Maçonnieke encyclopedie

De Maconnieke Encyclopedie zoekt


Een ogenblik !

Vrijmetselarij in Vlaanderen.
De obedienties voor de hoge graden.
De logemoza´ek.
DEELL III DE VRIJMETSELARIJ ZOALS ZE IS
DE "REGULIERE" BLAUWE VRIJMETSELARIJ IN DE WERELD
Figuren:
HOOFDSTUK IX DE ORGANISATIE VAN DE VRIJMETSELARIJ NADER BEKEKEN.
Een onbekend terrein.
De obedienties
"Soevereine" loge versus obedientie.
Aantal obedienties in de wereld.


Vrijmetselarij in Vlaanderen.
Na de meer gedetailleerde bespreking van de huidige toestand en werking in elke obedientie, is een synthese mogelijk.


Voor heel Belgie ligt het aantal loges die werken in de drie eerste graden boven de tweehonderd en tellen ze gezamenlijk circa 16.000 leden:
Grootoosten.83 loges met + 8.000 leden
Grootloge38 loges met + 2.600 leden
Federatie "Droit Humain"65 loges met + 3.700 leden
Vrouwengrootloge.16 loges met + 600 leder
Reguliere Grootloge(en Schotse) 29 loges met + 1.000
Memphis Misraim.3 loges met + 200 leder
------------------------------------
234 loges+16.100 leden
In Vlaanderen en in Nederlandstalig Brussel werkten einde 1990 in totaal 82 loges met een ledenaantal dat op 5.500 kan worden geschat, d.i ongeveer een derde van het totale aantal Belgische vrijmetselaars:
Grootoosten.28 loges met + 2.500 leden
Grootloge.19 loges met + 1.200 leden
Federatie "Droit Humain".21 loges met + 1.200 leden
Vrouwengrootloge..2 loges met + 100 leden
Reguliere Grootloge(en Schotse) 12 loges met + 400 leden
-----------------------------
82 loges 5.400 leden
We mogen aannemen dat er ongeveer vierduizend vierhonder mannelijke en ongeveer duizend vrouwelijke vriimetselaars zijn. De onderverdeling per provincie geeft een inzicht in de vestiging va elk van de obedienties en van de vrijmetselarij als geheel. Provincie Antwerpen: 24 loges Rekening houdend met grotere ledenaantallen bij enkele belangrijke loges in de grote steden kunnen we een ruwe schatting van het aantal vrijmetselaars per provincie maken: Antwerpen 1900, Oost-Vlaanderen 1700, Nederlandstalig Brabant 1100, West-Vlaanderen 700, Limburg 200.

Het zwaartepunt van de Belgische mašonnieke activiteiten ligt in Brussel, waar het Grootoosten minstens evenveel zoniet meer loges telt, en soms zeer bevolkte, als heel Vlaanderen en Nederlandstalig Brussel samen. Bij de andere obedienties is dit ook grosso modo het geval.

Voor Vlaanderen ligt het zwaartepunt in de steden Antwerpen en Gent, met een duidelijk onderscheid tussen het meer Grootoosten-gerichte Antwerpen en het meer Grootloge-gerichte Gent.
De obedienties voor de hoge graden.
Met de zes in Belgie werkende obedienties van de "blauwe" vrijmetselarij die de drie basisgraden toekennen, is het mašonnieke landschap nog niet volledig, want er zijn daarnaast nog de organen die de hoge graden toekennen, de zogenaamde "Schotse" of "rode" vrijmetselarij.
In de Gemengde Federatie "Droit Humain" en in de Orde van Memphis Misraim worden de hoge graden door dezelfde organisatie als de basisgraden verleend: daar is er dus een verticale integratie van hoog tot laag.
Bij de overige obedienties ligt dit anders.
Het Groot Oosten van Belgie heeft een verdrag gesloten met het 'soeverein College van de Schotse Ritus voor Belgie", dat de dertig hogere "Schotse" graden bestuurt en hiervoor uitsluitend recruteert onder de leden van het Grootoosten.
"De Grote Opperraad voor de Schotse Ritus van Belgie" heeft een identieke exclusiviteitsafspraak met de Grootloge van Belgie.
Daarnaast is er dan nog een "Opperraad voor de Schotse Ritus in Belgie", die zowel bij het Grootoosten als bij de Grootloge recruteert.

