Br.'.Jan C.W.Onderdenwijngaard

1897 . 1973

Erkennende ieders recht, zelfstandig te zoeken naar waarheid

Door Bob Vandenbosch



Abstract:

The history of post-World War II Freemasonry in The Netherlands generally omits or ignores the period of 1956
through 1974 , during which a second Masculine Grand Lodge [GdN] operated in The Netherlands, a dissenting offshoot
of the Order of Freemasons under the Grand Orient of The Netherlands [GOdN], and consequently not recognized by the
United Grand Lodge of England [UGLoE], [and not by the GOdN] but nevertheless working in agreement with the
Old Landmarks and working the same rituals as the Grand Orient..
After the demise of its Grand Master, M.'.W.'.Bro.'.Jan C.W. Onderdenwijngaard [Br.'.J.C.W.O.] in 1973,
the Grand Lodge foundered and most of the Brethren joined [or re-joined] the Grand Orient of The Netherlands
afterwards. This treatise attempts to shed some light on an interesting development and an equally interesting
period, with concomitant and significant international results.

Sommaire:
L'histoire de la Francmaconnerie neerlandaise apres la Seconde Guerre Mondiale n'est pas complete sans regarder
la position de la Grande Loge des Pays Bas [GdN], entre 1956 et 1974, constitue apres une scission au sein de
l'Ordre des Francmacons sous le Grand Orient des Pays Bas [GOdN] d'une Loge nomme Fiat Lux, et considere comme
irregulier par le GOdN et la Grande Loge Unie de l'Angleterre [UGLoE], malgre l¡¯adherence au rituel et au travail
comme pratique chez le GOdN. Apres le deces du Ill,',Fr,',Jan C.W.Onderdenwijngaard [Br,',J.C.W.O., le Grand-Maitre
de la Grande Loge des Pays Bas], l'an 1973, le GdN ne semblait pas encore viable, et apres 1974 le plus-part des
Ffr.'.avaient joint [ou re-joint] le GOdN. Cette traitise essaye d¡¯eclairer un developpement important dans une
periode assez interessante qui culminait avec des resultats significants sur le plan international, et qui peut
contribuer au connaissance et a la rehabilitation d'un Francmacon qui a dediee sa vie a l.'.ideal de la
Chaine d'Union Internationale et Universelle.

Samenvatting:
De geschiedenis van de na-oorlogse Nederlandse Vrijmetselarij is niet volledig te noemen indien daarbij aan
het bestaan van de Grootloge der Nederlanden, in de periode van 1957 tot 1974, wordt voorbijgegaan.
Negentien Bbr,',, waaronder de hier besproken Br,', Jan C.W. Onderdenwijngaard, vormden in 1956 de vrije en
A,',L,', Fiat Lux zonder Constitutiebrief of toestemming van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten
der Nederlanden [GOdN] en, nadat drie vrije Loges waren ontstaan, twee te Den Haag en een te Groningen, werd
in 1957 de Grootloge der Nederlanden opgericht, die weliswaar regelmatig werkteiii, maar als onregelmatig werd
beschouwd door het GOdN en de United Grand Lodge of England [UGLoE].
Na het verscheiden van Grootmeester Br,',Jan C.W.Onderdenwijngaard [Br,', J.C.W.O.] in 1973 viel de Grootloge uiteen,
waarna de meeste Bbr,', zich [soms wederom] onder het GOdN schaarden.
Deze korte verhandeling poogt enig inzicht te verschaffen in een belangrijke ontwikkeling in een interessante
periode die tot significante internationale situaties leidde, en tot begrip van een Vrijmetselaar die zijn leven
lang streefde naar de ware Internationale Broederketen.
Verantwoording:
Dank is de opsteller verschuldigd aan Mevrouw Toos Onderdenwijngaard te Wassenaar,
[dochter van Br,',J.C.W.O.] iv, Br,', Wim van Keulen, medewerker CMC,
Br,', Dr.Max de Haan te Roelofarendsveen, Br,',Dr. Jan Snoek te Heidelberg,
Br,', Jan Schats te Den Haag, Br,', Gerrit van Eijk te Bodegraven,
Br,', Dr. Drs. Matthieu Regoor te Eksel, Belgiev, Br,', Kees Langenberg te Maassluis,
Br,', Drs Evert Kwaadgras, conservator Cultureel Maconniek Centrum Prins Frederik te Den Haag [CMC].
Eventuele conclusies, onjuistheden, omissies en typo's zijn uiteraard voor rekening van de auteur.
Hij hoopt echter een bijdrage te hebben gegeven tot posthume herwaardering van Br,', Jan C.W. Onderdenwijngaard.
Aanbevelingen, commentaar en kritiek:

mailto:nounours@xs4all.nl





Voorbeeld van een der vele onderscheidingen die Br:. J.C.W. Onderdenwijngaard op zijn reizen in het Nabije Oosten ontving.
Moge een arabist onder de lezers eea nog voor het nageslacht vertalen..
Alle bijoux zijn in het CMC te bezichtigen.

"Wanneer wij de geschiedenis der mensheid beschouwen, nemen wij slechts de uiterste buitenkant der
gebeurtenissen waar, en deze dan nog verwrongen in de troebele spiegel der traditie.
Wat echter eigenlijk is gebeurd, onttrekt zich aan de vorsersblik van de historicus,
want het eigenlijke historische gebeuren ligt diep verborgen, door allen geleefd en door niemand bespied."
Carl G. Jung,
Wirklichkeit der Seele, blz 55


Beknopte Maconnieke Levensloop Br,', Jan C.W. Onderdenwijngaard.
1. Geboren 1 juli 1897 als Jan Cornelis Willem Polak te Zevenbergen, [Noordbrabant], bankier, later accountant te
Den Haag.vi
2. December 1924 voorgesteld in de A,',L,',L¡¯Union Royale [Nr. 1], O,',Den Haag.
3. Ingewijd tot Leerling Vrijmetselaar 3 februari 1925
4. [Historische context: Br,',Leo Muffelmann omarmt Br,',Arthur Groussier tijdens het A.M.I. Congres te Belgrado, 1926, aanvankelijk leidend tot grote ontsteltenis in Maconniek Duitsland maar tot uiteindelijke toenadering Duitsland-Frankrijk..]
5. Bevordering tot Gezel Vrijmetselaar 15 maart 1927
6. [Historische context: GOdN verlaat A.M.I.]
7. Verheffing tot Meester Vrijmetselaar 17 juni 1928
8. 1935 bezoek aan Grootloge van Tsjechie, Thomas G. Masaryk herdenking.
9. 1939 Internationaal Liga Congres in Logegebouw Vondelstraat te Amsterdam
10. 1939 Internationaal Schatbewaarder Universala Framasona Ligo [UFL] [de Internationale Liga]
11. 1939 bezoek London,U.K. en ontmoeting Bbr,', Benesz en Masaryk. [in exil]
12. 1940 bezoek London,U.K. aan de Tsjechische Bbr,', Benesz en Masaryk, 3 mei.
13. 1940 naamsverandering tot Onderdenwijngaard. Redt [koopt] de door G,',M,', Prins Frederik geschonken kroonluchter uit het Ordegebouw aan de Fluwelen Burgwal van Duitse naasting [en schenkt deze na de oorlog terug aan de Orde.]
14. 1940 . 1945 Tweede Wereldoorlog. GodN ontmanteld en verboden.
15. 1947 Ligacongres Basel. Bwst,', Br,', Onderdenwijngaard: Kampf fur den Frieden wordt door de Liga vijftalig [Fr/Du/It/Eng/Ned] uitgegeven.
16. 1947 Liga-Landdag Amsterdam.
17. 1947 Reis USA, Argentinie en Braziliex
18. 1947 Mede-oprichter van en overgang naar de A,',L,', Via Lucis, O,',Den Haag.
19. 1948 Lid Kapittel De Vriendschap [2 april]
20. 1948 Internationaal Secretaris UFL [Universelle Freimaurer Liga]
21. 1948 Liga-congres Nederland te Den Haag. Tempeldienst Via Lucisxi
22. 1948 Wederoprichting Comeniusvereniging. Excursie Mausoleum Naarden.
23. 1950 Internationaal President van de Liga [UFL]
24. 1955 Liga-Jubileum-Congres te Parijs, uitgave Gedenkboek.
25. 1955 Midden-Oosten reis, de President van de Republiek Libanon, tvs Grootmeester Libanese Grootmacht,
verleent de gouden Koning Hiram medaille aan Br,', Jan C.W. Onderdenwijngaard.xiv
26. 1956 afscheiding van het GOdN [bedankt als lid in juni], tesamen met achttien andere Bbr,',,
na weigering Grootoosten om nieuwe Loge Fiat Lux te ratificeren.
27. 1956 afscheiding van de Hoge Graden, gerelateerd aan afscheiding van GOdN. [27 september]
28. 1956 lid van de A,',en Vrije [regelmatig werkende] Loge Fiat Lux
29. 1956 Liga-congresxvi te Den Haag, onder omstreden voorzitterschap van Br,',Onderdenwijngaard. Hij treedt na afloop van de vergadering af als President van de Internationale Liga, en verlaat de Nederlandse Landsgroep van de Liga.
30. 1957 Oprichting van de Grootloge der Nederlande tot Grootmeester
31. 1961 GdN is een der mede-oprichters van CLIPSAS
32. 1961 Inwijding Koning Hussein van Jordanie in de Grootloge der Nederlanden.
33. 1961 Installatie Koning Hussein als Souverein Grootcommandeur AASR.
34. 1961 Br,',Hussein aanvaardt ere-Grootmeesterschap van de Grootloge der Nederlanden
35. 1962 Midden-Oosten reis, bezoek o.a. Loges Beiroet en Amman.
36. 1962 Oprichting International Consistory of Jerusalem
37. 1967 Viering tienjarig bestaan Grootloge der Nederlanden. Gedenkschrift.
38. 1970 Ziekte . gedeeltelijke invaliditeit na attaque.
39. 1970 Bezoek aan de [Gemengde Orde] Gran Loggia d'Italia [met zijn dochter]
40. 1971 Verdere lichamelijke achteruitgang belet hem comparities bij te wonen.
De Grootloge wordt niet meer door hem geleid, maar Br,',Onderdenwijngaard kan of wil niet delegeren.
De Grootloge raakt langzaam stuurloos en ontredderd.
41. 1973 Br,', Onderdenwijngaard overlijdt 18 april, voordat hij zijn voornemen, met zijn Grootloge bij het GOdN terug te keren, had kunnen uitvoeren.
42. 1974 De Grootloge der Nederlanden blijkt zonder Br,', Onderdenwijngaard niet langer levensvatbaar;
er ontstaat een strijd om het Grootmeesterschap; de meeste Bbr,', wenden zich tot [of keren terug naar]
het Grootoosten der Nederlanden.


Inleiding.
Wanneer een Vrijmetselaar na 32 jaar noeste en trouwe arbeid zijn Loge verlaat, en met een groep medestanders een
nieuw maconniek bestaan gaat opbouwen, is het nuttig de oorzaken van zo'n ingrijpende stap te analyseren.
[Zie ook Precedenten]

Er zijn uiteraard verschillende interpretaties mogelijk.

