Maçonnieke encyclopedie

De Maconnieke Encyclopedie zoekt


Een ogenblik !

Samenstelling en werking.
"Bouwstukken" .
De Belgische Federatie "Le Droit Humain".
De Belgische Vrouwengrootloge.
De broederkringen.
De Reguliere Grootloge van Belgie.


Samenstelling en werking.
De leden van de Grootloge kwamen en komen hoofdzakelijk uit dezelfde kringen als die van het Grootoosten. De publieke sector, onderwijs en administratie zijn ook in de Grootloge aanwezig in proporties die aanzienliik hoger liggen dan hun numerieke sterkte in de "profane" samenleving.
We mogen aannemen dat de Grootloge leden groepeert die globaal genomen wat conservatiever en in politieke zin wat liberaler zijn dan in het Grootoosten. De ministers van Staat Willy De Clerck en Frans Grootians staan hiervoor model. We mogen evenwel niet veralgemenen en de scheidingslijn niet strak trekken.
De veronderstelling dat de Grootloge minder aantrekkingskracht zou uitoefenen op socialisten, gaat slechts gedeeltelijk op. Minstens vier prominente socialisten maken deel uit van de Grootloge: Karel Van Miert (E:rasmusR Brussel), Luc Van den Bossche (Labyrint, Gent), Eric Derycke (concorde et Tolerance, Kortrijk) en Marc Galle (De Zwijger, Gent).
De opeenvolgende grootmeesters sedert het "schisma" van 1979 zijn rninder bekende figuren, zoals Edwin Commins, de Antwerpenaar Hernlan Buskens, Georges Vandeputte, Jacques Massage en de Gentenaar Georges Neslany. Alleen Rik Van Aerschot geniet in de "profane" wereld enige bekendheid als algemeen adviseur en bestuurder van de Groep Josi-verzekeringen en als voorzitter van de raad van bestuur van de VUB De pers is in de Grootloge onder meer vertegenwoordigd door de BRT-journalist Flip Voets (Marnix van Sint Aldegonde, Antwerpen), door Frank De Keyser (Erasmus, Brussel), literatuurrecensent bij Het Laatste Nieuws en door F rans Strielemans (M arnix v an St . -Aldegonde, Antwerpen) hoofdredacteur van De Nieuwe Gazet. Beide laatsten hebben hun collega Piet Van Brabant niet gevolgd in die zijn overstap naar een "reguliere" obedientie.
Is Herman Balthazar (De Zwijger, Gent) zowat het boegbeeld van de intellectuele vrijmetselaar in het Gentse Grootoosten, dan wordt deze rol bij de Grootloge vervuld door zijn RUG-collega Helmut Gaus (Pieter De Zuttere, Gent), terwijl de Grootoosten-rector De Meyer bij de Grootloge een tegenhanger heeft in zijn regeringscommissaris Yannick De Clerck (Mithras, Gent). Ook de germanist Raymond Vervliet (Gulden Passer, Antwerpen), hoogleraar aan de RUG en voorzitter van het Vermeylenfonds in Antwerpen, behoort tot de Grootloge, evenals de hoogleraar in financieel recht en oud-volksvertegenwoordiger voor de PVV, Guy Schrans (Le Septentrion, Gent). Tot de loge Mithras behoort ook de veelzijdig getalenteerde Jean Daskalides, gynecoloog, chocoladefabrikant en cineast. De filosoof Leo Apostel behoort eveneens tot de Grootloge, maar beschrijft zichzelf als een "niet-praktizerend" vrijmetselaar.
De encyclopedisch-erudiete en voortijdig overleden Fernand Borne behoorde ook tot de Grootloge.
"Bouwstukken" .
De Grootloge is, meer dan de meeste loges van het Grootoosten, gericht op het symbolisch en ritueel "arbeiden". Een zeer geŰngageerde toon zal men dan ook zelden vinden in de uiteenzettingen die door leden van de Grootloge worden gehouden. Heel wat draait natuurlijk ook hier rond de vrijmetselarij. Enkele titels:
Zijn wij als vrijmetselaars onze voorgangers waardig?---De mašonnieke beloften---Vrijmetselarij, baken van verdraagzaamheid en gelijkheid tijdens de lsde eeuw---De vrijmetselarij als mašonniek kunstwerk ---Vrijmetselarij en een religieus gevael---De luie mašon---Onze initiatie tussen zon en maan---Is de vrijmetselaar een religieus persoon?---De vrijmetselarij als artistiek proces --- De mašonnerie in de Europese letterkunde---Wat is er nu zo koninklijk aan de Koninklijke Kunst? - Architectuur en vrijmetselaarssymboliek---Het elitaire in de vriimetselarrij---Kan journalistiek mašonniek zijn?---Tolstoj en de vrijmetselarij--- Mašonnerie een sisyfusarbeid---Verdediging van het libertinisme in de vrijmetselarij---Atheist verdedigt opperbouwmeester---Hoe onsterfelijk is de vrijmetselarij?---Hoe universeel is de vrijmetselarij?---Moet de loge behoorlijk gedekt blijven?---Psychotherapie en mašonnerie---Het eerst artikel van de Constituties van Anderson: een filologische benadering
Het thema van de broederlijkheid in de inwijdingsritus van de leerlingen
gezellen en meesters.
Het zijn onderwerpen waar de Grootlogemašons goed in zijn en waarvoor ze dan ook vaak door de meer "geengageerde" obedienties als sprekers worden uitgenodigd. Daarom vindt men de meeste van deze onderwerpen ook terug in de lijst die bij de bespreking van het Grootoosten is vermeld. Bij hen vindlt men nauwelijks sprekers die het antimašonnisme onder de loupe nernen. Dit thema lijkt hun veel minder aan te spreken dan hun broeders van het Grootoosten.