De Vrouwengrootloge beschikt eveneens over een zelfstandige "Opperraad" die uitsluitend onder haar leden recruteert.
Naast deze verschillende Opperraden, die alle tot de "irreguliere" vrijmetselarij behoren, zijn er vier zelfstandige die uitsluitend bij de Reguliere Grootloge van Belgie recruteren. De eerste is de "Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus voor Belgie", die de dertig hogere "Schotse" graden toekent.
Versolgens zijn er twee typisch Angelsaksische verenigingen: het "Grootkapittel van het Heilig Koninklijk Gewelf", dat de Royal-Archgraad bestuurt, en de "merkmeestersloges", die afhangen van de Engelse "Grand Lodge of Mark Master Masons".
Tenslotte is ook nog de "groene" vrijmetselarij vertegenwoordigd door de "Grootpriorij van Belgie", die de drie hogere graden (Schots meester van Sint Andreas, Jonker en Weldadige Ridder van de Heilige Stad) verleent van de Gerectificeerde Schotse Ritus.
De logemoza´ek.
Uit al het voorgaande blijkt het overduidelijk: De loge bestaat niet. Er zijn vele loges, die van de Belgische en Vlaamse vrijmetselarij een kleurrijk en gediversifieerd moza´ek maken.
Er zijn rechtse loges en linkse, conservatieve en progressieve, gezellige en militante, mannelijke, vrouwelijke en gemengde, streng-rituele en nonchalante, overactieve en half ingedommelde, franstalige en Vlaamsgezinde, theistische, deistische, agnostische en atheistische. We kunnen zo doorgaan!
De homogeenste groep wordt gevormd door de Reguliere Grootloge, die zich van politiek en van maatschappelijke gedrevenheid niets aantrekt, maar in peis en vrede teruggetrokken leeft in de theistische en esoterische wereld van de traditionele vrijmetselarij. Hij groepeert volgens eigen overtuiging de enige "echten" en beschouwt alle anderen niet als vrijmetselaars, maar als profanen of minstens als "schismatieken", die de mašonnieke ritualen gebruiken.
De vijf "irreguliere" obedienties vertonen onderling gelijkenissen, maar ook een aantal verschillen. Grootoosten en "Droit Humain" zijn, als obedientie, de vaandeldragers van de vrijzinnigheid en van de "politieke" inzet. De Grootloge en de Vrouwengrootloge zijn de zachte vrijzinnigen, die militante actie voor "profane" zaken schuwen. Memphis-Misraim is de erfgenaam van de meer buitenissige vrijmetselarij a la Cagliostro.
De inzet bij de "politieke" obedienties is verschillend van werkplaats tot werkplaats. Een grafische voorstelling van deze inzet zou sommige loges bij het nulpunt en andere op het maximum situeren.
Er zijn chique loges en democratische, er zijn er waar de smoking verplicht is en andere waar de jeans als uniform geldt. Er zijn er waar de riten tot in de minste details nageleefd worden en andere die op een politieke club gelijken. Er zijn er die de Opperbouwmeester aanroepen en er zijn er die "Geen God, geen Meester" als kenspreuk hebben. Sommige loges volgen angstvallig de Aloude Schotse ritus en sommige hebben de rituele handelingen tot het striktste minimum beperkt. Bij de ene loge ligt de Bijbel op het altaar, bij andere ligt een boek met witte bladen, bij nog andere het reglementenboek en nog bij andere gewoon niets.
Sommige groeperen alleen mannen en denken er niet aan vrouwen toe te laten, andere maneuvreren om hun loge de facto gemengd te maken- Enkele loges blijven in Vlaanderen franstalig zonder complexen, de meeste zijn nederlandstalig zonder discussie.

