gr.°. O.°. een som van fl 9000 ter hand, waarvan de rente tot liefdadige doeleinden zouden worden besteed; bovendien gaf hij dadelijk fl 450, zijnde het vermoedelijk bedrag van de rente van een jaar.
-In 1844 werd een beslissing genomen in een kwestie, die reeds jaren gehangen had, namelijk betrekkelijk de vertegenwoording van de Oost- en West-lndische Loges op ons Gr.°. O.°.. Toen werd in beginsel beslist, dat die Loges bevoegd zouden zijn tot het zenden van Afgevaardigden, voorzien van een behoorlijken geloofsbrief. Reeds in '40 had men besloten zich met buitenlandse maç.°. Iichamen in betrekking te stellen en meer en meer werd op dit voetspoor voortgegaan.
-In 44 werden de betrekkingen weer aangeknoopt met de Loges van de Kaap de Goede Hoop, die door allerlei omstandigheden waren afgebroken. -
In datzelfde jaar werd ook de eerste Maç.°. Societeit opgericht en wel te Sliedrecht door Br.°. F. M. T. Gijsberti Lodenpijl en eenige anderen- dit voorbeeld werd spoedig ook elders gevolgd. Nog altijd was de Nederlandse Broederschap verstoken van een eigen gebouw. De Gr.°. Mr.°. N.°. Prins Henderik kocht op 10 Dec. 1846 een groot gebouw op de Fluweelen Burgwal te 's Hage, dat ten gebruike afstond aan de Loge l'Union Royale en voor de zittingen van het Gr.°. O.°. .Toen op 14 Mei 1856 het honderdjarig bestaan van de 0.°. van VV.°. MM.°. in Nederland en het 40 jarig Grootmeesterschap van Prins Frederik plechtig werd gevierd, gaf de H.°. E.°. dit gebouw in volle eigendom aan het Gr.°. O.°. onder voorwaarde, dat de Hoofdbesturen van de Oppergraden en de Afdelingen van de Meestergraad en de L.°."L Union Royal" dit gebouw ook kosteloos zouden gebruiken. Het eerste feit dat in 1847 in het nieuwe Orde gebouw herdacht werd was dat van de vereniging van de drie Loges te 's Hage "I Union Royales, "Eendracht maakt macht", "l'Union Frédéric ".
Na het overlijden van koning Willem II, die, hoewel hij als koning niet meer aan de Loge-arbeid deelnam, toch een trouw V.°. M.°. was en meermalen in zijn Moederl.°. l'Espérance te Brussel, de M.°. d.°. G.°. voerde, werd door de vijf Amsterdamse werpll.°. op 18 April 1849 een plechtige Rouw-Loge gehouden. Maar de vermelding van al die gelukkige feiten moet afgewisseld worden met een niet aangename herinnering, namelijk aan 't ontstaan van de onwettige vereniging Post Nubila Lux. Het is onmogelijk hier die droeve geschiedenis in het breede te verhalen. Op 6 Mei 1848 ontving de Gr.°. Mr.°. N.°. een verzoek van Br.°. M. S. Polak en eenige andere te Amsterdam, om daar een zesde werkpl.°. onder de naam "Post Nubila Lux, te mogen oprichten. Dit stuk werd in handen van de bestaande Amsterdamse Loges gesteld, met verzoek om consideratie en advies. Intussen schijnt, dat Br.°. Polak, reeds voor het indienen van dit verzoek een bijeenkomst van BBr.°. in Frascati had belegd, waarbij hij zijn denkbeelden over de 0.°. en vooral over de Loge-arbeid uiteenzette. Het verzoek aan Gr.°. Offl.°. werd te laat ingediend en de behandeling dus tot het volgend Gr.°. O.°., verdaagd; de Amsterdamse Loges hadden intussen ongunstig op dat verzoek geadviseerd. In de zitting van het Gr.°. O.°. van 1843, verzocht Br.°. Polak dat de behandeling van de zaak tot het volgend Gr.°. O.°. zou worden verdaagd. Allerlei verwikkelingen hadden daarna plaats, en 't verzoek om een constitutie-brief werd geweigerd; intussen was de L.