Kunstenaar of kunstenmaker ?



In onze kringen wordt aandacht gevraagd voor de levenskunst.

Levenskunst is een vorm van zelfexpressie die gebaseerd is op reflectie (nadenken, bezinnen) en oefening. Ze heeft als doel de kwaliteit van het eigen leven te ontdekken en in stand te houden. Joep Dohmen werkt een en ander heel praktisch uit in het tijdschrijft voor Humanistiek en geeft een aantal kenmerken aan van die levenskunst. Het is de moeite waard om in het genoemde tijdschrift die kenmerken na te lezen en er een eigen mening over te vormen.
Het is ook de moeite waard om in datzelfde tijdschrift een typering van de levenskunst aan te treffen van de ethicus Henk Manschot.

Manschot schrijft het volgende:

De ethiek van de levenskunst is in dubbele zin een individuele ethiek. Zij maakt niet alleen het individu tot stuurman van eigen leven, maar beperkt bovendien haar horizon tot de inrichting van dat leven. De belevingen en de behoeften van de "ik-persoon" staan er centraal in het benoemen van waarden. Levenskunst gaat in de eerste plaats over MIJN goede leven. Vandaar dat authentiek, uniek en vitaal-zijn, kenmerken zijn genoemd van geslaag-de levenskunst.
Deze ik-gecentreerdheid hoeft niet te betekenen dat de ander er geen rol speelt. Maar in de optiek van de levenskunst komt de ander in het vizier voor zover het ik bij de inrichting van zijn leven daaraan betekenis en waarde toekent. Sociale betrokkenheid lijkt daarom de meest kwetsbare plek te zijn in deze ethiek, afhankelijk als ze is van de sociale gevoeligheid.

En mét Manschot zouden we aan de discussie over de levenskunst willen deelnemen met de vraag: hoe kan een samenleving sociaal blijven als haar leden onvoor-waardelijk zeggenschap claimen voor invulling van hun leven? Onvoorwaardelijk. Dat wil zeggen dat men zich losmaakt van bestaande en dus opgelegde ethiek, dat men zich niet voegt in een bestaande, dus door anderen bedachte levensbeschouwing.

Het is de mens zelf die vaststelt wat voor hem of haar goed is om te doen.


Realistisch?
Hoe realistisch is het idee van de levenskunst eigen-lijk? Voor zover levenskunst een variatie is op autono-mie en zelfontplooiing kunnen we oude twijfels op-nieuw formuleren. Als het vrijmetselaars-mensbeeld teveel de menselijke mogelijkheden belicht en te wei-nig stilstaat bij menselijke beperkingen en menselijke tekorten, dan is dat mensbeeld onderdeel van een groot verhaal waarin we niet kunnen geloven.

Er was ooit een Verlichtingsoptimisme

"Bouw scholen en je kunt gevangenissen sluiten", zo werd er gepredikt. Een neo-liberalistische variant daar-op is: "Werk, werk, en nog eens werk", want "redt de mens van afhankelijkheid en uitsluiting door hem werk te geven (desnoods tot werken te dwingen)" - zo luidt de prediking nu. Dit zijn grote verhalen die niet worte-len in 's levens werkelijkheid. We kunnen denken aan kinderen, bejaarden, lichamelijk anders toegerusten, chronisch zieken, psychotici, neurotici, verstandelijk beperkten. Maar we kunnen ook denken aan de actief buitengeslotenen: de emotioneel verwaarloosden, de cultureel anders opgevoeden, de door huidskleur getekenden, soms de vrouwen, soms de seksueel an-ders geaarden, de niet ambtelijk geregistreerden, de taal-beperkten, de ooit gestraften, de verwarden, de genialen of hoogbegaafden, de originelen enz. ...
En in hoeverre redt "werk" van afhankelijkheid? Hoe-veel werk is beknottend, begrenzend, remmend en frustrerend? Maar het idee is: geef de mens kansen. Het is aan hem om ze te grijpen. En zo gaan we voorbij aan de werkelijkheid. Ieder mens is ooit en vele mensen zijn vaak en sommigen doorlopend op de ander aangewezen, als op een prothese. Van mensen levens-kunst verwachten, menselijke waardigheid investe-ren in pure levenskunst - het kan allemaal. Maar dan zal levenskunst menselijk gedefinieerd moeten wor-den.
De verschillende mogelijke criteria vereisen een situatie en een toerusting van de mens die alleen te bedenken zijn bij de bevoorrechten, de geprivilegieer-den. En dat zijn de geluksvogels in de welvaartsstaat. En zo'n soort elite acht ik - ethisch gezien - niet de meest constructieve subgroep in de samenleving.