Heel wat onderwerpen zijn literair of cultureel:
Symboliek in de Romaanse kunst---Erassus---Introductie tot het canto flamenco--- Archeologische opg raving en in Centraal-Azie --- Dante --- Initiatieke elementen in de antieke literatuur---De toverfluit---Freudiaanse gedachten over voetbal---Symboliek in sport en kunst---Taal en welzijn---Een natuurfilosofie bij de Navajos---Willem van Oranje en de tolerantiecultus.
De esoterische en wat rnysterieuze thema's komen natuurlijk ook aan bod, zoals bijvoorbeeld:
Talmoed en Tora---Alchemistische symboliek in de Notre-Dame---De queeste van de Graal---Het Mithraisme--- L'initiation cathare---Necromantische taferelen---Het ganzenbord: een reis van punt tot punt--- Aspecten van de symboliek---Heksen en heksenprocessen.
Tenslotte ziin er ook, hoewel in geringe mate, de meer politiek geladen onderwerpen:
Persvrijheid---Politici in werkplaats en profane wereld---Opus Dei---Juridische nietigheid van de plaatsing van raketten ---Een liberaal standpunt in verband met crisis en verrechtsing---Hoe vreemd zijn vreemdelingerl voor ons?---Economie et politique petroliere ---Het economisch liberalis me---Impact van het marxi sme op de huidige sociaal-economische realiteit---Europese veiligheid---Zuid-Afrika en de apartheid---Gedragingen van sociale groepen in perioden van recessie en economische crisis.

De conclusie lijkt te mogen zijn dat de thematiek bij de Grootloge en het Grootoosten niet fundamenteel verschillend is en het veeleer om een verschuiving van accenten gaat, waarbij de Grootloge op zijn geheel ---maar dit geldt niet nooclzakelijk voor alle loges of voor alle broeders ---meer de richting van de symbolische en esoterische vrijmetselarij inslaat dan wel die van de geengageerde deelname aan het maatschappeli]k debat.
De Belgische Federatie "Le Droit Humain".
De gemengde loges hebben de toekomst voor zich. In een maatschappii waar de juridische en ook de feitelijke gelijkheid tussen man en vrouw praktisch voltrokken is, wordt de splitsing in mannelijke en vrouwelijke loges door een groeiend aantal vrijmetselaars, vooral bij de jonge generaties als een anachronisme beschouwd.
Als hij thans vrijmetselaar werd, schrijft Leo Apostel, dan zou dit alleen maar in de "Droit Humain" kunnen, omdat daar toch minstens een stap is gezet in de richting van de gelijkheid onder alle mensen, die de vrijmetselarij als een van de essentiele punten van haar credo proclameert.
De "Droit Humain" telt in Belgie een zestigtal loges. De eerste Nederlandstalige loge, "Broederschap", werd pas in 1956 in Brussel opgericht. De andere loges in Vlaanderen zijn: "Brabo", "Broederketen", "De Meiboom" en "Delta" in Antwerpen, "Gaston Van der Meeren", "Cyriel Buysse", "Toren van Babel", "Spes et Amor" en "Baken" in Gent, "L'Aurore" en "Labyrint" in Brugge, "Vrij Onderzoek" in Oostende, "Het Daghet" in Hasselt, "Horizon" in Aalst, "Daidalos" in Leuven, "Diogenes" in Turnhout, "Klimop" in Kortrijk, "Wekroep" in Mechelen, "De Bokkenrijders" in Maaseik en "Twee Kolommen" (tweetalige loge) in Geldenaken (Jodoigne).
Dit geeft zes loges in de provincie Antwerpen, drie in Brabant, zes in Oost-Vlaanderen, vier in West-Vlaanderen en twee in Limburg.