°. Post Nubila Lux toch tot stand gekomen, die nu natuurlijk als onwettig moest beschouwd worden. De oprichters werden op 15 Juni 1851 tijdelijk gesuspendeerd. Nadat eenige pogingen, door Br.°. Polak aangewend om in zijn rechten hersteld te worden, schipbreuk leden, voornamelijk omdat er telkens door hem allerlei bedreigingen werden geuit, verscheen bij F. Gunst te Amsterdam het werk van Br.°. Polak waarmede hij gedreigd had, een werk waarin Gr.°. Officc.°., de Amsterdamse werkpll.°.,ja de gehele Nederlandse Brsch.°. op onwaardige wijze werden aangevallen. In de zitting van het Gr.°. O.°. van 3 Juni 1855, werd Br.°. M S. Polak uit de Orde gebannen. Nog bestaat de genoemde L.°. te Amsterdam, maar kan natuurlijk niet als een wettig erkend worden. In het jaar 1854 werd de hulp van Br.°. J. J. F. Noordziek, lid van l'Union Royale ingeroepen, om het archief van het Gr.°. O.°. te 's Hage te ordenen. Br.°. Noordziek, wiens grote kennis van het Archief-wezen algemeen erkend werd, verklaarde zich aanstonds daartoe bereid en het belangrijk archief werd door hem, op waarlijk bewonderenswaardige wijze, in orde gebracht. Deze verdienstelijke Br.°. werd in 1870 door de Gr.°. Mr.°. N.°. tot Ged.°. Gr.°. Mr.°. aangewezen. Tevens vermelden we hier dat de beroemde bibliotheek van Kloss " door Prins Frederik aan de 0.°. geschonken, door hem geheel werd georganiseerd. (z. Kloss). We kunnen niet verder in bijzonderheden afdalen, wat de innerlijke geschiedenis van de O.°. in Nederland betreft en niet stilstaan bij de onderscheidene pogingen die werden aangewend om tot een gewenste herziening van de Ritt.°. te komen, noch de verschillende nieuwe bewerkingen van ons wetboek bespreken. Maar het volgende moet nog opzettelijk worden vermeld. In 1862 werd in 't eerst het plan geopperd tot oprichting van de Louisa-stichting. Het bestaande Liefdefonds in 1841 opgericht, toen de Gr.°. Mr.°. N.°. daarvoor f 90000 had beschikbaar gesteld, was door jaarlijkse bijdragen al groter en groter geworden, en in '62 werd door de Loge l'Union Royal voorgesteld bepalingen te maken tot regeling van de bestemming van dat fonds. In de zltting van het Gr.°. O.°. van 31 Mei 1863, werd besloten daarvoor een opvoedingsgesticht voor nagelaten kinderen van minvermogende Vrijmetselaren opterichten. Er ontbrak eehter nog veel aan het benodigde kapitaal. Intussen overleed de Heer Gosselin, commies bij het Ministerie van Kolonien, die een som van f 20.000 naliet ten behoeve van de kinderen van minvermogende VV.°. MM.°.; de helft van dit kapitaal moest worden besteed tot oprichting van het gesticht en de andere helft moest, gedurende 50 jaren, op het grootboek worden belegd, rente op rente, om na verloop van die tijd tot onderhoud te worden aangewend. In het najaar van 1860 werd nu door de Gr.°. Mr.°. N.°. een commissie benoemd om een plan te ontwerpen, terwijl Z.°. H.°. E.°. weer een vorstelijke gift afzonderde; tevens werd aan hem het Besehermheerschap opgedragen en het gesticht, naar zijn gemalin, Louise-stichting genoemd. Het gebouw in de Nobelstraat werd tevens door de Prins-Beschermheer ten behoeve der stichting afgestaan. Door de gemalin van de Gr.°. Mr.°. werd f 3000 gegeven tot aanschaffing van het meubilair, en ettelijke individuele BBr.°. gaven ook aanzienlijke en soms hoogst belangrijke gesehenken Op 24 Mei 1869 werd de stichting op plechtige wijze ingewijd.-
In 1862 werd ook de grondslag gelegd voor het Algemeen Nederlands Vrijmij.°. weduwen- en wezenfonds door de L.°. le Pr‚jug‚ Vaincu te Deventer.
