DE TEMPELLEGENDE VAN HECKETHORN

Tegenwoordig wordt de tempellegende nauwelijks nog ter sprake gebracht en ik ben er van overtuigd dat in onze Grootloge deze legende totaal onbekend is. Toch is het interessant om ervan kennis te nemen en daarom vertel ik het verhaal, zoals ik het destijds gehoord heb.
Toen Koning Salomo besloten had de wens van zijn vader te vervullen en een Tempel te bouwen, zocht hij links en rechts naar bekwame lieden, die hem daarbij zouden kunnen helpen. Hiram, de Koning van Tyrus, met wie hij bevriend was, had hem al direct hulp aangeboden en hij zond hem de in zijn land beroemd geworden architect Adoniram of Hiram, de zoon van een weduwe. Na een gesprek met deze architect besloot Koning Salomo de leiding van de bouw aan hem op te dragen en hij gaf hem het bevel over de verschillende groepen bekwame bouwlieden, die hij intussen zelf had weten bijeen te brengen. Ook rond de bouwmeester Hiram deed een verhaal over zijn afstamming de ronde. Hij zou een afstammeling zijn van een van de Elohim, de geestelijke krachten, waarvan Jehovah bij zijn scheppingswerk gebruik maakte. Een van deze Elohim had heimelijk Eva weten over te halen met hem te trouwen en uit dat huwelijk werd Kain geboren. Dat beviel Jehovah, die meestal Adonai genoemd werd helemaal niet. Hij besloot Eva te straffen. Het huwelijk met de ongehoorzame Elohim werd ontbonden en Eva werd gedwongen samen te leven met Adam, die Jehovah speciaal voor dit doel zojuist geschapen had. Uit dit samenzijn werd Abel geboren. Jehovah bepaalde toen, dat de kinderen van het geslacht Kain zich voortaan te onderwerpen hadden aan de familie Abel. Kain, die zich met landbouw bezig hield, verdiende nauwelijks genoeg om in leven te blijven, terwijl Abel met de kudden, die hij hoedde, royaal kon rondkomen.De familie Kain probeerde Adonai me offers te verzoenen, maar Adonai wilde die offers niet aanvaarden. Hij had nog steeds de pest in en zorgde ervoor dat er vijandschap groeide tussen de uit het vuur ontstane zonen van de Elohim en de zonen van het menselijke geslacht op aarde. En het gevolg van die vijandschap was, dat Kain op zekere dag Abel doodsloeg. Nu keerde Adonai zich nog feller tegen Kain en zijn afstammelingen en hij zag geheel over het hoofd dat de familie Kain grote verdienste had door het uitvinden van kunst en wetenschap, Hij wilde dat ze zouden voelen, dat ze aan de familie Abel onderworpen waren en die te gehoorzamen hadden..
Enoch, een zoon van Kain, leerde de mensen hoe ze stenen moesten bewerken, zodat ze voor de bouw van huizen gebruikt konden worden. Zijn zoon Irad leerde samen met zijn kleinzoon Mehujael om ceders te vellen en van de daaruit gemaakte balken dammen te maken om het water daarheen te stuwen, waar het nodig was. Een andere spruit van Kain, Methusael bedacht de heilige letters, waarmee de Tau-boeken konden worden samengesteld en hij ontwierp ook de symbolische T, die als kenteken moest dienen voor alle uit het vuur geborenen en waaraan ze dan elkaar konden herkennen. Lamech, wiens orakelspreuken voor profanen onbegrijpelijk waren, had vier kinderen , t.w. Jabal, die de mensen leerde hoe ze kameelhuiden konden bewerken; Jubal, de uitvinder van de harp; Naamah, de moeder van de kunst van spinnen en weven; Tubalkain. Die een smeltoven ontwierp om ijzer uit het erts te kunnen winnen en die bovendien wist hoe men kon vaststellen, waar erts gevonden kon worden en hoe men holen kon vinden, waar men zich tegen een komende zondvloed zou kunnen beschermen;En dank zij dit laatste wisten Tubalkain en zijn zoon aan de zondvloed te ontkomen. De echtgenote van Ham, de tweede zon van Noach, werd verliefd op de zoon van Tubalkain en maakte hem tot vader van Nimrod, die het jagen ontdekte en die de stichter werd van Babylon Adoniram, een nakomeling van Tubalkain, kreeg van God de opdracht een leger van vrije