In de schoot van iedere loge is de verscheidenheid al even groot. Men treft er "papieren" leden aan en beroepsvrijmetselaars, vrolijke stamgasten en strenge militante leden, hooggestemde idealisten en profiteurs, rustige vrijzinnigen die niets meer te bewijzen hebben en opgewonden "bekeerlingen" van het elfde uur. Er zijn enthousiaste beoefenaars van de ritualen en de symbolen en andere die daar alleen maar bij geeuwen.
Sommigen zijn gekomen om een geestelijk avontuur te beleven, anderen willen de eenzaamheid ontvluchten en nog anderen streven gewoon de bevordering van hun beroepsactiviteiten na.
Voor sommigen is de vrijmetselarij een doel op zichzelf, voor anderen is het een hoofdkwartier voor de vrijzinnige actie.
Sommigen hebben voldoende aan de drie symbolische graden, anderen willen opklimmen tot de hoogste top van de "vervolmakingsgraden".
Sommige broeders laten zich zonder probleem als vrijmetselaar kennen, andere beoefenen de geheimhouding alsof hun leven ervan afhing.
Zoals iedere menselijke gemeenschap is de vrijmetselarij biina evenzo vaak verschillend als er leden zijn. "De vrije mašon in een vrije loge", zeggen de vrijmetselaars vaak.

Natuurlijk zijn er enkele hoofdtrekken aan te wijzen die ieder van de verschillende obedienties karakteriseren. Ze zijn duidelijk in de hiervoren gegeven beschrijving van elk van hen naar voor geko men . To c h zult u begrepen hebben dat ieder globaal en ongenuanceerd oordeel over de Belgische vriimetselarij in haar geheel en over elke obedientie in het bijzonder, onjuist zou zijn. De realiteit is buitengewoon complex: een waar moza´ek!
Deell III De Vrijmetselarij zoals ze is

DE "REGULIERE" BLAUWE VRIJMETSELARIJ IN DE WERELD

Figuren;
De reguliere Blauwe VM in de wereld
Centraal Zd. Amerika, Oceanie,Azie, Afrika
Diaspora
De irreguliere Blauwe VM in de wereld I
De irreguliere Blauwe VM in de wereld II
De irreguliere Blauwe VM in de wereld III
Pseudo Maç.░.Org.I
Pseudo Maç.░.Org.II

Hoofdstuk IX De organisatie van de vrijmetselarij nader bekeken.
Figuur ; Hoofdstuk IX
Een onbekend terrein.
De obedienties
"Soevereine" loge versus obedientie.
Aantal obedienties in de wereld.
De soevereiniteit van de obedienties.
De graden.
De hoge graden.
Hoge graden op het continent.
De Aloude en Aangenomen Schotse Ritus.
De Gerectificeerde Schotse Ritus.
Orde van Memphis-Misraim.
Opperraden: geen "supermasonnerie".
De riten.

Een onbekend terrein.
Het is vandaag weinig anders dan vroeger: over de vrijmetselarij heerst buiten de organisaties zelf grote onwetendheid en wat men erover weet, beperkt zich meestal tot stereotypen, onjuistheden of fantastische verhalen. Ook bij vele vrijrnetselaars is, behalve wat ze over hun eigen werkplaats of eventueel over hun eigen obedientie weten, de kennis van de Orde waar zij toe behoreen, vaak vrij gering. Dit geldt dan zowel voor de geschiedenis van de vrijnnetselarij als voor de actuele bestaansvormen, werkmethodes en betrachtingen.
Zelfs in gecultiveerde kringen wordt veel kletspraat over de vrijmetselarij voor waar aangenonnen. De obedienties zijn hierbij er zelf niet altijd op belust om objectiieve informatie te geven. Ze hullen zich in stilzwijgen of zijn zelfs niet wars van enige desinformatie. Wat niet belet, dat men bij sommige obediienties en bij individuele mašons vriendelijk en behulpzaam te woord wordt gestaan.
De vastgestelde onweteendheid en de vele onduidelijkheden noodzaken ertoe niets van wat de loges betreft, als bekend te veronderstellen. Het lijkt dan ook noodzakelijk, de organisatie zoals ze zich voordoet, meer in detail te beschrijven.
Een goed begrip van het fenomeen vrijmetselarij vereist dat we over drie elementen juist geinformeerd zijn en ze niet met mekaar verwarren: de obeslienties, de graden een de riten.
De obedienties
De obedientie wil zoveel zeggen als de georganiseerde vrijmetselarij: een aantal loges verenigen zich en vormen een Grootloge of een GrootOosten. De organisatie en de administratie groeien dan uit boven de individuele loges.
De exegeten van de vrijmetselarij hebben een onderscheid willen maken tussen de "Orde" en de "obedientie". De Orde, zo betogen zij, is de universele vrijmetselarij,, waarvan de oorsprong onbekend is en de essentiele kenmerken ondeffinieerbaar. De obedientie is de concrete incarnatie van de vrijmetselarij, binnen een welbepaalde sociale, religieuze, economische context. Het is een mooie poging om de verdeeldheid en versnippering van de loges te overstijgen door ze allemaall principieel deel te laten uitmaken van een mythische en ondefinieerbare "Orde".