-Weldra kwam in de Nederlandse Brsch.°. een belangrijk vraagpunt ter sprake en wel door de L.°. Vicit Vim Virtus te Haarlem, die een commissie benoemde om verslag uit te brengen over de vraag: of een behandeling van sociale vraagstukken de Vrijmetselaren als zodanig geoorloofd is, en hoe die moestgeschieden om de eendraebt van de BBr.°. niet te verstoren.De mening van de Loges ,die met het antwoord van de commissie inkennis werden gesteld liep verre uiteen en in de zitting van het Gr.°. O.°. van 12 Jan 1870 werd de zaak ter tafel gebracht, maar niet beslist. In de zitting van 4 Juni 1871 werd het weer, en nu zeer breedvoerig, besproken Na zeer lange discussie werd beslist 1. dat, met het oog op de geschiedenis, de grondslagon en de strekking van de Orde het behandelen van sociale vraagstukken niet kan geacht worden te zijn begrepen onder de Vrijmetselaars-arbeid, voorgeschreven bij art. 15 van de wet, omdat zulks alzo wettelijk ongeoorloofd is in geopende Loges,
2. dat aan de BBr.°. wordt vrijgelaten, wanneer zij dit nuttig en nodig oordeelen, vraagstukken van wetenschappelijk belang, tot onderlinge voorlichting, In daartoe bestemde samenkomsten, afgescheiden van de Loge-arbeid te behandelen.
Op 8 September l881 trof de Nederlandse Brsch.°. de zwaarste slag door het overlijden van de H.°.E.°. Gr.°. Mr.°. Nat.°. Willem Karel Frederik, Prins der Nederlanden. In volle vrede ging hij heen, omringd door allen die hem dierbaar waren, betreurd door geheel de Broederschap, door geheel het Vaderland: op 28-en daar aanvolgende werd zijn stoffelijk overschot in de koninklijken grafkelder te Delft begraven. Dat door tal van Loges en eindelijk door de gehele Brsch.°. plechtige Rouwloges gehouden werden, spreekt wel van zelf: Deze doode wordt nooit vergeten, deze wonde niet weer gesloten. Op 18 Juni 1882 werd tot Gr.°. Mr.°. Nat.°. verheven Z.K.H. Prins Alexander van de Nederlanden, Prins van Oranje, die in dezelfde zitting plechtig werd ge‹nstalleerd en een rede uitsprak die duidelijk bewees welke hoge waarde hij aan de zaak van de Vrijmij.°. hecht, met welke uitnemende gezindheden hij het Grootmeesterschap aanvaardde Tot Ged.°. Gr.°. Mr.°. Nat.°. werd tevens gekozende Br.°. Mr. P.J.Gl.van Diggelen te Zwolle Weer heeft zich een treurig ververschijnsel in de 0.°. voorgedaan. Eenig BBr.°. richtten te Amsterdam een ,Vrije Nederlandse Loge" op, zonder wettiger constitutiebrief, en deze oprichters moeten dus-volgens vonnis van een daartoe benoemd Gr.°. O.°. van geschillen, gesuspendeerd worden. Mochten zij van hun dwaling terugkeren.
-Intussen is de Nederlandse Brsch.°. vol leven en opgewektheid, en met groot vertrouwen gaan wij de toekomst tegemoet. In de zitting van 't Gr.°. O.°. van Juli 1883 werd het belangrijke besluit genomen een prijsvraag uitgeschreven over de werking en roeping der Vrijmij.°. hier te lande, in verband met de geschiedenis tevens werd-op voorstel van de L.°.West-Friesland te Hoorn-besloten, in kleine plaatsen volkslezingen te doen houden ter verspreiding van maç.°..denkbeelden ook op prof.°. gebied, en daar voor gelden beschikbaar te stellen. Onder het Nederlandse Gr.°. O.°. werken thans (1883) 80 Loges der SS.°.Grr.°. 31 Kapp.°. van de Hoge Grr.°. en 10 Afdd.°. van de Meestergr.°., terwijl er bovendien nog 51 Maë.°.. Soc.°.. zijn gevestigd, tendele met de Loge verbonden, ten deels op plaatsen waar geen Loge is gevestigd.
NETHERLANDS.°.
