Umbandisme,
Uniaten
Unie van Baptistengemeenten,
Unified Family
UnitariŽrs
United Brethren in Christ,
United Church of Christ
United Methodist Church
United Presbyterian Church in the U.S.A.
Universalisten
Upantshad

Umbandisme,
religieuze beweging in BraziliŽ, gekenmerkt door vermenging van elementen uit de christelijke theologie en cultuspraktijken van Afrikaanse oorsprong. Westafrikaanse goden en geesten worden vereenzelvigd met gestalten uit de bijbel en de roomskatholieke heiligentraditie. De godenwereld is verdeeld in goede goden (Orixa, met als hoogste Oxala = Jezus Christus) en slechte goden (Exu, met als hoogste Exu-Rei = de duivel). In het middelpunt van het religieuze leven staan de door priesters geleide cultische ceremonieŽn, waarin extatische dansen een belangrijke rol spelen. Een ssentieel onderdeel van de cultus is het brengen van offers, onder meer aan de god in van de zee . Na een lange geheime geschiedenis is het Umband isme als factor in BraziliŽs openbare leven pas sinds enkele decennia erkend. Het aantal aanhangers van de beweging wordt geschat op 5 miljoen, onder wie veel leden van de Rooms Katholieke Kerk. Voor de verbreiding van de leer beschikt de beweging over een eigen radiostation.

Lit.. L. WEINGARTNER, Umbanda (1969); U. FISCHER, Zur Liturgie des Umbanda Kultes (1970); R. FLASCHE? Gesch. und Typologie afrikan Religiositat in Brasilien (1973).
Uniaten
(v. Russ. unifat, v. unija = unie), soms gebezigde benaming voor geunieerden, dwz. leden van *geunieerde kerken (ook Oosterse kerken).
Unie van Baptistengemeenten,
Z Baptisten.
Unified Family
(in de Verenigde Staten: Unification Church; officieel: The Holy Spirir Association for the Unification of World Christianity), religieuze beweging, in 1954 in de Verenigde Staten gesticht door de in Korea geboren Sun Myung Moon (geb. 1920), aan wie, op Paasmorgen 1936, Jezus in een verschijning zou hebben opgedragen om Gods zending in de wereld te vervolmaken. De Unifiled Family onderscheidt, naast een spirituele, een fysieke redding van de mens; terzake van dit laatste heeft Christus gefaald door tussenkomst van Satan. Sun Myung Moon, de 'Nieuwe Messias', zal deze fysieke redding tot stand brengen, o.m. omdat hij er, in tegenstelling tot Christus, in slaagde het 'volmaakte huwelijk' te sluiten (in 1960 met de toen l8jarige Hak Ja Han). Samen met God vormt het echtpaar een drieŽenheld Overigens heeft Moon zijn 'Goddelijke Beginselen voor de ol}voeding tct geestelijke volwassenheid' behalve aan het christendom aan diverse andere godsdiensten ontleend.