De Engelse "Grand Lodge" heeft het voorrecht in 1717 als eerste obedientie tot stand te zijn gekomen en maakt er hierdoor aanspraak op. om als "Mother Lodge"
toonaangevend en richtinggevend te zijn voor de mašonnieke organisatie. De obedientie levert het administratieve kader waarin zorg wordt gedragen voor het opstellen en opvolgen van statuten en reglementen, voor het erkennen of stichten van nieuwe loges,: voor het onderhouden van vriendschappelijke betrekkingen met andere obedienties, voor het verzorgen van de contacten met de "profane" wereld, enz.
In theorie is de loge "een vrije werkplaats van vrije metselaars". In de praktijk heeft de overkoepelende obedientiestructuur een sterk overheersende functie ontwikkeld. Dit heeft bestendig voor discussies, conflicten en scheuringen gezorgd tussen de voorstanders van een losse confederatie van zelfstandige loges en de advocaten van een hierarchische en georganiseerde obedientie.
De meeste vrijmetselaars hebben zich neergelegd bij de sterk georganiseerde obedienties, die voor een ordentelijke werking natuurlijk ook voordelen bieden.

De "United Grand Lodge" is het model van de hierarchisch gestructureerde obedientie. Aan het hoofd staat een voor het leven benoemde "monarch", thans hertog Edward van Kent, die zijn adjunct en zijn grootofficieren aanwijst. Een niet onbelangrijke administratie van professionelen staat hun bij. De grootmeester en zijn grootofficieren vormen samen zowel de "wetgevende" als de "uitvoerende" organen van de obedientie en de afzonderlijke werkplaatsen hebben zich te voegen naar de orders en instructies die van boven worden uitgevaardigd.
De hierarchische structuur wordt in grote obedienties zoals de 0 Engelse nog aangevuld, doordat een aantal provinciale grootloges de tussenschakel vormen tussen "Grand Lodge" en de lokale werkplaats.
De organisatie naar Engels model, die door vrijwel alle "reguliere" grootloges wordt opgevolgd, is dan ook in essentie oligarchisch en aristocratisch. Aan de top regeert een kleine zichzelf door cooptatie aanvullende groep, die zonder noemenswaardige inspraak of medezeggenschap van de "basis", de logewerkzaamheden bestuurt.
Deze kleine groep beslist over de aanvaarding van nieuwe loges, over de erkenning van andere obedienties, over de te gebruiken riten, en in algemene regel over het volledige reilen en zeilen van de obedientie.