The romance of Masonry in Holland opens with a legend concerning a Lodge called HET VREDENDAL, otherwise FREDERICK VREDENDAL, and says that it was founded, under an English Warrant, in 15I4, 1601 or I637, according to the variants of the story. The first date is that which is most in harmony with the mind of the myth, which should have the freedom of its whole licence. There is no need to say that such a Lodge was created only in dream, was warranted and worked therein. The historical period begins in 173I, when Desaguliers and others went over to the Hague, under a dispensation from Lord Lovell, to initiate " the first Royal Freemason "-as Gould points out-namely, the Duke of Lorraine, afterwards the Emperor Francis I. There are no records of this important event in the Minutes of GRAND LODGE, or elsewhere in the archives: there is, however, the authority of Anderson, in the second BOOK OF CONSTITUTIONS, and him Preston follows. There is no evidence of Dutch Brethren taking part in the emergency meeting, or of a Lodge existing at the period in Holland. We hear of one being started by Count Vincent de la Chapelle in I734 under the fantastic name of LOGE DU GRAND MAITRE DES PROVINCES RUNIES ET DU RESSORT DE LA GNRALS. Who the Grand Master was and what may be signified by the last words must be left open questions: it looks like another myth. We hear also of a Lodge called LE VERITABLE ZLE in I735, under English authority, and of J. Cornelius Rademaker being appointed Provincial Grand Master in that year. In any case there was Masonry in Holland, as the States General suppressed it by edict, also in I735. The decree was rescinded in I740, and there was considerable Masonic activity about I744, at the Hague, Amsterdam and Rotterdam. In I749 one of the older Hague Lodges said to be the LOGE DU GRAND MAITRE Assumed the title of LODGE or ROYAL UNION and also of MOTHER LODGE. It is believed to have promoted the movement which culminated in I756, when fourteen Lodges assembled at the Hague and a NATIONAL GRAND LODGE OF THE NETHERLANDS was proclaimed on December 27, England continuing, however, to constitute Dutch Lodges, till a satisfactory concordat between the two powers was arranged in I770. In 1816 the second son of King William I, Prince Frederick William, became Grand Master of the Order and so remained for sixty-five years, or till his death in 1881. He was also Grand Master of Belgium in 1817 and presided over a GRAND ORIENT which had jurisdiction in both countries. The last arrangement probably came to an end in I730, when Belgium attained political independence. At the present time the governing Masonic Obedience is a GRAND ORIENT OF THE NETHERLANDS, having its Headquarters at the Hague, and the Grand Master is Mr. M. S. Lingbeck. Its jurisdiction extends over a considerable number of Lodges in South Africa and in the Dutch Colonies, as well as in the mother country.
Dutch Craft and High Grades.
Prior to the foundation of the NATIONAL GRAND LODGE a PROVINCIAL GRAND LODGE was at work in Holland, and in or before I753 the Dutch Brethren began to be interested in the claims and working of Ecossais Grades. They applied presently to the London GRAND LODGE under Lord Carysfort for permission to hold SCOTS LODGES. They appear to have addressed the Grand Master in question, who was succeeded in 1754 by the Marquis of Carnarvon. Because of the change or otherwise, they did not receive a reply till December 3, 1756, when the Deputy Grand Master, Dr. Thomas Manningham, refused the request in a letter which exhibits his complete ignorance of High Grade Masonry, though it had passed through several stages of development by that time. In a second letter, dated July I2, 1757, he states that Lord Aberdour, a past Grand Master of Scotland, had never heard of such inventions. We do not know what followed on this correspondence or whether the NATIONAL GRAND LODGE worked or even tolerated anything outside the Craft Degrees; but it is certain that High Grades existed in Holland, and in 1798 it would seem that the GRAND LODGE had been concerned therein, for its statutes of that year restrict Lodge workings within Blue Masonry and relegate the High Grades to the care of a GRAND CHAPTER. They were those of the French GRAND ORIENT, namely,
1) ELECT,
2) Écossais MASTER,
3) KNIGHT OF THE EAST, and
4) ROSE-CROIX. In 1816, as we have seen elsewhere, Prince Frederick attempted a Ritual reform, reducing the High Grades superposed on those of the Craft to ELECT Master and SUPER-ELECT MASTER. In I885 these were converted into a single Grade, governed by a Chamber of Administration.
The reform had not been popular and the GRAND CHAPTER continued to exist. At the beginning of the present century it controlled the following Grades:
(1) ELECT, alternatively SELECT MASTER;
(2), (3), (4) Écossais GRADES;
(5) KNIGHT OF THE SWORD, OR OF THE EAST;
(6) ROSE-CROIX: in other words, the Grades of the FRENCH RITE, plus three of those SCOTS DEGREES which had been condemned by Dr. Manningham. In this connection my friend Mr. F. H. Buckmaster, who speaks from first-hand knowledge, tells me that South African Lodges, under the Netherlands Constitution-e.g. the GOOD HOPE, NO. I2-work the Degrees of the SCOTTISH RITE, from the Fourth to the Eighteenth, both inclusive, but they are classed as " side Degree " and are reserved for Past Masters of the Craft.