Door Br,', drs. Evert Kwaadgras, Conservator van de Verzamelingen van de Orde van Vrijmetselaren onder het
Grootoosten der Nederlanden, werd de auteur als voornaamste oorzaak van de afscheiding genoemd een conflict
binnen de A,',L,', Via Lucis [1956], waarvan Br,',Onderdenwijngaard een der oprichters was.
Door negentien Bbr,', uit die Loge werd het verzoek tot het Grootoosten 1956 gericht tot oprichting van een
nieuwe Loge, Fiat Lux. Dit verzoek werd door het Grootoosten afgewezen, zelfs na een positieve uiteenzetting door
Br,', Braat., lid van de A,',L,', Via Lucis.
Het minderheidsstandpunt van Via Lucis werd gevolgd. Negentien Bbr,', uit de Loge Via Lucis traden toen uit de Orde
en zij richtten de onafhankelijke Loge Fiat Lux op, die weliswaar regelmatig werkte, maar niet als zodanig werd
erkend. Deze geschiedenis is goed gedocumenteerdxxx en mag zeker gelden voor de overige achttien dissidenten,
maar het is zeer aannemelijk te maken dat de werkelijke of belangrijkste reden bij Br,',Onderdenwijngaard was gelegen
in zijn grote belangstelling voor Internationale betrekkingen en zijn vooraanstaande positie in de Universelle
Freimaurer Liga [hij was President van de Liga] en de daaruit voortvloeiende verschillen van inzicht tussen de
toenmalige Grootmeester Br,',Davidson [evenals zijn voorganger, Grootmeester Br,', Caron tegenstander van de
Internationale Liga] en Br,', J.C.W. Onderdenwijngaard.[Br,', Hermannus van Tongeren was Ere-Lid van de Liga,
voor de wereldoorlog II] Br,', Onderdenwijngaard droeg zijn verlichte en internationale, aan Comenius ontleende
ideeen ook uit in de A,',L,',Via Lucis, waar hij oprichter en V,',M,', was, en dat werd hem door een deel der BBr,',
niet in dank afgenomen.

Voorgeschiedenis.
Br,', Onderdenwijngaard was een veelzijdig mens, hij speelde o.a. viool en musiceerde met zijn dochter Toos
[begenadigd concertpianiste] en vooraanstaande musici zoals de Bbr,',Sam Swaap en Adolphe Poth waren in huize
Onderdenwijngaard graag geziene gasten Ook had hij belangstelling voor Maconnieke geschiedenis en was hij een
kenner van de gedachten en geschriften van de grote wijsgeer en didacticus Jan Amos Comenius.
De belangstelling van Br,', Onderdenwijngaard voor buitenlandse contacten en betrekkingen dateert van ver voor
Wereldoorlog II. Door zijn werkzaamheden als bankier verbleef hij dikwijls in het buitenland, sprak vele talen,
was voor Wereldoorlog II Schatbewaarder van de Internationale Liga van Vrijmetselaren en had in zijn moederloge
L'Union Royale [# 1] o.a. contact met Grootmeester Van Tongeren [Ere-Lid van deze Loge], met Br,', ds. Junod,
President van de Internationale Liga in 1938, Br,', Jan van Solkema [Voorzittend Meester vanaf 1939], en hij was
bevriend met vooraanstaande buitenlandse Vrijmetselaren zoals Br,',Benesz [de latere President van Tsjecho-Slowakije,
Br,',Masaryk [zoon van de eerste President]xxxvii en de beroemde kunstenaar Br,', Alfonse
Mucha, [latere Grootmeester van de Tsjechische Orde, die overleed in 1939 na door de Gestapo te zijn verhoord].
Hij ontmoette de eerste twee Bbr,', [in ballingschap] daarna nog op 3 mei 1940 te London, en zag hen pas in 1945,
na de bevrijding, terug. Bbr,', Van Tongeren en Junod overleefden de oorlog niet, en in 1946 werd
Br,', Jan van Solkema [eveneens lid van L'Union Royale] President van de Internationale Liga, met de zeer actieve
Br,', Onderdenwijngaard als Secretaris.
Dat Br,', Onderdenwijngaard de Orde een warm hart toedroeg blijkt o.a. uit het uit Duitse handen houden van de
zilveren kaarsenkroon van de Orde [geschenk van Grootmeester-Nationaal Prins Frederik] en deze na de oorlog aan
Grootmeester Caron aan te bieden. Hij had daar in 1940 het toen niet geringe bedrag van 4,000 gulden voor betaald,
thans te vergelijken met minstens het twaalfvoudige bedrag.
Tegenwoordig hangt deze lichtkroon in de hal van het nieuwe Ordegebouw, Prinsessegracht 27 te Den Haag.
Met zes andere Bbr,', uit L'Union Royale stichtte Br,', Onderdenwijngaard na de oorlog de Loge Via Lucis
[166] in 1947.xli , de naam ontlenende aan de werk van Comenius.
Hij leverde vele interessante bouwstukken op, over uiteenlopende onderwerpen, waaronder de door hem zeer bewonderde
werken van Jan Amos Comenius. Buitenlandse betrekkingen De belangstelling voor buitenlandse vraagstukken is bij veel
Bbr,', gering, zelfs de Orde als geheel ligt buiten het blikveld van velen en de al dan niet maconnieke interesse
beperkt zich dan ook veelal tot de eigen Loge . dat is bij de Gemengde Orden niet anders en dat geldt ook voor
andere door de auteur gekende maconnieke en niet-maconnieke verenigingen.
De Nederlandse Landsgroep van de Liga telde ten tijde van het hier besproken conflict ongeveer tien tot vijftien
procent van de leden van het GOdN. Dat betekent waarschijnlijk ook dat de overige vijfentachtig tot negentig procent
zich weinig of niet voor de Liga interesseerde. Daar komt bij dat bij het weer op gang komen van de Nederlandse
Orde na de Wereldoorlog, door Engeland [UGLoE] de touwtjes der regulariteit strakker werden aangetrokken en dat
leidde weer tot het verbreken van de zeer oude betrekkingen met het Grand Orient de France en het
Grootoosten van Belgie, uiteraard zeer tegen de zin van Br:. Onderdenwijngaard en vele overige Liga-leden in
Nederland en daarbuiten. Een steen des aanstoots voor de Liga was het Convenant van Luxemburg dat als een
hinderpaal voor het vrije verkeer tussen Bbr,', werd beschouwd. Daartegenover werd van de zijde van het
Nederlandse Hoofdbestuur van de Orde het contact binnen de Liga met Bbr,', uit door Nederland niet erkende
Grootmachten als schadelijk gezien. Br,', Onderdenwijngaard stelde zich op het standpunt dat de Internationale Liga
gehouden was voor zich vast te stellen welke Grootmachten regelmatig werkten en dus leden aan de Liga konden leveren
en dat het niet aan een locale Nederlandse Grootmacht was gegeven dit voor de Internationale Liga vast te stellen.
Toen de Nederlandse contacten met het Grootoosten van Belgie en Frankrijk officieel werden verbroken, bleef het
contact met de [door GodN thans onregelmatig geachte] Belgische en Franse Bbr,', binnen de Liga gehandhaafd.
Dit nu was tegen de zin van het Hoofdbestuur der Orde, dat o.m. moeilijkheden met Engeland¡± voorzag. Zodat Br,',
Onderdenwijngaard in zijn functie van Liga-President hierover werd geinterpelleerd;l Br. Onderdenwijngaard
stelde zich op het standpunt dat hij zich als individuele Nederlandse Vrijmetselaar loyaal
tegenover zijn Orde moest opstellen, maar dat hij als Liga-President het Charter van de Liga had te volgen.
En propageerde de Orde immers niet de 'broederschap van alle mensen? ' Bovendien is de Liga een supranationaal
contactorgaan, en geen Grootmacht. En 'werkt' dus niet, dwz hield zich en houdt zich niet bezig met rituele
arbeid. Toch werd de Liga door UGLoE en GOdN als een bedreiging voor de reguliere Vrijmetselarij gezien.
Na 1956 wordt contact met de Liga in Nederland door het H.B. onverenigbaar met het lidmaatschap van de Orde
verklaard Br,', Onderdenwijngaard's ideeen over de Liga en over de totstandkoming van de Wereldomspannende
Broederketen werden uiteraard door hem [o.a.] in zijn Loge Via Lucis uitgesproken. Een deel der Bbr,', deelde
zijn zienswijze, maar een ander deel niet. Toen hij aftrad als Vz,',M,',, werd [bij zijn latere afwezigheid]
voorgesteld hem tot M,', van Eer te benoemen. Dat haalde weliswaar een absolute meerderheid maar niet de vereiste
driekwart meerderheid in een meestervergadering. En bedierf daarmee echter wel de sfeer in de A,',L,',Via Lucis,
reden waarom negentien Bbr,', besloten een nieuwe Loge, Fiat Lux, op te richtenlv.
Het geschil werd tot in het Grootoosten 1956 voortgezetlvi en toen de vereiste goedkeuring na een afkeurende
toespraak door het H.B. met grote meerderheid werd verworpen, werd de vrije en onafhankelijke Loge Fiat Lux door
deze negentien protesterende Bbr,', opgericht. Achteraf [2005, in perfect hindsight] zou gesteld kunnen worden dat
het Ordebelang beter gediend was geweest met een formele goedkeuring, maar het toenmalige H.B. beweerde toen het
Ordebelang beter te dienen met een afwijzing, getuige de notulen van het Grootoosten 1956.
Het zou [onder meer] een parel in de kroon van de Orde zijn geweest, indien Koning Hussein van Jordanie later bij het
GOdN zou zijn ingewijd. Persoonlijke animositeit tussen Grootmeester Davidson, die anti-Liga gezind was en
Br,', Onderdenwijngaard hadden echter het klimaat te zeer vertroebeld.
Het uittreden van Br,', Onderdenwijngaard had natuurlijk consequenties voor de Liga: het Internationale Liga
Congres te Den Haag was aanstaande, als President van de Liga bevond hij zich in een onmogelijke positie,
nu de gast-obedientie, het GOdN, met de Liga was gebrouilleerd; zijn uittreden uit de Orde [GOdN] en aftreden
als President van de Liga kwam ter sprake. Inderdaad trad Br,', Onderdenwijngaard kort na de opening van
het Congres af, daartoe dringend opgeroepen door de Liga-Landsgroepen van Nederland, Belgie en Frankrijk, om een
totale boycott van de Liga door de Orde te voorkomen. De aanvankelijke negentien Bbr,', groeiden snel uit tot zestig
a honderd Er ontstond een tweede Haagse Loge, Lux e Tenebris, en een derde Loge in Groningen.[Comenius].
In 1957 werd de Grootloge der Nederlanden opgericht. Er was een persconferentie en een receptie in
het Hotel des Indes te Den Haag. De Grootloge maakte een bloeiend bestaan door en groeide voorspoedig.
Er kwam een goed geoutilleerd Grootlogegebouw aan de Groothertoginnelaan te Den Haag, gefinancierd door
Br,', Jan Onderdenwijngaard, die niet onbemiddeld was. De werkwijze was volstrekt regelmatig, met een unieke
vernieuwing: de vervanging van het Eerste Grote Licht door de Constitutie van Br,',Anderson van 1723, waarmee
iedere Vrijmetselaar, van welke denominatie dan ook, zich zou moeten kunnen verenigen.
In ieder geval heeft dat Koning Hussein in 1961 over de drempel van de Loge bewogen, want met een V,',S,',L,',
als de protestantse Bijbel op de Zuivere Kubiek in een regelmatige door UGLo erkende Grootloge, was dat zeker niet
gelukt. Over de Universele Religie later meer bij de Lords of Jerusalem.
De brochure "Hoe het Groeide" [1956] zet het conflict tussen Br,',Onderdenwijngaard en Br,', Davidson duidelijk
uiteen vanuit de optiek van Br,', Onderdenwijngaard. Later [Grootoosten 1957] zegt Grootmeester Br,',Davidson dat
hij niet inziet wat een Liga-lid met een Grootmeester-verkiezing heeft uit te staan, maar een Nederlandse Landsgroep
van de Internationale Liga, over de gehele Orde [en in alle Loges] verspreid,
[net zoals de Hoge Graden en de Schotse Ritus], vormen wel degelijk een opinievormend en invloedrijk lichaam, of men
het leuk vindt of niet. Analoog aan wat bijvoorbeeld de Zuidhollandse Logebond voor dat deel van Nederland betekende,
waar ook de kandidatuur van Br,', Davidson werd besproken en later ondersteund.
De internationale contacten van Br,', Onderdenwijngaard resulteerden 1961 in het Appel van Straatsburg en de
oprichting van CLIPSAS, geen super-obedientie, maar een contact- en documentatiecentrum voor liberale Grootmachten.
Helaas deden en doen de zgn. regelmatige Grootmachten hier niet aan mee . wel zijn er tegenwoordig meer dan veertig
andere obedienties aangesloten, van alle varieteiten:
Masculiene en Gemengde Orden en Vrouwenorden, die alle de Constitutie van Br,',Anderson van 1723 onderschrijven
Een andere veelbesproken gebeurtenis was de inwijding van Koning Hussein van Jordanie tot Vrijmetselaar,
en het spoedige aanvaarden van het ere-Grootmeesterschap van de Grootloge der Nederlanden door de Koning.
Br,',Onderdenwijngaard bleek uitstekend op de hoogte van internationale maconnieke verhoudingen, wat goed
geillustreerd wordt door zijn bijdrage in het AMT 10e jaargang, blzz 371 t/m 374 getiteld Erkennende ieders recht,
zelfstandig te zoeken naar waarheid, waarin de naderende problemen met betrekking tot de Grande Loge de France en
het Convenant van Luxemburg duidelijk worden belicht, terwijl dat jaren later [zie Bulletin 1961, verslag
Buitengewoon Grootoosten, 18 maart 1961, na het aftreden van Br,',Davidson over de Franse kwestie, blzz 43 t/m 51]
leidde tot het verbreken van de betrekkingen met de GLdF en het opheffen van het Convenant van Luxemburg..
Het volgende citaat, uit Fiat Lux overgenomen, geeft aan hoe de verhoudingen in 1967 bij de Grootloge der
Nederlanden werden gezien [Br,', Onderdenwijngaard aan het woord]: Voorwoord van de Grootmeester van de Grootloge der
Nederlanden bij het Jubileumnummer 1957 - 1967 van het tijdschrift FIAT LUX W,',K,',S,', H,',Z,',V,',Mijne Bbr,',
Toen wij ons in het begin van 1957 op een der weinige zonnige februaridagen naar Hotel des Indes begaven om de
Nederlandse Pers kennis te geven van de oprichting van de GROOTLOGE DER NEDERLANDEN waren wij er ons allen niet
alleen van bewust, dat zulks een belangrijke gebeurtenis was in de Nederlandse Vrijmetselarij, maar we waren er
tevens heilig van overtuigd, dat wij met de door ons genomen stap getuigden van een diep vertrouwen in de grote
waarheid van een humanitaire en universele Vrijmetselarij. Met deze stap kwamen we boven de teleurstelling uit,
welke het Grootoosten der Nederlanden [-------] ons bereid had. Het verloop der gebeurtenissen in genoemd
Grootoosten na het verschijnen van het Witboek en het ter ziele gaan van het Convenant van Luxemburg en meerdere
gebeurtenissen daarna, hebben onze bezwaren uitdrukkelijk bevestigd. [-------]
Wij hebben vastgesteld, dat profanen en kandidaten die alvorens toe te treden, naar de merites van beide bestaande
Nederlandse Grootmachten een onderzoek instelden, niet verhelen, onaangenaam getroffen te zijn door de dogmatieke
toon en de wijze waarop het Grootoosten der Nederlanden daar over andere Vrijmetselaren spreekt, met als gevolg dat
enkelen van dezen zich bij ons - DE GROOTLOGE DER NEDERLANDEN - aansloten.
In de afgelopen 10 jaren hebben wij ook door een dergelijk optreden wat zeker niet maconniek is, het ledental onzer
Grootloge gestadig zien groeien. Voor slechts een kleine kern van de Grootloge der Nederlanden heeft het in
herinnering roepen van deze historie enige waarde. Doch deze feiten mogen in historisch verband niet onvermeld
blijven. In de loop dezer 10 jaren hebben wij sterke banden gelegd met een veertigtal andere Grootmachten,
verspreid over het oppervlak der aarde.
Tevens heeft de Grootloge der Nederlanden met de belangrijkste Europese Grootmachten het
C[entre] de L[iaison] et d'I[nformation] des P[uissances] [maconniques] S[ignataires] de l'A[ppel] de S[trasbourg],
kortweg CLIPSAS, opgericht, welk lichaam met verschillende regulaire Europese Grootmachten en ook Grootmachten
buiten Europa, intensief en niet zonder succes arbeidt aan de verwezenlijking van een Universele Vrijmetselarij.
Wij zijn op de goede weg en voelen ons met onbevooroordeelde actieve leden behorende tot een nieuwe generatie,
gelukkig, te kunnen en mogen bouwen op de ware grondslagen, weggelegd in de oorspronkelijke Maconnieke wetten van
1723, in de Constitutie van Anderson. Daarbij rijst van voor onze ogen de voorbeeldige Tempel der Humaniteit,
waar iedere goedwillende, tolerante en eerlijke Vrijmetselaar zijn tehuis zal vinden.
Wassenaar, juni 1967
Jan C.W.Onderdenwijngaard,
Grootmeester.