Bij een aantal "irreguliere", vooral continentale obedienties is de organisatie enigszins democratischer. De "algemene vergadering" die zich Grootoosten noemt, wordt er gevormd door de afgevaardigden van de werkplaatsen. In het Belgisch Grootoosten betekent dit een groep van nagenoeg tweehonderd afgevaardigden. Zij vorrmen de ^9wetgevende macht" en verkiezen de Grootmeester en de grootofficieren, twaalf in totaal. Dit is dan de "uitvoerende macht" van de obedientie en wordt "Administratieve Commissie van het Grootoosten" genoemd. Deze ~9administratieve commissie", aangevuld met de achtbare meesters van elke loge, vormt het "Groot College", een soort "Kroonraad, die zorgt voor de goede betrekkingen tussen de loges en de "admrinistratieve commissie".
Bij toerbeurt kan men slechts drie jaar een zelfde functie uitoefenen, met de mogelijkheid tot herverkiezing na een onderbreking van een jaar.
In de praktijk is het evenwel een relatief kleine groep die bijna permanent het Grootoosten leidt. Wie Grootmeester wordt, blijft niet alleen zes jaar aan de leiding, drie jaar als grootmeester en drie jaar als gewezen grootmeester, maar heeft meestal al verschillende triennia in de hoogste instanties zitting gehad, als afgevaardigde van zijn loge, als achtbare meester en in een of meerdere functies van grootofficieren. Hetzelfde geldt voor de meeste andere hoge functies

De "reguliere" grootloges op het vasteland hebben zich enigszins democratischer georganiseerd dan het Engelse model, hoewel ze niet zo ver zijn gegaan als de "irregulieren". Zo heeft de "Reguliere Grootloge van Belgie" eveneens een "wetgevende macht", die evenwel niet alleen bestaat uit de afgevaardigden van de loges maar meteen ook uit de vertegenwoordigers van de !"uitvoerende macht": de grootmeester en de grootofficieren. Deze grootmeester en zijn grootofficieren worden niet, zoals bij de "irregulieren", door de algemene vergadering van loge-afgevaardigden verkozen. Het is het "grootcomite" van grootofficieren dat de nieuwe grootmeester aanstelt. Die benoemt dan op zijn beurt de grootofficieren.
Het een en ander moet weliswaar door de raad van afgevaardigden bekrachtigd worden, die dus geen kiesrecht heeft zoals bij de "irregulieren", maar enkel een vetorecht. Het verschil is aanzienlijk en versterkt het oligarchische karakter van de obedientie. Ook hier geldt het triennium, hoewel het telkens met een volgend triennium verlengbaar is. Bij de "irregulieren" is het de algemene vergadering of Grootoosten die beslist over de oprichting en aanvaarding van nieuwe werkplaatsen. Bij de "regulieren" is dit het grootcomite. In alle obedienties is het de hierarchische leiding die de werkplaatsen installeert, de verkiezing van de achtbare meesters ratificeert, de werkzaamheden van de werkplaatsen controleert en bij vastgestelde afwijkingen sanctioneert. In een zeer formalistisch werkende vereniging zoals de vrijmetselarij is het onvermijdelijk dat de leiding zich g'eroepen acht om tot in de details de werking van de verschillende "secties" van nabij op te volgen.
"Soevereine" loge versus obedientie.
De centralistische en centraliserende macht van de obedientie is een permanente steen des aanstoots voor vrijmetselaars die het principe van de vrije mašon in een vrije loge" hoog willen houden.
In veel obedienties rijzen regelmatig spanningen tussen de loges en e leiding. In sommige obedienties is deze spanning permanent. Waar de ruzies onoverbrugbaar worden komt het tot scheuringen die dan weliswaar de oprichting, van weer een nieuwe obedientie met weer een centraal gezag tot gevolg hebben.
De gemengde Franse vrijmetselarij geeft hiervan een voorbeeld.
De "Ordre mašonnique mixte international, le Droit Humain" heeft In 1973 een afscheuring meegemaakt van de "Grande Loge Mixte Universelles", waarin in 1982 opnieuw een scheuring voorkwam, die leidde tot de oprichting van een "Grande Loge Mixte de France". De velle´teiten tot grotere zelfstandigheid van een aantal loges, die leiden tot afscheu ring, wolrden weldra opgevangen in een nieuw orgaan, dat al even hierarchisch gestructureerd wordt als dat wat men verlaten had.
In enkele gevallen nemen tegenstanders van de centrale macht een consequente houding aan en richten ze een zelfstandige, onafhankelijke loge op. Wat zij winnen aan vrijheid, verliezen ze meestal aan stevigheid en contimuiteit: gewoonlijk verdwijnen zij samen met de oorspronkelijlse initiatiefnemers .