mannen op te richten, dat moest dienen om de zonen van het vuur met de zonen van de mensen te verbinden, zodat ze voortaan in vrede met elkaar zouden kunnen leven. Zij moesten dat doel niet met wapengeweld bereiken, maar door samenspraak, uitwisselen van gedachten en het zoeken van een compromis. Maar Adonai wilde niet dat dit werkelijk een succes zou worden. Integendeel! Hiram bouwde de prachtige Tempel van Salomo en maakte de daarin opgestelde gouden koningskroon en bovendien nog tal van opvallend prachtige smeedwerken. Hoewel men Hiram alle eer bewees, voelde deze zich toch eenzaam en verlaten. Het hinderde hem, dat maar enkelen van hem hielden en dat de meeste mensen, waarmee hij te maken had een enorme hekel aan hem hadden en hem zelfs haatten.Ook Salomo was hem niet welgezind, want Salomo was afgunstig op zijn geniale prestaties, zijn gevoel voor schoonheid en zijn kunst en het hinderde hem kolossaal, dat zoveel mensen Hiram lof toezwaaiden. Salomo was van mening dat alleen hem lof toekwam, want hij had tenslotte de bouw van de Tempel mogelijk maakt en zonder hem zou er geen Tempel geweest zijn. Dat er anderen voor nodig waren om het werk uit te voeren, deed aan zijn verdienste volgens hem niets af Bovendien moest men er rekening mee houden, dat hij, Koning Salomo, over de gehele wereld bekend was om zijn wijsheid, een wijsheid, waaraan niemand tippen kon. Dat zijn wijsheid alom geroemd werd, is een feit en ook de Koningin van Saba had van die wijsheid gehoord. Ze wilde zelf wel eens vaststellen of Salomo werkelijk die roem verdiende en dus reisde Koningin Balkis met een karavaan van personeel naar Jeruzalem. Ze voerde in die karavaan ook allerlei schatten mee. Ze trof Salomo aan, zittend op zijn gouden troon in een verguld gewaad en een ogenblik dacht ze met een standbeeld van gouden standbeeld met ivoren handen te maken te hebben. Maar de Koning bereidde haar een grandiose ontvangst, toonde haar zijn paleis en liet haar ook de Tempel uitvoerig bewonderen. Terwijl Balkis onder de indruk kwam van al hetgeen zij te zien kreeg, werd Salomo smoorverliefd op haar en vroeg haar ten huwelijk. Balkis was gestreeld dat een zo belangrijk man haar begeerde, dat ze meteen maar "ja"zei. Bij haar tweede bezoek aan de Tempel vroeg ze om ook aan de bouwmeester Hiram voorgesteld te worden. Daar had Koning Salomo echter weinig zin in, maar ze bleef haar verzoek herhalen en zei dat ze niet gewend was, dat haar wensen niet vervuld werden, zodat Salomo haar wel nolens volens haar zin moest geven. Toen Balkis aan Hiram voorgesteld werd, wierp deze haar een blik toe, die haar tot in het diepst van haar ziel trof en ontroerde. Het kostte haar wel moeite om zich weer te vermannen en ze nam meteen Salomo onder handen en verweet hem zijn merkwaardige houding jegens Hiram, beschuldigde hem van jaloesie en vroeg hem daarmee op te houden. Salomo vond het niet prettig, maar liet niets merken. Toen wilde Balkis dat ze ook graag de werklieden , die aan de bouw hadden meegewerkt wilde leren kennen. Salomo verklaarde haar, dat dit onmogelijk was omdat die van heinde en verre zouden moeten komen. Adoniram, die het gesprek uiteraard hoorde, klom op een grote steen, zodat men hem beter zou kunnen zien en met zijn rechterhand maakte hij het Tau-teken in de lucht en van alle kant en kwamen de werklieden opdagen. Balkis kwam diep onder de indruk van het optreden van Adoniram en ze kreeg er spijt van, dat ze Salomo haar jawoord had gegeven, want het werd haar duidelijk, dat in haar een brandende liefde voor Hiram ontwaakt was, die haar gevoel voor Salomo verre overtrof. Koning Salomo scheen te merken, dat de gevoelens van Balkis veranderden en hij werd meteen jaloers, zo jaloers, dat hij besloot om Hiram niet alleen te ontmoedigen, maar ook om hem finaal te gronde te richten, de enige weg om van hem af te komen.