[Enkele passages [-------] weggelaten. [BV]] Br,', Onderdenwijngaard memoreert in bovengenoemd voorwoord niet de
inwijding van Koning Hussein van Jordanie. Daarover zegt Br,', Dr. Regoor [die als assistent van Br,', Jan C. W.
Onderdenwijngaard meereisde naar Amman] o.m. het volgende: "Br,', Honein Kattini, die wel de Sjeik der Vrijmetselarij
in de Arabische landen werd genoemd, nodigde in 1960 Br,', Onderdenwijngaard uit om samen met hem
Koning Hussein in de Opperraad te installeren. Deze installatie, die eigenlijk al in 1959 had moeten plaatsvinden,
werd telkens om politieke redenen uitgesteld. Koning Feisal van Irak werd destijds vermoord en ook op Koning Hussein
werd een aanslag beraamd. Om veiligheidredenen moest de Koning toen enige tijd Jordanie verlaten. Hij wilde zelf naar
Libanon vliegen, maar zijn toestel werd onderschept door vreemde vliegtuigen, zodat hij gedwongen was terug te
keren. Daarbij kwam,dat een van de voornaamste raadslieden van de Koning, zelf een br,',, hem ontried zich in de
Opperraad te installeren, omdat dit en in Arabie en in het Westen niet goed zou vallen. De Koning, die het nimmer aan
moed ontbroken heeft, wilde daarvan niets weten. Nadat hij terugkwam van een Amerikaanse reis gaf hij te kennen
dat het nu tijd was. De Libanese Grootmeester reisde onmiddelijk naar Jordanie om met Br,', Kattini te overleggen, op
welke datum de installatie moest plaatsvinden.
De beslissing werd overgelaten aan de Libanese Grootmeester, br,', Ferzli-Bey, Voorzitter van het Libanese Parlement.
De Grande Loge Libanaise [GLL] nam destijds voor de Arabische landen een zo belangrijke plaats in,
dat men zonder overdrijving kan zeggen dat zij, maconniek gesproken, het gehele Midden-Oosten beheerste.
Zij werkte in de Schotse Ritus en had ondermeer Loges in Irak, Koeweit en Saudi-Arabia.
Deze laatste werkte verborgen, want de Vrijmetselarij was [en is] in Saudi-Arabia verboden. Destijds had de GLL ook
goede relaties met de Grande Loge Nationale Egyptienne. Br,', Jan C.W. Onderdenwijngaard werd voor de installatie van
Koning Hussein zelf geinstalleerd tot Ere-Grootmeester en Ere-Souverein-Grootcommandeur van de Libanese
Vrijmetselarij. Ook werd hij geinstalleerd als Supreme-Secret, de hoogste graad in de Ritus van Memphis-Misraim.
Op 2 september 1960 vond de plechtige installatie plaats in het paleis van de moeder van de Koning te Amman, in
de achttiende en drieendertigste graad. [Daar was een inwijding in de Blauwe Graden, een dag eerder, aan
voorafgegaan, BV]. Bij dezelfde gelegenheid installeerde Br,',Onderdenwijngaard Koning Hussein als Ere-Grootmeester
van de Grootloge der Nederlanden, zulks op grond van eerdere, in Nederland genomen, besluiten. Koning Hussein heeft
gedurende het bestaan van de Grootloge der Nederlanden voortdurend van zijn belangstelling voor het wel en wee van de
Grootloge doen blijken.Maar los van de verbondenheid die Koning Hussein met de Nederlandse Vrijmetselarij gehad
heeft, heeft hij zich zowel in zijn maconnieke loopbaan als in het profane leven doen kennen als iemand die leefde
naar de idealen van de Vrijmetselarij. Koning Hussein heeft zich als geen andere politicus ingezet voor de Vrede in
het Midden-Oosten en daar waar mogelijk,de broederschap in praktijk gebracht. Deze kleine Koning was niet alleen een
groot vorst, maar ook een groot Vrijmetselaar in de ware zin des woords. Moge hij in het E,',O,', die Vrede vinden
die hem toekomt en moge de herinnering aan hem ons heilig blijven." [Br,', Dr. Matthieu Regoor]
Een andere memorabele gebeurtenis was de vorming van een International Consistory of Jerusalem in augustus 1962.
Onze [NGGV] Br,', Regoor verhaalt wederom: "In augustus 1962 werd in Jerusalem, [toen voor een groot deel behorende
tot het Hashemitische Koningrijk Jordanie] door Z.M. Koning Hussein met zijn oom en twee neven, te weten:
Br,', the Right Honourable Sheriff Hussein Nasser Br,', the Right Honourable Sheriff Nasser ben Jemil Br,', his Excellency A.M.Mortada Bey samen met Br,', Dr. Shewlatel Saty [lijfarts van de Koning] en Br,', Jan C.W.Onderdenwijngaard, Grootmeester van de Grootloge der Nederlanden, in het leven geroepen een International Consistory of Jerualem. De leden dragen de titel Lord of Jerusalem en het Consistorie heeft ten doel de grote geestelijke waarden, ontleend aan de Islam en het Christendom, onstaan in het Heilige Land Jordanie [Daar hoorde destijds Oost-en Centraal-Jeruzalem nog bij-BV], in stand te houden, te verspreiden en verder te cultiveren, zulks uitgaande van en in overeenstemming met de Universele Religie, zoals omschreven in br,', Anderson's Constitution van 1723. Voor toetreding tot lid wordt men uitgenodigd. Toetreding op eigen verzoek is niet mogelijk. Door de Koning werden de volgende leden, als lid van het Bestuur, voor het leven benoemd: Z.M. Koning Hussein, Ere-President. Br,', Jan C. W. Onderdenwijngaard, Den Haag, President. Br,', A.M. Mortada Bey, Amman, Eerste Vice-President. Het Consistorie zetelt in de woonplaats van de President, dwz Den Haag. De Secretaris, die in de woonplaats van de President moet wonen, zal nog worden aangewezen." [aldus Br,', Regoor] Eerder was er de niet-gelukte poging, waarbij Br,',Jan C. W. Onderdenwijngaard een leidende rol speelde, om tot een Europaische Grossloge te komen, in 1956. De [regelmatige] Aktennotiz uber die Vorbesprechung zu der Grossmeisterkonferenz 1956 [CMC dossier 4711]zegt over die mislukte Europaische Grossloge dat: ¡°das Vorgehen der Grunder, die durchweg aus Liga-Kreisen stammen, ebenso unverantwortlich wie bedenklich im Allgemeinen ist, aber im besonderen endlich Klarheit schafft uber die Unordnung, die aus der Existenz der Liga entsteht. Maar reeds op 15 december 1961 [post Davidson] deelt het H.B. van de Orde in circulaire No 980 aan alle Logebesturen mede: ¡°Hoewel de Orde de ¡°Liga¡± niet erkent als een regelmatige Vrijmetselaars organisatie hebben wij . indien de Loge dit wenst . geen bezwaren dat zij een correspondent aanstelt. Om mogelijk misverstand te vermijden achten wij het niet gewenst om deze correspondent in Uw ledenlijst te vermelden.¡± lxxxii Dit laatste lijkt op oogluikend toelaten van deelname aan de Liga. [Zoals ook het vrij frequente bijwonen van Gemengde Comparities door Bbr,', niet tot uitsluiting heeft geleid, er zijn ook gemengde huwelijken, dwz van een Br,',, lid van het GOdN met een Zr,',of Br,',, lid van de N.G.G.V. , het Verbond van Vrijmetselaren, of Le Droit Humain. [zonder dat de gevestigde Orde wordt verstoord]. Br,', Jan Onderdenwijngaard, die voor alles geloofde in de broederschap van alle mensen, droeg dan ook de Gemengde en Feminiene Vrijmetselarij een warm hart toe. Dat blijkt o.m.door zijn aanwezigheid bij de consecratie van de Moederloge van de auteur, Plato nr 11 N.G.G.V. [in de GdN tempel aan de Groothertoginnelaan], door zijn bezoek aan de [gemengde] Gran Loggia d'Italia in 1970, en door zijn stichtend lidmaatschap van CLIPSAS, na het Appel van Straatsburg. Achteraf is gebleken dat de Grootloge der Nederlanden zonder Br,', Onderdenwijngaard niet meer levensvatbaar was, er onstond spoedig na zijn verscheiden gekrakeel over de opvolging, hetgeen ook wordt bevestigd door Bbr,', Jan Schats en Regoor en een notitie in het handboek van de Forschungsgruppe van de Zwitserse G:.L:. Alpina. Het is bijzonder te betreuren dat de archieven van de Grootloge der Nederlanden niet bewaard zijn gebleven. Echte ooggetuigen zijn schaars geworden en door hun hoge leeftijd is het geheugen soms niet meer wat het geweest is.lxxxv De Internationale Liga is geevolueerd en laat thans ook de Vrouw toe. Daar de Liga echter geen Obedientie of Super-Obedientie of Grootloge/Grootoosten is, kan niet van "onregelmatigheid" worden gesproken Dat zou Br,', Onderdenwijngaard zeker tot tevredenheid hebben gestemd: immers, wanneer de Vrijmetselarij de broederschap van alle mensen nastreeft, helpt het, de grootste helft te erkennen als potentiele Zusters. Hij propageerde niet, mannelijke Obedienties gemengd te maken, hij ijverde wel voor erkenning van alle Vrijmetselaren die zich aan de Oude Constituties [m.u.v. het aspect van de kunne] van Br,', ds. Anderson van 1723 confirmeren, natuurlijk met erkenning van ieders recht tot zelfstandig zoeken naar waarheid. Een oorsprong, en doel, waar de United Grand Lodge of England thans zeer ver van lijkt verwijderd en een omstandigheid die er toe leidt, dat de Internationale en Wereldwijde Broederketen verder buiten bereik lijkt dan ooit. De Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden neemt tegenwoordig in de praktijk [maar nog niet in theorie en ook niet officieel] een wat genuanceerder standpunt in en er is een dialoog aan de basis ingezet, waarvan in Groot-Brittanie deze eenentwintigste eeuw nog wel geen sprake zal kunnen zijn. Br,', Jan C.W.Onderdenwijngaard heeft daar een flinke steen aan bijgedragen, zolang het dag was¡¦ Er is met hem een groot Vrijmetselaar en markant mens heengegaan. Zijn nagedachtenis als voorvechter van de Universele Vrijmetselarij zoals hij zich die voorstelde: zonder dogma's, teruggaande naar de Oude Constitutitie van 1723 en zonder Christelijk vernis, verdient aan de vergetelheid te worden onttrokken.