Als ze dan toch willen overleven, moeten ze minstens een los samenwerkingsverband oprichten tussen verschillende zelfstandig wer. kende loges en dan is de eerste stap gezet om alweer een nieuwe obedientie te worden. Dit heeft in Frankrijk de "Ordre initiatique et traditionnel de l'Art Royal" ondervonden, die uitging van het idee, dsat de admilaistratieve structuur overboord moest worden gegooid, en die zelf een obedientie is geworden.
Een zelfstandige, "soevereine" loge heeft recent in Franse en ook Belgische vrijmetselaarskringen stof doen opwaaien. In verschillende publikaties, met de collectieve auteursnaam "Pierre Dangle" ondertekend, heeft ze niet alleen haar doelstellingen uiteengezet, maar is ze hard van leer getrokken tegen de obedienties. In boeken met suggestieve titels zoals "Franc-mašonnerie ou initiiation? Faux francs-mašons ou vrais inities" of "Loge souveraine ou logles esclaves verites et mensonges de la franc-mašonnerie" wordt geweldig te keer glegaan tegen iedere vorm van georganiseerde vrijmetselarij. Een kleine bloemlezing:

"De vrijmetselarij van de obedienties is een winstgevende instelling geworden die een maximum aan verdwaalde individuen recupereert. De professioneel mislukten, de psychisch gestoorden, de "baasjes" die enkele slaven willen tiranniseren die ervan dromen op hun beurt "baasje" te worden, de liefhebbers van met decoraties overladen schootsvellen, de fanatici van de reglementering, de aanhangers van de bourgeois-moraal, de amateurs van schemerpolitiek en intriges kunnen in elke obedientie hun intrede doen: ze zullen niet ontgoocheld worden".

"Het bedrog van de vrijmetselaarsobedienties is des te ernstigier omdat ze er zorg voor dragen zich niet als sekte voor te doen, hoewre ze er de meest onverdraaglijke methodes van hebben aangenomen: op de spits gedreven reglementering, tirannieke pseudo-meesters, verbastering en vervorming van de ritualen, onderwerping van de broeders aan een totalitair gezag, manipulatie van de ideeen en van de loges, uitgesproken aantrekking voor alle slag van "zaken", verwerping van de gemeenschapsgeest, van de logesouvereiniteit en van een initiatieke levenswijze"

"Dit soort vrijmetselarij is tot alles bereid om te overleven: een crypto-politieke partij worden, een filosofisch gezelschap, een confrerie van de verdraagzaamheid of een recuperatieschool voor verdwaalde christenen De obedienties moeten tot elke prijs recruteren.