De "Droit Humain" telt thans ongeveer 5.700 leden, waarvan de overgrote meerderheid vrouwen zijn. We mogen aannemen dat ongeveer 1.200 leden tot de loges in Vlaanderen of tot de Nederlandstalige werkplaats in Brussel behoren. Enkele van de in Vlaanderen werkende loges zijn Franstalig of ruim tweetalig.
De recrutering van de "Droit Humain" gebeurt in dezelfde kringen als het Grootoosten. De loges ervan vergaderen trouwens bijna overal in de lokalen van het Grootoosten, behalve in Brussel waar ze haar eigen tempel bezit. Veel mannelijke leden zijn ook lid bij het Grootoosten. Veel vrouwen hebben vaak een vader of een echtgenoot die mašon is. Dat de recrutering in de vrijzinnige en feministische kringen gebeurt, betekent bijna automatisch dat ook hier de aanwezigheid van leerkrachten uit het rijksonderwijs en uit de VUB aanzienlijk is.
Tot de bekendste leden van de "Droit Humain" behoren de oud-rector van de ULB Georges Verhaegen (Disciples d'Hiram, Brussel), de VUB-historica Els Witte (Broederschap, Brussel), de romanschrijfster Carla Walschap (Brabo, Antwerpen), de VUB-historica en oud-grootmeester Jenny Van Roelen (Broederschap, Brussel), de oud-algemeen voorzitter van het Humanistisch Verbond Lydia Blontrock-Suys (Baken, Gent) en de hoogleraar aan de Gentse rechtsfaculteit Yvette Merchiers (G. Van der Meeren, Gent).
De "Droit Humain" heeft, zoals in een vorig hoofdstuk al beschreven, als eerste en heel consequent van haar werkzaamheden een georganiseerde denktank van de vrijzinnigheid gemaakt. Men beperkt er zich niet tot een wat lukrake bespreking van onderwerpen, maar sedert vele jaren ontwikkelt men algemene jaarthema's die uitmonden in rapporten en concrete aanbevelingen.

We mogen zeggen dat de "Droit Humain" evenzeer zoniet nog meer dan het Grootoosten aan de spits van de vrijzinnigheid staat. Men is er van oordeel dat het niet voldoende is de paramašonnieke of "leken" rganisaties financieel te ondersteunen, maar dat intellectuele invloed en aanwezigheidspolitiek nagestreefd moeten worden.
Enkele van de thema's die tijdens voordrachten door leden van de "Droit Humain" in de recente jaren werden behandeld, geven enig idee van wat op haar kolommen belangstelling wekt:
---Abortusproblematiek in Vlaanderen---Intelligentie als onderliggend mechanisme bij de reproduktie van sociale ongelijkheid---Man en vrouw: gelijk of verschillend _ Hoe pastoors en kapelaans aan hun tempel bouwen---Vaticaan fiscaal paradiis---Nemen vrijzinnigen verantwoordelijkheid ten aanzien van jongeren in noodsituaties?---De vrouw in de vrijzinnigheid---Zin en onzin van vrijzinnige plechtigheden--- Het gezin in de toekomst--- Toestand en toekomst van de universiteit---Vrijmetselarij, een mannenbond?---Kan een man ingewijd worden?---De vrijmetselarij en de vrouwenbeweging in Belgie---Don Giovanni, de verleidelijke broeder--- Rechtspraak in opspraak---Aids, Sex, Spanning, Sensatie---Le baron d'Holbach ou le combat pour la libre pensee---Ode aan de verbeelding: literatuur en mašonnerie---De Britse mijnstaking en Arthur Scargill--- Moeder waarom vrijen wij?---De vrijmetselarij als masker voor P2 en de gevolgen---De illusie van de vrijheid of de vrijheid van de illusie.