De Unified Family verwierf in de Verenigde Staten grote bekendheid door Moons gebedsstonden voor Richard Nixon ('God needs Nixon') en door zijn felle anticommunisme. De beweging heeft inmiddels meer dan een miljoen leden (verspreid over veertig landen, maar merendeels in de Vcrenigde Staten ) . die veelal in communes een puriteins leven leiden. Het Nederlandse centrum van de Unified Family bevindt zich te Bergen aan Zee. Lit.: F.W. HAACK, Die neuen Jugendreiigionen (1976).
UnitariŽrs
christenen die de leer van de Triniteit of DrieŽenheid verwerpen Voorlopers waren o.a. de Socinianen, genoemd naar Fausto Sozzini die In 1579 een antitrinitarische kerk in Rakow (Polen) had gesticht; door de Poolse Contra Reformatie werden zij naar o.m. Nederland en RoemeniŽ (Zevenburgen) verdreven.
In de 17de en lEde eeuw groeide de unitarische overtuiging uit tot een beweging, toen rationalisme, humamsme, vooruitgangsgeloof en de Verlichting sterk de overhand kregen. Het wezen van het christendom werd vooral in de ethiek van de alleen als mens beschouwde Jezus van Nazareth gezocht. Theophilus Lindsey ( l723 1808) verliet in 1774 de Anglicaanse Kerk en stichtte met Joseph Priestley ( 1733 1804) te Londen de eerste unitarische gemeente, welke in 1825 met andere gemeenten samen kwam in de British and Foreign Unitarian Association. In 1928 nam deze bond van gemeenten de huidige naam Unitarian and Free Christlan Churches aan, die een congregationalistische kerkorde kent. In Noord Amerika ontstonden unitarische gemeenten uit de linkervleugel der Congregationalisten; in 1785 werd te Boston (Mass.) de eerste gesticht door James Freeman. Ook in dit land had Priestley grote invloed. In 1825 kwam een vereniging van gemeenten tot stand als American Unitarian Association. Theodor Parker stelde uit elementen van het Book of Common Prayer een unitarische liturgie samen.

In 1959 kwamen vertegenwoordigers van de Amerikaanse unitariŽrs en van de *universalisten tot overeenstemming; in 1961 werd de verenigde denominatie gesticht met ca. 160000 leden. Doel der unie is o.m. het verbreiden van universele waarheden, geleerd door de grote profeten en leraren der mensheid en samengevat in de joods christelijke erfenis als liefde tot God en tot de medemens. De waardigheid van de mens en het gebruik van democratische methoden in menselijke verhoudingen benevens de visie van ťťn wereldgemeenschap gegrond op de idealen van broederschap, gerechtigheid en vrede, behoren tot deze waarheden. De unitarische kerken zijn leden van het International Congress of Free Christians and other Religious Liberals.

Lit.: E. M . WILBUR, Our unitarian heritage { 1926); IDEM, A history Of unitarisme socianism and its antecedents (2Ig46); Unitarian Yearbook; K. E. JORDT JOERGENSEN, Zum Weg des Unitarismus von Ost nach West im 17. Jahrh. (l968).
United Brethren in Christ,
Z Broederenkerk.
United Church of Christ
kerk in de Verenigde Staten, ontstaan in 1958 uit de vereniging van de Evangelical and Reformed Church (op haar beurt een samensmelting, in 1934, van de grotendeels lutherse Evangelical Church en de Reformed Church, German) met de Congregational Christian Churches. Kerkordelijk ging het daarbij om een combinatie van twee systemen: het synodale en het congregationalistische. In Igsg werd een constitutie goed gekeurd, benevens een geloofsverklaring. De United Church is betrokken bij de Consultation on Church Union (* Kerkverenigingen). Lit.: D. HOCTON, The United Church of Christ (l962}.
United Methodist Church
Z Broederenkerk.

United Presbyterian Church in the U.S.A. z Presbyterianisme.
Universalisten
noemt men christenen die de leer der verlossing van alle mensen door Christus huldigen in tegenstelling tot de predestinatieleer, volgens welke slechts een deel der mensheid tot eeuwig heil verkoren is. Reeds Origenes sprak van een 'herstel aller dingen', welke leer door de kerk veroordeeld werd. De eerste universalistische kerk werd in 1750 te Londen gesticht door James Rilly. Zijn volgeling John Murray (I741 1815), oorspronkelijk een Wesleyaans evangelist, vluchtte naar Noord-Amerika en stichtte in 1779 te Gloucester (Mass.) een kerk. Diens opvolger, Hosea Ballou (I77I 1852) ging in unitarische richting. De universalistische gemeenten kennen een congregationalistische kerkorde en zijn verenigd in de Universalist General Convention (1866), sinds 1942 Universalist Church of America geheten. De liberaal godsdienstige geloofsovertuiging leidde in 196l tot samensmelting met de *UnitariŽrs.