Naschrift
We kunnen ons afvragen of sedert het verdwijnen van de Grootloge der Nederlanden de oude standpunten nog even star zijn als toen het conflict dat leidde tot de oprichting van de GdN begon. Hoe wordt bijvoorbeeld NU over de Liga gedacht?
Het volgende citaat uit AMT Jaargang 56
Nummer 2 uit het artikel getiteld Universelle Freimaurer Liga door Br:. A.L.Slootweg lijkt relevant [highlights door BV] : "Graag wil ik een aanvulling geven over een in Beiroet gehouden congres van broeders en zusters uit acht landen. Het gehouden congres in Beiroet betreft het wereldcongres van de ¡°Universelle Freimaurer Liga¡± [UFL] en had ten doel [zoals elk jaar in een ander land], bestuursleden voor deze internationale vereniging te kiezen en verantwoording af te leggen over de activiteiten van het afgelopen jaar. Dat er slechts uit acht landen vertegenwoordigingen waren had te maken met onzekerheden rond de gebeurtenissen op de 11e september 2001 in Amerika en de politieke situatie in de landen rond Libanon. De vereniging bestaat al sinds 1905, aanvankelijk als ¡°Esperanto-Framasona¡±, maar draagt na een naamswisseling sinds 1948 de bovengenoemde naam. Het is een vereniging van individuele Vrijmetselaars uit reguliere Loges overal ter wereld, onder een verband van "landsgroepen" Zij heeft dus geen ritualen en houdt dus ook geen zelfstandige tempeldiensten, en houdt zich verre van alles wat de bevoegdheden van een Grootoosten of Grootloge aangaat. Het uitgangspunt is het bevorderen van contacten en onderling begrip kweken van broeders wereldwijd. Helaas is er vanuit deze organisatie in het verleden wel eens een negatief geluid gekomen, doordat Bbr,', uit niet-reguliere Loges binnen trachtten te komen of de grondbeginselen geweld aandeden. Echter, sinds jaren gedraagt men zich naar behoren en groeit deze vereniging weer. Zusters In Nederland bestaat er sinds de opheffing [1978], door gebrek aan leden geen landsgroep meer. Tot dan verschenen er regelmatig mededelingen van deze groep in het AMT. Ik moet, mede door de geringe respons op mijn advertentie, dan ook aannemen dat de UFL in Nederland een onbekend verschijnsel is. Overigens, dat er in het betreffende bericht gesproken wordt over zusters is niet zo heel vreemd: ook Nederlandse vrijmetselaars laten zich op hun landelijk georganiseerde bijeenkomsten of uittochten gaarne vergezellen van hun dames, zusters genoemd, die dan wel deels een eigen programma volgen. Dat het mogelijk was een tempeldienst bij te wonen die was georganiseerd door Bbr,', van een Libanese loge [zoals mij bekend is uit een mij toegezonden uitnodiging en later een verslag van het congres] strookt dus wel met de beginselen van de UFL. Men nam als individuele Bbr,', met een eigen verantwoordelijkheid deel aan een [met dat doel aangepaste] Open Loge.
Ik vind het dan ook jammer dat in de bewuste bloemlezing gesprokenwordt over:
"Berichten die irreguliere Vrijmetselarij betreffen" Mijns inziens ware het beter geweest om melding te maken van anders georganiseerde activiteiten van "reguliere Bbr,',". [Einde citaat]
En hoe is het visitatierecht nu geregeld?
Zie het volgende citaat uit AMT Jaargang 57 Nummer 1
"Column Grootmeester" In ingezonden stukken in het AMT wordt de laatste tijd het intervisitatierecht besproken. Onze [Orde BV]wetgeving is zeer duidelijk in deze wat wel en niet kan. Intervisitatierecht bestaat alleen tussen leden van Loges van erkende Grootmachten. Buitenlandse Grootmachten worden erkend op basis van een voorstel van het Hoofdbestuur door het Grootoosten. Per land wordt maar een Grootmacht erkend, tenzij de Grootmachten in dat land elkaar onderling erkennen. In dat laatste geval kunnen er meer Grootmachten per land worden erkend. Hoe zit het nu in Nederland met verenigingen die, hetzij door de vorm waarin, hetzij door de naam waaronder zij werken, zich voordoen als Vrijmetselaars-vereniging? Artikel 9 van onze Ordegrondwet is duidelijk: een lidmaatschap van een dergelijke vereniging is onverenigbaar met het lidmaatschap van de Orde. Maar, gelet op de Nederlandse wetgeving, kan u nooit verboden worden deel te nemen aan bijeenkomsten van welke vereniging dan ook. In een informele notitie, die enige jaren geleden ook binnen de regio's moet zijn besproken, staat dat het Hoofdbestuur dit soort visitaties ontraadt, er staat niet "verbiedt". Het zijn echter de regels van die vereniging die bepalen of u deel kunt hebben aan die bijeenkomsten. Als Vrijmetselaar kunt u alleen deelnemen aan bijeenkomsten van door het Grootoosten erkende Grootmachten en de Loges onder hun jurisdictie. Afwijken van deze regels is dan ook niet toegestaan, tenzij onze wetgeving wordt veranderd. Echter, veranderingen van onze wetgeving teneinde het intervisitatierecht te verruimen zal op ernstige wereldwijde bezwaren stuiten en de wereldwijde erkenning van ons als een van de oudste Grootmachten ter wereld ernstig schaden.
Precedenten.
Een interessante parallel met de weigering van het Grootoosten om de Loge Fiat Lux een Charter / Constitutiebrief te verlenen, vond plaats in het jaar 1850 toen het Grootoosten [destijds Groot-Besogne] aan Br:. Mozes Salomon Polak, ingewijd in 1830, die ontevreden was over de heersende oppervlakkigheid in de Amsterdamse Vrijmetselarij, de oprichting van een zesde Amsterdamse Loge onder de naam Post Nubila Lux [aanvankelijk Post Nebula Lux] weigerde. Die Loge kwam er toch, en werd later, met alle leden . dertien jaar na het overlijden van Br:. [dr.h.c.] Polak, bij de Loges van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden opgenomen. Hoewel deze onregelmatige Loge tot 1887 zeer regelmatig had gewerkt . en een stuk spiritueler was dan de vijf andere regelmatige Amsterdamse Loges, zelfs volgens tijdgenoten een school voor wijsbegeerte, werd pas in 1887 door het Grootoosten de Constitutiebrief verleend en alle leden in het Centrale Register opgenomen. De indruk bestaat dzz. dat verborgen antisemitisme een rol heeft gespeeld. Br:.Polak is overigens later in eer hersteld door de posthume publicatie van een van zijn werken, Het Tableau, in 1902 door het Grootoosten der Nederlanden vertaald uit het Duits [Der Tapis] en uitgegeven..
Br:..Polak was in het buitenland zeer geeerd en gewaardeerd
[Hij kreeg zelfs twee Duitse ere-doctoraten en een koninklijke Griekse onderscheiding] maar in eigen land niet.
En zo was Br Onderdenwijngaard ook buiten Nederland in hoger aanzien dan in eigen land.
Zie in dit verband Geraadpleegde Literatuur item 28.
Er is niets nieuws onder de zon zie ook http://www.vrijmetselarij.nl/postnubilalux/
waarin Br:. Dr. Polak onvindbaar is.
Conclusies.
1. Een objectieve maconnieke geschiedschrijving kan de grote rol van Br,', Jan C.W. Onderdenwijngaard voor de Internationale Vrijmetselarij niet langer negeren.
2. Een posthume herwaardering van zijn leven lijkt daarom gewenst.
3. De tijd zou alle wonden helen, maar verzet zij ook Landmerken? Wellicht.