Veel van de onderwerpen die bij het Grootoosten of zelfs bij de Grootloge worden aangetroffen, komen ook ter sprake in de bijeenkomsten van de "Droit Humain", waarop vaak broeders van deze obedienties als sprekers worden uitgenodigd.
"Droit Humain" en Grootoosten zijn in het recent verleden steeds nader tot elkaar gegroeid. De twee obedienties hadden al in het begin van de jaren zeventig een "vriendschapsverdrag" gesloten, waarbij het de loges van beide obedienties toegestaan werd gemeenschappelijke bijeenkomsten te organiseren, die ze, om de meer traditionalistische broeders van het Grootoosten niet te zeer voor het hoofd te stoten, niet als eigenlijke logezittingen maar als "gesloten blanke zittingen" bestempelden, wat vanuit mašonniek standpunt eigenlijk een contradictio in terminis was. Deze term wordt immers enkel gebruikt voor een zitting waarop alle aanwezigen ingewijden zijn, met uitzondering van de uitgenodigde spreker. Dit betekende dus dat men eigenlijk de zusters niet als volwaardig ingewijden beschouwde.
Deze zienswijze hield niet lang stand tegenover de praktijk zoals ze in een aantal werkplaatsen werd beoefend. Sommigen vonden immers dat het niet opging dat broeders van het Grootoosten zonder enig probleem konden deelnemen aan de zittingen van de "Droit Humain" en dat ook de mannelijke leden van deze obedientie ongehinderd aanwezig konden zijn op rituele zittingen van het Grootoosten, maar dat dit verboden bleef aan de zusters.

De meer progressieve loges in het Grootoosten begonnen weldra ook zusters van de "Droit Humain" op hun rituele zittingen toe te laten, wat prompt hun schorsing tot gevolg had.
Na heel wat discussies over het bezoekrecht, heeft men uiteindelijk aanvaard dat, zo het individueel bezoekrecht van vrouwen aan rituele zittingen van loges van het Grootoosten niet kon worden toegestaan, dit wel kon, als volledige loges van beide obedienties elkaar ontmoetten. Voortaan konden de progressieve loges het gemengd karakter van de in principe uitsluitend mannelijke loges omzeilen door stelselmatig op ieder van hun rituele zittingen een van de werkplaatsen van de "Droit Humain" uit te nodigen. Het spreekt vanzelf dat men vanuit deze obedientie wat graag meewerkt aan de afbouw van wat nog grotendeels een uitsluitend mannelijke burcht is.
De Belgische Vrouwengrootloge.
Sedert de officiele oprichting in 1981 heeft de Vrouwengrootloge vorderingen gemaakt. De obedientie telt 17 loge!s en ongeveer 600 leden.
Een van die loges, "Freja" is in Kopenhagen gevestigd. Van de zestien in Belgie werkende loges zijn er zes in de provincie Brabant: 0 "Irini", "La Source", "La croisee des chemins", "Egregore" en "Isis" in Brussel en "Emeraude" in Waterloo; drie in de provincie Luik "L'Etoile mosane" en "Initio" in Luik en "Athena" in Hoei; drie in Henegouwen: "L'Epi" in Charleroi, "Epona" in Bergen en "Gaia" in Thuin; een in Namen, "Etre et devenir" en een in de provincie Luxemburg "La Pierre et le Chene" in Forrieres.
Tegenover deze franstalige Brusselse en Waalse loges zijn er slechts twee loges in Vlaanderen: "Aruna" (nr 7) in Antwerpen en "Tamina" (nr 17) in Gent. Men mag aannemen dat beide samen een honderdtal leden tellen.
De Vrouwengrootloge is een dochter van de "Grande Loge de France" en heeft van die loge de belangstelling meegekregen voor de ritualen en voor de symbolische arbeid. Dit uit zich door het gebruiken in de meeste werkplaatsen van de "Aloude en Aangenomen Schotse Ritus", de meest uitgewerkte van de a riten, nauw aansluitend bij de achttiende eeuwse "christelijke" inspiratie. De Vrouwengrootloge plaatst haar activiteiten in het teken van de Opperbouwmeester van het Heelal.