Scherpere taal over de georganiseerde vrijmetselarij, komend van; geinitieerden die zelf ooit lid waren van een obedientie, lijkt nauwelijks mogelijk Het spreekt vanzelf dat de obedienties zeer negatief gereageerd hebben op het proza van deze vrijbuiters. Roger Leray (░192 1), grootmeester van de "Grand Orient de France", noemde hun initiatief "een mystificatie~ en in een radio-interview zegde hij dat men deze loge moest terugbrengen "a sa dimension tres tres tres reduite". De aanvallen op de obedienties in vrijmetselarij worden aldus meestal afgedaan als onbelangriik of irrelevant.
Er zijn nochtans af en toe ook gezagvolle stemmen die zich negatief uitspreken over de obedienties.
Een ervan is die van professor Leo Apostel (░1925), die in zijn "Freemasonry, a philosophical Essay" geschreven heeft:
"De centrale organismen van de mašonnieke obedienties, het Grootoosten, de Grootloge, enz. moeten geliquideerd worden. Deze centrale lichamen hebben geen enkele mašonnieke relevantie; hun werk is uitsluitend administratief, hun invloed als die al niet volkomen incoherent is is schadelijk en meestal conservatief. Loges zijn de basis-bouwstenen voor een levende vrijmetselarij; zij zouden de centrale organismen gewoon moeten negeren en ze de dood moeten laten sterven die het gevolg is van hun inefficiente en reactionaire hierarchische rol".
Ook over deze uitspraak zei me de grootmeester van een Belgische obedientie, dat ze marginaal was en niet ernstig moest worden opgenomen. Een buitenstaander is uiteraard niet geplaatst om hierin te trancheren.
Aantal obedienties in de wereld.
Wat een aantal vrijmetselaars ook mogen denken over de relevantie van de obedienties, het feit blijft dat de mac, onnieke activiteit over de hele wereld en wat de strekking ervan ook moge zijn, zich overwegend in de schoot van de hierarchisch gestructureerde en georganiseerde mac, onnerie afspeelt.
Hoeveel obedienties bestaan er? Het juiste getal is niet bekend, maar het moet de driehonderd benaderen of overschrijden, alleen al voor de "blauwe"' vrijmetselarij, die de drie basisgraden bestuurt.
De "reguliere" vrijmetselarij telt een honderdtwintigtal obedienties. Er zijn er al vijftig in de Verenigde Staten: een per staat; tien in Canada en zes in Australie: ook een per staat; drie in Groot-Brittannie: Engeland Schotland en lerland. Verder is er meestal een "reguliere" obedientie per land en dit in een vijftigtal landen, hoofdzakelijk in West-Europa en in Zuid-Amerika. "Glasnost" heeft ook de heroprichting van loges en obedienties in de voormalige Oostbloklanden mogelijk gemaakt.

Het juiste aantal "irreguliere" obedienties is minstens even aanzienlljk als dat van de "reguliere". Alleen al in de Latijnse Europese landen zijn er een groot aantal: twaalf in Frankrijk, vijf in Belgie rninstens vijf in Italie. In veel landen, vooral in de Angelsaksische wereld gaat het om minoritaire groepen die zich niet kunnen aansluiten bij de deistische strekking van de dominerende obedientie. Daarnaast zijn er ook de deistiszhe, maar als "irregulier" beschouwde loges voor kleurlingen
De voornaamste zijn de "Grand Lodges Prince Hall", die in de Verenigde Staten en Canada de zwarten groeperen. Het is letterlijk een "zwarte bladzijde" in de geschiedenis van de "reguliere" vriimetselarij, dat ze er niet in geslaagd is de kleurlingen in haar activiteiten te integreren. Er bestaan een veertigtal Prince Hall obedienties. Daarnaast zijn er 9 nog een tiental andere "Grand Lodges" die, hoofdzakelijk in de Verenig de Staten, eveneens kleurlingen groeperen.

Naast de obedienties voor de drie basisgraden zijn er dan nog een paar honderd zowel "reguliere" als "irreguliere" obedienties voor de hogere graden. Ik beschrijf dit aldus gemakshalve, want puristen van de "mašonologie" zullen me hier tweemaal terechtwijzen.
De hogere-gradenvrijmetselarij is niet te catalogiseren in "regulier" en "irregulier": men kan hoogstens vaststellen dat sommige organisaties enkel samenwerken met "reguliere" obedienties, andere met "irreguliere", sommige met beide.
De criteria van onderlinge erkenning, die niet door de "United: Grand Lodge" zijn geformuleerd maar door de "Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus van Charleston" of door andere instanties, hebben tot gevolg dat de hoge-gradeninstanties elkaar wederzijds kunnen erkennen, onverschillig of ze met "reguliere" of "irreguliere" obedienties samenwerken.
Een tweede onjuistheid is dat de hoge graden niet georganiseerd zijn in obedienties, maar in "Opperraden", "Grootcolleges", "Grootdirectoria", "Grootpriorijen" of "Grootkapittels". Het zou natuurlijk heel ver leiden hierop verder in te gaan. Laten we het maar bij de ene terrn "Obedientie" houden.