Geraadpleegde literatuur:
1. Acta Macionica Volume 11, GLRB, 2001, "De Belgische Kwestie" 2. AMI . Alliance Maconnique Internationale, tijdschrift 1925 . 1930
3. AMT, Algemeen Maconniek Tijdschrift, tijdschrift van het GOdN, jaargangen 1938 . 2000 met vele referenties naar het onderwerp van deze scriptie.
4. Appel de Strasbourg, 1961, dat aanleiding was tot het stichten van CLIPSAS
5. Bulletin van het Grootoosten der Nederlanden, jaargangen 1928 . 1974
6. CLIPSAS-Reglement et Annuaire 2001, te vinden op http://www.clipsas.com/
7. De Liga en Wij, door Br,', J.G.Bos, 11 october 1953, bouwstuk op de Landdag van de Nederlandse Landsgroep van de Liga
8. De Nederlandse Vrijmetselarij op het Keerpunt: Hoe het Groeide, door Br,', Jan C.W.Onderdenwijngaard, 1956. [Brochure, destijds aan vele Bbr. verzonden]
9. FIAT LUX, tijdschrift van de Grootloge der Nederlanden, alle beschikbare jaargangen bij het CMC, inzonderheid het Jubileumnummer 1957-1967
10. Gelukkig Hij Die Dit Weet, gedenkschrift Haagse Vrijmetselaarsloge L'Union Royale, 1734 . 1984 door [Br,',?] drs. W.Birza
11. Handbuch der Freimaurer, 1999, Forschungsgruppe Alpina, blz 270.
12. Het verraad der maconnieke 'Clercken' van de XXe eeuw: het Convenant van Luxemburg, door Br,', Alb. Bos, O,', Hilversum, FIAT LUX nrs 3, 4 en 5 - 1958 13. Ist die 'Universala Framasona Ligo' [UFL] eine freimaurerische Haresie? door Br,',Adi Pohl. [zie ook referenties 18 en 19]
14. James Anderson DE OUDE PLICHTEN (The Old Charges 1723) Nederlandse vertaling van Br,', Dr. P. J. van Loo, Ritus en Tempelbouw.
15. Korte Samenvatting van de werkzaamheden van de Internationale Liga van Vrijmetselaren, in hoofdzaak over de periode 1930 . 1947 [Uitgave Liga]
16. La Heroldo, officieel meertalig tijdschrift van de Internationale Liga.xciv In memoriam Br,', Jan C.W.Onderdenwijngaard. 17. Le Developpement des Rituels Maconniques au Pays Bas de 1734 a nos jours, Theodore Verhaegen lezing door Br,', Dr. Jan Snoek, 1996, Brussel
18. Merkblatt fur ins Ausland reisende Bruder, von Br,', Eugen Lennhoff, Wien 1928, in Selbstverlag der Liga
19. Quatuor Coronati Jahrbuch 1985, blz 281 .312
20. Quatuor-Coronati-Berichte, Heft nr 22, November 2002, 1010 Wien, Rauhensteingasse 3, Redaktion Br,',Alfred Nimmerrichter, 'Die Universala Framasona Ligo und ihre turbulente Geschichte.' Bbr,', Pohl & Kodek
21. Quatuor Coronati Jahrbuch 2002 nr 39, Bayreuth, Eugen Lennhoff door Br,',Adi Pohl, blz 141 . 178
22. Regelmatigheid en Erkenning van Maconnieke Grootmachten en Loges, door Br,', prof. mr. Jb. Zeijlemaker Jnz., Fama Fraternitatis 1962
23. Strijd voor den Vrede door Br,', Jan C.W. Onderdenwijngaard, Universeele Liga van Vrijmetselaren, Voordracht te Basel in 1947 bij het 12e Liga-Congres
24. Sur la Voie de l¡¯Universalite, 1905 . 1955, gedenkschrift bij het 50-jarig bestaan der Universelle Freimaurer Liga, door Br,', Jan C.W. Onderdenwijngaard
25. THOTH, jaargangen 1953/4 blz 241-248, 1953/7 blz 349, 1995/4 en 2000/4.
26. VIA LUCIS, gedenkschrift bij het 50-jarig bestaan der Loge, 1997, getiteld VIA LUCIS, VIJFTIG JAAR VRIJMETSELARIJ. WERKEN IN LICHT EN STEEN.
27. WITBOEK maart 1960, gericht aan de Besturen van de Loges, werkende onder het Grootoosten der Nederlanden, met het voorbericht: 'Hierbij bied ik U een Witboek aan, samengesteld door de H,',E,',Grootmeester, betrekking hebbend op de verhouding van ons Grootoosten en de Verenigde Grootloge van Engeland. Om alle schijn van mogelijk tendentieuze vertaling te vermijden, zijn de stukken in originali opgenomen.¡± [38 bladzijden, namens het H.B. de Grootsecr. Van Loo]
28. Gidsen en Genieen, Dissertatie Br,',van Dr. Jan G.A. ten Bokkel, FAMA, ISBN 90-72032-13-6, inzonderheid Hoofdstuk 3, Post Nubila Lux, de Bakermat. In memoriam Br,', Jan C.W.Onderdenwijngaard.