Piet Van Brabant schrijft in "De Vriimetselaars" dat er nogal wat verscheidenheid bestaat tussen de verschillende werkplaatsen van de 5; Vrouwengrootloge, waarbij de enen nauw aansluiten bij het Grootoosten, met wie de Vrouwengrootloge trouwens een akkoord van beperkt wederzijds bezoekrecht heeft afgesloten, terwijl andere zich zeer sterk afzijdig houden van alles wat naar politiek of naar "profane" activiteiten ruikt en het rituele werk zeer ernstig opvatten, wat ze dichter bij de sfeer van de Grootloge of zelfs van de Reguliere Grootloge brengt. Dat de Antwerpse loge "Aruna" veeleer bij het Grootoosten aanleunt en de Gentse loge "Tamina" bij de Grootloge, zal te maken hebben met de overheersende positie van deze obedienties, het Grootoosten in Antwerpen en de Grootloge in Gent.
De Vrouwengrootloge wil zich strikt aan de regels van de geheimhouding houden, wijst alle contacten van geinteresseerde buitenstaanders af en zal zeker nooit publiek een stelling innemen.
De obedientie telt enkele vrouwelijke politici onder haar leden, waarvan de socialistische staatssecretaris voor Europa 1992, AnneMarie Lizin (Athena, Hoei), waarschijnlijk de bekendste is.
Om het ledenaantal, vooral in Vlaanderen, op een vergeliikbaar niveau met de andere obedienties te brengen, zal de Vrouwengrootloge nog aanzienlijke inspanningen moeten leveren.
De broederkringen.
Ook al zijn veel loges, zoals we bij herhaling hebben aangetoond, vaak in meerderheid samengesteld uit broeders die een zelfde of een soortgelijk beroep uitoefenen, toch tellen ze allemaal leden die uiteenopende activiteiten vertegenwoordigen. Dit wordt door de leden niet alleen als een noodzaak, maar vooral ook als een verrijking beschouwd . Loges die, zoals in de achttiende en negentiende eeuw, of zoals thans nog sommige Angelsaksische loges, een enkele beroepscategorie zouden groeperen---militairen, advocaten, magistraten, politie-ambtenaren--- komen op het continent niet voor. Dit belet niet dat men een middel gevonden heeft om te voldoen aan een behoefte, nl. bij tijd en wijle samenkomen met beoefenaars van een zelfde beroep of leden met een zelfde doelstelling.

Naar het Franse model is men "broederkringen" of "fraternelles" gaan organiseren. Zij hebben tot doel de banden nauwer aan te halen tussen broeders uit een zelfde beroep, of uit een zelfde sportieve, artistieke, culturele of maatschappelijke belangstellingssfeer. Een "Unie van de broederkringen" zorgt voor de coordinatie tussen de verenigingen en voor de verbinding met de obedienties.
De broederkringen groeperen vrijmetselaars uit de verschillende obedienties. Soms zijn ze uitsluitend voor mannen toegankelijk. Zelfs leden van de Reguliere Grootloge, die nochtans geen formele contacten mogen onderhouden met de "irregulieren", maken van deze broederkringen deel uit. Ze beschouwen die als "informele" contacten, want de "irregulieren" zijn in hun ogen immers geen echte vrijmetselaars. In 1989 kwam het tot een dispuut naar aanleiding van de beslissing genomen door de loges van de Peterseliestraat, in hun lokalen voortaan geen vergaderingen meer toe te laten van broederkringen waar ook leden van de Reguliere Grootloge aan deelnemen. Een belangrijk lid van het Grootoosten vond deze beslissing "kleingeestig". Wanneer een lid van de Franse "reguliere" loges zich aanmeldt, wordt hij gastvrij ontvangen, zo betoogde hij, maar enige broederlijkheid betonen tegenover Belgische "regulieren" leek te veel gevraagd.