Wat kan het Vrijmetselarij ermee?
Ruut Veenhoven stelt in genoemd blad deze vraag. Hij zegt dan:

In de vrijmetselarij heet de mens centraal te staan en er zou dus grote belangstelling moeten zijn voor menselijk geluk…
…De praktijk is anders.
In de georganiseerde vrijmetselarij ligt de nadruk op "verantwoord" leven. Dat heeft alles te maken met haar geschiedenis en met de dominantie van moral counselors onder maçonnieke professionals…
...Er is namelijk en groeien-de vraag die slecht bediend wordt. In de moderne welvaartssamenleving worden we steeds meer smid van ons eigen geluk. Dat schept een al maar grotere behoefte aan informatie over mogelijke invullingen van eigen leven…
…Op deze markt zou een aanbod vanuit de georganiseerde Vrijmetselarij niet misstaan. Het past naadloos in de ideolo-gie...
…Vanuit de nuchter rationele houding die de vrijmetselarij kenmerkt, kan er op deze markt ook betere waar geleverd worden!

Dit lezende denk ik: "Kom, kom, waarom tegenstel-ling creëren tussen een moralistische en een hedo-nistische opvatting over 'levenskunst'?"
Daarmee is de georganiseerde vrijmetselarij neergezet als duf--ethisch, en als geen antwoord hebbende dat in deze tijd past. En ergens boven de georganiseerde vrijmetselarij zouden de meer levenswijze, vrolijke en leuke levenskunstenaars zweven? Is verantwoord leven per definitie niet leuk en is leuk leven per definitie esthe-tiek? Hoeveel karikatuur is er impliciet en onbewust in zo'n betoog verwerkt? En hoeveel bruikbaar antwoord zit er in zo'n betoog als het gaat om de vraag: wat kan de georganiseerde vrijmetselarij met het idee van "le-venskunst"? We hebben dan niet zo veel aan mentale hoogstandjes van leidinggevenden, die we projecte-ren bij de Opp.-. en de 32°+.

Enige top-down en down-top discussie zou bevorderd moeten worden.

Het regelen van verantwoordelijkheid
Men gebruikt het woord zelfverantwoordelijkheid. Men denkt dan dat iemand mede verantwoordelijk is voor eigen levenskunst. Nu menen wij dat die "levenskunst" niet denkbaar is zonder de prothese-functie van ande-ren. En daarmee is zelfverantwoordelijkheid alleen denkbaar als keerzijde van de verantwoordelijkheid met en voor anderen. De levenskunst zou opgevat kunnen worden als een oproep tot veranderen van de wereld, maar beginnend bij jezelf. En dat brengt ons niet verder. Een wereld die uiteenvalt in enkelingen, hoezeer ook bewust en voor zichzelf verantwoord levend, betekent een aftakeling van het tegenoffen-sief.
De markt bedient de massa en beschouwt de zucht naar consumentisme in zijn meest actuele, zijn grilligste en banaalste vorm als maatgevend. Management, proto-collering en technificering van de begeerten onderdrukken verlangens. Het tekent zich af in een driede-ling. De kleine groep met 13% erbij, de middenmassa die er vooral geen psychische problemen van moet hebben, en de non-productieven waaraan het minima-le wordt besteed en als verkwist beschouwd wordt.