EINDNOTEN
i AMT 10e jaargang 1955/56 blzz 371 - 374 ii BV, geboren 1933, Chemisch Technoloog en IT specialist, lid Nederlandse Grootloge der Gemengde Vrijmetselarij, oud-Grootmeester van deze Orde, 30e graad NOGV [REAA/AASR], oud-Officier van de Koninklijke Landmacht, oud-Secretaris-Generaal van Mensa [Internationale vereniging met meer dan 200,000 leden], en oud-IT-manager bij verschillende scheikundige en IT multinationals, met langjarige buitenlandse ervaring [domicilie] in de USA, Canada, Russische Federatie, Belgie, Zwitserland, Frankrijk, en het U.K., met grote belangstelling voor goede internationale verhoudingen, en veel internationale contacten, vooral in de maconnieke sfeer, maar ook deelnemer in activiteiten als seti-at-home, spreker bij Mata Hari voordracht in het Friesch Museum 2003, etc. [zie ook http://www.nggv.nl/] iii Fiat Lux werd opgericht door minstens zeven regelmatig ingewijde Bbr,', [zie Hoe het Groeide] iv Er zijn bij het GOdN in 2004 drie overlevenden [volgens opgave Br,', Jan Schats], die Br,', Onderdenwijngaard hebben gekend, waarvan alleen Br,', Jan Schats is geinterviewd; een Br,', gaf te kennen zich niets meer te herinneren, een Br,', reageerde niet op mijn uitnodiging. Bij de NGGV zijn ook drie tijdgenoten die Br,', Onderdenwijngaard hebben gekend, waarvan twee Bbr. zijn geinterviewd,de derde [Zr,',]wist zich weinig of niets te herinneren. De auteur is kennelijk en gelukkig nog net op tijd geweest om e.e.a. vast te leggen. v Br,', Regoor is o.m. oud-Grootmeester van de NGGV en o.m. oprichter van de Maconnieke Academie [Belgie] en oud-V:.M:. van een Engelse reguliere Loge. Hij is thans 90 jaar en woont in Belgie. vi Volgens de bij het CMC aanwezige ledenkaart / staat van inlichtingen nr 7151. vii Waar in 1999 ook de jaarlijkse CLIPSAS conferentie plaatsvond, georganiseerd door de aftredende en optredende Grootmeesters van de NGGV [Nederlandse Grootloge der Gemengde Vrijmetselarij]. viii vanuit de website van de UFL in 2003 het volgende citaat: ¡°Fur Interessenten - wir uber uns: Informationsschrift 2002 Die UFL, Universelle Freimaurer Liga (im franzosisch sprechenden Raum: LUF, Ligue Universelle de Franc-Macons) ist eine von Freimaurern im Jahre 1905 gegrundete Vereinigung. Sie geht auf den ersten internationalen Esperanto-Kongress in Boulogne zuruck. Der erste Name .Esperanto-Framasona Ligo- wurde auf der Generalversammlung in Bern 1913 in .Universala-Framasona-Ligo- geandert. Der UFL gehoren in zahlreichen Landern aktive Freimaurer an, welche unabhangig von den Grosslogen die verbindenden ethisch hohen Zielsetzungen des Bundes leben und fordern mochten. Insbesondere bietet die UFL das Forum dafur, Beziehungen zwischen allen Menschen in der Welt zu verbessern. Die UFL versteht sich als Schnittstelle zwischen der Freimaurerei und allen Menschen guten Willens, Organisationen politischer, kultureller, wirtschaftlicher und wissenschaftlicher Art. Gleichfalls ist die UFL ein Forum fur aktuelle Fragen unserer Zeit und der Freimaurerei. Sie ist eine Gemeinschaft, die Zukunftsfragen offen diskutiert. Die UFL enthalt sich jeder Einmischung in Angelegenheiten von Grosslogen und fuhrt keine Tempelarbeiten durch. Sie verbindet Freimaurer mit Freimaurern. Die UFL ist eine Liga, in der sich Freimaurer treffen, um einen uberzeugenden Beitrag zur Festigung der Grundsatze der Menschenrechte zu leisten. Bis zum Jahre 1999 konnten in der UFL Deutschland lediglich Bruder Mitglied werden. Durch eine Satzungsanderung steht die UFL jetzt auch den Freimaurerinnen offen, womit den internationalen Statuten Rechnung getragen wurde. Es ist ein Stuck Dienst an Frieden, Toleranz und Bruderlichkeit, den die Mitglieder zu erfullen bestrebt sind. In Deutschland und in verschiedenen Landern finden Vortragsveranstaltungen, Symposien und Kongresse statt, zu denen sich Freimaurer, jedoch auch interessierte Damen und Herren, die nicht dem Bund angehoren, jedoch ihm freundschaftlich verbunden sind, treffen, um nationale und internationale Fragen zu behandeln. Nationale und internationale Begegnungen finden auf Kongressen statt, auf denen sich die Schwestern und Bruder der einzelnen Landesgruppen treffen, um die WeltBruderkette zu starken. Der 63. Kongress der UFL International fand 2002 in Wien statt. Es folgen in den kommenden Jahren Kongresse in der Schweiz und in Griechenland. Die Jahrestagung der UFL Deutschland wird im Jahre 2003 im Sauerland (Hilchenbach- Allenbach) sein. [De laatste internationale vergadering was in Geneve, october 2003 [BV]] Herausragende und engagierte Personlichkeiten haben stets die Mitgliederliste der UFL gepragt. Zu ihnen gehorten u.a. auch die Bruder Leo Muffelmann (er grundete die Symbolische Gro©¬loge von Deutschland und war ihr Gro©¬meister. Das durch seine Leistung ins Exil gebrachte deutsche freimaurerische Licht wurde nach dem 2. Weltkrieg in die Paulskirche nach Frankfurt am Main zuruckgebracht), Raoul Koner (grundete die deutsche Landesgruppe der UFL 1928), Eugen Lennhoff (Mitbegrunder des AASR in Osterreich). Zijn naamsverandering is ongetwijfeld levensreddend geweest. De auteur heeft dit aspect bij zijn interviews bewust buiten beschouwing gelaten. Hij is zelf een Amsterdamse survivor.. x AMT 8e1953/54 jaargang blzz 345 t/m 347 xi AMT 3e jaargang 1948/49 blzz 43 t/m 45 xii AMT 3e jaargang 1948/49 blz z 71 en 72 xiii Haagse Post, 15 september 1955, Internationaal maconniek congres te Parijs. xiv Niet aangetroffen bij de regalia, aawezig in het CMC. xv Een veelvoorkomende naam, Google geeft op het zoekargument fiat lux loge op 28/4/2003 liefst 693 referenties.. Maar de Bibliothek des Deutschen Freimaurermuseums heeft een referentie naar de GdN.. Op 18/1/2005 was het aantal Google referenties gestegen tot 1210.. xvi Haagse Post, 8 sept 1956, blz 22, Van onze Haagse Postiljon, Ontvangst. xvii Vanaf het moment van de afscheiding ¡°de heer Onderdenwijngaard¡± genoemd door Br,', Davidson. Br,', Onderdenwijngaard daarentegen bediende zich nimmer van dit spraakgebruik. Voor hem gold: eens Vrijmetselaar, altijd Vrijmetselaar. Zijn levensloop vanaf 1956 staaft deze bewering volledig. xviii Notulen bespreking inzake de Liga, gehouden op 11 december 1961 in het Ordegebouw, [Fluwelen Burgwal 22 te Den Haag] tussen Dagelijks Bestuur en de Bbr,', Arkema, Klomp en Smit. ¡°Op de vraag van Br,', Hanrath of leden van de¡± Groep Onderdenwijngaard¡± bij de Liga aangesloten zijn, wordt door Br,', Arkema met de meeste nadruk verklaard dat dit NIET het geval is. ¡°¡±Bij ons zijn alleen die Nederl. Bbr,', aangesloten die lid zijn van een Loge werkend onder ons `Grootoosten.¡±¡± [Dossier CMC 4711] xix Centre de Liaison et d¡¯Information des Puissances [maconniques], Signataires de l¡¯Appel de Strasbourg. Zie ook www.clipsas.com xx Zie foto in gedenkschrift Via Lucis en aankondiging in AMT # xxi Zie foto in gedenkschrift Via Lucis. xxii Gran Loggia d¡¯Italia degli Antichi Liberi Accettati Muratori, Obbedienza di Piazza del Gesu, Palazzo Vitelleschi, lid van CLIPSAS. [Gemengde Orde] xxiii Volgens zijn door de auteur geinterviewde dochter, mevrouw Toos Onderdenwijngaard xxiv Interview auteur met Br,', Jan Schats, in bijzijn van Br,', Wim van Keulen. Dit was ook [vlg Br,', Schats] de aanleiding om in 1974 bijna ¡°en bloc¡± terug te keren naar het GOdN, in de geest Br,', Jan C. W. Onderdenwijngaard¡¯s wens. Een duidelijke parallel met het honderd jaar eerdere Post Nubila Lux. xxv De archieven van de Grootloge der Nederlanden zijn door Br,', Jan Schats zelf vernietigd. [mondelinge mededeling aan auteur, in bijzijn van Br,', Wim van Keulen]. Vele materiele zaken zouden op onverklaarbare wijze zijn verdwenen, zoals fraaie handgeknoopte tableaux, volgens Br. Schats. xxvi Zie voor de naam Via Lucis Br,', Onderdenwijngaard¡¯s verhandeling in AMT # 10, 1956, blz 227 en 228. Hij bewonderde Jan Amos Comenius zeer en gaf herhaaldelijk en graag rondleidingen door het Museum en Mausoleum te Naarden. Verschillende publicaties wijdde Br,', Onderdenwijngaard aan Comenius en zijn verlichte ideeen, die tenslotte leidden tot de vorming bij het GodN, de GdN en de NGGV van Loges met de naam Jan Amos Comenius [resp. Naarden, Groningen en Maastricht]. xxvii Bulletin 1956, blzz 69 . 77 [G,',O,',] is uiterst gedetailleerd over deze kwestie. xxviii AMT # 10, 1956, blz 487, Mededelingen Hoofdbestuur. De uittredende Bbr,', waren A.Bantje; L.S.P. Beer; M.Boerma; B.Braat; T.J.van Dien, H.J.A.van Duynen; P.D.Greve; H.Chr. Hengeveld; G.D.H.Jhr. Bosch van Drakestein; E.K.Hoekstra; P.D.van der Knoop, J.W.C.Onderdenwijngaard; J.Platteel; J.H.R.Schoen; J.S.Snellen van Vollenhoven; A.Stolk; A.J.A.W.Veldkamp; A.R.van der Waardt; L.J.G.Wesley. xxix Met exacte kopieen van de ritualen van het Grootoosten der Nederlanden, volgens Br,', Jan Schats, oud-lid van de Grootloge der Nederlanden, thans lid GOdN en volle neef van Br,', Onderdenwijngaard. Enige uitzondering: Nederlandse Protestantse Bijbel vervangen door Anderson¡¯s The Old Charges van 1723. xxx AMT # 10, 1956, blz 458 en 459, behandeling aanvrage Fiat Lux door Grootoosten. Bulletin 1956 is echter gedetailleerder en geeft de polarisatie binnen Via Lucis en ¡°Den Haag¡± exact weer. Brochure ¡°Hoe het Groeide¡± door Br,', Onderdenwijngaard, 1956, in Ordebibliotheek xxxii Er resteren in 1955 34 leden bij Via Lucis, [Gedenkboek Via Lucis blz 20] Zie verder ook AMT # 10, 1956 blz 458. Een meerderheid [echter kleiner dan de vereiste 75%] van de aanwezige leden in die Loge stemde voor het Ere-lidmaatschap van Br,', Jan C. W. Onderdenwijngaard. De Logepapieren uit die tijd zijn zoek, [volgens een voetnoot in het Gedenkboek blz 68]. Een minderheid volgde hem naar Fiat Lux volgens Br,', Matt Herben in datzelfde Gedenkboek. De actieve leden der Loge bedroegen destijds 20 tot 24. Vergelijk in dit verband ook AMT 1949/50 blz 293 waarin het zilveren jubileum van Br,', Onderdenwijngaard als V,',M,', wordt gememoreerd. Zie ook http://www.vialucis.nl/ xxxiii Ook bekend door zijn werk: De ontwikkeling van het maconnieke lied, Ritus & Tempelbouw 1956. Beiden eerste violisten / concertmeesters van het Residentieorkest THOTH 1973/5 blz 241 t/m 248 en THOTH 1973/7 blz 349 mbt het ¡°Cahier Br,',Onderdenwijngaard¡±, waarvan ik hoop dat dit voor de Verzamelingen van de Orde bewaard is gebleven. Zie AMT jaargang 10, 1956, blzz 227 en 228 Zie AMT 1947/48 blzz 324 t/m 325, releverend dat Br,', Onderdenwijngaard reeds in 1935 en later in 1939 en 1940 deze prominente Tsjechische Bbr,', ontmoette. Zie de website http://www.bpib.com/illustrat/mucha.htm Nederlands Jaarboek voor de Statistiek xl In THOTH, Jaargang 1995 nummer 4 wordt gememoreerd dat hij de door Grootmeester Prins Frederik geschonken zilveren kaarsenkroon uit het Logegebouw aan de Fluwelen Burgwal tijdens de bezetting in bezit wist te krijgen en na de oorlog aan de Orde heeft geschonken. Verder in THOTH, Jaargang 2000, nummer 4 [onder het hoofd ¡°Roof en Recuperatie¡±] wederom genoemd in dit verband, door de conservator van de Orde, Br,', Drs.Kwaadgras, [die ook in AMT 54/9 op blz 16 onder de kop dissident enige opmerkingen plaatst]. Gefundenes Fressen¡¦[dat overigens niet door Br,', Jan Snoek wordt ondersteund in zijn email aan de auteur]. xli Uit het Gedenkboek [zie geraadpleegde Literatuur item 25] ¡°De Loge Via Lucis kan niet bogen op een eerbiedwaardige ouderdom die eeuwen terug gaat. Toch heeft zij in een tijdsspanne van ruim vijftig jaren een belangrijke bijdrage aan de vrijmetselarij geleverd. De logegeschiedenis toont markante feiten en vooral markante mensen. De mede-oprichter Br,', Jan Onderdenwijngaard bijvoorbeeld, die in 1963 koning Hoessein van Jordanie inwijdde als vrijmetselaar.