Wanneer politici, kabinetsleden, journalisten, magistraten, ambtenaren, letterkundigen, architecten, professoren, advocaten, geneesheren, en veel andere beroepsgroepen mekaar op louter professionele basis ontmoeten, kan men zich de vraag stellen of niet in deze vorm van informele samenkomsten het gevaar of minstens het risico aanwezig is van de "noyautage" en van preferentiele diensten waar men vaak, terecht of ten onrechte, de vrijmetselaars van beschuldigt "Buiten de loges gelooft niemand dat de vrijmetselarij zich zou onthouden van interventies in de professionele promotie van haar leden en daarin heeft men gelijk", schrijft professor Apostel.
Hiermee raken we een van de tere punten aan, die de rechtzinnige rnašons ongetwijfeld moeten bekommeren en waarover zij zowel binnen de vrijmetselarij als tegenover de buitenwereld klare wijn zouden moeten schenken. De vrijmetselarij is ook nog op een paar andere "profane" domeinen actief.
Zo bestaat er een maatschappij "Callergon", die als plaatsings- en bemiddelingsbureau optreedt voor werkzoekende vrijmetselaars. Hierbij wordt een beroep gedaan op broeders in prive-activiteiten en in overheidsdienst die in de mogelijkheid zijn jobs te bezorgen en enige voorkeur voor vrijmetselaars kunnen doen spelen.
Vrijmetselaars die op reis gaan, kunnen de gids raadplegen van de vereniging "Groupement International de Tourisme Europeen" (GITE), die de zaken signaleert die door broeders worden uitgebaat en waarbij ze op gunsttarieven of minstens op een broederlijk onthaal kunnen rekenen.
De hartstochtelijke verzamelaars van mašonnieke objecten ontmoeten mekaar over de obedienties heen in een informele vereniging, die ze "Eureka" hebben gedoopt.
De Reguliere Grootloge van Belgie.
Met de Reguliere Grootloge van Belgie belanden we in een andere sfeer dan bij de "irreguliere" obedienties. Ze is, binnen de Belgische vrijmetselarij, een apart en afgescheiden fenomeen, dat zich kan troosten met het besef aansluiting te hebben op een wereldwijd netwerk van gelijkgezinde obedienties.
De Reguliere Grootloge telt zeventwintig werkplaatsen. Daarvan werken er veertien in het Frans, twee in het Engels en tien in het Nederlands, terwijl een tweetalig Nederlands en Frans is.
Het zwaartepunt ligt in Brabant met dertien loges: zeven in Brussel, drie in Waterloo, een in Leuven, Aarschot en Vilvoorde. De vestiging in de provincies is, in vergelijking met de grote obedienties, zwak: drie in de provincie Antwerpen (twee in Antwerpen en een in Mechelen), vier in Henegouwen (twee in Bergen en twee in Charleroi), een in Luik, twee in Gent, een in Kortrijk, een in Brugge, een in Marche-en-Famenne en een in Namen.
Einde 1990 was in De Panne-Koksijde een achtentwintigste loge in vorming met als naam St.-Jan-ter-Duinen.

Slechts in drie gevallen, Antwerpen, Leuven en Kortrijk, wordt het tempelgebouw gedeeld met de "irreguliere" Grootloge, uiteraard op andere dagen. In Leuven en Antwerpen deelt men het gebouw zelfs ook met het "Grootoosten": een zeldzaam samengaan in de Belgische vrijmetselarij .
Het ledenaantal voor heel Belgie ligt iets boven de negenhonderd. We mogen aannemen dat het Vlaamse aandeel hierin rond de vierhonderd ligt. Met het huidige groeitempo kan de Reguliere Grootloge tegen het jaar 2000 de tweeduizend leden bereiken.
De logenamen herinneren aan achttiende-eeuwse loges (Les disciples de Salomon, La Fidelite, La Constante Fidelite, Eendraght 1763) of behoren tot de eigen sfeer die ver verwijderd ligt van wat men in het Grootoosten of zelfs in de Grootloge aantreft. Bij de stichting van de Reguliere Grootloge werd de in een vorig hoofdstuk geciteerde Charles Wagemans (La Fidelite, Gent) tot grootmeester aangesteld. Hij behoorde tot een "historische" generatie, die oorspronkelijk bij het Grootoosten was geinitieerd. Op hem straalde het prestige af van zijn schoonvader, de uitgever en schepen van Gent Henry Story (1897--- 1944), die tijdens de oorlog in een concentratiekamp omkwam.