Onder de werklieden, die aan de Tempelbouw gewerkt hadden, bevonden zich drie gezellen, die niet al te best over Hiram te spreken waren, want hij had hen geweigerd op grond van onbekwaamheid en luiheid tot meester te bevorderen. Het waren de syrische metselaar Fanor, de phoenisische timmerman Amru en de hebreeuwse mijnwerker Metusael. Zij vatten het plan op om het gieten van de koperen zee te verhinderen, want juist het gieten van deze zee zou de kroon op het werk van Hiram moeten zijn. De jonge arbeider Benoni, een bijzondere vereerder van zijn meester, ontdekt wat het trio van plan was en hij ging naar de Koning om hem te vragen dit plan te verijdelen..Maar dit plan was koren op de molen van de Koning en hij besloot dan ook geen vinger te verroeren om het plan onmogelijk te maken, Hij liet de samenzweerders hun gang gaan. Toen het gieten begon en de gasten, waaronder ook Balkis vol verwachting het gebeuren wilden gadeslaan, mislukte het en de gloeiende massa zocht zich een weg door de tempel, zodat de mensen haastig op de vlucht sloegen. Alleen Hiram wist zijn kalmte te bewaren en zorgde ervoor dat enorme watermassa's de gloeiende metaalstroom zouden afremmen. Het vermengen van het hete metaal en het water leidde tot hete dampen, die als een vuurregen weer neerstortten. Benoni werd onder de ogen van de Koning door het vloeiende metaal meegezogen en kwam om. Hij kon Hiram dus niet meer verraden hoe de vork in de stil zat. Hiram bleef op de plaats van het ongeluk en was zo diep in gedachten verzonken, dat hij niet merkte dat de vuurzee ook dichter bij hem kwam. In de eerste plaats dacht hij aan de bittere teleurstelling van de Koningin van Saba, die gekomen was om hem met zijn prestatie geluk te wensen. Plotseling klonk een luide stem van boven : "Hiram, Hiram, Hiram!"Toen hij naar boven keek zag hij een reuzengestalte zweven, die hem toeriep "Heb geen angst, mijn zoon, want ik heb je onbrandbaar gemaakt, werp je maar gerust in de vlammen, want jou kan niets gebeuren!" Dat deed Hiram en een onbeschrijfelijk gevoel van vreugde en geluk maakte zich van hem meester en hij voelde hoe een enorme kracht in hem ontwaakte, zodat hij zich steeds verder door de vuurzee bewoog. "Waarheen leidt gij mij?", vroeg hij aan de boven hem zwevende gestalte, "Naar het middelpunt der aarde, in de ziel van de wereld, in het rijk van de grote Kain, waar vrijheid heerst. Daar houdt de tyrannieke macht van Adonai op en hier kan je van Boom der Kennis van Goed en Kwaad eten. Dit is het land van je vader!"Wie ben ik en wie zijt gij?" vroeg Hiram. "Ik ben de vader van jouw vader, ik ben Tubalkain, de zoon van Lamech!"
Tubalkain bracht Hiram in het Heiligdom van het Vuur, waar hij hem de zwakke plekken en de lagere hartstochten van Adonai verklaarde, die vijandig tegenover zijn eigen scheppingen stond en ze zonder genade ter dood veroordeelde, allen uit wraak op de geesten van het vuur, die hem de baas waren. De vuurgeesten hadden de mensen overladen met gunsten en dat was Adonai allerminst welgevallig. Een ogenblik later stond Hiram voor zijn overgrootvader Kain en zag hij hoe in hem de schoonheid van de Lichtengel weerspiegelde. Kain, wiens edele inborst de afgunst Adonai had opgewekt, vertelde Hiram over het lijden, dat hij op bevel van Jehovah had moeten ondergaan. Plotseling hoorde hij de stem van "de afstammelinge van Tubalkain en zijn zuster Naamah". "U zal een zoon geboren worden, die ge weliswaar nooit zult kunnen zien, maar wiens nageslacht talloos zal zijn en die uw geslacht zal vereeuwigen. Jouw geslacht is dat van Adam verre de baas en het jouwe zal de heerschappij over de aarde weten te veroveren. Vierhonderd jaar lang zal het hun moed en hun hoge kwaliteiten in dienst van het ondankbare geslacht van Adam wijden tot eindelijk de besten en de sterksten op aarde het aanbidden van het Vuur weer zullen invoeren. Uw onoverwinnelijke nazaten zullen de macht van de koningen en de helpers van Adonai en zijn willekeurig heersersmentaliteit verbreken. Ga, mijn zoon, de vuurgeesten zijn met U!" Tubalkain drukte hem de hamer in de hand, waarmee hij zelf veel goede en schitterende daden had verricht en zei "Deze hamer en de vuurgeesten zullen je helpen dat door menselijke domheid en kwaadaardigheid tot stand gebrachte werk af te breken.