¡± De oprichters van Via Lucis waren de Bbr,', J.W.Blokpoel, Jan C.W.Onderdenwijngaard, A.Th. Versteeg, N.A. van Arkel, Jhr. G.D.H.Bosch van Drakestein, G.J. van Sierenberg de Boer, [later Redacteur AMT], P. de Vries, W.C.F.C. Oudshoorn en H.H.J. van de Pol. Nb. Koning Hussein werd overigens in 1961 al tot Vrijmetselaar gewijd [BV] xlii Zie ook de Haagsche Courant van 23 april 1957 - De nagedachtenis van Jan Amos Comenius geeerd. xliii En Zzr,', Eea uit persoonlijke ervaring en gesprekken met leden van het GodN, GodB, GodF, etc. xliv En nie-maconnieke, zoals AIChE, Mensa, KVNRO, ACM, etc. xlv Bulletin 1953, jaargang 71, blz 51 t/m 87 xlvi Zie Geraadpleegde Literatuur, item 12. Nog bij het Grootoosten van 1980 [Bulletin 1980 blzz 60 ev] wordt benadrukt dat het Convenant van Luxemburg [dan reeds lang ter ziele] aan de wortel van vele ontstane internationale problemen ligt. De verontrusting van Br,', Onderdenwijngaard blijkt terecht. xlvii Een brief van de secretaris van de Zuidhollandse Logebond aan Br,', Davidson en zijn antwoord daarop, voor zijn verkiezing tot Grootmeester, laat daarover geen twijfel bestaan. [CMC dossier 4711] Br,', Davidson schrijft: ¡°c. Houding jegens de Liga. Ik ben geen lid meer van de Liga. Hoewel ik het streven van de Liga zeer waardeer, acht ik het onjuist, dat de Liga rituele bijeenkomsten organiseert, daar naar mijn overtuiging de Liga hierdoor afbreuk doet aan haar doelstelling. Het is naar mijn mening n.l. onjuist, dat men bij rituele bijeenkomsten leden van niet-erkende Grootloges toelaat. Mij is uit ervaring bekend, dat hierdoor, o.a. bij de Engelse Grootmacht, kwaad bloed gezet is tegen het streven van de Liga, waar men eerst welwillend tegenover stond. Zou dus de Liga in Nederland een bijeenkomst organiseren en mij als Grootmeester uitnodigen, dan kwam ik wel bij de bijeenkomst in de Voorhof, doch niet bij die in de Tempel. Evenmin als ik een bijeenkomst van de Gemengde Vrijmetselaren bij zal wonen.¡± xlviii En ook met franse, duitse, oostenrijkse, italiaanse, luxemburgse, Bbr,', [al dan niet regelmatig] etc xlix De Liga, als onafhankelijke internationale vereniging, geen Obedientie zijnde, kon zich niet door individuele nationale Grootmachten de wet laten voorschrijven. Zij is een contactorgaan, en streeft naar dat wat verbindt, met vermijding van datgene dat scheidt, en verwijdering veroorzaakt, en mengt zich niet in het interne beleid van Grootmachten, noch wordt rituele arbeid verricht. [Statutair] In de jaarvergadering van de Nederlandse Landsgroep van de Liga, 26 februari 1956, werd echter veel ongenoegen geuit over de houding van het GodN ten aanzien van de Liga, met name door het H.B., wat in het Grootoosten van 17 juni 1956 met een motie van afkeuring werd beantwoord [AMT # 10, 1956, blz 454 . 456. Br,', J.C.W. Onderdenwijngaard is echter niet verantwoordelijk voor deze Nederlandse Liga-actie en bewoordingen. l November 1953, zie AMT #10, blz 454 rechts. li ¡°Die Universaliteit der Freimaurerei, beziehungsweise der ¡°Weltenbund der Freimaurer¡±, die in unseren Aufnahmeritualen so inbrunstig und oft beschworen wird, is .gelinde gesagt . eine Grosse Illusion¡±. Pagina 61 ref . 18. [Quatuor-Coronati-Berichte.] lii De rituele arbeid, waar Br,', Davidson op doelde in zijn brief aan de Zuidhollandse Logebond, werd altijd buiten Liga-verband georganiseerd door een Grootloge of Loge in het ontvangende Land. Het grote bezwaar leek altijd het "gevaar" dat niet-reguliere bbr,', [en thans (2005) ook zzr:.] reguliere in-forma's zouden bijwonen. Tegenwoordig bestaat de situatie dat de huidige irreguliere in-forma¡¯s van de Liga o.a. door reguliere Bbr:. worden bezocht¡¦ Zoals Breero al zei: ¡°het kan verkeren.. [Niet bekrachtigd door het Grootoosten] Een volijverige Vz,',M,', [Br,', Henri Knap] die een Br,', royeerde omdat hij de Liga-conferentie had bezocht, is door het H.B. teruggefloten. [Dossier CMC 4711] Zodat thans de Liga weliswaar bloeit, maar zonder Nederlandse leden, [er is in ieder geval geen Nederlandse Landsgroep meer]. Zij is ook wel bijzonder onregelmatig geworden, omdat zij vrouwelijke Vrijmetselaren toelaat.. Bij zijn bezoek aan het LIGA-congres, najaar 2003 te Geneve door de auteur geconstateerd. lv De brief aan het H.B. luidde: Ondergetekenden, leden van de Loge "FIAT LUX", opgericht door meer dan zeven regulaire Mr,', Vrijm,',, deel uitgemaakt hebbende van de Loge "Via Lucis" werkende onder het Grootoosten der Nederlanden, hebben besloten zich als onafhankelijke Loge van het Grootoosten der Nederlanden af te scheiden. [getekend] A.Bantjes, H.Beer, M.Boerma, Jhr. G.D.H. Bosch van Drakestein, B.Braat, T.J.van Dien, H.J.A.van Duynen, P.D.Greve, H.Chr.Hengeveld, E.K.Hoekstra, P.D.van der Knoop, Jan C. W. Onderdenwijngaard, J.Platteel, J.H.R.Schoen, J.S.Snellen van Vollenhoven, A.Stolk, A.J.A.W. Veldkamp, A.R.van der Waardt, A.J.G.Wesly. In latere HB correspondentie werd echter steeds naar Br:. Onderdenwijngaard als ¡°gangmaker¡± verwezen. lvi AMT # 10, jaargang 1956, blz.458 en 465 lvii Br,',Onderdenwijngaard had vele ¡°hoge¡± contacten in het Midden Oosten: zo ontving hij in 1955 de gouden medaille "Koning Hiram" uit handen van Br,', Sami Bey Solh, toen President van Libanon. Zie La Heroldo, jaargang XX, maart 1955, Die Liga im Nahen Osten. lviii Een brief van de secretaris van de Zuidhollandse Logebond aan Br,', Davidson [ter zake van zijn candidatuur als G,',M,',] en zijn antwoord daarop, voor zijn verkiezing tot Grootmeester, laat daarover geen twijfel bestaan. [CMC dossier 4711] lix Er zijn in 1956 en 1957 pogingen tot toenadering geweest [AMT # 11, blz 124 .136]. Overigens is door Grootmeester Davidson, als lid van Rotary, contact opgenomen met Burgemeester Kolfschoten van Den Haag over het Liga-congres, dat daardoor effectief getorpedeerd werd. [AMT # 11, blz 130]. Wheels within wheels? Er was een pressrelease voorbereid door het H.B. maar dat zou niet vrijgegeven zijn. Het lekte echter wel uit.. [Er is een ontvangstbevestiging van het ANP door mij aangetroffen in CMC dossier 4711]. Ook daar werd op het Meesterconvent 1957 over geinterpelleerd, zie AMT 11e jaargang no 9, blz 193. De lezing door Br. Onderdenwijngaard in de Brochure Er zij Licht [dossier 4711] geeft verder een geheel andere zienswijze op de toenaderingspogingen, die bovendien de Orde voor veel onheil hadden kunnen behoeden indien de daarin vervatte suggestie was gevolgd [het alsnog ratificeren van het logestatuut van Fiat Lux]. Dit stuitte echter [m.i.,BV] op de persoonlijke tegenstelling van Br,', Onderdenwijngaard en Br,', Davidson. Zie ook de parallel met de Loge Post Nubila Lux, een eeuw eerder, van Br:. dr. Polak. lx Volgens opgave Br,', Jan Schats, neef van Br:. J.C.W.Onderdenwijngaard. lxi Gedenkschrift tienjarig bestaan GdN, 1957 . 1967. Overigens is naar schatting van Br,', Jan Schats het totaal aantal leden ongeveer honderd geweest, verspreid over drie Loges. Dit in tegenstelling tot een bericht in het AMT, waar van eenentwintig leden wordt gesproken, zeven per Loge. Br,', Regoor spreekt van 1040 leden... Tot dan was gecompareerd in het Logegebouw aan de De Ruyterstraat te Den Haag, [thans het PTT museum], waar ook de auteur is ingewijd.. Brochure Er Zij Licht, verspreid door Fiat Lux, dossier CMC 4711.
Persoonlijke mening van de auteur.
Volume of the Sacred Law [Boek der Heilige Wet] genaamd bij UGLoE Zie het eerdergenoemde Witboek, maart 1960
AMT 11e jaargang, blz 57 Mededelingen Hoofdbestuur Een Nederlandse vereniging van Nederlandse Vrijmetselaren, behorend tot de Liga. Deze correspondentie bevindt zich in CMC dossier 4711 Zie http://www.clipsas.com lxxi Het Grootoosten van Belgie en het Grand Orient de France hebben zich in 1998 uit CLIPSAS teruggetrokken en SIMPA [zie http://alnr.chez.tiscali.fr/laoules.html] gesticht, een adogmatiek gezelschap, omdat de CLIPSAS reglementen stellen dat het werken in naam van de O,',B.d,',H,', en het voeren van de drie G,',Ll,', ter beoordeling van de individuele Loges en Obedienties is. Deze ideeen worden door de twee genoemde Grootmachten als dogmatisch beschouwd. [Zij leggen die beoordeling bij de individuele V,',M,',, terwijl ook het verbod op politieke en godsdienstige discussies en stellingname binnen de CLIPSAS-Loges als dogmatisch wordt gezien. ] Zie ook noot xcii Appel de Strasbourg. Onder de kop: Misleidend bericht - Onregelmatige Inwijding verscheen een wat zuur klinkend commentaar in AMT 15e jaargang # 13 1961 blz 267. Br,', Onderdenwijngaard heeft toch als Vrijmetselaar in belangrijke mate bijgedragen tot vrede in het Midden-Oosten, getuige de uitspraak van Koning Hussein van Jordanie bij de teraardebestelling van de vermoorde Eerste Minister Rabin, die door de Koning een Vriend en Broeder werd genoemd. Het vredesverdrag Israel-Jordanie is tussen de beide Bbr,', Rabin en Hussein tot stand gekomen. Zie ook in dit verband de verhandeling Strijd voor den Vrede, door Br,',Onderdenwijngaard in 1947 geschreven. AMT jaargang 15 , 1961, blz 170 en blzz 194 en 195, voorpagina nr 10, blzz 286 t/m 290 Brief Br Davidson aan Zuidhollandse Logebond, 18 april 1952, Houding inzake Engeland-Frankrijk: "Inzake Belgie [Frankrijk] is van mij geen neutraal standpunt te verwachten. In tegendeel zal ik er naar streven, de banden met Belgie [en Frankrijk] te herstellen. Ik weet, dat dit een zeer delicate taak is, en dat dit er zeker niet toe mag leiden, dat de eenheid binnen de Nederlandse Orde wordt verstoord, of dat de banden met de Angelsaksische landen zouden worden verbroken.¡± [Dossier CMC 4711.] Het Witboek van maart 1960 is ook in dit verband zeer relevant, omdat daar die zienswijze van Br,', Davidson door de ontwikkelingen en reacties bij/van UGLoE wordt bekrachtigd. lxxv Het Witboek is gedateerd maart 1960, verzorgd door Br,', Davidson en aan de auteur ter inzage geven door Br,', Kwaadgras. Het beschrijft de starre Engelse houding in zaken van regulariteit, [meer speciaal t.a.v. de Grande Loge de France] die de Constitutie van Anderson van 1723 kennelijk niet meer volgt, maar een absoluut geloof in een Christelijke G-d en Zijn geopenbaarde Wil bindend stelt. Het "verhoor" van Br,', Davidson te London, die een lans breekt voor de Grande Loge de France, leidend tot een later ultimatum van UGLoE aan GOdN, is verbatim weergegeven. Het aftreden van Br,', Davidson als Grootmeester op grond van deze kwestie wordt door de auteur gezien als een daad van grote persoonlijke moed en integriteit die nadien het GOdN heeft "gered" onder leiding van Grootmeester Ten Cate. Dit Witboek is een "eye-opener" voor ieder die aan de Internationale Broederketen werkt, en vertrouwen stelt in de Constitutie van Anderson van 1723, [door Br,', Dr. Van Loo in het Nederlands vertaald]. lxxvi Deze conclusie lijkt gerechtvaardigd. Op internationaal [maconniek] diplomatiek gebied zijn destijds zeer ongelukkige maatregelen en uitspraken gedaan door/vanwege het H.B. In Bulletin 1963 blz 75 blijkt dat ook het omgekeerde gebeurde : er gingen Bbr,', terug van GdN naar GOdN. Het jaartal blijkt onjuist en moet minstens 1961 zijn. Evenals het thans door de PLO opgeeiste West-Jordanie [cis-Jordanie]. lxxx Declaration des Principes voor een Europese Grootloge aangetroffen in dossier CMC 4711 [De [regelmatige] Grootmeesters concluderen verder dat een dubbel lidmaatschap van een reguliere en niet-reguliere Vrijmetselaarsorganisatie verlies van het reguliere lidmaatschap inhoudt, en dat dit ook geldt voor het lidmaatschap van Le Droit Humain. "In diesen Zusammenhang wird auch festgestellt, das der Droit Humain keine Freimaurerei ist, dass keine Doppelmitgliedschaft im Droit Humain und in der regularen Freimaurerei moglich ist, weil der Droit Humain von sich aus den Anspruch darauf erhebt, Freimaurerei zu sein. Dagegen ist Doppelmitgliedschaft zu Druiden und Odd Fellows zulassig, jedoch bedarf selbstverstandlich die Mitgliedschaft eines Angehorigen der vorerwahnten bruderschaftliche Vereinigungen der Aufnahme (Initiierung)." Aldus Bbr,', Davidson, Hammes, Wehenkel, Stavro, Vogel en Mohr, 21/7/1956 te Straatsburg.] Dat is na het aantreden van Br,',Ten Cate als Grootmeester en opvolger van de plotseling afgetreden Br,', Davidson. Een pragmatische benadering van de Liga? Bij Br:. Onderdenwijngaard¡¯s verscheiden waren er 1040 leden in de Grootloge der Nederlanden en twintig candidaten streden geemotioneerd om de opvolging, volgens opgave Br:. Regoor dd 20 mei 2004. Handbuch des Freimaurers, Forschungsgruppe Alpina, Lausanne 1999, blz 270: ¡°Bis 1956 trubte kein Wolkchen zum Maurerischen Himmel. Doch dann entstand eine Grossloge, die den Wunsch hatte mit den sogenannten liberalen Obodienzen Verbindung aufzunehmen. Interne Schwierigkeiten stoppten jedoch ihre Entwicklung.¡± [Highlight BV] Br:. Jan Schats heeft deze archieven vernietigd na het verscheiden van zijn Oom, Br:. Jan C.W. Onderdenwijngaard. Bevestigd in een interview met de auteur te Den Haag, in aanwezigheid van Br:. van Keulen.