Hij werd opgevolgd door ingenieur Rene Constant (░ 1926) (L'Avenir et l'Esperance, Charleroi), directeur-generaal van het Irradiatiecentrum in Fleurus, en in 1987 door Maurice Mees (1929-1989). Na diens vroegtijdig overlijden en de waarneming van Jacques Van de Calseyde werd de industrieel Louis De Bouvere (░1940) tot grootmeester aangesteld.
Bij de "regulieren" treffen we niet de ronkende namen aan uit de politieke, universitaire of culturele wereld, die bij de "irreguliere" obedienties talrijk voorkomen. Piet Van Brabant (Jan van Ruysbroeck, Brussel), hoofdredacteur bij Het Laatste Nieuws, is hierop een uitzondering. Met zijn veelgelezen boek "De Vrijmetselaars" heeft hij er aanzienlijk toe bijgedragen om de Reguliere Grootloge uit de onbekendheid te halen. Een ander bekend lid ls de vruchtbare jeugdschrijver Johan Ballegeer (Acacia, Kortrijk). Onder de franstalige "regulieren" telt men verschillende leden die studies publiceren over aspecten van de vrijmetselarij, onder wie Pierre Noel, Pierre de Laey, Guy Verval, Francois Alibert en Jean Germain.

Als we andere namen kunnen citeren, zijn het die van Charles Gyselinck en Oluf Hartmann (La Fidelite, Gent), Staf Goossens en Maurice Verbist (Les disciples de Salomon, Leuven), Rudi Schowanek, Luc Van der Avort en Jaak Cypers (Jan van Ruysbroeck, Brussel), Alain Van Lemberghe en Fernand De Backer (Acacia, Kortrijk) of Rene Van Straelen (De Oude Plichten, Antwerpen). Zonder twijfel zijn dit allen achtenswaardige heren, die evenwel in het "profane" leven minder bekendheid genieten dan dit op hun tempelkolommen het geval is.
Dit stoort hun geenszins, want zij hebben een hekel aan alles wat naar macht en invloed zweemt. Hun doel is uitsluitend gericht op de persoonlijke vervolmaking, met de middelen en methodes die eigen zijn aan de vrijmetselarij.
De zittingen van de Reguliere Grootloge hebben een nogal andere inhoud dan die van de "irreguliere" loges. Het verschil ligt vooral in het, feit dat bij deze laatsten in veel gevallen de rituele activiteiten wat op de achtergrond zijn geraakt en men vooral samenkomt om interessante thema's te behandelen die ver verwijderd zijn van de vrijmetselaarsarbeid zoaLs de "regulieren" die opvatten.
De "bouwstukken" zijn bij de "regulieren" weinig talrijk. Er zijn zelfs loges die principieel geen bouwstukken opleveren en zich beperken tot het houden van instructiezittingen.

In de meeste loges waar wel bouwstukken worden voorgebracht, gaat het hoofdzakelijk om werk van de eigen led en , dat men in zekere zin als een "openbare biecht" zou kunnen beschrijven, aangezien ze meestal hun indrukken en gevaelens nopens de werkzaamheden in de loge meedelen.
Als er dan al eens een thema wordt behandeld, dan sluit dit ook nauw aan bij de rituele aspecten van de vrijmetselarij. Enkele voorbeelden:
Getallensymboliek van de gotische kerk te Aarschot---Schoonheid--- Vrijmetselarij, sacrale kunst---Vodou en vrijmetselarij---Plato---Beaute et magie mysterieuse des sens---Over Hiram---Rene Guenon en de Heilige Wet---Via rederijkerskamer tot vrijmetselaarsloge---De landmerken---De Donkere Kamer---De Steen---De kabbala---Traditie en inwijdirrg---De Gulden Regel---Vrijmetselaarspoezie---Vrijmetselaarsmuziek---Het Boek Genesis---De Toverfluit---De Vier Gekroonden, enz.
Bij gelegenheid worden ook niet-mašons uitgenodigd en thema's behandeld die slechts bij de "regulieren" denkbaar zijn. Een voorbeeld hiervan is de voordracht "Ruusbroek, leven en werk", die in de loge Jan van Ruysbroeck werd gegeven door Dom Helwig, prior van de Sint-Willibrordusabdij in Doetichem (Nederland).
Sommige werkplaatsen hebben, naast de rituele zittingen, een studiekring opgericht zoals in Gent "De Kunst des Levens", waar lezingen worden gegeven die ook door "profanen" kunnen worden bijgewoond.