"Nauwelijks stond Hiram weer met vaste voet op de aarde of hij probeerde of de hamer werkelijk wonderkracht had en toen de morgen aanbrak waren alle sporen van het mislukte gieten van de koperen oceaan verdwenen en schitterde de gegoten oceaan in volle glorie. De kunstenaars en Balkis, die weer waren komen kijken waren verrukt van vreugde en het volk dat nu van alle kanten kwam opdagen om te zien welke gevolgen het ongeluk van de vorige dag had gebracht, konden hun ogen niet geloven en bekeken de bouwmeester Hiram met heel andere ogen. Deze man moest een wonder hebben verricht, want zeker was, dat niemand hem geholpen had toen de vuurzee iedereen leek te vernietigen.
Enkele dagen later ging Balkis met haar gevolg een wandeling buiten Jeruzalem maken en onderweg zag ze Hiram zitten. Hiram scheen volledig in gedachten verzonken. Toen hij haar zag, stond hij op en beiden keken elkaar aan en het kon niet uitblijven dat ze elkaar wederzijds van hun liefde vertelden. Toen Had-had (die bij de Koningin van Saba het ambt van Bode van de vuurgeesten innam) gezien had hoe Hiram in de lucht het mystieke T-teken maakte, werd hij de vogel, die hij in werkelijkheid was en maakte een rondje boven het hoofd van Hiram. Toen riep Sarahil, de min van de Koningin. "Een voorspelling is waarheid geworden! Had-had heeft de man herkend die door de vuurgeesten voor Balkis is bestemd en wiens liefde zij moet aannemen". Beiden aarzelden niet langer en verloofden zich, waarna ze beraadslaagden over de maatregelen, die nu getroffen moesten worden. Hiram zou Jeruzalem als eerste verlaten en naar ArabiŽ gaan om daar op Balkis te wachten. Zij zou pas vertrekken als de Koning niet al te zeer op haar lette en als ze weg was zou de Koning wel begrijpen dat zij de verloving met hem had verbroken. Het lukte haar toen Salomo op een dag teveel gedronken had. Ze trok hem de verlovingsring van de vinger. Maar enkele dagen eerder riep de koning de drie gezellen, die ervoor gezorgd hadden dat het gieten van de koperen zee mislukte, bij zich en gaf hen te kennen, dat het hem welkom zou zijn als ze Hiram, die hij als concurrent vreesde, uit de weg zouden ruimen. Even voor Hiram vertrekken zou ging hij nog eens naar de Tempel en daar werd hij door de drie gezellen doodgeslagen op de manier, die we vaak genoeg gehoord hebben, maar voor hij zijn laatste snik gaf, lukte het hem de gouden driehoek, die hij om zijn hals droeg en waarin het meesterwoord gegraveerd was in een bron te gooien. De moordenaars wikkelden het lijk in doeken en begroeven het op een eenzame heuvel en planten er een acaziatak bij om, zo nodig, het graf te kunnen terugvinden als de koning dat wenste.
Toen Hiram zeven dagen lang door niemand was gezien, begon het volk ongeduldig te worden en eisten ze van de koning naar hem te laten zoeken. De Koning kon er niet onder uit een overeenkomstige opdracht te geven. Drie meesters vonden het lijk en meteen verdachten zij de drie gezellen, omdat het vrij algemeen onder de meesters bekend was dat de bouwmeester deze gezellen om voor de hand liggende redenen niet tot meester had willen bevorderen en deze drie luid hun misbaar daarover hadden kenbaar gemaakt. Het leek hun verstandig om voorlopig maar het meesterwoord te veranderen. Het eerste het beste woord dat hun bij de ontdekking van het lijk in gedachten kwam zou het nieuwe meesterwoord worden. Toen een van hen het toegetakelde lijk van de Meester zag riep hij uit "Makbenach!", hetgeen betekent "het vlees rot al van de beenderen". Men slaagde er in de verblijfplaats van de drie gezellen te vinden, maar voordat ze gevangen genomen konden worden, hadden ze zich zelf het hoofd van de romp gescheiden en kon men slechts hun hoofden naar de koning brengen. Omdat men de gouden driehoek niet bij het lijk vond, ging men verder zoeken en vond het tenslotte in de bron. Salomo liet het op een driehoekig altaar leggen en stelde dat op in een geheim gewelf van de Tempel en om de gouden driehoek toch nog beter te verbergen werd daarop een grote kubieke steen geplaatst, waarop de 10 geboden gegraveerd stonden. Het gewelf dat slechts aan 17 uitverkoren bekend was, werd daarna dichtgemetseld. *
Vermoedelijk zult U het maar een raar verhaal vinden, maar ik kan u verzekeren dat deze versluiering toch zinvol is. Slechts zelden wordt de diepere betekenis aan uitverkorenen geopenbaard en het verhaal wil dat er maar 27 vrijmetselaren in de wereld zijn, die de ware betekenis kennen.