Lit.: R. EDDY, History of the Universalists in the U.S. (1894); V. T. A. FERM (red.), The American church of the protestant heritage (1953).
Upantshad
(Sanskrit, betekent ongeveer: het vertrouwelijke zitten [bij een leraar] om lering), naam die toekomt aan veertien oudere en vele tientallen, vaak korte, jongere geschriften uit de Indische wijsgerige literatuur. De oudste, uitvoerige en belangrijke (proza) upanishads zijn Brhadaranyaka en Chandogya (6de eeuw v.C.).
Enige eeuwen jonger zijn de metrische Isja Katha, SjvetasYatara, Mundaka. De oudere upanishads benutten, meestal in dialoog en onderrichtvorm, rituele en mythische motieven, bestuderen zoekend en experimenterend de liturgisch kosmisch psychische equivalenties en speculeren, vaak half-naÔef en half intuÔtief, maar vaak ook diepzinnig, over zeer fundamentele vragen, o.a. wezen, herkomst, zin en doel van het (menselijk) leven, aard van het eigen ik, van het aan alle levensverschijnselen en functies ten grondslag liggende substraat en zijn verhouding tot de grond van alle zijn. De auteurs beoefenden geen objectieve filosofie, maar trachtten door kennis van microkosmisch macrokosmische samenhangen en identificaties een basis voor een mystieke heilsmethode te vinden. Daarbij werd de nadruk gelegd op hoger boven intellectueel inzicht in eigen wezen als voorwaarde voor definitieve bevrijding van alle aardse banden. Logisch afgeronde gesloten systemen worden niet geconstrueerd, maar al worden vele antwoorden verworpen of betwijfeld, bepaalde belangrijke resultaten vonden definitieve erkenning en werden voor het er op volgende Indische denken van fundamentele betekenis.

Daarbij behoren verscheidene leringene die de latere denkrichtingen (darsjanas) divergerend verder ontwikkelden: monistische tendenzen, al in de brahmanas aanwezig, en de atman brahman leer (de wezenseenheid van individuele en universele ziel) werden in de FVedanta ver diept en gesystematiseerd; op macrokosmisch microkosmische parallellismen en onderscheidingen van zijnscategorieŽn konden *Samkhya en *yoga voortbouwen. Een sterke monotheÔstische tendens vindt men al in de Sjvelasvatar( upanishad (ca. 400 v.C.). De talrijke latere upanishads sluiten zich bij Vedanta, yoga, *vishnuÔsme, FshivaÔsme of *shaktisme aan. Latere denkers, zoals &audapada (7de eeuw), Sankara (8ste ecuw), en in de 20ste eeuw Aurobindo, hebben commentaren op een aantal upanishads geschreven.

Vert.: Ertgeis: R. E. HUME, The 13 principal Upanishads (1921, 21934); S RADHA ICRISHNAN, The principal Upanishads (1953).
frans. Chandogya Upanishad en Brhadaranyaka Upanishad, d. E. SENART (1930, 1934); de reeks Les Upanishad met vert. v. L. RENOU, MAURY, SILBURN, LESIMPLE e.a. (1943 vv.); I. VARENNE, Upanishads du Yoga (1971).
Duits: P. DEUSSEN, 60 Upanischaden (1897, 31921; kleinere en latere); O. B÷HTLINGIC (1889); J. HERTEL, Die Weisheit der Upanischaden {1920, 21922).

Lit.: H. OLDENBERG, Die Lehre der Upanischaden und die Anfange des Buddhismus (1923); A. B. KEIIH, The religion and philosophy of the Veda and the Upanishads (1925); I. N. RAWSON, The Katha upanishad. An introductory study in the Hindu doctrine of God and human destiny (1934); CH. CHAKRAVARTE, The philosophy of the Upanishads (1935); H. VON GLASENAPP, Unsterblichkeit und ErlŲsung in den Indischen Religionen (1938); M. SIRCAR, Hindu mysticism according to the Upanishads (1939); J. GONDA, Inleiding tot het Indische denken (1948); M. BIARDEAU, La philosophie indienne (1969).