In de publikaties van de Reguliere Grootloge treft men regelmatig de twee bijna exclusieve thema's aan die in deze obedientie aan bod komen.
Het eerste thema is de geschiedenis van de vrijmetselarij, vooral zoniet uitsluitend die van de de´stische loges. Dit brengt mee dat men veel belangstelling heeft voor de achttiende en de negentiende-eeuwse vrijmetselarij. Zo bijvoorbeeld:
Onze broeder Joseph Haydn--The lodge Anglo-Belge in Antwerp --- Un ancien document mašonnique belge (Gand 1764) --- La loge Albert Ier --- La loge "La Fidelite" a Gand (1837-1854)---Notes historiques concernant l'histoire de la franc-mavconnerie en Belgique---La franc-mašonnerie et la revolution franšaise---\ Martinez de Pasqually.
Het tweede thema is het rituaal en de wereld van de esoterie. Enkele voorbeelden: Universaliteit van de vrijmetselarij--- Regulariteit---La Parole perdue ou ... cachee---De vier elementen in de moderne of Franse ritus---Genese et signification du rite ecossais ancien et accepte pOur les degres symboliques --- Introduction a la recherche esoterique ---Astrologie en koninklijke kunst---Het vuur---De stilte---Sacraal en profaan---De initiatie van Alfa tot Omega---De gnose van Princeton.
De Reguliere Grootloge houdt minder sterk vast aan de geheimhouding van werkzaamheden of lidmaatschap dan bij de "irreguliere" obedienties het geval is. Het boek van Piet Van Brabant, waarin zeer open en ook zeer openhartig doelstellingen en werkzaamheden van de "reguliere" loges worden beschreven, is hiervan een voorbeeld. Gelijksoortige in de boekhandel verkrijgbare werken over een van de "irreguliere" obedienties zijn bij ons vooralsnog niet beschikbaar.

Zoals in alle obedienties worden ook bij de Reguliere Grootloge de materiele aspecten van de logewerkzaamheden behartigd in de schoot van verenigingen zonder winstoogmerk. De voornaamste is op de hoofdzetel van de "reguliere" obedientie gevestigd en heeft als naam "Stichting Anderson-Desaguliers".
De strikte toepassing van de Angelsaksische reglementen, met inbegrip van de erkenning van het bestaan van God, zou kunnen doen veronderstellen dat de samenstelling van de Reguliere Grootloge aanzienlijk verschillend is van de andere obedienties en dat men er onder meer nogal wat praktizerende gelovigen zal ontmoeten. In werkelijkheid zal men zeer weinig leden aantreffen die er nog een regelmatige geloofspraktijk op nahouden.
De leiders van de Reguliere Grootloge zijn hoofdzakelijk agnostici. De in 1989 overleden grootmeester Maurice Mees werd burgerlijk begraven. De grootmeesters Charles Wagemans, Rene Constant en Louis De Bouvere hebben aan de ULB gestudeerd. Constant is er docent en De Bouvere is voorzitter van de "Presses Universitaires de Bruxelles ULB". We kunnen ons voorstellen dat ze zich wat onwennig voelen, wanneer ze enerzijds een document moeten ondertekenen bij de Loge waarin zij hun geloof in een geopenbaarde Godheid bevestigen, en anderzijds als lid van het acaden. šh perso neel van VU B - U LB een verklaring ondertekenen waarbij zij zich akkoord verklaren met het vrije onderzoek en het verwerpen van alle dogma's.

Het zou dus zeker een vergissing ziin de Reguliere Grootloge als een soort schakel tussen de loges en de Kerken te zien of, zoals sommige "irregulieren" soms zeggen, als een "sacristieloge", die onder invloed zou staan van de geestelijkheid.
Een lid van de Reguliere Grootloge gaf ons als zijn mening dat heelwat broeders eigenlijk niet in een geopenbaarde persoonlijke God geloven, hoogstens in een vaag en ondefinieerbaar opperwezen of in een leidend principe. Dit lijkt onvermijdelijk, aangezien de stichters voortkwamen uit het vrijzinnige Grootoosten en uit de "lakse" Grootloge en zij nornalerwiize zijn blijven recruteren in de kringen waar zij zelf toe behoren Nu al hebben er zich wrijvingen binnen de "reguliere" obedientie voorgedaan en het is niet uit te sluiten dat in de toekomst opnieuw discussies rijzen over de ernst waarmee men de "landmarks" of hoofdbakens, meer bepaald het geloof in een geopenbaarde God en in de onsterfelijkheid van de ziel, moet opnemen.
Vo or de volledighei d vermelden we o ok nog het bestaa n van twee 'reguliere" Engelstalige loges, waaronder "Wellington", Van Maerlantstraat 33, Antwerpen, die ressorteren onder de "Grand Lodge of Scotland" en die we in de hiernavolgende tabellen gemakshalve bij Reguliere Grootloge onderbrengen.