To be recognised as regular by the United Grand Lodge of England, a Grand Lodge must meet the following standards: [from the website: http://www.grandlodge-england.org/] . It must have been lawfully established by a regular Grand Lodge or by three or more private Lodges, each warranted by a regular Grand Lodge. . It must be truly independent and self-governing, with undisputed authority over Craft - or basic - Freemasonry (i.e. the symbolic degrees of Entered Apprentice, Fellow Craft and Master Mason) within its jurisdiction and not subject in any other way to or sharing power with any other Masonic body. . Freemasons under its jurisdiction must be men, and it and its Lodges must have no Masonic contact with Lodges which admit women to membership. . Freemasons under its jurisdiction must believe in a Supreme Being. . All Freemasons under its jurisdiction must take their Obligations on or in full view of the Volume of the Sacred Law (i.e. the Bible) or the book held sacred by the man concerned. . The three 'Great Lights' of Freemasonry, (i.e. the Volume of the Sacred Law, the Square and the Compasses) must be on display when the Grand Lodge or its subordinate Lodges are open. . The discussion of religion and politics within its Lodges must be prohibited. . It must adhere to the established principles and tenets (the 'Ancient Landmarks') and customs of the Craft, and insist on their being observed within its Lodges.

Zie voor Ancient Landmarks: http://www.freemasons-freemasonry.com/doron.html
Bij het bezoek van de auteur aan de Liga-bijeenkomst te Geneve, october 2003, met een 1e Graads bijeenkomst in het gebouw van Alpina, georganiseerd door een plaatselijke Loge, is de auteur de grote tolerantie ten opzichte van andersdenkende en gemengde en vrouwelijke Vrijmetselaren opgevallen.
Het standpunt van het Grand Orient de France luidt al meer dan honderdveertig jaar dat de Engelse Vrijmetselarij van haar roots [de Constitutie van Anderson uit 1723] is afgeweken.
De huidige Engelse dogmatiek is n.h.m. een resultaat van de hereniging van de Antients en Moderns in 1813 te noemen. Overigens is de auteur van mening dat het GodF minstens even dogmatisch is in haar linkse benadering van
de Vrijmetselarij, als de reguliere Vrijmetselarij dat is t.o.v. andersdenkenden buiten haar Loges.

Reactie op het artikel van Br:. Kleisen in een eerder nummer van AMT.
Bedoeld is de Ordewetgeving van het GOdN.
Het is duidelijk dat lidmaatschap van irreguliere Loges in de Ordegrondwet niet is toegestaan, maar dat . op grond van de Nederlandse Openbare Wet . visitatie niet verboden kan worden en dus ook geen grond kan zijn tot ontzetting uit het lidmaatschap van de Orde. Nederland is blijkbaar toleranter dan Groot-Brittanie in dit opzicht..
Het door Br:. Polak ingediende verzoek is wel enige jaren op zeer onbehoorlijke wijze getraineerd.
Br Polak heeft later zorgvuldig de vertragende acties, de zogenaamde misverstanden, de vele gewisselde memoranda, verzoeken en eisen beschreven. Br:. Gunst heeft in 1874 [na Polak¡¯s dood] hetzelfde gedaan. Dit is [evenals Hoe Het Groeide] geen opwekkende lectuur [Br:. Dr. Ten Bokkel, blz 43, Gidsen en Genieen].
Zoals later bij het totstandkomen van de Loge Fiat Lux, zou veel onheil te vermijden zijn geweest als men naar elkaar had willen luisteren, zoals Vrijmetselaren dat idealiter zeggen na te streven.

PROCLAMATION ADOPTEE A STRASBOURG LE 22 JANVIER 1961 Les Obediences Signataires :
- s'honorent de leur fidelite absolue au message de tolerance, de fraternite et d'union contenu dans l'article 1 des Constitutions d'Anderson (1723) et dont le respect demeure leur regle d'or. - estiment que la Franc-Maconnerie a pour mission "d'assembler les personnes qui, sans elle, seraient restees etrangeres" et que le Franc-Macon doit etre essentiellement un element de concorde entre tous les hommes. - considerent que l'essentiel de la Maconnerie reside dans son ideal social de fraternite et de devoir et non dans l'observance rigide de quelque usage meme traditionnel; qu'une spiritualite qui unit etroitement l'homme au devenir de l'humanite et a l'amelioration de sa condition a autant de valeur morale que celle qu'il peut trouver dans ses rapports avec un principe supra naturel. Pour ces Obediences, initiation, philanthropie, spiritualite n'excluent pas une vocation d'humanisme et de progres; la meditation n'interdit pas l'action. Le respect des rites et de la tradition n'interdit pas : - d'adresser un message de tolerance, de fraternite, d'union ; - d'inspirer aux hommes une volonte d'elevation personnelle et de concorde ; - d'offrir aux jeunes un ideal plus vaste et plus genereux. De meme que le fleuve n'est fidele a sa source qu'en allant vers la mer, une Maconnerie qui se refuserait a suivre les progres humains, trahirait l'intention meme de ses fondateurs. Par cela meme qu'elle est progressive, notre Maconnerie, consciente de realiser dans la societe scientifique moderne la genereuse intention de notre M.... Anderson, par son prolongement naturel, la liberte complete de l'esprit, n'admet aucune limitation a la liberte absolue de conscience. La realisation de cet ideal exige l'entente de tous les Macons dans une harmonie ou chaque note conserve sa valeur, et dans le respect de la liberte de chacun. Une Maconnerie qui entend accomplir sa mission, ne saurait repousser aucune des valeurs morales capables de la fortifier. Tous les hommes, quels que soient leur race, leur religion, leur situation sociale, leurs ideaux philosophique ou politique, leurs conceptions economiques, s'ils sont libres et probes, doivent communier en une meme volonte d'union pour permettre l'edification d'un vaste rassemblement maconnique universel, dont la necessite est plus imperative que jamais. Si des exclusives demeurent, elles ne viennent pas de nous et nous nous interdisons d'en elever nous-memes, loin d'etre un obstacle a l'Union, nous pensons que la diversite des valeurs morales constitue un facteur de richesses intellectuelle, spirituelle et morale indispensables a son epanouissement. Nous sommes persuades que les Maconneries qui n'admettent pas la liberte absolus de conscience, sont imparfaitement eclairees et que notre devoir est de les aider dans leur acheminement vers la Lumiere. Respectueux de toutes les traditions, de tous les rites, de tous les symboles, de toutes les croyances, de la liberte absolue de conscience, fideles a l'esprit des Constitutions d'Anderson de 1723, soucieux de laisser a chaque Macon le soin de se determiner liBrement sur le choix des Rites et l'interpretation des symboles, les Puissances Signataires en appellent a toutes les Maconneries du Monde, afin que se forment entre elles une Chaine d'Union indissoluble qui assurera le triomphe de l'ideal maconnique et conduira l'humanite vers plus de Beaute et de Bonte. APPEL DE STRASBOURG Les Puissances Maconniques Souveraines reunies a Strasbourg le 22 janvier 1961 CONSIDERANT - qu'il est imperieux de retablir entre tous les Francs-Macons la Chaine d'Union rompue par de regrettables exclusives contraires aux principes des Constitutions d'Anderson de 1723 - qu'il importe a cet effet de rechercher en commun en tenant compte de toutes les traditions, de tous les rites, de tous les symboles, de toutes les croyances et dans la respect de la liberte absolue de conscience, les conditions qui determinent la qualite de Franc-Macon. ESTIMENT Que le fait de placer les travaux sous l'invocation du Grand Architecte de l'Univers et d'exiger qu'une des Trois Lumieres soit le Livre Sacre d'une religion revelee doit etre laisse a l'appreciation de chaque Loge et de chaque Obedience. DECIDENT ET DECLARENT D'etablir entre elles des relations fraternelles et d'ouvrir les portes de leurs Temples, sans condition de reciprocite, a tout Franc-Macon ou Franc-Maconne ayant recu la Lumiere dans une Loge juste et parfaite a condition que la specificite maconnique de la Loge ou de l'Obedience permette ces visites. FONT APPEL a tous les Francs-Macons pour qu'ils se joignent a cette Chaine d'Union fondee sur une totale liberte de conscience et une parfaite tolerance mutuelle. [ einde Appel de Strasbourg ] xciv In AMT 1947/48 blz 552 nog hartelijk verwelkomd. xcv Besproken in AMT # 10 Juweel met vier dubbele adelaars en Maltezer kruis. Uit Onderdenwijngaard- verzameling CMC. AASR? In memoriam Br,', Jan C.W.Onderdenwijngaard. Hij arbeidde zolang het Dag was...