Levenskunst is daarom niet alleen maar zelfverant-woordelijkheid, het is de verantwoordelijkheid in net-werken. Systemen houden alleen rekening met klan-ten en met de inzet van energie in productieprocessen. Men wordt niet als "allround" mens aangesproken en de processen zijn zo sluipend, zo schilletje voor schil-letje verder dehumaniserend, dat door profijt en ge-wenning men niet reflecteert, niet reageert en niet rebelleert.
De levenskunstenaar beheert niet alleen zijn "zelf", maar is zich bewust dat hij aangewezen is op anderen en dat anderen op hem of haar aangewezen zijn. Dat netwerk is materiaal voor zijn levenskunst. Men be-hoedt zichzelf om voor anderen verloren te gaan en men behoedt anderen om verloren te geraken. Met dat doel voor ogen zal de bewust levende mens veel meer op zich moeten nemen dan het besturen van zijn eigen levensbootje. Ieder is op zijn eigen wijze middelpunt in een relationeel netwerk. Ieder maakt een kunstwerk van dat middelpunt-zijn. En die gezindheid is niet op te brengen door afzonderlijke enkelingen. Men behoeft daarvoor bevestiging, beraad, verstandhouding.
Zeker, jij doet het zus, ik doe het zo. Zeker, jij vindt meer dit en ik vind meer dat.
Levenskunst heeft alles te maken met mijn levensge-schiedenis, mijn situatie en mijn karakter, mijn moge-lijkheden en mijn grenzen. Maar levenskunst is niet een te isoleren proces, en niet een verantwoordelijk-heid die telkens door één individu te dragen is.
Zonder zijn werk aan het innerlijk front ook maar enigszins te verwaarlozen zal de levenskunstenaar voeling moeten houden met het uiterlijk front van de alledaagse maatschappelijke strijd. Levenskunst is ook een brug zijn tussen inzicht en werkelijkheid; levenskunst is verworven inzicht zo vertalen, zo inter-preteren dat men door anderen verstaan wordt. En als het hem lukt duidelijk te maken wat voor vergaande samenhang er bestaat tussen zijn diepste innerlijke onderzoekingen en het uiterlijke bestaan en het "bui-ten"-gebeuren, dan zal hij mensen bewegen tot over-leg, tot gedachtewisseling en tot verstandhouding.
In de zin die Hannah Arendt daaraan gaf, is elk werke-lijk menselijk functioneren "politiek", d.w.z. een zaak waarvan velen deel uitmaken. Verantwoordelijkheid is het grensverkeer regelen tussen "binnen" (jezelf) en "buiten" (de anderen). Men wil daarin ook niet zwak staan, in de verbrokkeling van ik-alleen-voor-mijn-zelf. Ik kan niet meer heen om de vraag: "Wat vind jij daarvan?"

Wat vind jij daarvan?
Levenskunst kan niet om die vraag heen.
Mensen die deze vraag stellen willen gehoord worden. Maar ze willen ook luisteren, want het is de interactie die ze behoeven in netwerken. Het leidt ook tot ver-standhouding en tegenactie. Zulke mensen vinden elkaar. Niet in een soort geseculariseerd kerkgenoot-schap. Er is ook geen sprake van moralisme of antihe-donisme. Het is het ontmoetingsplatform dat naar binnen toe biedt: meeleven, raad en inspiratie; dat naar buiten uitnodigt tot bezinning, overleg en samen-werking.
Een verbond van levenskunstenaars, een verbond van vrijmetselaren, misschien?

Mededeling
Naschrift Gereageerd werd op het Tijdschrift voor Humanistiek no. 2, jaargang 1, juli 2000.
Geraadpleegd werden:
Erich Kahler: De verantwoordelijkheid van de geest in NEXUS, nr. 23, 1999. Hannah Arendt: De crisis in de cultuur, Kampen, 1995.
Jan van Zijverden: lezing April 1999
Peter Sloterdijk: Regels voor het mensenpark. Kroniek van een debat. Uitg. Baarn, 1999